On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







vrijdag 22 april 2016

Wat, hoe en waarom?

Het gaat om de kennis, de vaardigheden en de attitude. Je wilt weten wat er is en bestaat. Je wilt weten hoe het werkt, hoe het inelkaar steekt, hoe kan ik ermee werken? En je wilt weten waarom, je bent nieuwsgierig, je wilt de wereld om je heen ontdekken. In dat laatste gaat het om jouw houding t.o.v. de wereld om je heen.

Kennis kun je aanleren. Wanneer we de taxonomie van Bloom erbij pakken gaat dit om de eerste drie vaardigheden om je die kennis eigen te maken. De lagere orde van denken. Dit kan gemiddeld iedereen aangeleerd krijgen. Men zegt ook weleens: Iedereen kan leren lezen, al lukt dat bij de een sneller dan bij de ander. Denk hierbij maar aan Kees Vernooy (2002)
1.       Onthouden: Het kunnen ophalen van specifieke informatie, variërend van feiten tot complete theorieën. Een tafel van vermenigvuldiging uit het hoofd leren.
2.       Begrijpen: De vaardigheid om adequate betekenis te geven aan informatie. Begrijpen waarom 6 x 4 nu daadwerkelijk 24 is. ^x een groepje van 4 knikkers levert een zak van 24 knikkers op.
3.       Toepassen: De vaardigheid om kennis in nieuwe en concrete situaties toe te passen. Dit gaat nog een stapje verder. 

Ingewikkelder is het 
4.       Analyseren: De vaardigheid om informatie op te delen in onderdelen zodat de structuur kan worden begrepen en bestudeerd.
5.       Evalueren: De vaardigheid om de waarde van iets te kunnen beoordelen in relatie tot een bepaald doel.
6.       Creëren: De vaardigheid om met behulp van het geleerde nieuwe ideeën, oplossingen, producten te ontwikkelen.

Met deze vaardigheden kunnen leerlingen nog meer leren en kunnen we alle leerlingen een stapje verder brengen. Hoe mooi is dat?


Een oranje koek met spikkeltjes

Koningsspelen 2016. Dat betekent zingen, bewegen, hulpouders, oranje, rood, wit en blauwe kleren en een portie gezelligheid. 

Eerst startten de voorbereidingen door de sportcommissie. Daarbij hoorde het oproepen van hulpouders, het schrijven van een brief, het uitzoeken van sportshirts, het bbestellen van het ontbijt, het bedenken van een programma en het verdelen van taken.
De tijd die volgt gaan vele mensen in beweging om te zorgen dat alles gaat lopen. De commissie(leerkrachten) zelf en de ouders. De koppen gaan bij elkaar, ze zorgen voor een goed programma, inkopen, spellen, sponsorloop en parcour voor elke leeftijdscategorie, een sportmiddag.
Dan zijn de dagen zelf een lust om aan mee te mogen doen. 
De donderdagmiddag bestaat uit sportactiviteiten op drie verschillende plaatsen met drie verschillende leeftijdsgroepen. Alle kinderen hebben een mooie gezellig bewegende middag.
De volgende dag is de echte dag van de koningsspelen. Meekijken bij al die gezellige tafeltjes met placemat, bordjes, bestek en al het opgehaalde eten uit bekende dozen. Glunderende gezichten, volle monden en smulresten op de wangen zijn zichtbaar. Kinderen kletsen en knabbelen. Buikjes raken vol. Vele hulpouders zorgen dat alles gesmeerd verloopt.
Dan mag de televisie via digibord aan en kan koning Willem Alexander en koningin Máxima bekeken worden, die een speciale uitzending laten zien.
Dan mogen de groepen 1/2 naar de startblokken voor de sponsorloop. Vele ouders, opa's en oma's, oppassers en andere belangstellende moedigen aan en maken foto's of filmpjes. Een gezellige boel, waarbij de kinderen met stempelkaartjes rondjes rennen. De eerste ervaring van een sponsorloop voor vele van deze leeftijd.
Rondom de prachtige Zilvergracht starten de groep 3a, 3b en 4. Een verschil in atletische bouw en leeftijd is goed te zien. Aanmoediging door toeschouwers laat de kinderen nog harder lopen.
Tenslotte zijn de hoogste groepen aan de beurt. Zweetdruppels lopen langs de gezichten, jassen gaan uit en na een aantal rondes zie je de kracht afnemen, maar dat mag de pret niet drukken. Hier en daar loopt een leerkracht ook nog een rondje mee ter ondersteuning, onder aanmoediging van vele ouders.
Na afloop is er voor ieder kind een oranje koek met spikkeltjes. Heerlijk genieten van deze sportieve prestatie lopen alle leerlingen terug. Spullen worden door ouders en leerkrachten netjes opgeruimd.
Tijdens de lunch genieten we nog even na. Wat een goede organisatie. Wat hebben de kinderen heerlijk kunnen bewegen, gezellig met elkaar dit feest gevierd en zichtbaar genoten. Daar doen we het voor.




zaterdag 13 februari 2016

Leren lezen is belangrijk in je verdere leven

Lezen is belangrijk voor het welbevinden en succes in je leven. Daarom is het goed om kinderen zo jong mogelijk met geschreven taal in aanraking te laten komen. Zo zullen ze de wereld om hen heen leren kennen, ervaringen kunnen opdoen, nieuwsgierig worden, plezier beleven, leren onderzoeken en noem maar op. De wereld worden groter en beter te begrijpen. 

