On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







vrijdag 13 mei 2011

Associatief denken

Associaties maken kan heel handig zijn. Het verruimt je blik, je denkt aan meerdere dingen tegelijk, er schieten je dingen te binnen en het laat je de zaken van verschillende kanten bekijken.
Associatief denken heeft te maken met mindmapping. Een woordveld maken en bedenken wat daar allemaal nog meer bij komt kijken. Een verbreding en een verdieping volgt dan vaak automatisch.
Naast het logisch (analytische) denken en het creatieve denken, zijn er nog veel meer vormen, maar dit zijn wel de meest gebruikte vormen. Het creatieve denken kun je stimuleren door gebruik te maken van mindmapping en dan komen de associaties vanzelf op gang. Bij de een makkelijker als bij de ander.
Wanneer je, zoals ik, heel associatief bent van nature, kan dit weleens in de weg zitten. Om maar een voorbeeld te noemen: Ik loop regelmatig naar boven om iets te halen, kom onderweg iets anders tegen en bedenk dat ik daar ook nog iets mee moest en vervolgens ga ik daar mee aan de slag en dit kan zich herhalen tot nog een andere actie. Gevolg: Ik loop naar beneden, zonder het voorwerp dat ik in eerste instantie van plan was te halen. Intussen kunnen er wel degelijk nuttige dingen zijn gebeurd.
Je hoofd kan daardoor weleens een chaos worden. Zelf heb ik er baat bij om op een dag, zeker tijdens het werk, lijstjes te maken met de dingen die ik in ieder geval moet doen, en ook dingen die kunnen wachten tot morgen. Tussendoor gebeuren er altijd dingen die urgent zijn en direct moeten, zonder dat dit op je lijstje staat, maar als het goed is, houd je ruimte in de agenda om dit op te vangen.
Terugkoppelend naar de kinderen op school, is het belangrijk te weten en om te leren kennen hoe onze kinderen op school denken. Assocoatief denken geeft mogelijkheden, maar kan ook, door de hoeveelheid associaties afremmen. Het is dan zaak om als leerkracht te helpen met structureren van de dag, bijvoorbeeld door middel van een dagtaak of weektaak. Leer de onderwijsbehoefte van het kind kennen en ga ermee in gesprek.
Hetzelfde geldt natuurlijk voor een beelddenker of juist een wiskundig denker. Ieder kind pakt de dingen op zijn wijze aan. Ze hebben iets van nature aangeleerd of ze hebben aanleg voor een bepaalde werkwijze. Een leerkracht moet daar achter zien te komen, maar kan hen ook andere manieren laten zien en aanleren. Mindmappen is aan te leren. Maar ook analytisch denken is aan te leren. Probeer beiden en kijk wat je bij welke situatie of bij welk vak het beste kunt gebruiken.
Wanneer leerkrachten in gesprek gaan met kinderen kunnen ze hen erbij betrekken. Hoe leer jij? Wat vind jij prettig? Hoe komt het dat je op die manier beter leert. Hoe zou ik jou kunnen helpen om bij het vak rekenen betere resultaten te laten halen? Wat zou jou helpen? Een coachingsgesprek met kinderen is een geweldige uitdaging!
Kinderen voelen zich dan serieus genomen. En dan geeft het niet hoe een kind denkt, als het zich er maar bewust van wordt en er wat mee kan, als een andere manier van denken nodig is.
Probeer het eens uit. Begin met een voorwerp en bedenk welke associatie je daarbij hebt. Ga verder of doe dit met anderen, laat steeds iemand iets bedenken op de associatie van zijn buurman. Verrassend resultaat! En je leert elkaar meteen kennen.


maandag 9 mei 2011

Woorden en communicatie - duoblog



Esmeralda
 
Woorden en communicatie.

