Hoeveel kun je hebben? Hoe zwaar kan iemand in het onderwijs worden belast? Dit kan op twee manieren worden uitgelegd. Enerzijds gaat het om het betalen van belasting, wat natuurlijk heel actueel is op 31 maart. Anderzijds gaat het om de werkdruk, wat net zo actueel is, maar niet vastgepind zit op een datum.
De onderwijsgevende belastingbetaler, maar eigenlijk ook alle andere werknemers in Nederland kunnen eenvoudig belastingaangifte doen tegenwoordig. Via het internet kun je alle gegevens digitaal controleren. Dat moet wel heel gek zijn, als dit niet klopt. Of er moet een verandering in levenswijze, huisvesting, familiaire situatie zijn geweest.
Fijn, dat dit zo gemakkelijk gaat.
Anders is dat met de belasting van onderwijsgevenden - leerkrachten zo u wilt - en andere medewerkers in onderwijsland. Het is een beroep waarbij veel gevergd wordt van kennis, vaardigheden, communicatie, digitalisering, scores, extra taken, nascholing, incasseringsvermogen, creativiteit, organisatie, overzicht en de omgang met het kind in het bijzonder. Steeds meer regeltjes, administratie, nieuwe vakken (zoals sociale redzaamheid, burgerschap, sexuele voorlichting en pestgedrag) en een complexiteit aan taken sluipen de school in. Is het onderwijs nog wel leuk? Ik zeg volmondig "ja!" Is onderwijs voor iedereen weggelegd? Dan twijfel ik.
Natuurlijk zijn er mensen, die van zichzelf al zeggen, dat zij niet het onderwijs in willen. Er is ook een groep, die wel met veel enthousiasme het onderwijs is ingegaan, met een heel ander beeld.
Als ik naar mezelf kijk, ben ik jaren geleden gestart met het idee dat ik het leuk vind om kinderen iets te leren, samen plezier te beleven en hen te begeleiden op een weg die hen zelfstandig maakt voor straks. Dat is een mooie gedachte. Een mooie ideale gedachte.
Dat is niet het enige als onderwijsgevende in het onderwijs. Tijden veranderen.
De eisen zijn in de loop der jaren aangescherpt. Computervaardigheden en de druk van de inspectie zijn slechts twee items die in mijn begintijd nauwelijks meespeelden. Het vak van een intern begeleider is nieuw en de functie van een schoolleider is enorm veranderd. Veranderingen kosten tijd en energie. Veranderingen kunnen nieuwe kansen brengen, maar ook bedreigingen opleveren. Daar zit 'm nu net de crux van werkplezier en werkdruk. Zo lang de dingen leuk zijn, is het namelijk helemaal niet erg dat je een keer meer tijd kwijt bent of iets ingewikkelds moet doen. Zodra dingen erg veel energie kosten, niet opleveren wat je ervan verwacht, het een enorme werkbelasting wordt is het de kunst om even terug te gaan naar het moment waarop je zo graag het onderwijs in wilde. Houd die mooie momenten op je netvlies en neem de rest op de koop toe.
Ga er net zo mee om als het makkelijke digitale belastingformulier. Even wennen en dan gewoon ervoor gaan. Dan is het onderwijs echt jouw baan! Wat is het toch een prachtig vak.
zondag 31 maart 2013
zaterdag 30 maart 2013
Pasen
Elk jaar verbaas ik me daar weer over. Kerst staat altijd in een hele grote belangstelling. De kerk stroomt vol. Er wordt een groot feest gevierd. Kerstcadeautjes ontbreken vaak niet. Grote hoeveelheden eten wordt ingeslagen. We kennen kerstkransjes, kerstkalkoenen en kerststollen. Er worden zelfs kerstkaarten verstuurd. Waar blijft Pasen in dit geheel?
Als je in de winkels kijkt zie je dat ook Pasen steeds meer aandacht krijgt. Naast de Kerststol is er een Paasstol. Kaarten met "Vrolijk Pasen" liggen in de winkel. De supermarkten spelen er handig op in door veel lekkers ten toon te spreiden. Van Paashamburgers, zoete kuikentjes tot chocolade-eitjes, het kan allemaal.
Waar het echt om gaat bij Kerst en Pasen wordt weleens vergeten of misschien weten sommigen het niet eens. We hebben vrije dagen en we vieren feest.
Kerst weet men vaak nog wel. Het Kerstfeest wordt wereldwijd heel groots gevierd en afgebeeld op heel veel kerstkaarten. Maria en Jozef die op zoek gaan naar een plaats in Bethlehem. De geboorte van het kindje Jezus. Daarbij ontbreken ook de herders en de engelen niet.
Toch is het bijzonder dat het Paasverhaal minder bekend is en misschien het verhaal van Hemelvaart en Pinksteren al helemaal niet meer. Toch is het Paasverhaal het belangrijkste verhaal in het christelijke geloof. Daar draait het om. Jezus is gekruisigd en gestorven voor al onze zonden. Na drie dagen is Hij opgestaan. Jezus heeft licht gebracht in het leven van mensen. Wij mogen dit licht doorgeven aan anderen. Jezus liet ons zien hoe wij anderen kunnen vergeven. Niet alleen Zijn woorden, maar - onder andere ook in dit verhaal - door Zijn daden.
Dat lijkt misschien helemaal niet zo ingewikkeld, iemand vergeven. Toch is niets menselijks vreemd, als wij zien dat een ander iets verkeerds heeft gedaan en we daar boos of verdrietig om worden.
Laten we elkaar dan even de weg wijzen, het Licht laten zien en onze goede bedoelingen de boventoon laten voeren. Dan gaan we op de goede weg.
Mocht u het Paasfeest vieren met aardappelkuikentjes, schuimeieren, chocoladepaashazen of anderszins, denkt u dan even aan het echte verhaal. Een verhaal, toepasselijk in de lente, waarin een nieuw leven begonnen mag worden. Een verhaal waarin we weer even opnieuw mogen beginnen.
Fijne Paasdagen!
Als je in de winkels kijkt zie je dat ook Pasen steeds meer aandacht krijgt. Naast de Kerststol is er een Paasstol. Kaarten met "Vrolijk Pasen" liggen in de winkel. De supermarkten spelen er handig op in door veel lekkers ten toon te spreiden. Van Paashamburgers, zoete kuikentjes tot chocolade-eitjes, het kan allemaal.Waar het echt om gaat bij Kerst en Pasen wordt weleens vergeten of misschien weten sommigen het niet eens. We hebben vrije dagen en we vieren feest.