Het begint al heel vroeg als kinderen thuis lekker bij hun ouders op schoot of op de bank - leunend tegen een ouder - worden voorgelezen. Dan leren ze al dat taal geschreven staat, woorden zinnen maken en taal betekenis heeft. Daarnaast laat die taal zien dat het plezier geeft en iets oplevert.
Op de basischool of wellicht al op een peuterspeelzaal wordt dit proces voortgezet door langzaam maar zeker de bewustwording van letters en klanken zichtbaar en hoorbaar te maken. Hun eigen naam bestaat uit letters, maar ook de wereld om hen heen bestaat daaruit. De nieuwsgierigheid wordt bevredigd als ze de letters die ze zien ook een betekenis kunnen geven. Fonemisch bewustzijn is het bewust worden van die klanken die aan letters toebehoren en waarvan woorden gemaakt worden. Die woorden hebben betekenis. Met die woorden kunnen zinnen gemaakt worden, zodat er een verhaal, een uitleg, een recept of een gedicht ontstaat.
Doorgaans is groep 3 het jaar waarin het aanvankelijk leesproces op gang komt. Sommigen hebben het lezen al eerder geleerd. In Finland begint men een jaar later. Het is een gevoelige periode waarin leerlingen de leesstrategieen makkelijk oppikken. Voor een leerkracht - en ik spreek uit ervaring - een lust om te zien hoe leerlingen na de eerste hak- en plakoefeningen hun eerste nieuwe woordjes kunnen lezen en ontdekken dat er nog veel meer is. Het ene kind houdt van verhalen, een ander meer van informatieve boeken. Het maakt niet uit. Leerlingen moeten kunnen genieten van het lezen, want zo gaan ze meer leeskilometers maken en versnelt hun leestempo. Door het hogere tempo worden de mogelijkheden van het lezen groter en kunnen er weer leukere boeken worden gekozen.
In de groepen 1/2, maar eigenlijk al eerder thuis of op de peuterspeelzaal, worden er al verhalen voorgelezen en daarover vragen gesteld. Wanneer je daar samen over doorpraat wordt het begrijpend luisteren gestimuleerd. Vanaf de tweede helft van groep 3 komt er ook begrijpend lezen aan te pas. Welke zin hoort bij bij welk plaatje en wat is het gevolg in een verhaaltje. 
Zo wordt in de basisschool het technisch lezen, het leesplezier en het begrijpend lezen gestimuleerd en goed begeleid om van de leerlingen goede lezers en enthousiaste lezers te maken. Lezers die steeds beter begrijpen wat er wordt bedoeld. 
Het lezen komt in elk ander vak en elk ander onderdeel in je leven terug. Kijk op school maar eens naar de redactiesommen in de rekenles en de zaakvakken. Ook bij onderzoeken, werkstukken maken en presenteren hebben leerlingen de geschreven nodig om te lezen en zelf te verwerken. Later gaat dat nog verder als leerlingen andere talen leren, technische vakken krijgen en verder gaan op een beroepsopleiding of studie.
In het dagelijks leven is het fijn om de ondertiteling te kunnen lezen. Ik weet nog dat ik als kind niet snel genoeg kon lezen en de zin van de ondertiteling al weg was, coordat ik hem had gelezen. Dat voelt niet fijn, zelfs heel frustrerend, want lezen is één ding, het begrijpen en het verhaal volgen is zo niet nog belangrijker. Een recept lezen en van daaruit een maaltijd bereiden, een handleiding lezen en begrijpen hoe een apparaat werkt, de krant waarin het actuele nieuws uitvoerig wordt beschreven en niet in de laatste plaats de vele spannende boeken die de fantasie van iedereen aanwakkert.
Als kind van de toen nog lagere school, herinner ik me dat ik boeken voor mijn neus kreeg om te gaan stil lezen. Het boek had een bruine kaft, mocht ik niet zelf uitkiezen en had - en dat was nog het ergste - een achterhaalde spelling. Menschen met sch en zoo met dubbel oo. Ik deed dan altijd alsof ik zal te lezen, maar deed intussen niks. Ik vond er niks aan. Dat heeft bij mij een aversie tegen het lezen teweeg gebracht, dat ik gelukkig ruimschoots heb ingehaald.
Het is daarom zo ongelooflijk belangrijk dat er al op jonge leeftijd geinvesteerd wordt in het ontdekken van letters, het leren lezen, maar vooral dat lezen leuk is. Aantrekkelijk. Leer het lezen op vele verschillende manieren aan. Daarbij kan de digitale wereld ondersteunend zijn en voordelen hebben, maar er gaat toch niets boven het heerlijk op de bank wegkruipen met een papieren boek.  

zondag 31 januari 2016

Een toets is een bron voor meer informatie.

Januari. Het is de maand van de M-versies van de Cito-toetsen. De halfjaarlijkse check hoe de leerontwikkeling van de leerlingen ervoor staat en hoe leerkrachten onderwijs hebben gegeven.
Hoe zwaar moeten we de uitslagen van de toetsen nemen? Doen we dan recht aan ieder kind, aan iedere leerkracht en dus aan elke school?