Dit is een duoblog van Hanneke de Frel (directeur Maximaschool) en Esmeralda de Vries (Organisatie Socioloog van Avafit, zie hiervoor ook http://www.avafit.com/). Deze uitdaging is bijzonder omdat zij samen - vanaf de zwangerschap van hun oudste zonen, geboren in januari en februari van het jaar1991 - in hun werk dagelijks maar op verschillende wijze bezig zijn met “Communicatie”.
Hanneke:
Laat ik eens beginnen met de volgende stelling: “Woorden zijn een vorm van communicatie, maar communicatie is een vorm die zich niet alleen in woorden laat uitdrukken.“
Wikepedia helpt me bij de uitleg van het woord communicatie: Communicatie is de product, uitwisseling en betekenisgeving van boodschappen tussen mensen, die plaats vindt binnen een context van informationele, relationele en situationele factoren met als doel elkaar te beïnvloeden. Communicatie kan plaatsvinden met tekensystemen en andere uitdrukkingsvormen. Vindt de communicatie plaats via beelden, dan heet deze vorm visualisatie.
Communicatie is een groot woord, het hele onderwijs draait erom. Toch moet ik bekennen dat het meestal om “woorden” gaat en er erg veel wordt gesproken. Veel lessen draaien om de uitleg, de instructie en hoe je het wendt of keert, veelal zal hierbij gesproken moeten worden
Natuurlijk zijn er lessen handvaardigheid en gymnastiek, waarbij voordoen en nadoen (het handelen) ook belangrijk is. Muzieklessen kunnen zonder woorden, maar er zullen - zeker op een basisschool - veel liedjes(met woorden) worden aangeleerd.
Andere lessen, zoals biologie, geschiedenis en aardrijkskunde worden gevisualiseerd, zeker met de mogelijkheden van een digibord in de klas.
Het hoofdvak rekenen laat zich meer met concrete materialen zien en voelen, al wordt dit naarmate de kinderen in hogere groepen komen toch een stuk minder. Het blijft echter wel belangrijk om het rekenen te begrijpen en het inzichtelijk te maken. Denk bijvoorbeeld maar eens aan de vierkante meter of breuken leren door middel van een appeltaart of een reep chocola, kinderen vergeten het dan nooit meer!
Bij het vak “sociale vaardigheden” wordt al meer gebruik gemaakt van onze mimiek en dat zul je natuurlijk terugzien bij het contact tussen leerling en leerkracht.
Bij de hoofdvakken taal en lezen gaat het vooral om de woorden, de woordenschat, de spelling, de manier waarop we ze gebruiken en kinderen kunnen mijns inziens absoluut niet zonder.
Toch zie ik bij ons in het basisonderwijs de communicatie voornamelijk via woorden geschieden, zelfs met de ouders: een nieuwsbrief, een website, de informatieborden in de hal en de gang. Maar ik moet erbij zeggen, dat ik alle manieren wel aangrijp om deze te voorzien van beeldmateriaal, om het bij zo veel mogelijk mensen te laten binnenkomen. Alle social media ten spijt, het blijft veelal woordelijke communicatie: Msn, Facebook, Hyves, Twitter, etc.
Doen wij het in deze tijd wel goed met de kinderen op de basisschool? Of moeten wij een andere weg inslaan?


Esmeralda:
Wanneer jouw uitgangspunt is dat uitleg en instructie binnen veel onderwijsdisciplines vooral woorden nodig hebben, snap ik jouw vraag of het basisonderwijs wel goed bezig is. De basisvragen zijn eigenlijk: “Wat is de taak van het onderwijs? en “Waar ligt het belang van het kind?”. Meestal mondt het beantwoorden dan uit in koffiedik-kijken. Want wij weten - met de snelheid van de veranderingen in de omgeving - niet wat de jeugd van nu over 15 jaar nodig heeft, welke basisvaardigheden hij/zij moet beheersen en welke competenties hij/zij in de daarop volgende 40 tot 50 jaar nodig heeft. Ik waag me daarom niet aan een concreet antwoord op jouw vraag.
Toch denk ik dat onderwijs van crusiaal belang is bij de start op de arbeidsmarkt. Veel van mijn AVAfit blogs gaan hierover. Zoals jij weet zijn de kernwoorden in deze blogs ‘nieuwsgierigheid” en “inspiratie”. Een docent of leerkracht moet vooral de leerlingen nieuwsgierig maken en inspireren tot onderzoek. Volgens mij kan je dan rekenen, muziek, taal of gymnastiekles op verschillende manieren onderwijzen. Die appeltaart uit jouw voorbeeld bij het rekenen inspireert tot nader onderzoek en maakt ook nieuwsgierig of de taart lekker smaakt. (Is het trouwens wel een echte appeltaart en neemt niemand dan stiekem een hapje?) Dat maakt rekenen ineens leuk en interessant. Om de overstap van leerling naar leerkracht te maken zie ik wel een mogelijk probleem opduiken: Hoe vaak kom je het woord “nieuwsgierig(heid)” of “inspiratie” tegen in de functiebeschrijving van een leerkracht?