Kerst weet men vaak nog wel. Het Kerstfeest wordt wereldwijd heel groots gevierd en afgebeeld op heel veel kerstkaarten. Maria en Jozef die op zoek gaan naar een plaats in Bethlehem. De geboorte van het kindje Jezus. Daarbij ontbreken ook de herders en de engelen niet.
Toch is het bijzonder dat het Paasverhaal minder bekend is en misschien het verhaal van Hemelvaart en Pinksteren al helemaal niet meer. Toch is het Paasverhaal het belangrijkste verhaal in het christelijke geloof. Daar draait het om. Jezus is gekruisigd en gestorven voor al onze zonden. Na drie dagen is Hij opgestaan. Jezus heeft licht gebracht in het leven van mensen. Wij mogen dit licht doorgeven aan anderen. Jezus liet ons zien hoe wij anderen kunnen vergeven. Niet alleen Zijn woorden, maar - onder andere ook in dit verhaal - door Zijn daden. Dat lijkt misschien helemaal niet zo ingewikkeld, iemand vergeven. Toch is niets menselijks vreemd, als wij zien dat een ander iets verkeerds heeft gedaan en we daar boos of verdrietig om worden.
Laten we elkaar dan even de weg wijzen, het Licht laten zien en onze goede bedoelingen de boventoon laten voeren. Dan gaan we op de goede weg.
Mocht u het Paasfeest vieren met aardappelkuikentjes, schuimeieren, chocoladepaashazen of anderszins, denkt u dan even aan het echte verhaal. Een verhaal, toepasselijk in de lente, waarin een nieuw leven begonnen mag worden. Een verhaal waarin we weer even opnieuw mogen beginnen.
Fijne Paasdagen!
maandag 25 maart 2013
Realiseren en relativeren
Soms zijn er momenten, dat je even achterover moet leunen. Je kunt dan een situatie even laten rusten en van een afstandje bekijken. Deze week waszo'n moment.
Met een begrafenis in de familie, een borstonderzoek, migraine met knallende hoofdpijn en flink spugen en vervolgens nog een rouwkaart op de deurmat vinden, staat het leven even stil. De tijd stopt. Je hebt tijd om na te denken. De wereld van jou staat even stil. Ineens zie je bepaalde dingen gebeuren en realiseer je de kwetsbaarheid van het leven. Ik realiseer me, dat het leven heel bijzonder is.
Realiseren dat je het goed hebt, gezond, man en kinderen, fijn werk en lieve mensen om je heen. Het geeft de burger moed en kracht. Het laat je zien wat echt belangrijk is.
Als het realiseren zijn werk heeft gedaan en nog steeds doet, komt het relativeren om de hoek kijken. Ineens wordt duidelijk dat sommige dingen helemaal niet zo erg zijn. Andere dingen komen vanzelf op de voorgrond. Het haasten valt weg. Je kunt alles uit je handen laten vallen, want morgen is er weer een dag. Het mooie, duurzame leven komt bovendrijven. Waarom druk maken om iets wat op het werk gebeurt? Waarom druk maken om een haastige automobilist? Waarom druk maken om een actualiteit? Tijd heelt alle wonden. Voor alles komt een oplossing. Soms hebben dingen tijd nodig.
Na deze week land je weer met beide benen op de grond, de tijd begint weer te lopen, het werk gaat door en wordt weer opgepakt, de macaroni is weer gekookt, kortom, het leven gaat verder. Toch is er iets veranderd. Ik heb iets geleerd, ik ben weer iets wijzer geworden. Nu toepassen in het leven.
Met een begrafenis in de familie, een borstonderzoek, migraine met knallende hoofdpijn en flink spugen en vervolgens nog een rouwkaart op de deurmat vinden, staat het leven even stil. De tijd stopt. Je hebt tijd om na te denken. De wereld van jou staat even stil. Ineens zie je bepaalde dingen gebeuren en realiseer je de kwetsbaarheid van het leven. Ik realiseer me, dat het leven heel bijzonder is.
Realiseren dat je het goed hebt, gezond, man en kinderen, fijn werk en lieve mensen om je heen. Het geeft de burger moed en kracht. Het laat je zien wat echt belangrijk is.
Als het realiseren zijn werk heeft gedaan en nog steeds doet, komt het relativeren om de hoek kijken. Ineens wordt duidelijk dat sommige dingen helemaal niet zo erg zijn. Andere dingen komen vanzelf op de voorgrond. Het haasten valt weg. Je kunt alles uit je handen laten vallen, want morgen is er weer een dag. Het mooie, duurzame leven komt bovendrijven. Waarom druk maken om iets wat op het werk gebeurt? Waarom druk maken om een haastige automobilist? Waarom druk maken om een actualiteit? Tijd heelt alle wonden. Voor alles komt een oplossing. Soms hebben dingen tijd nodig.
Na deze week land je weer met beide benen op de grond, de tijd begint weer te lopen, het werk gaat door en wordt weer opgepakt, de macaroni is weer gekookt, kortom, het leven gaat verder. Toch is er iets veranderd. Ik heb iets geleerd, ik ben weer iets wijzer geworden. Nu toepassen in het leven.
Labels:
druk,
leven,
realiseren,
relativeren,
rust,
tijd
zaterdag 9 maart 2013
Cijfers
Als jong kind leer je tellen, je leert de symbolen van de cijfers herkennen. Wanneer je verder komt krijg je cijfers voor toetsen en op je rapport. De cijfers kunnen ook een financiele situatie weergeven. Wat je ook doet met cijfers, gebruik ze goed.
Kinderen in groep 1 en 2 leren spelenderwijs tellen, hinkelen, het getalbeeld, groepjes maken en zien waar cijfers terugkomen in de dagelijkse praktijk. Zo leren kinderen vanuit hun eigen belevingsbeeld de cijfers.
Vanaf groep 3 worden kinderen steeds meer beoordeeld, soms eerst nog in de vorm van woorden zoals goed, ruim voldoende, voldoende, matig en onvoldoende, maar later worden er serieuze cijfers gegeven voor toetsen en werkstukken. Ook het Leerlingvolgsysteem levert CITOcijfers op. N.a.v. de CITO Eindtoets in groep 8 komen cijfers weer op een andere manier in beeld.
Cijfers vinden we in ons dagelijks leven terug als we boodschappen doen, geld pinnen, de stad in gaan, salaris krijgen, benzine tanken, op de snelweg rijden, maar ook als we onze financien in orde moeten maken voor de belastingen. Banken hebben natuurlijk nog meer te maken met veel meer cijfers en grote getallen.
