On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







vrijdag 6 juni 2014

Transparantie

Doorzichtigheid, materiaal waar je doorheen kunt kijken, een dun velletje.Transparantie in een organisatie, de mate waarin een organisatie, bedrijf of onderneming zichtbaar, open en toegankelijk is.


Mooi. Duidelijkheid is voor iedereen fijn. Helderheid geeft openheid van zaken. Transparantie over wat er wel of niet gebeurt. Goed om alles te kunnen zien. Prima. Of toch niet? 
Als er spontaan iemand op bezoek komt en het is een puinhoop in de kamer, voel ik me toch wat ongemakkelijk. Mensen zullen denken dat het hier altijd een puinhoop is of wij misschien wel slordig of vies zijn. Maar misschien is het dan een feit om te tellen hoe vaak hier een was wordt gedraaid, hoe vaak er wordt gestofzuigd en hoe vaak de ramen worden gewassen. Geeft dat dan een goed beeld van mijn huishouden? 
Je wilt het beste laten zien van jezelf. Geldt dit niet ook voor ondernemingen, bedrijven en scholen? Moet alles transparant worden? Dat is een vraag die mij bezighoudt. Het roept bij mij toch wat weerstand op. Welke informatie krijg ik als ik weet hoeveel sterfgevallen er in een bepaald ziekenhuis zijn voorgevallen? Zou ik dan niet naar dat ziekenhuis moeten gaan? Waarom niet? Is het niet veel belangrijker om te zien hoe dit komt?
We kunnen er niet meer onderuit in het basisonderwijs. Alles is open, openbaar en transparant. Is het niet via de POVensters of in de krant, dan is het wel via een inspectierapport. Iedereen kan alles zien. Tenminste, de cijfers en getallen die openbaar gemaakt moeten worden en de interpretatie van iemand. Daardoor zie je maar een gedeelte van een school, namelijk bepaalde kale cijfers, soms een beoordeling van een inspecteur of een kleine toelichting van de school. Jammer is, dat wat je aan cijfers ziet of wat je leest, niet de lading dekt van een school. Een school is veel meer dan alleen cijfers en een stukje tekst. Het is goed om die cijfers te kunnen toelichten. En niet door er een verhaaltje van te maken, maar door gewoon te komen kijken in het bedrijf of de school. Het houdt verband met:
- welke populatie zit op deze school?
- wat is de grootte van de groep en de grootte van de school?
- in welke ontwikkeling zit een school?
- hoe is het gesteld met de medewerkers?
- hoe groot is de instroom halverwege de basisschool?
- wat is het leerkrachtgedrag?
- hoe hebben kinderen een toets gemaakt?
Zo zijn er allerlei factoren die wel of niet beinvloedbaar zijn. Er zijn onderdelen waar je aan kunt werken als school. Neem het leerkrachtgedrag, de manier van instructie geven of het trainen van bepaald woorden en teksten. Andere zaken zijn moeilijker te beinvloeden. We kijken dan naar de capaciteiten van kinderen, de thuissituatie, de verhuizingen ed. 
En dat is nu precies waarom losse cijfers, al die transparantie, zogenaamde openheid en de subjectieve beoordeling van een inspecteur niet alles zeggen van een bedrijf, een school en zelfs van mijn huiskamer. Komt u maar gewoon langs, u krijgt een lekkere bak koffie een een geurend kopje thee met wat lekkers erbij.


donderdag 8 mei 2014

Selfie

In deze tijd niet meer weg te denken: Een selfie. Een woord dat overgevlogen is uit Amerika. Een foto die je van jezelf maakt. Het woord dat in 2013 in de Dikke van Dale verscheen. Het werd in dat jaar ook gekozen tot woord van het jaar in Nederland en Vlaanderen. 
In de spreektaal zijn hierop ook verschillende varinaten ontstaan.