Hanneke:
Mensen die het onderwijs in willen, zijn vaak mensen met bepaalde ambities. Hierbij horen mijns inziens ook nieuwsgierigheid en inspiratie. Dat staat wel niet letterlijk in een functieomschrijving van een leerkracht, maar via een sollicitatiegesprek kun je al vrij snel de ”echte”(tja wat is echt?) gedreven onderwijsmensen eruit halen.
De taak van het onderwijs is om van de kinderen zelfstandige mensen te maken, die kennis hebben opgedaan en met die kennis nieuwsgierig naar de wereld te gaan kijken en te ontdekken en er uiteindelijk wat mee gaan doen: ervaren. Dit doen ze door middel van samenwerken, onderzoeken, leren van elkaar, maar ook door lezen, luisteren, zien, proeven, ruiken, voelen. Een leerkracht kan die leerling prikkelen en stimuleren om verder te gaan vanuit het punt waar het kind is gebleven. Dat is een uitdaging, want ieder kind zit ergens anders, elk kind heeft een eigen startpunt, het is dan ook juist boeiend om een groep kinderen op een hoger plan te krijgen, allemaal! De minder goeie en de slimmeriken.
Maar ik wijk af. Wat moet het onderwijs(lees: de leerkrachten) bieden om straks goede werknemers te krijgen? Onderwijzers, leerkrachten en docenten zullen zelf moeten meegaan met deze tijd, zeker de tijd van de snelle social media. Je kunt niet meer achterblijven, want dan spreek je de taal van de jeugd niet meer. Die bewuste belevingswereld van kinderen, waar wij vroeger mee werden doodgegooid, is helemaal geen achterhaalde opmerking.
Ook een leerkracht moet blijven leren en meedeinen op de actualiteit, de vooruitgang en de ontwikkelingen. Zo ben je er voor je leerlingen, maar ook met je leerlingen, want dan kun je samen die weg inslaan en samen ontdekken en zoeken naar oplossingen. Zo wordt leren leuk!
Als leidinggevende is het voor mij een kunst om al die leerkrachten gemotiveerd, geïnspireerd, geboeid, geprikkeld en enthousiast te houden en ze steeds te laten zien(weer visueel), maar ook te laten voelen(andere vorm van een vergadering) hoe we samen van het onderwijs iets goeds(inderdaad betere resultaten), iets veiligs(goed pedagogisch klimaat)maar ook iets moois (waar kinderen het later nog over hebben) kunnen maken. Dat laatste is lang niet altijd makkelijk, gezien de term “werkdruk” en het gevaar van ondersneeuwen, zeker van jonge leerkrachten.
Hoe houd ik het voor iedereen aantrekkelijk om hier te blijven werken? In ieder geval een goede communicatie naar leerling en, leerkrachten en ouders, en verder?


Esmeralda:
Om mijn nieuwsgierig naar jouw selectiemethode naar leerkrachten met de juiste competenties even te laten voor wat het is, wil ik even ingaan op jouw vraag hoe je die goede docenten kan behouden. Weet je dat er niet alleen sprake is van een persoon-job fit (Is de docent geschikt voor de baan?) maar ook van een persoon-organisatie fit (Past de docent bij de organisatie?)?
Indien de Maximaschool bovenstaande taken - inspireren, prikkelen, enthousiasmeren en ontdekken - heeft zal de docent deze taken moeten willen invullen. Als het doel is dat de kinderen betere resultaten bereiken door in een veilige omgeving nieuwe mooie dingen kunnen leren, zal ook de gekozen methode gedragen moeten worden door de docent. Die docent moet zelf ook geïnspireerd, geprikkeld, geënthousiasmeerd willen worden en het verlangen hebben om iets nieuws en moois te ontdekken. Pas als er sprake is van een P-J fit én een P-O fit kan je pas spreken over de juiste leerkracht.
Vervolgens is er een mooie taak voor jouw als directeur weggelegd om het interne beleid af te stemmen voor meer fits met de omgeving, de strategie de organisatievorm. Communicatie is een onderdeel van het interne beleid, maar verdiept zich meer naar de relatie en beperkt zich niet tot “woorden”. Het leuke van onderwijs is dat er niet alleen sprake is van een relatie tussen school en leerkracht, maar ook tussen school en leerling (+ ouders) alsmede leerkracht en leerling. Er is dus sprake van 6 soorten relaties met over-en-weer verwachtingen. We spreken hier van het pyscologisch contract. De directie van de school, de leerkracht en de ouders van de leerlingen zetten hun handtekening onder het contract, maar bezegelen hun afspraken met een handdruk. Die laatste bevestiging is het accoord binnen het psychologisch contract en daardoor van veel grotere waarde. Maar... heeft directe invloed op de (dis)satisfiërs van de geschapen verwachting.
Mijn vraag is dan ook: Welke vorm van communicatie binnen de 6 relaties sluit aan bij de strategie van de Maximaschool? En hoe vertalen jullie dit naar de praktijk?