Zo kun je cijfers op verschillende manieren bekijken en opvatten:
- als hoofdtelwoord 3, 0, 5 als nummer, bijvoorbeeld een telefoonnummer bestaat uit losse cijfers, een jaartal ook of je kunt het gebruiken als aanduiding van een groep: groep 3.
- als rangtelwoord, eerste, tweede, zesde, achtste in een rij, tellend dus.
- koppeling van het telwoord met het beeld van het getal erbij, het symbool.
- een teken van een resultaat (rapportcijfer), ik heb een mooi cijfer gehaald.
- weergave van een financiele situatie, de cijfertjes.
Tot zover is alles helder. Niets zo duidelijk als een cijfer. Totdat we er de verkeerde dingen mee gaan doen.
Zo kwam in de afgelopen week in het nieuws dat de onderwijsraad adviseert om de cijfers (eigenlijk getallen) van de CITO Eindtoets openbaar wil maken.
Met welk doel wil men dat? Is er een duidelijke uitleg wat deze cijfers betekenen? Een cijfer is een feit hoe een kind op dat moment gescoord heeft op een gemiddeld landelijk niveau. Er staat niet bij wat dit kind heeft meegemaakt, welk IQ (al is dit ook niet altijd betrouwbaar) dit kind heeft, hoe hard de leerkracht heeft gewerkt om het kind verder te krijgen, hoeveel motivatie dit kind heeft, of het kind tussentijds is verhuist, en ga zo maar door. We kijken puur naar een cijfertje, zonder het verhaal erachter.
Je moet je dan afvragen of het reeel is, dat al die cijfers met elkaar worden vergeleken, want dat gaat gebeuren. En welke beoordeling geeft een buitenstaander aan dat cijfer? Levert de binnenstad van Amsterdam gelijkwaardige cijfers met een kleine school op het platteland?
Tuurlijk is het goed om een bepaalde richtlijn te hebben waar je als school naar toe kunt werken. Maar het mag niet zo zijn dat een afrekencultuur ontstaat.
Laat zien als school wat voor leerlingen je in huis hebt, welke instructies worden gegeven, hoe interventies plaatsvinden, welke doelen gesteld worden, hoe je rekening houdt met dit kind, in deze situatie, met deze ouders, bij deze leerkracht en deze medeleerlingen. Hoe mooi is het onderwijs om te zien dat je accentverschillen kunt leggen. De ene school vindt het belangrijk om Engels erbij te geven, een andere school zal zich richten op iets anders. Dat mag. Leer kinderen ontwikkelen tot mensen die zelfstandig in de maatschappij kunnen functioneren, met alle mogelijke middelen zoals bijvoorbeeld de social media. Leer ze om te gaan met de wereld van nu. Met richtlijnen, maar zonder af te rekenen. Leren met plezier in een veilige omgeving, zonder neer te halen.
Zou het tij nog keren? Zou er nog een golfbeweging ontstaan en de accenten weer op de sociale vaardigheden komen te liggen.
Dan begin ik vast af te tellen: 10, 9, 8, 7, 6, ......
Kinderen in groep 1 en 2 leren spelenderwijs tellen, hinkelen, het getalbeeld, groepjes maken en zien waar cijfers terugkomen in de dagelijkse praktijk. Zo leren kinderen vanuit hun eigen belevingsbeeld de cijfers.Vanaf groep 3 worden kinderen steeds meer beoordeeld, soms eerst nog in de vorm van woorden zoals goed, ruim voldoende, voldoende, matig en onvoldoende, maar later worden er serieuze cijfers gegeven voor toetsen en werkstukken. Ook het Leerlingvolgsysteem levert CITOcijfers op. N.a.v. de CITO Eindtoets in groep 8 komen cijfers weer op een andere manier in beeld.
Cijfers vinden we in ons dagelijks leven terug als we boodschappen doen, geld pinnen, de stad in gaan, salaris krijgen, benzine tanken, op de snelweg rijden, maar ook als we onze financien in orde moeten maken voor de belastingen. Banken hebben natuurlijk nog meer te maken met veel meer cijfers en grote getallen.
Zo kun je cijfers op verschillende manieren bekijken en opvatten:
- als hoofdtelwoord 3, 0, 5 als nummer, bijvoorbeeld een telefoonnummer bestaat uit losse cijfers, een jaartal ook of je kunt het gebruiken als aanduiding van een groep: groep 3.
- als rangtelwoord, eerste, tweede, zesde, achtste in een rij, tellend dus.
- koppeling van het telwoord met het beeld van het getal erbij, het symbool.
- een teken van een resultaat (rapportcijfer), ik heb een mooi cijfer gehaald.
- weergave van een financiele situatie, de cijfertjes.
Tot zover is alles helder. Niets zo duidelijk als een cijfer. Totdat we er de verkeerde dingen mee gaan doen.
Zo kwam in de afgelopen week in het nieuws dat de onderwijsraad adviseert om de cijfers (eigenlijk getallen) van de CITO Eindtoets openbaar wil maken.
Met welk doel wil men dat? Is er een duidelijke uitleg wat deze cijfers betekenen? Een cijfer is een feit hoe een kind op dat moment gescoord heeft op een gemiddeld landelijk niveau. Er staat niet bij wat dit kind heeft meegemaakt, welk IQ (al is dit ook niet altijd betrouwbaar) dit kind heeft, hoe hard de leerkracht heeft gewerkt om het kind verder te krijgen, hoeveel motivatie dit kind heeft, of het kind tussentijds is verhuist, en ga zo maar door. We kijken puur naar een cijfertje, zonder het verhaal erachter.
Je moet je dan afvragen of het reeel is, dat al die cijfers met elkaar worden vergeleken, want dat gaat gebeuren. En welke beoordeling geeft een buitenstaander aan dat cijfer? Levert de binnenstad van Amsterdam gelijkwaardige cijfers met een kleine school op het platteland?
Tuurlijk is het goed om een bepaalde richtlijn te hebben waar je als school naar toe kunt werken. Maar het mag niet zo zijn dat een afrekencultuur ontstaat.
Laat zien als school wat voor leerlingen je in huis hebt, welke instructies worden gegeven, hoe interventies plaatsvinden, welke doelen gesteld worden, hoe je rekening houdt met dit kind, in deze situatie, met deze ouders, bij deze leerkracht en deze medeleerlingen. Hoe mooi is het onderwijs om te zien dat je accentverschillen kunt leggen. De ene school vindt het belangrijk om Engels erbij te geven, een andere school zal zich richten op iets anders. Dat mag. Leer kinderen ontwikkelen tot mensen die zelfstandig in de maatschappij kunnen functioneren, met alle mogelijke middelen zoals bijvoorbeeld de social media. Leer ze om te gaan met de wereld van nu. Met richtlijnen, maar zonder af te rekenen. Leren met plezier in een veilige omgeving, zonder neer te halen.
