On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







donderdag 2 januari 2014

Voorkomen en voornemen

Heel veel woorden in de Nederlandse taal hebben meerdere betekenissen. Het is maar net in welke context je bepaalde woorden gebruikt. Voorkomen en voornemen zijn zulke woorden.

Nu er er weer heel wat mensen (of grote kinderen) zich hebben uitgeleefd met vuurwerk in de afgelopen dagen, is het woord "voorkomen" een mooi voorbeeld van een woord met verschillende betekenissen. 
Het kan voorkomen dat er in de straat vuurwerk wordt afgestoken. Kunnen we dat voorkomen? Nee, ik denk het niet. Maar ik hoop wel dat als het echt fout gaat, de afstekers moeten voorkomen. Of zijn mensen met een bepaald voorkomen daarvan uitgesloten? In ieder geval heeft het iets preventiefs.
1. Voorkomen, met het accent op vóór, in de betekenis van 'het kan gebeuren'
2. Voorkomen, met het accent op kó, ervoor zorgen dat iets niet gebeurt.
3. Voorkomen bij de rechter om wel of niet veroordeeld te worden.
4. Voorkomen als zelfstandig naamwoord. Jouw voorkomen, jouw gezicht of jouw aanzien.

Zo heeft ook het woord voornemen, wat in januari een hoge frequentie heeft in het gebruik ervan, een aantal betekenissen. Ik heb me voorgenomen om dit voornemen tot een goed einde te brengen. 
1. Voornemen als werkwoord betekent beogen, het plan hebben om iets te gaan doen.
2. Voornemen als zelfstandig betekent een besluit, een plan, een doel.

Natuurlijk moet je voorkomen dat je verzandt in goede voornemens die je niet waar kunt maken, misschien zelfs beter kunt voorkomen. Een goed voornemen: Voorkom met dit voorkomen dat het voornemen een slecht voornemen is. 
Ik ben benieuwd naar jouw voornemen of wil je dit zien te voorkomen?

woensdag 1 januari 2014

Stilte na de storm: tijd voor overdenkingen.

Wat is het stil buiten. De wind waait niet. Het regent (nog) niet. Het zonnetje heeft zijn stralen laten schijnen vandaag. Het is rustig buiten. Geen geknal (meer). Het is rustig binnen. We eten de laatste restjes.

Het is 1 januari 2014. Na een nacht vol explosief vuurwerk, mooie oplichtende gekleurde sterren, knetterende geluiden, gillende sirenes en prachtige beelden boven de stad is het rustig. Meestal hoor je nog wat knallen en geknetter van overgebleven vuurwerk. Vaak hoor je dat er ook op nieuwjaarsdag nog mensen het ziekenhuis binnenstrompelen, omdat er gevonden vuurwerk toch nog even moet worden afgestoken. Zouden we met z'n allen verstandiger worden?
Nu moet ik eerlijk toegeven, dat ik niet veel geef om vuurwerk. Grootgebracht met sterretjes en ik heb het ook nooit gestimuleerd bij de kinderen. Niet dat zij het niet hebben gedaan. Ze wilden erbij horen en ook vuurwerk kopen en afsteken. Prima, maar dan betaal je het zelf, ik doe daar niet aan mee. Maar ook zij zijn de kwajongens- en kwameidenstreken ontgroeid en hebben dit jaar niets gekocht. Immers: Zonde van het geld.
67 miljoen vuurwerk de lucht in. Denkt u zich eens in wat we daar niet voor mooie dingen mee hadden kunnen doen in bijvoorbeeld het onderwijs. Ook de zorg en andere beroepsgroepen of mensen zonder baan zouden dit geld goed kunnen gebruiken. 
Nee, neem dan de nieuwjaarsduik. Dat is een betere traditie. Bikkels die daaraan meedoen, ik heb het zelf ooit 1x gedaan in 2002 met de toen nog kleinere kinderen, de jongste misschien zelfs te klein. Een mooie doop of duik in het koele water om zo met een schone lei te kunnen beginnen. Tevens gaat het inschrijvingsgeld voor een groot deel naar een goed doel. Heel mooi. Twee jongens hebben het dit jaar mog eens gedaan. Ze zitten of liggen nog bij te komen na een nacht doorhalen en dan om 12.00u. de Noordzee in te zijn gerend.
Of de nieuwjaarsrecepties. Wat vinden we daarvan? Het is net als met verjaardagen. Het gaat niet om de reden van het feestvieren, maar om de ontmoeting. Het handjeschudden en 2 of 3x zoenen (meestal links rechts links) is het menselijke contact dat we niet willen missen. We spreken elkaar. We delen dingen met elkaar. We geven om elkaar. En daarom zijn we erbij. Mooie traditie.
Het vuurwerk kan me gestolen worden. Het kostte dit jaat 46 ogen, waarvan 8 ogen blindheid opleverden en 1 oog verwijderd moest worden. Brrr. Daar moet je toch niet aan denken. 
En toch... ik zou het geknal, het lawaai, het bekende hoge gegil en de mooie uiteenspattende lichtgevende sterretjes toch missen. Nodig is het niet, maar wat houden we ervan om bepaalde gewoontes vast te houden. Geeft ons dat een veilig gevoel?