Met een mobiele telefoon, een Ipad of een webcam kun je makkelijk een selfie maken. Op het apparaat zit een knop, waarmee je de camerafunctie kan omdraaien. Hierdoor kun je naast het gewone fotograferen ook hetgeen dat zich voor de camera bevindt op de foto zetten. Kortom de fotograaf zelf kan zichzelf fotograferen. Kenmerkend is dat je op de foto ziet dat degene die op de foto staat de camera zelf vasthoudt. 
10 of 20 jaar geleden met een analoge camera (een fotocamera met fotorolletjes die je moest laten ontwikkelen en afdrukken), maar later ook met een digitale camera kon dit eenvoudigweg niet. We hadden wel een zelfontspanner. De camera werd keurig neergezet of op een statief geplaatst. Het knopje van de zelfontspanner moest worden aangezet. Vervolgens drukte men op de afdrukknop en ging met als de wiedeweerga naar de plek waar de foto van werd gemaakt. Zo kon je jezelf of jezelf samen met de hele familie op de foto zetten. Heel handig.
Soms vroeg je ook gewoon of een ander de foto even voor jou wilde maken. Geen probleem.
Met de selfie is dat allemaal een stuk handiger geworden. En naast de selfie heb je ook bijvoorbeeld een stemfie in het stemhokje. En zo zijn er nog meer varianten in ons taalgebruik verschenen. 
Laatst was ik bij mijn ouders (89 en 91) en hadden we ook over een selfie. Ik ging hen met mijn eigen mobiel wel even laten zien wat dat was. Geweldig. Een hele ontdekking. Mijn vader had ook in de krant gelezen over de stemfie in het stemhokje en begreep nu natuurlijk hoe men dat kon doen.
Voor mij leuk om met mijn ouders op de foto te gaan, voor hen leuk hoe zo'n selfie nu gemaakt werd. Was ik alleen nog vergeten, dat als ik een foto maak, van 2 personen waaronder ikzelf, dit geen selfie heet, maar een saamfie. Ach, kniesoor die daar op let.



zondag 23 maart 2014

Onderwijsbehoefte en metingen

In de onderwijsontwikkelingen wordt veel gesproken over de organisatie, de samenwerkingswerkingsverbanden, passen onderwijs, handelingsgericht werken en alle mensen die hiermee te maken hebben. Laten we echter een ding niet uit het oog verliezen: Het kind zelf. En vooral: Wat heeft dit kind nodig?

Het begint al op de dag van de geboorte. Het kind is op de wereld. De mensen er omheen vragen zich af: Wat heeft dit kind nodig? Drinken, een schone luier, een bad of gewoon even lekker knuffelen bij papa of mama.
De behoefte van een kind wordt steeds groter en complexer. Van alleen melk drinken wordt de behoefte aan bepaald eten groter, maar ook qua ontwikkeling worden zijn uitdagingen groter. Daarnaast wordt ook zijn eigen autonomie verder ontwikkeld. Het breidt zich steeds verder uit.
Op de basisschool komt een kind als vierjarige binnen. Wat heeft zo'n kind nodig? Aandacht van de juf, veiligheid en vertrouwd raken met de omgeving, het gevoel hebben dat zijn vader en moeder hem weer op komen halen, het idee hebben dat het iets kan, maar ook uitgedaagd worden tot een kind dat zich verder ontwikkeld. Daarbij zijn ook de vriendjes belangrijk en moeten ze leren samenwerken, leren samen te spelen, leren ruzie te maken en weer op te lossen. Het kind komt met een heleboel facetten in aanraking en maakt zich klaar voor de grote wereld van straks waarin hij zelf zijn eten kan maken, zelf geld kan verdienen, zelf ontdekkingen doen en zelf keuzes maken. 
Dat kind wordt door zijn omgeving daarin begeleid.
Nu willen we natuurlijk het onderste uit de kan en het beste voor ieder kind. Logisch. Hoe zorgen we in Nederland ervoor dat ieder kind het beste krijgt? De grote vraag is: Hoe kunnen we dat meetbaar maken?
Verwoede pogingen tot kwaliteitsverbeteringen hebben geleid tot aanzienlijke resultaten enerzijds, maar tot krampachtige cijfermatige en beoordelende rapporten anderszijds. Er zijn bepaalde dingen te meten. De vooruitgang die leerlingen maken. Dat is mooi. Andere dingen zijn veel moeilijker te meten, zoals bijvoorbeeld het pedagogisch klimaat.
De Nederlandse overheid is bezig om bepaalde metingen te gebruiken als beoordeling voor de kwaliteit van de school die zijn boekje te buiten gaat.
De Cito Eindtoets van groep 8 is zoiets. De score van die eindtoets bepaald of een school een goede kwaliteit heeft. Ooit is de Citotoets bedoeld geweest om te bekijken wat leerlingen hebben geleerd en hoe we zaken wellicht anders kunnen doen. Nu wordt diezelfde toets als meetinstrument gebruikt om de kwaliteit van een school te meten. Wanneer gaat we in Nederland begrijpen dat we verkeerd bezig zijn?
Citotoetsen zijn bedoeld om inzicht te krijgen in welke leerdoelen behaald zijn en waar we kunnen bijstellen. De vaardigheidsscores van leerlingen staan hierbij centraal. Natuurlijk kan het de ene keer eens lager zijn en de andere keer wat hoger. Zaak is om er dan een analyse op los te laten hoe dit komt. Vervolgens te bekijken welke actie er moet volgen om ander en beter onderwijs te bieden. Dat onderwijs is belangrijk. De leerkracht doet ertoe. De intern beleider doet ertoe. De directeur doet ertoe. Met elkaar kijken naar het kind is een uitdaging die niet in cijfertjes is te omschrijven, laat staan te beoordelen. Samen zetten we het kind centraal en kijken wat dit kind nodig heeft in deze groep, bij deze klasgenootjes, bij deze leerkracht, op deze school en bij deze ouders. Daar moet op geacteerd worden.
Zoals een collega-directeur laatst zei: Je wilt geen enkel kind, om welke reden dan ook, moeten uitvinken bij de Cito van groep 8. Iedereen telt mee en ieder kind mag zich ontwikkelen zoals hij of zij is. Wij moeten als Nederland zorgen voor optimale omstandigheden op alle vlakken. Zodat naast rekenen en taal ook sociaal emotioneel een kind goed in hun vel zit en klaar is voor de grote wereld.