Zou het tij nog keren? Zou er nog een golfbeweging ontstaan en de accenten weer op de sociale vaardigheden komen te liggen.
Dan begin ik vast af te tellen: 10, 9, 8, 7, 6, ......
zaterdag 2 maart 2013
Los + laten = loslaten
Loslaten is niet altijd en voor iedereen even makkelijk. Het werk loslaten, gebeurtenissen loslaten, je kind loslaten, het zijn ingrijpende zaken die je van binnen kunnen raken. Tenminste, bij mij wel.
Om met het werk te beginnen: Het is nog voorjaarsvakantie. Als verantwoordelijke voor een school valt het niet mee, om de school en alles wat er gebeurt los te laten. Het helpt mij vaak wel om de buitenlucht in te gaan, een stuk te wandelen of te fietsen, een ontspannen boek (niet onderwijsgerelateerd) te lezen (een literaire thriller bijvoorbeeld) en/of gewoon iets te doen voor jezelf met lieve mensen in de omgeving (een uitstapje met mijn lieve eega, een lunch met vriendinnen, een voetmassage, een vrolijk bezoekje bij ouders o.i.d.).
Toch laten de gebeurtenissen en de zorgen van de school me niet geheel los. Wanneer je weer rustig zit, komen er toch weer dingen langs. Zorgen om kinderen, collega's en ouders enerzijds en veel organisatorische, relationale, communicatieve, financiele en alle andere vaardigheden die je als schoolleider moet bezitten anderzijds.
Waarom is het zo lastig om deze dingen los te laten? Maak ik me zorgen of het allemaal wel goed komt? Gaan de dingen wel, zoals ze zouden moeten gaan? Laat het me niet los omdat ik het zo op mezelf betrek? Houdt het me bezig omdat de oplossing nog niet in zicht is? Houdt het me bezig omdat ik me onmachtig voel?
Zo zijn er ook gebeurtenissen die mij bezighouden. Ingrijpende gebeurtenissen, zoals overlijden van mensen. Dan denk ik aan mijn oma, het dochtertje van mijn vriendin, mijn oudste broer, de oma en de vader van mijn man. Dat zijn er zo een aantal die me het eerste te binnen schieten. Maar ook andere dingen, zoals het overlijden van onze hond vorig jaar, ziekte van mensen, de zorgen die anderen hebben, de spanning die dat soms met zich meebrengt en de onmacht die bezit van je kan nemen. Het laat je soms moeilijk los. Afleiding zoeken helpt. Het helpt om verder te gaan. Gebeurtenissen horen bij het leven, het leert relativeren en het laat je weer genieten van mooie dingen. Zo beginnen de geluiden van de vogels in het voorjaar weer een bepaald niveau te krijgen, waar menige muziekmaker jaloers op kan zijn.
De derde, ook een lastige is het opvoeden van kinderen, die zich als jong volwassenen aan het ontwikkelen zijn en die je los moet laten, ook al komen ze weleens huilend bij je. Je kunt ze helpen, met ze praten, begeleiden, advies geven, een veilig huis bieden, met liefde omringen, maar ze zullen hun eigen keuzes moeten maken hoe zij hun verdere leven gaan indelen.
Los. Laat het los, maar ga af en toe eens los, ontspan, relax en zoek vertier op andere gebieden.
Laten. Soms moet je iets met rust laten. Het gewoon even de tijd geven. Tijd heelt alle wonden. Tijd kan ook dingen laten oplossen.
Als doener, die vaak direct actie wil, is dat iets wat ik moet leren. Naast het relativeren (zo erg zijn sommige dingen niet, het komt wel weer goed) is het goed om even achterover te leunen, adem te halen en de zaak van een afstandje te bekijken.
Wat goed werkt is, is even te sparren met medeschoolleiders, die ook bepaalde zaken en gebeurtenissen tegen het lijf lopen en het ook nodig hebben om te sparren. Even een buitenstaander tegen iets aan laten kijken. Het helpt mij te vormen.
Ook anderen zijn een belangrijke schakel om dingen even van een andere kant te laten zien.
Conclusie: Loslaten kun je niet alleen, ga eens los en laat het bezinken, maar daarbij heb je anderen nodig en anderen hebben jou nodig.
Om met het werk te beginnen: Het is nog voorjaarsvakantie. Als verantwoordelijke voor een school valt het niet mee, om de school en alles wat er gebeurt los te laten. Het helpt mij vaak wel om de buitenlucht in te gaan, een stuk te wandelen of te fietsen, een ontspannen boek (niet onderwijsgerelateerd) te lezen (een literaire thriller bijvoorbeeld) en/of gewoon iets te doen voor jezelf met lieve mensen in de omgeving (een uitstapje met mijn lieve eega, een lunch met vriendinnen, een voetmassage, een vrolijk bezoekje bij ouders o.i.d.).
Toch laten de gebeurtenissen en de zorgen van de school me niet geheel los. Wanneer je weer rustig zit, komen er toch weer dingen langs. Zorgen om kinderen, collega's en ouders enerzijds en veel organisatorische, relationale, communicatieve, financiele en alle andere vaardigheden die je als schoolleider moet bezitten anderzijds.
Waarom is het zo lastig om deze dingen los te laten? Maak ik me zorgen of het allemaal wel goed komt? Gaan de dingen wel, zoals ze zouden moeten gaan? Laat het me niet los omdat ik het zo op mezelf betrek? Houdt het me bezig omdat de oplossing nog niet in zicht is? Houdt het me bezig omdat ik me onmachtig voel?
Zo zijn er ook gebeurtenissen die mij bezighouden. Ingrijpende gebeurtenissen, zoals overlijden van mensen. Dan denk ik aan mijn oma, het dochtertje van mijn vriendin, mijn oudste broer, de oma en de vader van mijn man. Dat zijn er zo een aantal die me het eerste te binnen schieten. Maar ook andere dingen, zoals het overlijden van onze hond vorig jaar, ziekte van mensen, de zorgen die anderen hebben, de spanning die dat soms met zich meebrengt en de onmacht die bezit van je kan nemen. Het laat je soms moeilijk los. Afleiding zoeken helpt. Het helpt om verder te gaan. Gebeurtenissen horen bij het leven, het leert relativeren en het laat je weer genieten van mooie dingen. Zo beginnen de geluiden van de vogels in het voorjaar weer een bepaald niveau te krijgen, waar menige muziekmaker jaloers op kan zijn.