zaterdag 28 december 2013

Een nieuwe tijd

De tijd verstrijkt en straks begint weer een nieuw jaar. Het jaar 2014. Tijden veranderen. Het lijkt zelfs steeds vlugger te gaan. Zo stond er vanmorgen in de krant hoe gewoon dingen over 5 jaar zijn. En toegegeven, het zou best kunnen.

De digitale wereld breidt zich steeds verder uit. Hoe precies kunnen we de kinderen straks volgen die middels invitrovertilisatie ter wereld komen. Laat staan dat we er iets mee kunnen. Maar ook het papieren boek en de papieren krant blijven dingen die misschien toch steeds meer op de achtergrond verdwijnen.
Hoe zal het straks dan zijn op scholen, in de politiek, in de stadscentra, met de post en in bejaardencentra? Het is niet te voorspellen wat er allemaal verandert. Wel leuk om erover te fantaseren en erin mee te groeien en te ontwikkelen. 
Wat zou het betekenen voor een basisschool? Uitgeprogrammeerde groepsplannen? Begeleiders in plaats van leerkrachten? Ipads in plaats van schriften? Samenwerkingsverbanden, die met 1 druk op de knop een kind op de goede school kunnen plaatsen. Of is dit allemaal nog veel te dichtbij?
Moeten we het breder zoeken en de kinderen veel meer buiten Nederland laten leren? Het schoolreisje in Afrika en het afscheid van groep 8 op de maan? 
Hoe gaan we om met al die specifieke kindkenmerken en leerkrachten of begeleiders die hierin bijgeschoold moeten worden?
Het is moeilijk voor te stellen. Toch denk ik dat er een aantal dingen hard zullen veranderen, maar ook een aantal dingen niet. Kleuters moeten immers ervarend leren en spelen met water, zand en blokken. Naast af en toe een spelletje op de Ipad zijn dit onmisbare leerzame ontwikkelingen die een mensenkind moet doormaken. Zo leren ze van de concrete wereld om zich heen. Dat geldt ook voor het leren van rekenen, wat volgens een principe van concretiseren, verbaliseren, handelen en uitleggen uiteindelijk eigen gemaakt wordt. 
Het leren van klanken in de kleutergroepen gaat spelenderwijs door gebruik te maken van hun hele lijf. Maak de vormen van de letters met je handen. Voel houten letters. 
Hoe nieuw wordt dan de nieuwe wereld en het nieuwe leren? De tijd verandert en wij veranderen mee. 
We zullen het allemaal meemaken en kijken de toekomst met grote nieuwsgierigheid tegemoet. Op weg naar een nieuwe tijd.

zaterdag 21 december 2013

Het Groot Dictee voor een handje vol mensen

Het Groot Dictee der Nederlandse taal wordt elk jaar in december gehouden op TV. Prominenten en liefhebbers, Nederlanders en Vlamingen, mannen en vrouwen, jong en ouder, ze mogen het allemaal tegen elkaar opnemen.