Het blijft een ingewikkelde discussie. Toetsresultaten zijn belangrijk om de ontwikkeling van leerlingen te kunnen volgen. Goed kunnen analyseren welke doelen zijn behaald en welke actie we in het komende half jaar kunnen uitvoeren. Welke onderwijsbehoefte heeft deze leerling? Wat heeft hij van de leerkracht nodig? Wat heeft hij van zijn omgeving (klasgenoten, ouders, oppas,...) nodig? Hoe helpen we deze leerling verder, maar vooral hoe blijft deze leerling leren en ontwikkelen?
Ook de inspectie heeft een andere draai gegeven aan de inspectiebezoeken en een veranderd toetsingskader ontwikkeld. Het draait niet alleen om de onderwijsresultaten, maar om de school als geheel. Daarbij horen ook de kwaliteitscylus(planmatigheid), het onderwijsproces(didactisch klimaat), het schoolklimaat(pedagogisch klimaat) en het financiele beheer. Zelfevaluatie is daarbij van groot belang. Reflecteren met andere scholen.
Ondanks deze verandering, moet mij toch iets van het hart. De resultaten, die meetbaar zijn, blijven belangrijk. Deels ben ik het eens dat resultaten voor een groot deel te maken hebben de competenties van de leerkracht, de intern begeleider en de schoolleider. Om nu een klassengemiddelde wat ondermaats scoort hierop af te rekenen vind ik wat kort door de bocht. Het is altijd belangrijk om de waardes van de scoresgoed in kaart te brengen. Waar komt een groep en een individuele leerling vandaan, watis ermee gedaan, en hoe is het tot dat punt gekomen?
Al die regels van bijvoorbeeld een leerling die minder dan 2 jaar in Nederland verblijft, dyslexie heeft, een ontwikkelingsperspectief heeft of andere omstandigheden moeten we mijns inziens niet te strak in een keurslijf gieten. Bekijk waar een school mee bezig is, welke ontwikkelingen er zijn gemaakt en ga dan in gesprek hoe het wellicht anders kan. Laat die wijzende vinger nu eens wijzen naar de goede dingen en geef een school tijd en kans om zich te verbeteren.
Een minder goede leerkracht kun je ook niet ineens op straat zetten. Een zwangere of een zieke leerkracht moet vervangen worden. Van invallers kun je niet alle opvang verwachten en zeker niet ook nog eens de taken die vrij zijn gevallen. In zo'n periode staat de onderwijsontwikkeling stil. Dat geldt ook voor veel wisselingen of groei- of krimpscholen, die te maken hebben met zaken die moeten worden opgevangen.
Het is een goede ontwikkeling om ook het schoolklimaat net zo belangrijk in te schalen als de resultaten. Zorgelijk is wel dat nu alles voldoende moet zijn. En zo niet, wat dan?
Wat gebeurt er nu met de Citotoetsen? Leerkrachten gaan van te voren bekijken wat er gevraagd wordt en gaan zo bepaalde leesvaardigheden en aanpakken aanleren, die in de toets worden gevraagd. Met als gevolg dat de normeringen weer worden aangepast en zo blijven we achter de feiten aan lopen. Het klopt niet.
Dat scholen geinspecteerd worden lijkt me een goede zaak. Het gaat immers om de jonge mensen van de toekomst. Bekijk en check ook hoe zaken worden bereikt, wat de populatie meebrengt, hoeveel zorgleerlingen een groep telt, en zo zijn er vele facetten die een andere invalshoek geven. Geen excuus, maar in kaart brengen van een situatie. 
Ook de professionaliteit van de leerkracht is belangrijk. Onderwijs is in beweging en je vak bijhouden is goed voor jezelf en voor de leerling.
De Cito-toetsen zijn echter een bron van meer informatie om de school in kaart te brengen. Informatie over de leerling, de leerkracht, het onderwijs en hoe de school het op het gebied van resultaten doet. Daar moet op worden geacteerd. Dat is prima. Zorg wel dat de drive van een school, de flow van de leerkracht, de kracht van de intern begeleider en het enthousiasme van de directeur gestimuleerd blijft en ze door kunnen gaan met hun boeiende vak onderwijs. Het zou zonde zijn als dit ten koste gaat van het pedagogische klimaat. Leerkrachten hebben uit passie hun beroep gekozen. Geef ze de ruimte.

zondag 17 januari 2016

Bijzonder kind

Elk kind is bijzonder. Elk kind is uniek. Soms valt er ineens een kind op, omdat ze iets zegt of iets doet of zomaar alleen maar omdat het je aankijkt.

Voor het gemak noem ik haar Els. Els is een meisje van inmiddels 5 jaar en zit voor de tweede keer in groep 1. Ze is te vroeg geboren met cerebrale parese, een hersenafwijking, waarbij zij hinder ondervindt bij het lopen, ze draagt een spalk om haar linkerbeen, en bij het zicht van haar linkeroog, waarbij nauwelijks diepte en contrasten worden herkend. 
Els had het in het begin best moeilijk. Ineens op school en dan zoveel moeten doen. Gymnastiek dat niet zo makkelijk was. Naar de toilet was een opgave. Veel kinderen, die alles wel gewoon konden doen. En dan ook nog bepaalde tekeningen en plaatje niet goed kunnen onderscheiden.
Na een aantal maanden op school hebben we een arrangement aangevraagd bij het samenwerkingsverband. Hiermee hebben we de hulp in kunnen zetten van een onderwijsassistent, een groepsleerkracht en een gymleerkracht. Prachtige hulpmiddelen en expertise van een preventief ambulant begeleider van een specialistische school en de aansturing van een lokale onderwijsadviseur vanuit het samenwerkingsverband. 
Bij een groot overleg zitten er gemiddeld 10 mensen rondom de tafel om de hulp voor dit meisje op een gewone reguliere basisschool soepel te laten verlopen. Hoe mooi is dat.
Els heeft twee goed meedenkende ouders en een broertje - laten we hem Daan noemen - van 2.
Els komt in de afgelopen week naar me toe. Ze begint - in tegenstelling tot haar start, waarin ze me nauwelijks gedag durfde te zeggen - een heel enthousiast verhaal. Blij begint ze te vertellen. "Juf Hanneke, mijn broertje komt ook hier op school. Het papier is onder jouw deur geschoven. Als hij op school komt, dan zit ik al boven en Daan beneden." 
Haar ouders hebben het inschrijfformulier van Els ingevuld en bij mij onder de deur van de directiekamer geschoven. En hoe trots is deze grote zus, dat haar kleine broertje ook hier op school komt.
We weten alleen niet hoe lang Els het bij ons op school gaat redden met haar handicaps. Maar die pret ga ik haar niet ontnemen. 
Wat een heerlijk kind.

donderdag 31 december 2015

Gewone dingen die toch bijzonder zijn

Het is 31 december. De laatste dag van het jaar 2015. Een jaar van bijzondere gebeurtenissen(ook aanslagen, neerstorten MH17 en oorlog in Syrië)  droevige dingen (ziekte van mensen, overlijden) , vreugdevolle dingen en dingen die mij aan het denken zetten.
Vandaag blik ik even terug op dit jaar, maar kijk ook graag vooruit. "Wat de toekomst brenge moge..." is zo'n mooie zin uit gezang 293 van het oude Liedboek (van de nieuwe weet ik het nummer niet uit mijn boek.) Maar ben ook even bij 'gewoon' vandaag.