Hanneke:
Helemaal eens, je wilt een goede docent en eentje die binnen jouw organisatie past. Dat is ook hoe je intuïtief naar mensen kijkt. Het is leuk dat we dit jaar bezig zijn geweest met onze visie/missie neer te zetten. Zo weet iedereen waar we voor staan. Betekent wel, dat - op een groeischool als de onze - de mensen die je binnenhaalt achter jouw concept moeten staan. Daar wordt altijd uitgebreid over gesproken. Waar sta je voor, waar ga je voor en hoe sta je daar zelf in. Zo bemerk je al gauw wat voor vlees je in de kuip hebt, om het even plastisch uit te drukken.
Dan merk je ook, dat niet alleen woorden, maar de algehele communicatie (gezichtsuitdrukking, lichaamstaal, gedrevenheid, enthousiasme, etc.) belangrijk zijn.
Terugkoppelend naar de kinderen zijn zij het beste af met leerkrachten, die naast goede woorden ook mooie daden kunnen verrichten. (“Geen woorden, maar daden”) Het is dan de kunst om de werkdruk om te buigen in werkplezier, jouw daden doen ertoe en je kunt er zelf van genieten door dit mee te beleven. Het onderwijs is echt een fantastisch werkterrein, maar je moet leren omgaan met de pieken en de dalen, genieten van een geweldige projectweek, het heerlijk vinden als kinderen voor de derde keer aan jou iets durven vragen, dat ene kind zo ver hebt weten te krijgen dat ze zelf kan zien dat het goed gaat.
Ook de verschillende relaties zijn van essentieel belang binnen het onderwijs, dat merk je des te meer, naar mate je langer meeloopt. Ik ben van mening dat openheid heel belangrijk is. Leg de zaken duidelijk neer en bespreek samen hoe je het wilt hebben. Iedereen weet waar die aan toe is. Dat is niet altijd de gemakkelijkste weg, maar schept duidelijkheid en geen stiekem gedoe. Zowel naar ouders, als naar leerkrachten als naar leerlingen is dit de fijnste manier van werken. “Eerlijk duurt het langst”.
Dus de vorm van communicatie is open, duidelijk en veilig. Met het team hebben we zelfs geoefende met het geven van feedback naar elkaar. Maar dat zal zeker herhaald moeten worden, want dat blijkt niet voor iedereen vanzelfsprekend, al voelt iedereen zich er wel goed bij
Daarnaast is het belangrijk om je kwetsbaar te kunnen opstellen, dat betekent dat je ook je fouten moet kunnen toegeven. En maken we die niet allemaal?
Heb jij nog tips voor een overkill aan informatie, welke meer gestroomlijnd zouden moeten worden naar buiten(lees:ouders)? Wat is goede informatie? Wat is goede communicatie? Niet te veel woorden, maar zeker ook niet weinig.


Esmeralda:
Volgens mij is het centrale woord in jullie communicatie “Veiligheid”. Dus om terug te komen op jouw startvraag “Doen wij het goed?” kan je met gebruik van de bekende Maslov en Herzberg theorie al een aardig eindje komen. Zoals je weet zegt Maslov dat je pas kan stijgen in de 5 stappen-piramide naar zelfontplooiing als je de vorige stap hebt in gevuld. De behoefte aan veiligheid en zekerheid staat in de tweede stap van de piramide ná de lichamelijke behoefte zoals eten en drinken en nog vóór de behoefte naar sociale contact. Dus eerst veiligheid voordat je aan de relatie toe kan komen. Herzberg voegt hier aan toe dat de onderste 2,5 fase tot de dissatisfiërs behoren en de bovenste 2,5 tot de satisfiërs. Mensen - dus ook leerlingen en leerkrachten - worden ontevreden als de dissatisfiërs wegvallen, maar zullen excellereren als je hen satisfiërs aanbiedt. Vrij toegepast in onze dialoog over communicatie in het onderwijs: Met veiligheid als voorwaarde kan de relatie tot bloei komen waarmee mensen kunnen presteren en waardering en erkenning ontvangen. Dan pas komen ze toe aan stap 5: Zelfontplooiing.
Wat is goede communicatie? Als organisatie socioloog zeg ik: Goede communicatie is het stap voor stap opbouwen van een (werk)relatie in afstemming met de organisatiedoelen. Een docent kan volstaan met een uur vol passie en enthousiasme te vertellen en tenslotte zal de leerling slechts een beeld of aantal woorden vasthouden. Dit stukje “herinnering”’is ingekleurd door zijn/haar interesse. Mocht later deze informatie nodig zijn, dan popt meestal dat plaatje of die bundeling van woorden op in ons brein en passen we deze kennis toe in de situatie waarin we ons begeven. Die docent zal dit moment waarschijnlijk niet meemaken, dat is jammer. Maar de docent zaait en de leerling oogst. Je kan misschien nooit zonder woorden in het onderwijs, maar een “beeld zegt meer dan 1000 woorden”. Wel snel en effectief.
Mijn laatste vraag is dan ook: “Hoe effectief is jullie communicatie?”