De derde, ook een lastige is het opvoeden van kinderen, die zich als jong volwassenen aan het ontwikkelen zijn en die je los moet laten, ook al komen ze weleens huilend bij je. Je kunt ze helpen, met ze praten, begeleiden, advies geven, een veilig huis bieden, met liefde omringen, maar ze zullen hun eigen keuzes moeten maken hoe zij hun verdere leven gaan indelen.
Los. Laat het los, maar ga af en toe eens los, ontspan, relax en zoek vertier op andere gebieden.
Laten. Soms moet je iets met rust laten. Het gewoon even de tijd geven. Tijd heelt alle wonden. Tijd kan ook dingen laten oplossen.
Als doener, die vaak direct actie wil, is dat iets wat ik moet leren. Naast het relativeren (zo erg zijn sommige dingen niet, het komt wel weer goed) is het goed om even achterover te leunen, adem te halen en de zaak van een afstandje te bekijken.
Wat goed werkt is, is even te sparren met medeschoolleiders, die ook bepaalde zaken en gebeurtenissen tegen het lijf lopen en het ook nodig hebben om te sparren. Even een buitenstaander tegen iets aan laten kijken. Het helpt mij te vormen.
Ook anderen zijn een belangrijke schakel om dingen even van een andere kant te laten zien.
Conclusie: Loslaten kun je niet alleen, ga eens los en laat het bezinken, maar daarbij heb je anderen nodig en anderen hebben jou nodig.
Labels:
begeleiden,
laten,
los,
loslaten,
relativeren,
sparren,
tijd
donderdag 28 februari 2013
De terminologie van Passend Onderwijs
Passens Onderwijs heeft veel voeten in de aarde. Een hoop verschuivingen, heel veel nieuwe onderwijskundige terminologie en een snufje bezuinigingen. Dat alles samen heet Passend Onderwijs. Een structurele wijziging in het benaderen van het kind.
Allereerst wordt naast Opbrengst Gericht Werken het Handelings Gericht Werken geintroduceerd. De onderwijsbehoefte van het kind staat centraal. Wat heeft dit kind nodig, in deze groep, bij deze leerkracht, op deze school, met deze ouders en in deze omgeving. En de volgende vraag is of de omgeving van het kind hieraan kan voldoen.
Daarnaast komt de term IHI, wat betekent Integraal Handelingsgericht Indiceren. Het grenst aan HGW (Handelingsgericht werken). Veel partijen om de tafel krijgen, zodat de lijnen kort zijn en iedereen weet wat de ander doet en zou kunnen doen. Ook de ouders zitten hierbij.
De zorgplicht die bij de scholen komt te liggen, zorgt ervoor dat de school, die een leerling binnen zijn muren heeft, zorg draagt voor het kind. Lukt dat niet binnen deze muren, dan zal de school ervoor moeten zorgen, dat dit kind op een andere plek tot zijn recht kan komen. De zorg wordt dan netjes overgedragen middels een onderwijskundig rapport of zoals de digitale wereld in deze aangeeft: een DOD, een digitaal overdrachtsdossier.
De overheid heeft ervoor gekozen om minder samenwerkingsverbanden te formeren. Zo moeten er nieuwe verbanden gemaakt worden, samenwerkingsverbanden, die veel groter en logger zijn, maar wellicht goedkoper moeten worden. Het samenwerkingsverband waar onze school toe behoort omvat 82 scholen van alle richtingen.
Bijeenkomsten met directies en IB-ers worden ingericht en voorgezeten. De volgende opdracht is het SOP, het schoolondersteuningsprofiel. De volgende meting. Wat heb je als school in huis, waar wil je naar toe werken. Een document met een vragenlijst die wordt ingevuld door de school. Hierin worden ook de MR-en betrokken.
Het eind is nog niet in zicht, want wat gaat dit alles ons opleveren als samenwerkingsverband? Worden de lijnen korter en de bureaucratie minder?
Wat gaat het ons opleveren als stichting? Zijn de voordelen groter dan de nadelen?
Wat gaat het ons opleveren als school? Moeten we meer kinderen binnen de muren van onze school kunnen houden?
Het is een proces waar we middenin zitten, maar waarvan we nu nog niet geheel kunnen overzien waar het eindigt. Dat maakt weleens bezorgd. En wie is er dan om die bezorgdheid weg te nemen en een Passend antwoord heeft voor de leerkracht voor de klas, de intern begeleider in de school en de schoolleider, die moet zorgen dat alles in goede banen wordt geleid? Is er een Passende Scholing voor professionals die hiermee moeten werken?
Op weg naar Passend Onderwijs, vol met nieuwe termen en afkortingen, vele voeten in de aarde, maar geen handen in het haar, geef het handen en voeten, denken en doen voor en door het kind, een boeiende uitdaging.
Allereerst wordt naast Opbrengst Gericht Werken het Handelings Gericht Werken geintroduceerd. De onderwijsbehoefte van het kind staat centraal. Wat heeft dit kind nodig, in deze groep, bij deze leerkracht, op deze school, met deze ouders en in deze omgeving. En de volgende vraag is of de omgeving van het kind hieraan kan voldoen.
Daarnaast komt de term IHI, wat betekent Integraal Handelingsgericht Indiceren. Het grenst aan HGW (Handelingsgericht werken). Veel partijen om de tafel krijgen, zodat de lijnen kort zijn en iedereen weet wat de ander doet en zou kunnen doen. Ook de ouders zitten hierbij.
De zorgplicht die bij de scholen komt te liggen, zorgt ervoor dat de school, die een leerling binnen zijn muren heeft, zorg draagt voor het kind. Lukt dat niet binnen deze muren, dan zal de school ervoor moeten zorgen, dat dit kind op een andere plek tot zijn recht kan komen. De zorg wordt dan netjes overgedragen middels een onderwijskundig rapport of zoals de digitale wereld in deze aangeeft: een DOD, een digitaal overdrachtsdossier.
De overheid heeft ervoor gekozen om minder samenwerkingsverbanden te formeren. Zo moeten er nieuwe verbanden gemaakt worden, samenwerkingsverbanden, die veel groter en logger zijn, maar wellicht goedkoper moeten worden. Het samenwerkingsverband waar onze school toe behoort omvat 82 scholen van alle richtingen.
