Het kind staat centraal. Daar draait het om. Het kind ontwikkelt zich op school door middel van relaties met de leerkracht en medeleerlingen. Thuis ontwikkelt het zich in relatie tot zijn ouders, eventueel broertjes en zusjes en de omgeving, zoals de buurt, vriendjes en vriendinnetjes.Die leerkracht doet er toe op school. Net als thuis ouders er toe doen. Ze zijn een belangrijk rolmodel voor het kind. Het biedt hen geborgenheid, liefde, het leert spelenderwijs omgaan met sociale vaardigheden, het leert omgaan met geluk, verdriet, teleurstellingen en mooie ervaringen. De leerkracht en de ouder kunnen kinderen ook stimuleren door gerichte uitleg, voorlezen, aanbieden van leerstof, afstemmen op het niveau van het kind en het helpen waar het nodig is. Thuis voelen ouders het haarfijn aan. Leerkrachten kijken naar de onderwijsbehoeften van kinderen. Wat heeft dit kind, in deze klas, op deze school, bij deze ouders en bij deze leerkracht nodig? Dat kunnen eenvoudige dingen zijn: vooraan zitten, een leerkracht die helpt bij het opstarten, een stappenplannetje, extra uitleg bij rekenen, een medeklasgenoot die helpt bij het voorlezen of gewoon af en toe een knikje van de juf dat hij/zij het goed doet en hem/haar ziet.
Het is daarom ook van belang om te praten met kinderen. Stel open vragen en luister wat dit kind te vertellen heeft. Waar is het mee bezig? Wat heeft het meegemaakt? Wat heeft het nodig op school? Wanneer kan het rustig slapen thuis? Een kind kan dit goed aangeven. De kunst om als volwassenen te luisteren en te kijken naar kinderen. Wat willen ze ons vertellen?
Daarnaast is belangrijk waar het kind mee in aanraking komt. Welke middelen heeft het tot zijn beschikking? Boeken lezen, bouwen met blokken of lego, vormen en kleuren ontdekken, muziek maken en buiten spelen. Het speelt allemaal mee. Soms in combinatie met een volwassenne, soms ook zelf ontdekkend. Door het juiste materiaal aan te dragen daag je het kind uit tot leren en ontdekken. Het ontwikkelt zich dan vanzelf.
In het onderwijs bestaat er een relatie tot leerling en leerkracht, leerling en omgeving en leerling en leerstof. Vandaar de formulie: Onderwijs = leerling x (leerkracht + omgeving + leerstof). Hierbij staat de leerkracht vooraan in de rij. De leerkracht doet ertoe. Verdiept zich in een leerling en leert het te begrijpen. De leerkracht gebruikt daarbij ook de omgeving en de leerstof. Door het stimuleren, doelgericht handelen, plannen en acties uit te voeren ontwikkelt het kind zich. De leerkracht is daarbij cruciaal.
Daarom is onderwijs zo belangrijk voor kinderen. Ieder kind heeft er recht op.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Bedankt voor uw reactie!