Hanneke:
Communicatie is een groot omvattend woord, hebben we kunnen lezen in al het bovenstaande. Een woord met, als je het goed wilt doen, een aantal voorwaarden. De piramide van Maslov is een mooi beeld om hierbij te gebruiken. Hierin zie je inderdaad het stuk veiligheid, wat bij ons hoog in het vaandel staat, maar waarbij ook de volgende twee fasen belangrijk zijn. De vriendschap, de relatie met de leerling en de leerkracht is essentieel. Dan volgt automatisch in het onderwijs ook die erkenning. Wanneer je laat zien, dat wat een kind doet goed is, krijgt hij waardering. Niet te veel rode strepen, maar groene cirkels om de goede dingen werkt vaak veel beter. Positieve benadering! Geef complimenten bij de dingen die goed gaan en wat ze goed kunnen. Maar ook zomaar eens opmerken dat ze er mooi uitzien geeft een mens(enkind) erkenning en waardering. Ook dit kun je doen door een duim op te steken of een stralend gezicht te laten zien.
Die zelfontplooiing is dan toch nog niet zomaar bereikt. Ook daarvoor heb je de prikkeling, de stimulering en het enthousiasme nodig van een goede begeleidende leerkracht.Toch denk ik, dat we het in het onderwijs van vandaag niet slecht doen. Naast al die woorden gebeurt er zo ontzettend veel binnen de muren van onze basisschool. Enkele voorbeelden: het vieren van feesten en verjaardagen, optredens middels een Open Podium, projectweken, leuke acties en ga zo maar door. Ook het leren van elkaar is goed en mag nog verder worden uitgebouwd door regelmatig bij elkaar te gaan kijken (maar ja, hoe organiseer je dat?) en elkaar daarin te complimenteren en te benadrukken wat het talent is van de ander.
Omdat onze externe communicatie verbeterd kan worden hebben wij een Commissie “Communicatie-PR” opgericht, waarin we gaan uitzoeken hoe we het beste naar buiten kunnen treden. Maar ook wat de beste manier is om in deze digitale wereld (e-mail, Twitter, website) en de wereld vol papier(brieven, die meegaan met de kinderen) de ouders en de buitenwereld kunnen bereiken.Twee klankbordouders gaven hierin tips, door o.a. een centraal punt op de website te maken, waar alles is terug te vinden. Alle info-borden en nieuwsbrieven ten spijt, er glipt altijd wel eens iets tussendoor. Ook het toegeven dát er weleens wat verkeerd gaat of niet goed gecommuniceerd is, geeft diezelfde communicatie openheid, duidelijkheid en eerlijkheid en kunnen wij er weer van leren hoe het beter kan. Blijf in gesprek! We blijven immers ons hele leven leren door middel van zoveel woorden maar vooral door middel van een goede communicatie.



dinsdag 3 mei 2011

Beelddenken

Beelddenkers zijn mensen die in beelden denken. Zij gebruiken daarbij geen of weinig woorden. Beelddenken plaatst zichzelf tegenover taaldenken, begripsdenken of abstractie. Als je een beelddenker bent, ben je visueel ingesteld, het heeft te maken met ruimtelijk inzicht. Beelddenkers zijn  mensen, van wie wordt verondersteld, dat zij voornamelijk en primair in beelden denken. Dat wil zeggen dat nieuwe informatie in beeld wordt opgeslagen en verwerkt. Beelddenkers gaan vanzelf meerdere zintuigen gebruiken om te lezen.
Wat kunnen we hiermee op school?
Doordat we de lesstof op de juiste visuele manier aanbieden aan de beelddenkende leerling, kan hij of zij visueel veel beter leren. Het onthouden, opslaan en verwerken van leerstof vindt plaats in beelden. Wanneer we overschakelen naar het juiste informatiesysteem (visueel) wordt de lesstof direct begrepen en onthouden.
Zo zijn de digitale borden natuurlijk een ideaal leerstofmiddel.
Toch denk ik dat we d.m.v. beelden niet alle kinderen kunnen bereiken.
Er zijn kinderen die op andere manieren leren. Waarom beiden we leerstof dan niet brder aan. Zowel door horen(auditief), voelen(kinetisch), ruiken, proeven en zien(visueel) kunnen we dingen beter onthouden.
Het is immers niet voor niets, dat wij vroeger al leerden om de dingen eerst concreet aan te leren (drie blokjes en twee blokjes is samen vijf blokjes), door het te doen, te voelen, te zien, hardop te zeggen en erbij na te denken.
Het proeven en ruiken zal minder aandacht krijgen op school, maar dat zien we wel terug bij peuters, die de blokjes nog in hun mond stoppen.
Een brede aanpak dus. Maar we kunnen dit nog breder bekijken door ook onze emotionele intelligentie erbij te betrekken.
Emotionele intelligentie uit zich in:
1. Zelfkennis.
2. Optimisme.
3. Kunnen afzien.

4. Empathie. (verplaatsen in de gevoelens van anderen)
5. Sociale vaardigheden.
Hiermee wordt de omgeving waarin we leren, de klas, meegenomen in het vermogen om te kunnen relativeren, samenwerken, reflecteren, verplaatsen en ga zo maar door. Dat maakt noet alleen dat je weet hoe je zaken moet oplossen, maar ook op welke manier, met wie en denk je na wie ervoor nodig hebt en wie niet.
Gaan we nog een stapje verder, om kinderen echt breed te laten ontwikkelen, komen we uit bij de acht competenties van de meervoudige intelligentie.
Onder elke intelligentie staan kenmerkende interesses van personen die de betreffende intelligentie sterker ontwikkeld hebben. Vandaaruit kun je jouw sterke kanten gebruiken om beter te leren. We denken dan niet vanuit de belemmerende factoren, wat al zo vaak wordt gedaan, maar juist vanuit de dingen die we goed kunnen.
1. Verbaal-Linguïstische intelligentie (Taal)
2. Logisch-Mathematische intelligentie (logisch denken, cijfers) 
3. Visueel-Ruimtelijke intelligentie (tekenen, schilderen, vormgeven)
4. Muzikaal-Ritmische intelligentie (muziek luisteren, maken)
5. Lichamelijk-Kinesthetische intelligentie (lichamelijke inspanning)
6. Naturalistische intelligentie (dieren, planten, natuurverschijnselen)
7. Interpersoonlijke intelligentie (zorgen voor mensen, vrienden, leiding geven)
8. Intrapersoonlijke intelligentie (eigen gevoelens, dromen)
Ook hier zien we het fenomeen beelddenken (nummer 3 bij de visueel-ruimtelijke intelligentie) weer terug. En dan zien we dat beeldenken slechts een onderdeel is van het grotere geheel.
Toch is beelddenken, visueel georienteerd zijn, een item dat we zeker goed kunnen benutten in het onderwijs. Het heeft voordelen, als wij kunnen herkennen dat er kinderen zijn, die echte beelddenkers zijn. We kunnen er - natuurlijk visueel - op inspelen. Maar laten we dan vooral ook niet alle andere mogelijkheden vergeten.
Dat betekent dat de lessen in het onderwijs vooral gevarieerd moeten zijn. Laat kinderen ontdekken door dingen te laten zien, proeven, ruiken, horen, voelen, maar laat ze het vooral zelf doen. Als ze het zelf kunnen doen, ja zelfs ervaren en aan een ander kunnen vertellen hoe het moet, hebben ze het pas echt geleerd!