Ook dit jaar, 2013, is het weer zover. De bekende Kees van Kooten heeft zich gebogen over het maken van een stevig dictee. Daarbij was nog een extra taalkundige moeilijkheid ingebouwd, die de gedicteerden dienden te onderstrepen.
Met een gemiddelde van 30-40 fouten bij de prominenten en slechts 27-28 bij de liefhebbers lijkt het eind echt zoek. Gaat het om wie de meest ingewikkelde tekst kan schrijven? Gaat het om wie de moeilijkste niet gebruikte woorden der Nederlandse taal kan vinden en verstoppen in een onbeschrijflijk stuk tekst, welke niet eens goed kan worden voorgelezen, laat staan begrepen?
Ik vraag me af wat het doel is van zo'n samengeraapt stuk Nederlandse tekst die de gemiddelde Nederlander nooit foutloos zou kunnen maken. Dit moeten wij in het basisonderwijs met onze kinderen niet proberen. Op zijn minst moeten zij de instructie hebben genoten en de nodige oefening hebben gehad. Vervolgens moet voor een deel in de groep de nodige herhalingsstof zijn gedoceerd. Tenslotte is een proeftoets handig om de angsthazen alvast te laten wennen aan de stress van de test. Ook de bollebozen moeten aan hun trekken komen door wat uitdaging en verdieping te krijgen, maar ook daar geldt: ze moeten wel instructie krijgen hoe ze bepaalde woorden moeten schrijven of kunnen herleiden.
O wacht, misschien speelt Cito hierin een rol om te laten zien hoe we de landelijke spellingsnorm kunnen bepalen van de gemiddelde Nederlander of de gemiddelde Belg. Wat een mooi middel om dit te meten. Daar zal ook staatssecretaris Dekker heel blij mee zijn. Nu kan hij immers meten hoe het gesteld is met de spelling in Nederland en hoe we daarin nog kunnen schaven of wellicht bijspijkeren.

Nee, ik geloof dat we hier - net als de toetsing en de Citostress, de afrekencultuur op puur cijfermatige gegevens - op de verkeerde weg zijn.
Als we het Groot Dictee der Nederlandse taal een succes willen laten zijn trek het dan breder. Zorg voor een veilig pedagogisch klimaat. De voorlezer en de controleur moeten zich richten op de dicteebehoefte van elke deelnemer. Er moet aan elke deelnemer instructie in minimaal drie niveaus gegeven zijn. Een enkeling heeft meer hulp nodig, dit zal duidelijk beschreven moeten zijn in een handelingsplan. Bollebozen moeten meer uitdaging krijgen, maar daarover wel eerst geinformeerd zijn. En niet geheel onbelangrijk: De succeservaring. Laat de jury vervolgens niet oplezen wat de betekenis of de uitleg van een spelwijze is, maar vertellen, dat komt beter over bij kijkers en deelnemers. Een goede voorbereiding met concreet materiaal doet wonderen.
Ik ben benieuwd naar het dictee van 2014.

zondag 20 oktober 2013

Onderwijsbehoefte

In het kader van handelingsgericht werken(HGW), maar vooral de gedachte om vanuit het kind te denken, is het goed om na te denken over wat dit kind nodig heeft. Daar hangt een heleboel vanaf. Belangrijk hierbij is, dat het het kind centraal staat.

Onderwijsbehoefte van het kind betekent: Wat heeft dit kind nodig, in deze groep, bij deze leerkracht, bij deze medeleerlingen, bij deze ouders , in deze school, in deze omgeving(buurt/vriendjes/club)?