Vanmorgen stond ik op om wat oefeningen te doen voor mijn onderrug en heupen. Meegekregen van de fysio. De squad is daarvan een van de lastigste. Ik doe het toch braaf, want die houdingsoefeningen helpen me wel.
De krant wordt even vluchtig bekeken en zie dat Brussel en Parijs nog steeds in staat van paraatheid zijn. 
De kat van de achterburen verblijden met een bezoekje. Intussen een zakje voer opdienen en de kattenbak in orde maken, zodat ook zij - haar naam is Zaza - ook schoon een nieuw jaar kan beginnen. Wat zou ze zeggen als ze miauw roept? Heerlijk even kroelen en dan hup weer terug. 
Dikke knuffel aan manlief (zit lekker te lezen) en met boodschappentassen richting Delft. In de auto luisterend naar de Top 2000. Zo kunnen we als boodschappendienst voor mijn ouders zorgen. De broze mensen lopen voetje voor voetje het huis uit, strompelen de trap af (met stok) en stappen in de kleine compacte auto (die we toch nog maar niet hebben ingeruild). Het boodschappenbriefje in de tas die onder de arm geklemd zit.
In de grote supermarkt die op de kleintjes let, hebben we beiden twee boodschappen vol lekkers ingeladen. Met twee karren sjokken naar de lift, alwaar we richting de tweede verdieping zoeven. Nadat de tassen in de auto gesjord zijn, brengt papa de karren terug en de muntjes worden netjes opgeruimd.
Het zonnetje schijnt en die laten we deze oude mensen maar eens lekker opsnuiven. Even lekker de buitenlucht laten voelen. Heerlijk. Iets heel kleins, maar zo lekker.
Weer in hun huis drinken we koffie, eten daar een lekkere koek bij en ga ik weer richting huis om mijn lieve man te vergezellen. Hij is immers lekker vrij.
Onze boodschappen netjes opruimen. Luisteren wie er nog tot hoe laat thuis blijft en de aanvullende etenswaren in huis halen.
Dan rustig aan de thee. Dit rustig opschrijvend, denk ik aan dit warme huis. Wat heb ik het getroffen om zo'n lieve betrouwbare man te trouwen, zulke schatten van kinderen te mogen grootbrengen en zulke lieve ouders nog even een handje te mogen helpen. Daarnaast ook nog even mogen genieten van de kat van de achterburen, gratis.
Intussen worden de laatste 75 nummers van de top 2000 afgedraaid op Radio 2. Het ene nummer eerlijk gezegd mooier dan het andere, maar smaken verschilen. 
Terugkijkend op 2015 zie je een opnieuwstartende dochter, een geslaagde zoon, die ook werk heeft en nog twee uitwonende studerende kinderen. Lieve mensen die hun plekje aan het zoeken zijn in deze wereld, waar je ze zelfstandig deel van uit wil laten maken, maar ook wil dat het lieve warme mensen zijn, die iets kunnen betekenen voor anderen, maar ook goed zijn voor zichzelf.
Teun die zijn werk in Den Haag afsluit. Een zus die opkrabbelt, zieke collega's die hun weg weer moeten vinden. 
Teleurstellingen en mooie nieuwe hervindingen (is dat een woord?).
De school vergt veel, maar we gaan door. De groei begeleiden. De passie voor het onderwijs ben ik niet kwijt, de balans is nog niet helemaal in evenwicht, maar door meer rekening te houden met jezelf komt er een beter evenwicht, zonder jezelf te verliezen.
Kijken naar 2016 start er weer een nieuw fris jaar. Teun begint in Rotterdam, de school groeit, ouders worden brozer, vrienden komen langs, werk en school gaan straks weer in een bepaald ritme verder. De wereld draait gewoon verder en toch is ook dat bijzonder.
Ook dit jaar zullen er teleurstellingen en nare gebeurtenissen zijn. Laten we hopen dat we daardoor de mooie dingen beter zien. Genieten van mensen die het goed met je voor hebben. Het fijn hebben met elkaar. Blij zijn met wat je hebt (we hebben het immers echt goed!). Dat is de kunst van het leven. En zo zijn gewone dingen heel bijzonder. Besef dat elke dag, elk uur, elk mooi moment in je leven.

zaterdag 21 november 2015

De werkdruk van de leerkracht wordt steeds groter

Een denkbeeldige 40-urige werkweek (nieuwe CAO) helpt weinig aan het verlagen van de werkdruk, het werk moet immers af. Als er om 17.00u. een ouder staat of je les ligt niet klaar voor morgen, kun je echt niet naar huis. Hoe houdt de leerkracht het vol?

Het programma “De Monitor” kwam met een oproep van een leerkracht die een signaal wilde afgeven over de werkdruk van leerkrachten. Een heel terecht signaal, welke ik als leidinggevende van een basisschool graag wil bevestigen en verder toelichten en tevens benadrukken dat de maat vol is. Ook als noodoproep naar het ministerie van onderwijs, minister Dekker en staatssecretaris Bussemaker, maar wellicht ook richting PORaad, inspectie, leerKRACHT,  en alle andere goedbedoelde instanties.
Een heel goed signaal van deze lerares/leerkracht om dit bij “De Monitor” aan te kaarten.
Als directeur van een basisschool zie ook ik een steeds grotere druk ontstaan bij onze leerkrachten vanuit ouders en eisen van leerkrachten in het algemeen.
Nadenkend over dit fenomeen, denk ik aan de volgende oorzaken/feiten.