Bijeenkomsten met directies en IB-ers worden ingericht en voorgezeten. De volgende opdracht is het SOP, het schoolondersteuningsprofiel. De volgende meting. Wat heb je als school in huis, waar wil je naar toe werken. Een document met een vragenlijst die wordt ingevuld door de school. Hierin worden ook de MR-en betrokken.
Het eind is nog niet in zicht, want wat gaat dit alles ons opleveren als samenwerkingsverband? Worden de lijnen korter en de bureaucratie minder?
Wat gaat het ons opleveren als stichting? Zijn de voordelen groter dan de nadelen?
Wat gaat het ons opleveren als school? Moeten we meer kinderen binnen de muren van onze school kunnen houden?
Het is een proces waar we middenin zitten, maar waarvan we nu nog niet geheel kunnen overzien waar het eindigt. Dat maakt weleens bezorgd. En wie is er dan om die bezorgdheid weg te nemen en een Passend antwoord heeft voor de leerkracht voor de klas, de intern begeleider in de school en de schoolleider, die moet zorgen dat alles in goede banen wordt geleid? Is er een Passende Scholing voor professionals die hiermee moeten werken?
Op weg naar Passend Onderwijs, vol met nieuwe termen en afkortingen, vele voeten in de aarde, maar geen handen in het haar, geef het handen en voeten, denken en doen voor en door het kind, een boeiende uitdaging.
Labels:
afkortingen,
bezorgdheid,
handelings gericht werken,
handen,
intern begeleider,
leerkracht,
opbrengst gericht werken,
Passend onderwijs,
proces,
schoolleider,
termen,
voeten,
zorg
woensdag 27 februari 2013
Hoe digitaal wordt het onderwijs?
ICT is niet meer weg te denken uit het onderwijs. Je kunt het zelfs in de krant lezen, dat het nog niet genoeg is. Er zal nog meer met ICT en de digitale wereld moeten gebeuren in ons onderwijs, zo zei Neelie Smit-Kroes. Letterlijk zegt eurocommissaris Neelie Smit-Kroes: Het onderwijssysteem in Nederland bereidt leerlingen niet goed voor op het leven in de digitale wereld. Het leert ze vooral ,,vaardigheden die hun ouders nodig hadden". Het onderwijs moet daarom flexibeler worden en meer ruimte bieden voor verscheidenheid van mensen, en ICT op school kan daarbij helpen. BRON: http://www.europa-nu.nl/
Maar wat moeten we de kinderen leren dan?
De omgang met social media? Leren onderzoeken op internet? Leren kennis vergaren via google? Leren digitaal communiceren? En zo kun je nog meer vragen bedenken hoe wij onze kinderen in het moderne digitale onderwijs de weg moeten leren wijzen. Een interessante vraag.
Sinds kort volg ik een ICTcursus tot onderwijskundig ICT-er. Mooi gezegd en deze sluit veel meer aan bij het onderwijs van nu en de mogelijkheden van nu. Ruim 10 jaar geleden volgde ik een cursus ICTcoordinator, die veel meer ging over de vaardigheden van de ICTcoordinator. Nu wordt de nadruk meer gelegd op het soort onderwijs. Prima lijkt mij.
Maar de ontwikkelingen denderen voort. Hebben we een digibord op school (na dit te hebben begroot in het jaar ervoor), komen de Iphones en de Ipads/Tablets weer. Heb je Hyves, is er opeens weer Facebook, Twitter, Yammer, Fousquare, Flickr, en noem maar op.
Welke dingen zijn nu belangrijk om te leren aan kinderen? En dan heb ik het nu vooral even over de basissschool.
Er zijn al computers(ongeveer 1 op de 8) en digiborden in de school. Dit alles heeft een prijskaartje. Wordt het onderwijs zoveel malen beter met deze digitale middelen? Of komt er meer bij kijken? Moeten er meer ICTdeskundigen komen die ook nog kunnen lesgeven of moeten de leerkrachten van nu bijgeschoold worden op het gebied van ICT?
De digitale middelen zijn nodig c.q. handig als communicatiemiddel, als registratiemiddel en als leermiddel.
Maar wat moeten de leerlingen dan nog meer kunnen?
Een stukje "Veilig Internetten" en wat verstaan we daaronder? (afschermen of leren omgaan?)
Nee, dit is nog niet zo eenvoudig. Het vergt een beleid om goed om te springen met de toekomst. En wat gaat die toekomst brengen? Dat weet niemand. Is die stroomversnelling van ICT iets wat nog steeds sneller gaat of komt er een eind aan alle mogelijkheden?
We zullen ons moeten afvragen wat kinderen straks nodig hebben. Wat kunnen we kinderen leren. Daar hoort ook een stukje kennis bij. Die tafels van vermenigvuldiging zijn toch echt handig als men in de in winkel 10 broden wil kopen en je moet bedenken of je genoeg geld bij je hebt of in ieder geval genoeg geld op je rekening hebt staan. Maar verder moeten we kinderen leren omgaan met deze digitale wereld. Hoe kunnen ze dingen opzoeken? Hoe kunnen ze de informatie gebruiken? Wat kunnen ze daarbij gebruiken? Dan zou bijvoorbeeld begrijpend lezen ook een pre zijn om te blijven aanbieden op de basisschool. Je moet immers begrijpen wat er staat en weten wat men bedoelt.
Dus, wat hebben we nodig:
- een goed beleid: Wat willen we kinderen leren? Wat willen we bereiken met ons onderwijs?
- scholing: leerkrachten omscholen tot digitale deskundigen of ICT-er leren lesgeven
- een pot met geld: Voor uitzetten van beleid, voor (om)scholing en de ICTmiddelen moeten ook gefinancierd worden
Dat wordt nog een leuke digitale uitdaging.
Labels:
communiceren,
computer,
digitalisering,
ICT,
ipad,
leren,
onderwijs,
registreren,
tablet
maandag 25 februari 2013
Voorjaarsvakantie
Het is buiten steenkoud, de kachel staat nog aan, een enkel voorjaarsbloemetje steekt zijn sprietje uit boven de grond, maar bedenkt zich razendsnel. Het is nog helemaal geen voorjaar.Als het zo tegen eind februari loopt, verlangen veel mensen naar het voorjaar. Zo ook ik. Dat steeds warmere zonnetje, dat zo lekker op je huid kan kriebelen en zp prettig aanvoelt. De eerste knoppen die zichtbaar worden. Enkele sneeuwklokjes, die dansen in de wind.
Maar nee, geen sneeuwklokjes, maar nog een zee van sneeuwvlokjes dansen nog door de lucht. Het is gewoon nog steenkoud buiten. Het lijkt niet alsof het voorjaar voor de deur staat.