Wat heeft een kind nodig? Welke kindkenmerken heeft dit kind? Is het visueel of auditief sterker? Is het snel afgeleid of kan het juist goed concentreren? Heeft het hele hoge capiciteiten of juist wat lager? Is het snel of minder snel? Allemaal kenmerken waarmee de omgeving rekening kan houden en daardoor kan afstemmen op het leervermogen van het kind. Zo ontwikkelt het kind zich het beste.
De groep is van belang om te zien hoe een kind zich daarin beweegt. Voelt het zich prettig in deze groep? Heeft het misschien meer stimulans nodig om uit de tent te worden gelokt? Is het populair of juist niet? Wat zijn de kwaliteiten van het kind in de groep en wat belemmert hem?
De leerkracht doer ertoe. Dat weten we allemaal. Voor het kind is het belangrijk of de leerkracht hem begrijpt? Of de leerkracht zijn verhaal kent. Kent de leerkracht zijn kindkenmerken. Maar andersom is het voor dit kind noodzakelijk dat die leerkracht weet hoe hij bij dit kind moet reageren. Moet ik even een apart praatje met deze leerling maken? Of moet ik hem juist even op weg helpen met rekenen? Heeft dit kind een schouderklopje nodig? Of kan dit kind heel goed zelfstandig werken en is het goed dat de leerkracht hem niet vergeet bij zijn ronde door de klas. De leerkracht gaat hier bedenken wat dit kind nodig heeft en bekijkt zelf of hij dit kan bieden. We moeten natuurlijk wel realistisch blijven. 
Medeleerlingen en hun relaties zijn van belang bij het werken, het leren, het samen spelen en de gym. Welk kind zet je bij het andere kind? Wie zet je naast elkaar bij rekenen, welk groepje wordt gemaakt bij de gym. Rekening houdend met de stimulerende factoren van het kind.Kan een kind misschien een maatje gebruiken bij een ander vak? Allemaal zaken om goed over na te denken. Zo kun je het doel bereiken wat je met dit kind voor ogen hebt.
Ook ouders spelen een rol bij de onderwijsbehoefte. Zijn dit ouders die het goede voorbeeld geven wat betreft het )voor-)lezen? Kunnen deze ouders helpen bij een stukje huiswerk? En kunnen deze ouders het kind begeleiden bij het maken van een spreekbeurt? Ook deze facetten zijn van belang om te weten wat stimulerend is en wat niet? Zo weten we hoe we dit kind verder kunnen helpen.
De school kent een bepaalt systeem. Sommige scholen zetten in op structuur en rust, andere scholen benadrukken de eigen keuzes, ontdekkend leren of meer coöperatief. Wat past bij dit kind? Goed om als ouders al te bedenken waar jouw kind het beste past. Daarnaast moet er natuurlijk een klik zijn met de school en de leerkrachten. Ga vooral kijken voordat je een kind opgeeft bij een school.
De buurt kan medebepalend zijn voor de onderwijsbehoefte van het kind. Zijn er meer kinderen die naar een sportclub gaan en elkaar daar ook weer zien, dan kan dit bevorderend zijn. Anderzijds kan het ook voorkomen, dat als het in de buurt niet prettig is om te spellen, dat dit zijn weerslag heeft op school.

Kortom het gaat om waarnemen en begrijpen van alles rondom het kind. Van daaruit gaat men plannen en handelen om zo het leerdoel te bereiken. Alle factoren waar het kind mee in aanraking komt doen ertoe. De leerkracht is een grote stimulerende factor, die het kind nodig heeft om verder te komen.
Het kind blijft hierin centraal staan in al zijn stimulerende en belemmerende factoren. Als leerkracht begeleid je deze leerling naar onderwijsbehoefte. Dat is handelingsgericht werken.

zaterdag 19 oktober 2013

Onderwijs = leerling x (leerkracht + omgeving + leerstof)

Hoe belangrijk is het onderwijs voor het kind? Welke rol speelt een leerkracht? Hoe belangrijk is de omgeving? Het hangt nauw met elkaar samen.

Het kind staat centraal. Daar draait het om. Het kind ontwikkelt zich op school door middel van relaties met de leerkracht en medeleerlingen. Thuis ontwikkelt het zich in relatie tot zijn ouders, eventueel broertjes en zusjes en de omgeving, zoals de buurt, vriendjes en vriendinnetjes.
Die leerkracht doet er toe op school. Net als thuis ouders er toe doen. Ze zijn een belangrijk rolmodel voor het kind. Het biedt hen geborgenheid, liefde, het leert spelenderwijs omgaan met sociale vaardigheden, het leert omgaan met geluk, verdriet, teleurstellingen en mooie ervaringen. De leerkracht en de ouder kunnen kinderen ook stimuleren door gerichte uitleg, voorlezen, aanbieden van leerstof, afstemmen op het niveau van het kind en het helpen waar het nodig is. Thuis voelen ouders het haarfijn aan. Leerkrachten kijken naar de onderwijsbehoeften van kinderen. Wat heeft dit kind, in deze klas, op deze school, bij deze ouders en bij deze leerkracht nodig? Dat kunnen eenvoudige dingen zijn: vooraan zitten, een leerkracht die helpt bij het opstarten, een stappenplannetje, extra uitleg bij rekenen, een medeklasgenoot die helpt bij het voorlezen of gewoon af en toe een knikje van de juf dat hij/zij het goed doet en hem/haar ziet.
Het is daarom ook van belang om te praten met kinderen. Stel open vragen en luister wat dit kind te vertellen heeft. Waar is het mee bezig? Wat heeft het meegemaakt? Wat heeft het nodig op school? Wanneer kan het rustig slapen thuis? Een kind kan dit goed aangeven. De kunst om als volwassenen te luisteren en te kijken naar kinderen. Wat willen ze ons vertellen?
Daarnaast is belangrijk waar het kind mee in aanraking komt. Welke middelen heeft het tot zijn beschikking? Boeken lezen, bouwen met blokken of lego, vormen en kleuren ontdekken, muziek maken en buiten spelen. Het speelt allemaal mee. Soms in combinatie met een volwassenne, soms ook zelf ontdekkend. Door het juiste materiaal aan te dragen daag je het kind uit tot leren en ontdekken. Het ontwikkelt zich dan vanzelf.
In het onderwijs bestaat er een relatie tot leerling en leerkracht, leerling en omgeving en leerling en leerstof. Vandaar de formulie: Onderwijs = leerling x (leerkracht + omgeving + leerstof). Hierbij staat de leerkracht vooraan in de rij. De leerkracht doet ertoe. Verdiept zich in een leerling en leert het te begrijpen. De leerkracht gebruikt daarbij ook de omgeving en de leerstof. Door het stimuleren, doelgericht handelen, plannen en acties uit te voeren ontwikkelt het kind zich. De leerkracht is daarbij cruciaal.
Daarom is onderwijs zo belangrijk voor kinderen. Ieder kind heeft er recht op.