1. Transparantie in het algemeen
A. Er moet voortdurend worden gecommuniceerd vanuit de school naar ouders hoe het gaat met hun kind (en) en waarom bepaalde zaken op die manier worden gedaan. Dit kost veel (kostbare) tijd. Denk aan beantwoorden e-mail, terwijl ik leerkrachten aanraad om zo veel mogelijk telefonisch of face to face te bespreken. Ouders willen zelfs een platform.
Naast wat ze over hun kind willen weten en bespreken, zijn er uiteraard ook de nieuwsbrieven, website, onderwijskundige nieuwbrief ed. De inspectie controleert hierop. Dit laatste ligt iets minder bij de leerkracht, al zijn zij wel verantwoordelijk voor hun eigen pagina op de website.
B. Leerkrachten moeten laten zien wat ze kunnen aan de directie. N.a.v.  flitsbezoeken en klassenbezoeken worden er gesprekken gevoerd.
C. Leerkrachten leggen verantwoording af aan de IB-er(s) door met hen in gesprek te gaan welke acties voor welke leerlingen de goede effecten hebben, maar ook hoe het kan dat een bepaalde werkwijze niet geschikt is voor een ander kind. Samen zoeken zij naar oplossingen.
D. Er moet voortdurend verantwoording worden afgelegd aan externe partijen: (dit is voor het grootste gedeelte de verantwoording van de directie)
- inspectie(schoolplan, vragenlijsten, schoolgidsen, resultaten, etc.), ministerie, scholen op de kaart
- samenwerkingsverband (welke doorvraagt en doorvraagt wat de school zelf nog kan als er een probleem wordt geconstateerd)
- bestuur

2. Ouders vragen veel gesprekstijd van leerkrachten. 
Hun kind (eren) is (zijn) een prinsje(s) of (/en) prinsesje(s) en zij staan in het middelpunt, hen mag niets ontbreken. Te pas en te onpas wordt om gesprek gevraagd. Sommige ouders hebben dit schooljaar (10 weken bezig) al 4 gesprekken gehad van anderhalf uur. Waar is de grens? Wat kan een leerkracht nog wel en wat niet meer?
Wij hebben in ons systeem aan het begin van het schooljaar een oudervertelgesprek. Twee keer per jaar zijn er rapportgesprekken. Bij de twee inloopmomenten kan er nog een afspraak worden gemaakt. Daarbuiten is het ook mogelijk om een afspraak te maken. En bij die laatste mogelijkheid loopt het nog weleens de spuigaten uit.

3. Aandacht en inzet voor de leerlingen de groep.
Het is goed om in verschillende niveaus te werken. Elke leerkracht doet dit in minimaal 3 niveaus op onze school en daarbij zullen ook nog wat extra leerlingen (bij wijze van uitzondering) daarbuiten een individueel plan (denk aan de arrangementen, de tegenwoordige aangepaste en uitgeklede rugzak) hebben. Individueel voor elke leerling is niet haalbaar en bovendien niet gewenst. Leerlingen kunnen zich binnen een subgroep aan elkaar optrekken en ze zullen moeten leren hoe het werkt in een groep (net als later in een team of op een afdeling).
Een ander verhaal wordt het, wanneer een leerkracht te maken heeft met een combinatiegroep.

4. Leer- en gedragsproblematiek neemt toe met passend onderwijs.
De groepen worden ingewikkelder en sommige groepen ook groter. De eisen waar een leerkracht aan moet voldoen wordt ook groter, de werkdruk hoger en het werk voor een groep vaak minder leuk hierdoor. Dat er nog zoveel mensen in het onderwijs werken is bijzonder. Er moeten vele ballen in de lucht worden gehouden. Werken in niveaus, extra hulp binnen  de les, waardoor nakijkwerk voor na de les blijft liggen en met ogen in je achterhoofd de klas in de gaten houden, waarbij leerlingen verwacht worden zelfstandig aan de slag te gaan.

5. Inspectie heeft negatieve invloed gehad (dit tij is enigszins gekeerd met het nieuwe toezichtskader) in het kader van de afrekening van slechte Citoresultaten. Cito's zijn slechts een klein onderdeel van wat gemeten wordt over wat je doet op een basisschool. 
Binnen een jaar van (zeer) zwak naar basisarrangement is daarin ook een onmogelijkheid. Welke goocheltruc gaat men dan uit de kast halen? Cito's oefenen, fraude, voorlezen, hulp bieden, ....

6. Financieel is het onderwijs uitgekleed.
Denk bijvoorbeeld maar aan voorzieningen als ict (loopt altijd achter de feiten aan en computers en digiborden of touchscreens zijn heel duur) of hetontbreken van een concierge (alles zelf kopieren, koelkast en was zelf doen, meubels sjouwen bijverplaatsen klas, schoonmaak 2x per jaar, soms zelf materiaal kopen...).

7. Nieuwe CAO met 40-urige werkweek
De nieuwe cao geeft inzicht in de tijd die men kwijt is. Een grote misser is de zogenaamde opslagfactor van 40% (hieronder vallen lesvoorbereidingen, nakijkwerk, oudergesprekken, vergaderingen, maken van groepsoverzichten en groepsplannen, bijhouden van administratie zoals absenten en dossiervorming, lezen van verslagen, overleg intern begeleiding, rapporten maken, etc.) nooit toereikend is voor de gemiddelde leerkracht.

8. Weer een nieuwe richting (onderwijs2032),
Een nieuwe richting kan goed zijn om het onderwijs te verbeteren. De laatste jaren zijn er heel wat nieuwe richtingen ingeslagen. Een nieuwe richting betekent dat er weer een verandering van denken wordt gevraagd van leerkrachten. Betekent weer een andere koers varen. Betekent ook extra energie.

9. Schoonmaakmomenten en klaslokaal inrichten/opruimen
Ooit weleens meegemaakt dat een medewerker van een kantoor 2x per jaar moet helpen soppen? Dat gebeurt op scholen wel. De reguliere schoonmaak maakt de vloeren, de toiletten, de bovenkant van tafels en kasten schoon en dan houdt het een beetje op. Samen met ouders wordt er 2x per een schoonmaakmoment georganiseerd.
Ook jouw werkplek is jouw verantwoordelijkheid. Voordat de school start na de zomervakantie heeft de leerkracht zijn klas al moeten inrichten, schriften schrijven, tafels slepen, naamkaartjes maken en noem maar op. Dat zit voor een deel in de 40-urige werkweek. De meeste leerkrachten zullen het hiermee niet halen. Ook halverwege een jaar worden de groepen nogal eens anders ingericht, kasten handiger ingedeeld of anderszins.