Helemaal niks van dat alles. Vandaag keerde ik een bak water om in de tuin en daar lag nog een hele ijslaag op. De tuindeur moest snel weer dicht, want het werd binnen gewoon koud. Brrrr. Terug naar de kachel.
Na een lange koude winter mag de lente nu wel beginnen. Er is toch behoorlijk wat sneeuw en ijs geweest. Genoeg geweest. Vele ochtenden stond ik voor de auto te krabben om het ijslaagje eraf te bikken. En nu is het wel genoeg.
De voorjaarsvakantie is begonnen. Sommige regio's hebben de vakantie zelfs al achter de rug. De lente is nog nergens te bekennen. Alhoewel... de dagen lengen, het is echt al langer licht. Het blijft alleen lastig om je bed uit te komen, als het nog zo koud is.
We kunnen er weinig aan doen. Rustig afwachten maar. Het weer kunnen we niet besturen en zeker niet bestellen. Ons humeur uiteraard wel. Bij de bloemenwinkel kun je de eerste te snel ontsproten lentebloemen in huis halen om alvast te genieten van de lentekleuren. De fleurige bakjes staan aanlokkelijk voor de etalages. Zo kunnen we de zon het huis binnen lokken.
Dan kunnen we weer eens lekker op een beschut plekje in de tuin zitten.
Koolmeesjes vliegen af en aan. Wintervoedsel bungelt nog in een boom. Het nestkastje hangt klaar. Zouden ze dit plekje uitkiezen om zich te nestelen?
Op school is de winter voorbij. Pindasnoeren zijn opgeruimd. Op weg naar het voorjaar. Het thema lente komt eraan. Iedereen is klaar voor.
Nog even een paar dagen bijtanken en dan kan het voorjaar beginnen. Ik hoor de vogels al. Ik kijk de bollen uit de grond. Ik fantaseer over kleuren en geuren. Ik zie springende kinderen genietend buiten spelen, tuimelend over elkaar heen.
Nog even dromen over het voorjaar, dan is het zover. Mmmmm.
zondag 17 februari 2013
Vrouwen
Vrouwen verdienen voor hetzelfde werk gemiddeld 7% minder dan mannen kopte de krant deze week. Zelfs prinses Máxima roept vrouwen op om te onderhandelen over hun salaris. Dat is niet gek, dat is zakelijk.
Oorzaken die worden genoemd zijn minder ervaring, vaak kleinere banen en een gedeelte dat niet onderhandelt.
Vrouwen zijn anders dan mannen. Mannen zijn vaak wat zakelijker en komen in dit opzicht meer voor zichzelf op. In mijn omgeving is dat zeker herkenbaar. Vrouwen willen vaak dat het werk ook nog leuk is, dat de sociale contacten goed verlopen, dat er een goede samenwerking is en dat het goed te combineren is met hun leven thuis met eventuele kinderen. Mannen zien vaak werk gewoon als werk.
Zo kunnen vrouwen hun werk meer mee naar huis nemen, mannen kunnen het makkelijker gescheiden houden.
Natuurlijk is dit generaliserend en er zijn ook zakelijke vrouwen en mannen die ook hun werkperikelen thuis delen.
Het verschil in salaris is blijkbaar een feit, ik zou het eerlijk gezegd niet weten, want in het onderwijs liggen die salarisschalen gewoon vast, of je nu een man bent of een vrouw.
De vraag is eigenlijk wat de vrouwen en de mannen hier zelf van vinden.
Zelf heb ik me er nooit zo heel druk om gemaakt, mijn werk is leuk, ik doe het met veel plezier en overgave, de salaris is langzaam maar zeker opgehoogd in de jaren, we kunnen er goed van leven en daarmee is het voor mij klaar.
Datzelfde geldt overigens voor mijn echtgenoot. Hij staat er ook zo in.
Dat het scheef zit met die salarissen tussen mannen en vrouwen is natuurlijk niet correct. Dat moet gewoon gelijk getrokken worden. Maar als die scheefgroei gekomen is, doordat vrouwen enkele jaren thuis hebben gezeten vanwege het krijgen van kinderen, lijkt me het niet meer dan normaal dat hun salaris iets achterblijft, omdat er minder ervaring is. Ligt het aan een bepaalde onderhandelingssituatie, dan is het wel degelijk iets om eens goed naar te kijken.
Mij zul je niet horen, omdat wij in een goede situatie verkeren. Als er natuurlijk iets aan de hand is, eenoudergezin, werkloosheid van een van de partners, of een andere schrijnende situatie, dan is elke euro die je meer behoort te krijgen van harte welkom.
Gelijkwaardigheid in is salaris goed, dat moet ook. Een goede samenwerking met alle collega's in een goede verhouding en verantwoordelijkheid is nog veel belangrijker. Dan maakt het niet uit of je man bent of vrouw, dan ben je werknemer.
Oorzaken die worden genoemd zijn minder ervaring, vaak kleinere banen en een gedeelte dat niet onderhandelt.
Vrouwen zijn anders dan mannen. Mannen zijn vaak wat zakelijker en komen in dit opzicht meer voor zichzelf op. In mijn omgeving is dat zeker herkenbaar. Vrouwen willen vaak dat het werk ook nog leuk is, dat de sociale contacten goed verlopen, dat er een goede samenwerking is en dat het goed te combineren is met hun leven thuis met eventuele kinderen. Mannen zien vaak werk gewoon als werk.
Zo kunnen vrouwen hun werk meer mee naar huis nemen, mannen kunnen het makkelijker gescheiden houden.
Natuurlijk is dit generaliserend en er zijn ook zakelijke vrouwen en mannen die ook hun werkperikelen thuis delen.Het verschil in salaris is blijkbaar een feit, ik zou het eerlijk gezegd niet weten, want in het onderwijs liggen die salarisschalen gewoon vast, of je nu een man bent of een vrouw.
De vraag is eigenlijk wat de vrouwen en de mannen hier zelf van vinden.
Zelf heb ik me er nooit zo heel druk om gemaakt, mijn werk is leuk, ik doe het met veel plezier en overgave, de salaris is langzaam maar zeker opgehoogd in de jaren, we kunnen er goed van leven en daarmee is het voor mij klaar.
Datzelfde geldt overigens voor mijn echtgenoot. Hij staat er ook zo in.