zondag 4 augustus 2013

Herinneringen in het onderwijs

Herinneringen zijn voor iedereen verschillen. We hebben goede en minder goede herinneringen. Welke herinneringen blijven je bij? Kun je herinneringen oproepen of zijn ze blivend vergeten?


Ik herinner me, dat ik gisteravond het boek "Voor ik ga slapen" heb uitgelezen. Een bijzondere psychologische thriller, waarbij de hoofdpersoon door een gebeurtenis in het verleden haar geheugen kwijt is. Elke keer als ze heeft geslapen begint het allemaal weer opnieuw. Er is een dokter die haar een dagboek laat bijhouden en dan veranderen er een heleboel dingen. Intrigerend verhaal.
Weet ik alle dingen nog wel uit het verleden? Nee, waarschijnlijk niet. Er zijn flarden van herinneringen van mijn allerjongste kinderjaren en naarmate de tijd vordert ben ik meer gaan onthouden. Sommige dingen blijven je bij, anderen verdwijnen naar de achtergrond. Wanneer je iets terug probeert te halen is de belevenis voor ieder mens weer anders.
Wat gebeurt er met de herinneringen in je hoofd? Hoe onthoud je de dingen? Waarom kan de een iets makkelijker onthouden dan de ander? Mijn moeder kan bijvoorbeeld heel makkelijk telefoonnummers onthouden.
Het lijkt een stukje motivatie en interesse te zijn, maar ook Franse woordjes die je moet leren onthoud je ook nog voor een deel. Als je ergens voor geintersseerd bent gaat he makkelijker, net als dat iets betekenis heeft, zoiets blijft je bij.
Maar hoe komt het dat de een iets wel weet en de ander niet, terwijl beiden erbij waren? Er is in eerste instantie natuurlijk een stukje waarneming, daarna sla je de dingen op.Dat laatste gebeurt bij iedereen anders.
In het onderwijs is het belangrijk om kinderen bruikbare herinneringen mee te geven. Veel kinderen hebben baat bij visuele onderateuning, maar ook concreet materiaal. Laat kinderen de dingen ervaren, zo blijft ze bij wat hen wordt geleerd. Dus niet alleen het digibord, maar ook de breukendoosjes, de geuren van bloemen, het timmeren van een nestkastje, het proeven van zoet, zuur en bitter. Kinderen hebben naast het vebale aspect baat bij fysieke ervaringen en belevingen. Ze kunnen zich dan beter de betekenis voor de geest halen. Ze kunnen het beter onthouden. Het blijft een kennisrijke herinnering. Dan hebben ze er wat van geleerd.
Het is natuurlijk ook van belang wie er voor de klas staat. De leerkracht doet ertoe. Als hij er vol passie iets over vertelt, luistert naar het kind, erop ingaat, laat zien, laat ervaren en zo de kennis overdraagt, kan het kind deze leerkracht herinneren. Het kind kan daaraan associaties verbinden, die deze leerkracht heeft meegegeven. Dan blijven de herinneringen bij. Dan is het onderwijs geslaagd.

