In januari mogen personeelsleden aangeven of ze meer of minder willen gaan werken, in februari gaan we in kaart brengen wie waar kan gaan "landen" of wie verplaatst wil of moet worden. In die tijd ga je als leiding van de school al kijken hoe de groepen moeten worden geformeerd. Het formeren van groepen is al een keus op zich, want als groeischool hebben wij onregelmatige aantallen leerlingen per groep, waardoor er gedwongen combinatiegroepen ontstaan.
Als dat station gepasseerd is komt de volgende fase. De wensen van het personeel wordt geinventariseerd en als formateur zoek je de beste plek voor de mensen zelf en de beste plek voor de organisatie. Dat is niet altijd makkelijk, want soms zijn er bepaalde groepen heel gewild of andere groepen juist niet.
De parallel trekkend naar een kabinetsformatie, waar men deze keer veel mannelijke kandidaten in heeft betrokken, zijn er een aantal overeenkomst, maar zeker ook een aantal verschillen te ontdekken.
Overeenkomsten zijn te vinden in de goede mensen op de goede plekken. Professionals die hun eigen ruimte en identiteit kunnen creëren. Opereren en veranderingen teweeg brengen. Doelen uitstippelen. Procesgericht, maar uiteindelijk ook productgericht. Intermenselijke relaties. Normen en waarden. Verantwoordelijkheid. Hard werken. Allemaal op beide plekken te herkennen.
Verschillen zijn er ook. Salarisverschil. Het kabinet kan mensen voorstellen, die in het kabinet mogen komen, leerkrachten zitten veelal vast aan een werkplek binnen een bestuur. Leerkrachten moeten fit zijn en kunnen niet eventjes Twitteren in de klas. Leerkrachten moeten goed weten hoe ze iets zeggen en een veilig omgeving scheppen. Belangrijk dus: Leerkrachten hebben te maken kwetsbare beïnvloedbare kinderen. Ze leren kinderen kennis en vaardigheden aan en oefenen samen. Het sociale aspect is belangrijk, want kinderen moeten leren met elkaar om te gaan, leren samen spelen, leren ruzie maken, leren hoe lastige zaken kunnen oplossen. Kinderen moeten leren om zelfstandig te functioneren en de leerkracht legt hierin, samen met de ouders, een basis voor de rest van hun leven.
En verder? Zal een formateur van een kabinet, net als een schoolleider zijn clubje mensen in een goede vorm moeten gieten. Soms met een beetje kneden, wat gesprekjes, mogelijkheden zoeken en mensen vooral het vertrouwen geven. Ze kunnen het!
Ministers staan voortdurend in de picture op televisie. Leerkrachten staan in de picture voor hun groep in hun school. Het gaat in beide gevallen om samenwerking, overleg en weleens meebewegen met de ander.
Waarom ben ik dan toch liever in de omgeving van een school aan het werk? Daar ligt mijn hart. Het kind moet centraal staan, kinderen moeten verder op weg geholpen worden. Kinderen geven plezier. Ze maken een ontwikkeling door. Je ziet ze groeien. Hun ongedwongen ontvankelijkheid. Kinderen willen leren. In een leerrijke omgeving ervaringen laten opdoen, vertrouwen en ruimte geven, enthousiast maken om straks in de maatschappij iets te doen, wat ze leuk vinden. Aan de basis staan van hun eigen carrière. Tja, misschien zelfs wel opleiden om uiteindelijk minister, formateur of minister president te worden.
Wat is het toch een heerlijk vak!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Bedankt voor uw reactie!