Dat het scheef zit met die salarissen tussen mannen en vrouwen is natuurlijk niet correct. Dat moet gewoon gelijk getrokken worden. Maar als die scheefgroei gekomen is, doordat vrouwen enkele jaren thuis hebben gezeten vanwege het krijgen van kinderen, lijkt me het niet meer dan normaal dat hun salaris iets achterblijft, omdat er minder ervaring is. Ligt het aan een bepaalde onderhandelingssituatie, dan is het wel degelijk iets om eens goed naar te kijken.
Mij zul je niet horen, omdat wij in een goede situatie verkeren. Als er natuurlijk iets aan de hand is, eenoudergezin, werkloosheid van een van de partners, of een andere schrijnende situatie, dan is elke euro die je meer behoort te krijgen van harte welkom.
Gelijkwaardigheid in is salaris goed, dat moet ook. Een goede samenwerking met alle collega's in een goede verhouding en verantwoordelijkheid is nog veel belangrijker. Dan maakt het niet uit of je man bent of vrouw, dan ben je werknemer.
Labels:
gelijk trekken,
gelijkwaardig,
mannnen,
salaris,
verschil,
vrouwen,
werkloosheid
vrijdag 15 februari 2013
100 kinderen
100 is een mooi rond getal. 10x10=100. De volle 100%. 100 centen in een euro.
Het gaat hier over 100 leerlingen op een school.
Toen ik begon met werken in 1985 kwam ik terecht op een school in de binnenstad van Delft. De school had het ene jaar 98 leerlingen, het andere jaar 102. Na twee jaar onder de 100 leerlingen te zitten, dreigde er een sluiting. Wanneer een school een derde jaar onder de 100 leerlingen zou zitten, moest de school dicht.
Een reddende engel bracht ons een gezin met 4 kinderen, die in Delft kwamen wonen. Het bestaansrecht was weer veilig. Sindsdien is het alleen maar bergopwaarts gegaan. De school heeft inmiddels 15 groepen en groeit en bloeit.
De school waar ik nu werk had twee en half jaar geleden, toen ik daar startte, om en nabij de 100 leerlingen. Regelmatig werd geroepen, dat wij onder de opheffingsnorm zaten. Nu is dat probleem er helemaal niet, als je aangesloten bent bij een vereniging of stichting, waar meerdere scholen onder vallen. Inmiddels stijgt het leerlingenaantal goed.
Vandaag kwam de POraad met een advies over de hoeveelheid krimpscholen en de magische grens van 100. In 2019 moeten scholen minimaal 100 leerlingen hebben, zo luidde het advies.
Enerzijds is dit begrijpelijk, kleine scholen kosten veel geld. Anderzijds moet je er niet aan denken dat kinderen 30 km verderop naar een basisschool zouden moeten. Natuurlijk moet hierover nog verder nagedacht worden. Het argument van meer zwakke scholen onder (te) kleine scholen houdt natuurlijk niet als jouw school gewoon goed draait. Maar wellicht zijn er oplossingen te bedenken om te fuseren.
Als er binnen een dorp meerdere scholen zijn, lijkt fusie een goede oplossing, maar iedere school heeft zijn eigen visie en missie, uitgangspunt, soort onderwijs, identiteit, en noem maar op. Dat is niet zomaar samengevoegd.
Er kan wel worden samengewerkt en meer geprofiteerd van elkaar binnen een kleine gemeenschap.
Feit blijft, dat kleine scholen in verhouding veel geld kosten, veel moeten investeren, meer druk voor leerkrachten zullen ervaren, meer verwachten van de leerkracht die meerdere groepen tegelijk moet managen.
Er is geen kant en klaar antwoord te geven op de magische grens van 100 leerlingen. Of misschien wel 80 leerlingen? Er zullen allerlei reële afwegingen moeten komen. Eerst dromen, dan realistisch bekijken, mogelijkheden en opties onderzoeken en dan komen tot actie.
Ik hoop dat ze daarbij het kind niet zullen vergeten.
Het gaat hier over 100 leerlingen op een school.
Toen ik begon met werken in 1985 kwam ik terecht op een school in de binnenstad van Delft. De school had het ene jaar 98 leerlingen, het andere jaar 102. Na twee jaar onder de 100 leerlingen te zitten, dreigde er een sluiting. Wanneer een school een derde jaar onder de 100 leerlingen zou zitten, moest de school dicht.
Een reddende engel bracht ons een gezin met 4 kinderen, die in Delft kwamen wonen. Het bestaansrecht was weer veilig. Sindsdien is het alleen maar bergopwaarts gegaan. De school heeft inmiddels 15 groepen en groeit en bloeit.
De school waar ik nu werk had twee en half jaar geleden, toen ik daar startte, om en nabij de 100 leerlingen. Regelmatig werd geroepen, dat wij onder de opheffingsnorm zaten. Nu is dat probleem er helemaal niet, als je aangesloten bent bij een vereniging of stichting, waar meerdere scholen onder vallen. Inmiddels stijgt het leerlingenaantal goed.
Vandaag kwam de POraad met een advies over de hoeveelheid krimpscholen en de magische grens van 100. In 2019 moeten scholen minimaal 100 leerlingen hebben, zo luidde het advies.
Enerzijds is dit begrijpelijk, kleine scholen kosten veel geld. Anderzijds moet je er niet aan denken dat kinderen 30 km verderop naar een basisschool zouden moeten. Natuurlijk moet hierover nog verder nagedacht worden. Het argument van meer zwakke scholen onder (te) kleine scholen houdt natuurlijk niet als jouw school gewoon goed draait. Maar wellicht zijn er oplossingen te bedenken om te fuseren.
Als er binnen een dorp meerdere scholen zijn, lijkt fusie een goede oplossing, maar iedere school heeft zijn eigen visie en missie, uitgangspunt, soort onderwijs, identiteit, en noem maar op. Dat is niet zomaar samengevoegd.
Er kan wel worden samengewerkt en meer geprofiteerd van elkaar binnen een kleine gemeenschap.
Feit blijft, dat kleine scholen in verhouding veel geld kosten, veel moeten investeren, meer druk voor leerkrachten zullen ervaren, meer verwachten van de leerkracht die meerdere groepen tegelijk moet managen.
Er is geen kant en klaar antwoord te geven op de magische grens van 100 leerlingen. Of misschien wel 80 leerlingen? Er zullen allerlei reële afwegingen moeten komen. Eerst dromen, dan realistisch bekijken, mogelijkheden en opties onderzoeken en dan komen tot actie.
Ik hoop dat ze daarbij het kind niet zullen vergeten.
Labels:
100,
grens,
groeischolen.,
kinderen,
krimpscholen,
leerlingen,
opheffingsnorm,
sluiting
Abonneren op:
Posts (Atom)