Dus: Herinneringen worden goed vastgelegd door
1. De manier waarop kennis en ervaring wordt overgedragen.
2. De manier waarop het wordt ontvangen.
3. De herhaling
4. De manier waarop de leerkracht of kennisdrager zich aanpast aan het kind of de ontvanger(interactie, inspelen op de behoefte)

Ik hoop dat mijn leerlingen zich nog veel zullen herinneren.

vrijdag 19 juli 2013

Er liggen 6 weken vrijheid voor je.

Als de zomervakantie is begonnen geeft dit een heerlijk gevoel. Er liggen 6 weken vrijheid voor je. Niet op de klok hoeven kijken. Niets moeten. 


Het moment van de start van de zomervakantie is heerlijk. Die 6 weken die voor je liggen. Even geen vergaderingen voorbereiden, niet steeds op de klok kijken en gewoon eens even niet iets hoeven. Mmmmm.
In de eerste dagen valt er dan altijd iets over je heen. Een soort vermoeidheid die nog even uit je lijf moet. 
Vanmiddag is het al begonnen. Ik kon het niet tegenhouden. Een loom gevoel begint in het midden van je lijf. Armen en benen willen ineens niet meer alles doen. De luiken vallen bijna dicht. Door te gaan liggen geef ik toe aan dit verschijnsel. Een uur laten word ik wakker te worden en het eerste stukje ontstressing is achter de rug. Het vakantiegevoel komt langzaam binnen en het lijf komt in de stemming.
Vakantie is ook meer aandacht voor thuis. Altijd maar de school voorrang geven als er iets is. 's Avonds weg moeten voor de school. Iets dat van huis uit geregeld moet worden via de mail of de telefoon. Een uitdaging die iets van de medewerkers vraagt. Mensen en vooral kinderen die aandacht vragen en verdienen. Fijn dat het eventjes niet hoeft.
Terug naar de basis van het leven: Eten, leven, bewegen, ontspannen, rusten. Aaandacht voor gezin, familie en vrienden. Lezen, genieten van natuur en cultuur en creativiteit ontwikkelen. Even niets, gedachten voorbij laten gaan en ruimte geven in je hoofd. 
Het hoofd raakt leeg en opgeruimd. Het lijf rust uit. Het energielevel gaat weer omhoog.
En toch weet ik nu al, dat het over een week of vier begint te kriebelen. Dan heb ik weer zin om aan het werk te gaan. Heerlijk.

zondag 14 juli 2013

Wie bepaalt de werkdruk?

De werkdruk in het onderwijs is niet nieuw. Daarover praten ook niet. Met alle media, invloeden en drukte van het werk zelf, lijken we in een neerwaartse stroomversnelling te komen. Is dat terecht of niet?