zondag 1 mei 2011

Patat

Waar kun je kinderen een groter plezier mee doen dan met een P-woord, zoals wij vroeger altijd zeiden waar de kinderen bijstonden? De reclame zegt het al met een speciaal soort olie, wat wij nooit gebruiken. Het P-woord kunnen pannenkoeken, poffertjes, pizza of patat zijn. Vandaag was het tijd voor het laatste.
Ook grotere kinderen met aanhang en vrienden komen graag bij ons patat met alle bijbehorende snacks eten. Een grote friteuse zorgt voor een grote capaciteit. Inventarisering van de benodigde hoeveeldheid leverde een enorme berg junkfood op. Daar moest natuurlijk ook een beetje verplicht groenvoer bij.
Drie-en-een-half kilo patat, veertien frikandellen, zeven kroketten, tien kipkorns en vijf kaassouffles verder waren er negen buiken gevuld. Ach en dan maakt een eter meer of minder niet uit. Er is genoeg.
Nog ijs toe? Heel even wachten. Volgens mij moest er even iets zakken om plek vrij te maken voor deze koude delicatesse toe.
Wat een schandalig heerlijk (vr)eetfestijn. Maar af en toe moet dit met nodiging van een paar extra gasten wel kunnen. Eet smakelijk!

zaterdag 30 april 2011

Oranje

 Koninginnedag 2011. De Koningin viert haar verjaardag met het volk door op twee plekken op bezoek te gaan. Deze keer is Limburg aan de beurt en Weert steekt al zijn energie in een oranje tapijt door de stad, waarover de koninklijke familie(geheel compleet deze keer) waardig kan lopen en smikkelen.
Oranje. De kleur van koninklijk huis en van Nederland. Naast de rood-wit-blauwe vlag wappert een oranje wimpel. Toch was vroeger de vlag oranje-wit-blauw(oranje-blanje-bleu). Pas in 1937 werd deze officieel rood-wit-blauw, ondertekend door koningin Wilhelmina. Helemaal in stijl hebben ook wij de vlag tegen het huis aan gehangen. Nu mag het!
Oranje. Wat zegt ons de kleur oranje nog meer? Naast het glaasje ranja of de oranje bitter wordt er veel oranje verkocht. En ja, ik moet toegeven, dat ook ik al een oranje tompoes verorberd heb.
Oranje is een secundaire kleur die na menging van rood en geel tot verschillende gradaties oranje kan verschijnen. In de natuur komt het weinig voor.
De naam oranje komt uit het Spaanse naranja, wat sinaasappel betekent. Ook andere talen kennen voor deze kleur en vrucht dezelfde benaming: denk aan het Engelse orange, wat zowel oranje als sinaasappel betekent.
De kleur oranje heeft weinig betekenis, behalve dan, die van rood en geel samen. Rood is de kleur van de warmte, emotie, de liefde en gevaar(signaalkleur, zoals bij het verkeerslicht, gevaarlijke dieren en de brandweer). Ook de planeet Mars is rood. Geel daarentegen maakt alles goed: positief en stralend, warmte als het naar oranje neigt, maar ook haat als het knalgeel betreft.
Laten we van deze Oranje Dag dan ook een echte Koninginnedag maken en behouden, waarbij het oranje de boventoon mag vieren. Denkend aan emotie, liefde en een positieve uitstraling.

maandag 25 april 2011

Vakantie of ....?