10. Deskundigheidsbevordering
Iedere leerkracht moet de deskundigheidsbevordering inzichtelijk maken. Goed om dit bij te houden. Vakliteratuur lezen, een cursus of zelfs een zwaardere studie volgen. De meeste tijd zit niet meer in die 40 uur hoor. Dat lukt vaak niet, want die tijd is al op.


Ik kan nog meer dingen noemen, maar dit zijn mijns inziens de belangrijkste.
Het is goed om dit onder de aandacht te brengen. Erg goed zelfs. Roep het uit naar het ministerie van onderwijs! De grens is niet alleen bereikt maar ook overschreden. Als schoolleider van een school met ruim 200 leerlingen is het zwaar (met 1x per 2 weken een administratief medewerker, zonder conciërge, telefoon aannemen, ouders te woord staan, taken zijn inclusief het werk van ictcoördinator, werkzaam 4,5 dag), maar ook als leerkracht is het zwaar en moet men alle zeilen bijzetten om aan alle eisen te kunnen voldoen. Petje af voor deze hardwerkende mensen, die willen gaan voor iedere leerling, ieder kind. Ieder kind is een bijzonder kind. Hoe zou u zich voelen als alle energie uit je wordt getrokken als u het onvermogen voelt om daaraan net niet te kunnen voldoen?
Je moet er met elkaar voor gaan en het met doen. Elkaar op de been houden. Elkaar inspireren, in de flow brengen en net dat tandje harder willen en kunnen lopen. Enthousiasmeren.
Uitval (een griepje bijvoorbeeld) betekent stilstaan en eigenlijk kan dat niet. Uitval van een intern begeleider(=zorgcoördinator) binnen de school (zoals onze school nu voor de tweede keer in vijf jaar tijd doormaakt voor een periode langer dan een jaar) is schadelijk voor de organisatie. Maar daar houdt ministerie en inspectie geen rekening mee. Je moet dit gewoon kunnen opvangen. Zwangerschappen van leerkrachten die 4 maanden uit de groep stappen? Als school moet je die zaken maar opvangen, laat staan als leerkracht, terugkomen is voor de volle 100% weer aan de bak. Een kleintje of niet.

Toch is het beroep leerkracht, intern begeleider en schoolleider in het basisonderwijs boeiend en inspirerend. Het gaat om de leerlingen die je wilt laten groeien. Leerlingen die leren leren, leren ontdekken, ondernemen, leren samenwerken, filosoferen en leren belangrijke stappen te maken, die je als leerkracht verder brengt in hun cognitieve en sociale ontwikkeling en sterk maakt om straks deel te kunnen nemen aan de maatschappij . Wat is het een mooi beroep. Voorlopig ga ik er nog voor!



Trouw, vertrouwen, vertrouwelijk

In het onderwijs - zoals ook op vele werkplekken en situaties waar mensen samen zijn - is vertrouwen een groot goed. Elkaar vertrouwen geven en vertrouwelijk omgaan met die informatie hoort daar automatisch bij. Toch zitten hier wel verschillen tussen. En wat is het tegenovergestelde?


Trouw zijn aan een ander is meestal binnen een liefdesrelatie. Dit kan ook op werkplekken, zoals het onderwijs. Als er een liefdesrelatie op de werkplek is, zou het niet goed voelen. Trouw zijn kun je ook aan een school, zolang je werkt voor die school. Je bent loyaal aan die school en aan je collega's. Collegiaal omgaan doe je met een bepaald respect. Je voelt je vertrouwd en verbonden met de school. 

Ook trouw zijn aan de leerlingen, waar je vertrouwen aan geeft, hoort hierbij. Leerlingen voelen zich prettig. Als leerkracht kun je liefde uitstralen en het voorbeeld zijn. Het pedagogisch klimaat in de groep is een vorm van trouw zijn aan elkaar. Een leerkracht met een empatisch vermogen (=iemand die zich kan inleven in de ander) geeft de leerling een vertrouwd gevoel. De leerling voelt zich vertrouwd en de leerling kan ervan op aan dat de leerkracht te vertrouwen is. 
Hetzelfde geldt voor ouders. Ook hen ben je trouw en vertel je in alle eerlijkheid over hun kind(eren). Ouders zullen zich dan ook vertrouwd voelen.
Trouw zijn aan externen die expertise de school inbrengen is vaak wat verder weg, maar toch zit ook hier trouw in. Het moet goed voelen en er worden ook zaken in alle vertrouwelijkheid besproken. Het raakt alleen vaak niet jezelf, omdat er over anderen wordt gesproken.
Zo komen we bij het tweede woord, wat hier zeker mee in verband staat: vertrouwen. Je moet elkaar kunnen vertrouwen. In een liefdesrelatie, maar zeker ook in een werkrelatie en bij elke soort van samenwerking die je kunt bedenken. Je moet daarbij op elkaar kunnen leunen, kunnen steunen, bouwen, overleggen en dus geef je vertrouwen aan elkaar. Je vertrouwt elkaar volledig in wat je zegt en doet, wat je met elkaar bespreekt en afspreekt. Dat is zowel als collega's onderling als binnen een groep waar je afspraken maakt met de leerlingen. Dit raakt de veiligheid die je de leerlingen biedt. Als je doet wat je belooft, hebben de leerlingen vertrouwen in jou als leerkracht. Als de schoolleider doet wat hij zegt hebben de leerkrachten vertrouwen in hem of haar. Als een bestuurslid iets belooft, dan is het goed om zich aan zijn woord te houden, zodat hij te vertrouwen is.

Soms is het zo, dat bepaalde zaken vertrouwelijk behandeld moeten worden. Dan ga je nog een stapje verder. Je belooft dan niet alleen dat iets niet gezegd wordt, maar je doet het ook echt niet. Dit kan in vele situaties. Bepaalde zaken houden we privé. Sommige zaken vertel je in vertrouwen en vraag je ook om dit vertrouwelijk te behandelen. Gesprekken met leerlingen kunnen vertrouwelijke informatie bevatten. Je houdt dan natuurlijk echt je mond dicht. Je bent anders immers niet te vertrouwen en zeker niet trouw aan dit kind.