Onderwijs is een intensieve baan. De uren voor de klas moet je fit zijn. Je moet bereikbaar zijn voor ouders. Er moeten buiten de contacturen rapporten worden gemaakt, feesten georganiseerd, kinderen volgen, registreren en documenteren en noem maar op. Ooit heeft iemand een mooi getal ontwikkeld van 1659 uur op jaarbasis van een fultimer. Of het klopt of niet, het is een goede richtlijn.
De meeste mensen in het onderwijs zullen dit bovenstaande herkennen. De vraag is hoe ze dit ervaren? Hebben ze plezier in hun werk? Waarom wel/niet?
Net als iedereen zijn ook leerkrachten in een bepaalde levensfase, waarin de druk in privéleven hoger kan worden. Denk bijvoorbeeld aan de zorg voor kinderen, zorg voor ouders, een verhuizing of de baan van de partner die misschien op de tocht staat. Daarnaast is ook de tijdgeest veranderd. Er is meer digitaal te zien. Mensen willen misschien meer. Weekenden zijn niet vol met lekker niks doen en ontspannen, maar vol met allerlei planningen, bezoekjes en opvullen van tijd.
Bovenstaande zijn de omstandigheden waarin we verkeren. De vraag is nu wat leerkrachten ervaren. Hoe komt het dat zij dit zo ervaren? Wat hebben zij nodig om meer werkplezier en daardoor minder werkdruk te ervaren? Houden leerkrachten het misschien zelf in stand? 
Ervaringen van leerkrachten zijn moeilijk te veranderen. Naast enkele dingen die administratief meer worden en waardoor de druk - ook van de inspectie - mhoger wordt, zal ook de perceptie van het werk moeten wijzigen. Niet alles is zwaar. Er zijn ook een heleboel leuke dingen te constateren in het onderwijs. Het werken met kinderen, kinderen iets leren, kinderen begeleiden, plezier maken met kinderen, kinderen een veilige plek bieden en noem maar op. Het kind staat centraal.
Bij het kind horen een heleboel andere mensen en een bepaalde omgeving, die invloed heeft op die ontwikkeling. Het mooie van het onderwijs is, om daarin een weg te zoeken om het beste uit dit kind te halen. Wat heeft dit kind nodig om verder te kunnen in zijn ontwikkeling. Wat is mijn rol als leerkracht hierin?
Er zijn een aantal dingen die moeten en een aantal dingen waarin keuzes gemaakt kunnen worden. Ook daarin bewust worden wat wel en niet moet, maar vooral ook bewust worden waar je wel en geen energie van krijgt is een belangrijk onderwerp om de school te laten zijn, zoals een team dat wil en ziet. Wat zijn de mogelijkheden? 
Een school is er om enerzijds dingen te leren en kinderen te laten ontwikkelen, anderzijds is de school er om te sprankelen en te bruisen, zodat het kind daar de fijnste en leukste tijd van zijn leven heeft. Daarin is de leerkracht een spil. Dat maakt dit vak zo'n inspirerend beroep. Geniet ervan.

zaterdag 13 juli 2013

Uitkijken naar de zomer(vakantie).

Hoe dichter de vakantie nadert, hoe meer men er behoefte aan schijnt te hebben. Al plan je alles nog zo goed, er lijken altijd nog zaken te zijn, die plotseling gebeuren, ook nog even moeten of er komen toch nog wat incidenten langs, die niet kunnen wachten. Ik zie het om me heen gebeuren, maar ervaar het zelf net zo.

Noord en Zuid Nederland heeft al vakantie. De één een week, de ander zelfs al twee weken. Midden Nederland, waartoe wij behoren heeft nog een week om alle zaakjes tot een goed einde te volbrengen. 
Het is een raar idee. Een deel van Nederland heeft al een derde deel van de vakantie erop zitten. Wij moeten nog beginnen.
Het lijkt altijd een psychologische reactie. Je weet dat het volgende week vakantie is, er staan nog een paar dingen op de rol, het is allemaal bijna afgerond, veel kinderen en leerkrachten zijn moe, de lontjes worden korter en het lijkt wel of men minder intensief alles tot zich neemt. Alsof je toe bent aan vakantie.
Tussendoor komen er toch nog onverwachte zaken, een ouder die langskomt, een kind die aandacht behoeft, een bestelling die niet klopt of een stroomvoorziening die niet geheel in orde lijkt. Ook willen sommigen ineens op het laatste moment toch nog iets voor elkaar krijgen, wat gewoon niet haalbaar meer is voor de vakantie. Nog snel iets geregeld willen krijgen of toch nog linksaf ipv rechtsaf slaan. 
Diep inademen, rustig uitademen. Prioriteiten stellen. Een planning maken. Wat moet nog gebeuren? Wat is ook nog meegenomen als dat ook nog gebeurt? Wat kan wachten? 
Het zijn allemaal logische dingen, die op elke school, in elk bedrijf en bij ieder mens in meer of mindere mate voorkomt. Het geeft ook niet, het komt (bijna) altijd goed.
Het gekke is, dat als dan de vakantie is begonnen, de uitputting een extra dimensie krijgt. Alsof er een berg beklommen is. Zo moe. Het kost een paar dagen om tot een acceptabel niveau te komen. Afkicken misschien. Dan pas is het echt vakantie en kun je de school echt even achter je laten. Rustig genieten van de vrije tijd. Niet op de klok hoeven kijken hoe het rooster van de dag eruit eruit ziet. Uitslapen. 
In de laatste week van de zomervakantie beginnen alle raderen te draaien en zijn we weer aanwezig op school. Klaarzetten, schriften schrijven, klas inrichten, dossiers op orde maken, gesprekken inplannen en noem maar op. 
Maar eerst genieten. Bijna vakantie. Heerlijk! Blik op oneindig en horloge in de kast.