Genietend van het mooie weer, fietsend door de natuur, wandelend met de hond, luisterend naar de fluitende vogels, lezend in een boek en een blad, wat is vakantie toch heerlijk. Languit op de bank en een leuke TVserie of een spannende detective.
Vakantie. Rust. Lekker even niks doen. Niet op de klok kijken. Agenda opzij gelegd. Geen gesprekken voeren. Geen deadlines voor bepaalde af te ronden stukken.
Betekent dit, dat je niet meer aan het werk mag denken? Betekent dit, dat ik niet aan school denk? Betekent dit, dat ik alles los kan en moet laten? Betekent dit dat ik nu de boel de boel kan laten? Nee, zelfs het werk suddert in deze vakantie nog even door. Niet zo veelvuldig als in vorige vakanties, maar toch. Allereerst ben ik op Goede Vrijdag even teruggegaan om de post op de bus te doen en de planten water te geven. Ook de formatie moet geregeld worden. Collega's zijn bereid na te denken. Reacties komen dan toch binnen. Dat is niet helemaal te voorkomen. Het houdt de gelederen bezig. We houden ons brein soepel en we komen niet helemaal met allerlei nieuwe items en verrassingen terug op school.
Het moet niet zo zijn, dat we "gewoon doorwerken". Ontspanning is goed. Sterker nog: ontspannen moet! Dat kan ook makkelijk, als de zaken die ik weer geregeld heb van me af kan zetten. Prima. Snel schakelen en doorgaan in de flow van een relaxte vakantie. Met volle teugen een dagje weg. Een fietstocht organiseren. Een wandeling maken. De natuur opnieuw ontdekken. Een boek lezen. Een puzzel oplossen. Het kan allemaal. Blijf genieten van de rust, de reinheid en de regelmaat, want dat houden we het langste vol. Toch maar op tijd naar bed, het is tenslotte vakantie.

zondag 24 april 2011

Pasen

De warmste Pasen sinds 1949. Op 24 april is deze Pasen een van de laatste in het jaar. In 2008 viel Pasen op 22 maart, een van de vroegste Pasen.

Het feest van nieuw leven, nieuw licht na deze donkere dagen. Na Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag is Pasen er een die uitbundig gevierd wordt. Het feest van het licht. Het feest van nieuw leven.

Op school hebben we een Paasviering beleefd met kinderen tussen 4 en 12. Een mooie begrijpelijke viering, waarin een tuinvrouw een zonnebloemzaadje vindt. Zo'n zaadje lijkt niet zo veel, het lijkt zelfs dood. Wanneer je het zaadje in de grond stopt en goed verzorgt, kan er een gigantisch grote zonnebloem uitgroeien. Zo'n prachtige goudgele bloem richt zich naar het warme zonlicht. Er werd gezongen en alle kinderen hadden een rol in het verhaal. Ze zien niet alleen wat er gebeurt, maar beleven ook echt concreet mee hoe een en ander is gegaan. Zo willen wij als school meegeven wat een mooi verhaal Pasen is, elk jaar weer.

Zo was er deze week een moderne Paasviering in het centrum van Gouda, waarbij een groot wit kruis door het centrum van Gouda werd gedragen en het verhaal werd nagespeeld door bekende acteurs en zangers met tussendoor moderne liederen, die daar goed inpasten.

Het Paasverhaal is namelijk voor iedereen. Zo wordt het Paasverhaal uitgedragen.

Het plein in Gouda stond stampvol. Ook deze mensen hebben het verhaal meebeleefd door er middenin te staan en mee te doen. Door te beleven hoe het kruis vervoerd werd. Door te zienkijken naar de beelden en door te luisteren naar de toepasselijke liederen.


Het lichtend vuur blijft branden, het vuur dooft nooit. Dat is Pasen.

De kinderen op school kregen allemaal een zakje zonnebloemzaadjes mee, met de tekst(uit: Kind Op Maandag):

"Doe als de zonnebloem:

keer je gezicht

naar het goddelijk leven,

het goddelijk licht."

Eens kijken of het hen is gelukt om de zonnebloemzaadjes op te kweken en te richten naar het zonlicht. Ik ben benieuwd hoe de mensen de opvoering in Gouda hebben ervaren. Weer nieuw leven, zo gaat het alsmaar door, seizoen na seizoen, jaren lang, eeuwen achter elkaar, voor altijd.

Wordt vervolgd.




zaterdag 23 april 2011

Stille Zaterdag

Nadat Goede Vrijdag de meivakantie heeft ingeluid, is het doek van het grote verhaal gevallen. Duisternis. Even teruggeworpen worden op jezelf.
Met mijn zonnige kijk op de wereld spreekt duisternis me niet echt aan. Toch was Goede Vrijdag een bijzonder moment.
Ook op school hebben we deze Paasdagen, en dan bedoel ik Palmpasen, Witte Donderdag, Goede Vrijdag, Stille Zaterdag en Paasmorgen, in een Paasviering beleefd. Met een dood zonnebloemzaadje, een tuinman en getekende en geknutselde zonnebloemen hebben we dit zichtbaar gemaakt voor de kinderen. Zo konden zij alvast zien, dat Pasen de dag is waarop het Licht weer voor altijd mag schijnen. De zonnebloem is hierin een mooi beeld, want deze richt zich naar het zonlicht. De kinderen hebben allemaal een zakje zonnebloemzaadjes meegekregen naar huis. Zouden we er nog iets van terugzien?
Stille Zaterdag is de zaterdag voor Pasen, Paaszaterdag, de zaterdag die volgt op Goede Vrijdag. Het is de laatste dag van de vastentijd en lijdensweek die voorbereidt op het christelijke paasfeest. Deze zaterdag wordt ook wel Stille Zaterdag genoemd, omdat op die dag de klokken niet luiden tot aan de Paaswake.
Stil is hier dus echt stilte. Zo eindigt ook de dienst van Goede Vrijdag. De Paaskaars wordt gedoofd en iedereen verlaat de kerk zonder muziek, in stilte.
Er zijn veel mensen, die niets met de kerk of met het Paasfeest hebben. Zij zien het misschien meer als een koppeling met de lente, waarin we het ook over nieuw leven hebben. Maar er is meer. Toch beleefd iedereen dat op zijn eigen manier.
De overeenkomst moet mensen met elkaar binden, zodat we open staan voor elkaar en elkaar even de warmte gunnen. Verbondenheid, samen met allen die je dierbaar zijn.
Voor nu:Eventjes rust. Voor straks: Vrolijk Pasen!