Andere woorden en uitdrukkingen die hieraan verwant zijn:
Betrouwbaar, iemand is betrouwbaar als je hem iets in vertrouwen kunt vertellen en hij dit ook echt niet doorvertelt.
Trouwen, het werkwoord als twee liefdespartner elkaar het ja-woord geven. Ook een vorm van trouw, elkaar vertrouwen en vertrouwelijk zaken kan bespreken.
Ontrouw is het tegenovergesteld van trouw, de trouw is verbroken, diegene die iets had beloofd heeft niet zijn woord gehouden.
Hertrouwen is het werkwoord dat bedoeld is als partners opnieuw gaan trouwen.
Te goeder trouw betekent uit met goede bedoelingen handelen. Er komt geen misleiding of bedrog aan te pas. 
Het is altijd rouwen en trouwen Het leven bestaat uit een afwisseling van goede en slechte momenten.
Zo zijn we niet getrouwd. Zo hebben we dat niet afgesproken.
Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Het is makkelijker om iemands trouw te schaden, dan deze verkrijgen.

Natuurlijk heb je dan ook nog allerlei afgeleide woorden zoals trouwring, trouwzaal, trouwjurk, trouwpak, trouwerij, ontrouw, betrouwen, gezagsgetrouw, maar twee hele mooie woorden zijn plichtsgetrouw en waarheidsgetrouw. Die geven nog meer de betrouwbaarheid (het geloof in de ander) aan van vasthoudendheid en doen wat je belooft. Het geeft een goed gevoel, het heeft te maken met je persoonlijkheid en je geweten. Het heeft te maken met eerlijk zijn. En ... eerlijk duurt het langst!


zaterdag 31 oktober 2015

Ontwikkeling


Ontwikkelen heeft volgens de digitale encyclopedie (BRON: http://www.encyclo.nl/) een aantal betekenissen:
- bedenken en maken vb een energiezuinige hybride auto ontwikkelen
- het ontwerpen en uitvoeren vb: wie van jullie heeft dit plan ontwikkeld?
- opnames zichtbaar maken vb: het filmpje moet ontwikkeld worden- ontstaan vb: er ontwikkelde zich een discussie
- kennis vergroten, erbij leren vb: onze Jantje ontwikkelt zich voorspoedig
- langzamerhand beter en sterker worden
- stimuleren van het bereiken van persoonlijke doelen door de ontwikkeling van kennis, competenties en talenten.
- doen groeien
- ontvouwen

- kweken


In het onderwijs hebben we het met name over bedenken, maken, ontstaan, kennis vergroten en sterker worden. Dat kunnen leerlingen zijn, maar uiteraard ook leerkrachten, intern begeleiders, remedial teachers, onderwijsassistenten, directeuren, bouwcoördinatoren, lerarenondersteuners en conciërges. Vanuit de leerkracht (of andere begeleider voor de leerling) en de ouder door het stimuleren daarvan. De leerling op een hoger plan brengen. De leerling een stapje, een sprong of een niveau verder helpen.

Als we een leerling vergelijken met een bol of andere plant die uit een zaadje groeit, weet je dat er al bepaalde genetische eigenschappen in de bol of het zaadje aanwezig zijn. Toch is de omgeving voor een bol of zaadje heel belangrijk. Het moet op het goede moment gepoot of gezaaid worden, zonlicht speelt een rol, de temperatuur moet goed zijn en de hoeveelheid vocht moet zijn afgestemd op de toekomstige plant. Alle omstandigheden zijn belangrijk om de plant optimaal tot bloei te laten komen.

Zo is het ook met onze leerlingen. De omgevingsfactoren zijn belangrijk. De begeleiders in de omgeving van het kind kunnen het kind stimuleren, maar ook het lokaal waar een kind zit speelt een rol, het geluid. Bij de ui zie je de omgeving aan de buitenkant. (Bron:www.galamaorganisatieontwikkeling.nl)

Het gedrag is hoe een leerling handelt. Wat doet het om zich te kunnen ontwikkelen. Waarom doet een leerling het op die manier? Hoe kunnen we hem helpen om het beter te doen?

Steeds verder naar binnen in de ui komen we bij het kind zelf. Op school kijken we naar de belemmerende en stimulerende factoren (denk hierbij aan de theorie van handelings werken) die een leerling kunnen afremmen of juist verder kunnen helpen. De leerkracht doet ertoe. Hij of zij gaat bekijken, bevragen, uitproberen en in gesprek met ouders en kind wat hem helpt en wat beter is om niet te doen. Men zoekt naar de onderwijsbehoefte van het kind.

De onderwijsbehoefte is eigenlijk een soort gebruiksaanwijzing. Op welke manieren gaat deze leerling het beste functioneren. Hoe gaat deze leerling het prettigste werken. Wanneer zit deze leerling het beste in zijn vel.

Het is de kunst om elke leerling een stapje verder te brengen en hem of haar het gevoel te geven dat het iets heeft geleerd. Dat houdt een leerling nieuwsgierig en zal zich de volgende dag weer inzetten om iets nieuws te leren.

Het is voor de leerkracht een opdracht om de leerling te laten ontwikkelen, te laten groeien.
Door de ontwikkeling goed te laten verlopen is het fijn als de leerling en de leerkracht weten waar het naartoe moet. Welk doel, welke richting wil de leerling op? Wat wil deze leerling leren? Hoe wil de leerling dat leren? Wat heeft de leerling daarvoor nodig?

Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor leerkrachten en andere professionals. Ook zij blijven elke dag leren en ontwikkelen. Blijf nieuwsgierig en kijk verder. Denk eens buiten de kaders. Ga een stapje verder.