vrijdag 22 april 2011

Goede Vrijdag

De eerste dag van de meivakantie is meteen een Goede, het is namelijk Goede Vrijdag. Het weer werkt ook nog eens goed mee en we kunnen ons bezinnen op rust en de betekenis van Goede Vrijdag.
Rust is na een drukke periode op school, de studie en in het gezin altijd welkom. Even tot rust komen en languit uitblazen.
Tegelijkertijd komt het verhaal van Jezus, die zijn Zijn leven heeft gegeven voor onze zonden langs. Een verhaal dat met de paplepel is ingegoten en nog steeds voor een bepaalde rust zorgt. Er is Iemand die over ons waakt en die zorgt dat het goed komt, die je leert om dingen een plek te geven en troost biedt. Iemand bij wie je altijd jouw verhaal kwijt kunt. Iemand die voor ons sterft.
Deze dubbele gedachte geeft de meivakantie een diepere inhoud. Intussen kunnen we genieten van de stralende zon, de vrolijk gekleurde bloemen, de uitlopende bomen en van de dagen die langer worden en meer licht geven. Nieuw leven en nieuw licht laat de positieve energie stromen en geeft ons kracht om verder te gaan op de ingeslagen weg.
We wachten op Pasen, waarin Jezus opstaat. Zo kunnen wij ook opstaan, opnieuw beginnen en genieten van de mooie dingen op deze wereld.




zondag 3 april 2011

Enthousiasme

Wat is enthousiasme? Hoe kan iemand enthousiast worden of uitstralen? Is enthousiasme te leren? Waaruit haal ik mijn enthousiasme? Enthousiasme is een gemoedstoestand waarbij men zich levendig en uitgelaten gedraagt en een grote geestdrift, gedrevenheid en motivatie voor iets of iemand vertoont. In het onderwijs is enthousiasme eigenlijk onmisbaar. Enthousiasme heb je nodig om ergens vol in op te gaan, om de wil uit te dragen, dat het lukt, om dingen over te dragen aan anderen, de kinderen, waar je het voor doet. Enthousiasme is misschien wel de inspiratie, de kracht om datgene te doen waarvoor je wilt gaan, waar je naar toe wilt en wat je dus wilt bereiken. Nadat je iets hebt bereikt, geeft dat weer een kick en nieuwe (positieve) energie om weer enthousiast te worden of te blijven om door te gaan. Maar hoe kun je nu leren om ergens enthousiast voor te worden. Kun je motivatie en gedrevenheid aanleren? Het heeft te maken met een stukje positieve energie die je ergens uithaalt. Waaruit kun je in het onderwijs die positieve energie halen? Eigenlijk kan dat uit een heleboel dingen. In de onderwijswereld en ook via Twitter, zie ik allemaal enthousiaste onderwijsmensen voorbijkomen, die hun enthousiasme halen uit het contact met kinderen, een gave les die ze hebben bedacht, leuke foto's of films die ze hebben gemaakt, uit iets dat is gelukt en zo zijn er nog veel dingen te noemen. Mensen hebben zin om er iets van te maken. En mensen kunnen genieten van die mooie momenten. Misschien moeten we de vraag andersom stellen. Wanneer zijn mensen niet enthousiast? Komt dat door invloed van buitenaf? Komt het door wat ze hebben meegemaakt? Komt het doordat wat ze moeten doen te zwaar is? Komt dit omdat hun gemoedstoestand niet goed is? Het heeft te maken met een goede balans tussen de dingen die je leuk vindt, wat energie oplevert en dingen die dingen die minder leuk zijn, maar wel moeten. Waar haal je de energie uit om het voor jezelf leuk en boeiend te houden? Dat is de kunst. Is dat te leren? Nee, maar je kunt er wel aan werken door te oefenen en dat te doen waar jij energie uit haalt. Ook al zijn de omgevingsfactoren wel eens niet optimaal, je kunt toch weer die kracht eruit halen die jou weer verder brengen. Leer genieten van de kleine dingen. Het is geen antwoord op de vraag of je enthousiasme kunt leren, misschien moet je het soms gewoon proberen te doen.