Zoals Floor Reaijmaekers vertelt in haar lezing en artikelen: "Ga voor een growth mindset. ", dan pas kom je verder en zul je leren leren. Dan is er sprak van ontwikkeling en groei.


zondag 11 oktober 2015

Verbinding

Om dit blog te kunnen publiceren heb ik een internetverbinding nodig. Zo zijn er in het leven en werken van mensen vele verbindingen nodig, die nieuwe verbindingen, relaties, vertrouwen en verantwoordelijkheden mogelijk maken. Deze verbindingen zijn belangrijk voor de ontwikkeling van jonge mensen, maar ook volwassenen blijven dagelijks leren hoe zaken beter kunnen.

Verbindingen vanaf de geboorte
Als pasgeboren baby heb je de verbinding nodig met je ouders, je familie en steeds meer de mensen om je heen. Zo ontwikkelt een mens, groeit en komt tot bloei in relatie tot anderen en zijn omgeving. Daarvoor is verbinding nodig. Hierin zit ook het woord binding, belangrijk voor de hechting van dit kind bij deze ouders.
Wanneer een kind groter en ouder wordt gaat het meer verbindingen aan met zijn familie, vrienden en omgeving. Zo groeit het. Zo kan het een mening vormen. Vergelijken. Keuzes maken en verder gaan met de dingen die hij/zij doet of wil gaan doen in het leven. Verbindingen aangaan met wie hij/zij wil. 
In een basisschool gaat het niet anders. Voortdurend worden daar verbindingen gemaakt of is het fijn om verbindingen tot stand te brengen. Het mooi om verbindingen te zoeken waar men in eerste instantie niet aan zou denken.

Interne verbindingen in een basisschool
Allereerst maken leerlingen en leerkracht(en) verbinding met elkaar. Als dit niet zo zou zijn, zou het onderwijs geen goed onderwijs kunnen zijn. Voorwaardelijke voor een goede les, het leren, het stimuleren en begleiden van leerlingen. 
Leerkrachten maken verbinding met ouders. Als het goed is hebben ouders en hun kinderen die verbinding al thuis gemaakt, maar geeft een hulpouder een nieuwe verbinding aan op school. Zo kan er samen iets op gang worden gebracht, hebben we elkaar nodig om dingen voor elkaar te krijgen. Samen een school juist door verbondenheid.
In de school zijn er ook onderling verbindingen tussen leerkrachten, tussen leerkracht en intern begeleider, tussen intern begeleider en directeur, tussen leerkrachten en directeur en tussen het team en het bestuur. Er wordt vaak gesproken over een goede communicatie, welke natuurlijk belangrijk is. Helemaal eens. Het woord verbinding vind ik echter een mooiere benaming, omdat dit meer zegt over de intensie om een goede (werk- of privé-)relatie aan te gaan. Volwaardig vertrouwen in elkaar, openheid, eigen verantwoordelijkheid en de wil om er met elkaar het beste van te maken. Je spreekt van een gezamenlijke passie, waar er een visie is die mensen doelgericht op het goede pad houdt. Elkaar scherp houden - dus ook feedback geven - , maar toch elkaar in de waarde laten. De kracht halen uit de mensen met wie je samen een verbinding aangaat. Genieten van wat een ander voor elkaar heeft gekregen. Het enthousiasme wat ontstaat als er dingen zijn gelukt. Samen vieren, samen verder.
Wanneer elke persoon binnen de school deze verbinding aangaat en zich aansluit bij de rest, is dit van onschatbare waarde voor de school als geheel. Dus ook de onderwijsassistent en de administratief medewerker en natuurlijk de oppas van leerlingen. In verbondenheid bereik je meer, 1 + 1 is immers meer dan 2.
Intern zijn er met ouders en school ook de verbinding met de medezeggenschapsraad en de ouderraad. Onmisbare en verplichte organen die zorgen dat er verbinding is, elkaar scherp houdt en zorgt dat we samen zaken kunnen bereiken. 

Externe verbindingen
Een (basis-)school heeft ook verbindingen naar buiten. Als een leerling extra hulp behoeft zullen er lokale onderwijsadviseurs en preventieve ondersteuners geraadpleegd kunnen worden vanuit het samenwerkingsverband. Ook ambulant begeleiders, jeugdverpleegkundige van Centrum voor Jeugd en Gezin, schoolmaatschappelijk werk, externe remedial teachers, ondersteuners vanuit bepaalde clusters en voor specifieke leerlingen zoals bijvoorbeeld dyslectie of hoogbegaafdheid. Mensen die daadwerkelijk een meerwaarde hebben op ontwikkeling en onderwijs.
Een tweede groep externe partners met wie de school verbinding heeft en samen zorg draagt voor de ontwikkeling van leerlingen zijn de mensen waar kinderen buiten schooltijd worden opgevangen. Dan hebben we het bijvoorbeeld over de peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang, een grootouder en de oppas. Het is fijn als er een goede verbinding is, zodat het werk in verbndenheid gedaan kan worden. Hoe beter de verbinding, en hoe beter de communicatie, hoe beter het is voor leerlingen en ouders.
Een derde groep die verbinding zoekt of waarbij verbinding belangrijk kan zijn, zijn onder andere sportclubs, scouting, lionsclub, bibliotheek. Ondersteunend aan de ontwikkeling van onze leerlingen, een meerwaarde om hen verder te brengen.
Dan zijn er nog verbindingen met krant, de website van de school en social media, waarbij de verbinding vooral belangrijk is voor de informatievoorziening naar buiten. Die verbinding zorgt voor een netwerk, waarbij de een ziet en de ander vertelt. Vertellen wat je doet als school, dat maakt nieuwe verbindingen. In gesprek gaan met elkaar houdt de zaag scherp en geeft stof tot nadenken. En zo groeien en ontwikkelen dan niet alleen de leerlingen, waar het hier op school natuurlijk om draait, maar ook de medewerkers en alle betrokkenen die hieraan verbonden zijn. Zo kun je in een professionele leergemeenschap stappen maken en doorontwikkelen, iedereen!