zondag 9 februari 2014

Afrekencultuur

De Cito-toets van groep 8 komt er weer aan. Zwetende kinderen, spanningen bij ouders, zorgen op school. Gaan de kinderen wel genoeg presteren? Komen ze straks op de goede VO-school terecht? Heeft de school het gemiddelde van de Cito-score wel gehaald? Je kunt immers zomaar zwakke school worden.

Het blijft een rare kwestie. De minister van onderwijs houdt van transparantie en het regeren op cijfers. Dat betekent toetsen afnemen, in kaart brengen wat kinderen gescoord hebben, klassengemiddelden berekenen en vervolgens horen of je zwak bent of niet.
Naast de Cito's is er ook een website opgericht om alle gegevens van een school open neer te leggen en wachten op een oordeel van buiten. De zogenaamde POvensters zijn in het leven geroepen. Nog iets wat de school moet gaan bijhouden, nog meer administratie.

Een leerling, een klas en een school zijn niet alleen in cijfers te berekenen of te beoordelen. Basisschoolkinderen leggen van 4 tot 12 jaar de basis om straks verder te kunnen ontwikkelen als volwaardige burgers in onze maatschappij. Dan is het ook belangrijk, dat je een ander kind helpt, je iets kunt presenteren, een verslag kunt maken, goed kunt communiceren en zelf leren hoe jij het beste kunt leren.
Moeilijk om in discussie te gaan met de minister van onderwijs en de strenge inspectie, die vooral focust op cijfers en scores. Wat als er een slecht bouwjaar tussenzit? 

Luister vooral naar het verhaal van de school. Wat doen zij voor hun leerlingen? Waar komen ze vandaan, wat gaan ze bereiken met kinderen en hoe gaan ze dit vormgeven? Welke acties voeren de leerkrachten uit om het doel te behalen. 
Het handelingsgericht werken waarin bekeken wordt wat kinderen nodig hebben is een mooie denkomslag. Gericht werken met een doel en een evaluatie per les. Maar ook het werken met een groepsoverzicht waarbij men ieder kind in beeld heeft is een prachtig streven. Dan weet je als leerkracht waar de accenten moeten liggen. Dit kind krijgt herhaling of makkelijker werk, dat kind krijgt iets meer uitdaging en weer een ander kind help je met een tafelkaart of een rustig plekje in de klas.
Het kijken naar resultaten is goed, als je weet waar een kind vandaan komt. Van daaruit kijken hoe een kind groeit in zijn vaardigheidsscores kan het kind en de leerkracht verder helpen.

Het moeilijke aan de discussie is, dat cijfers een school zwak of voldoende geven, terwijl dit gebaseerd wordt op alleen taal en rekenen. Kijkt men verder, dan ziet men vaak een hardwerkende school, die zorgt voor zijn kinderen. Kinderen die zich op allerlei gebieden ontwikkelen. Kinderen die op een school zitten met een prettig pedagogisch klimaat. Kinderen die gewaardeerd worden om wie ze zijn. Kinderen die serieus genomen worden.

Ergens op verbeteren kan altijd. Maar geef de school ruimte, lucht en ontspanning. Reken niet af op cijfers. Reken niet af op administratie. Kijk naar de school als geheel en zie hoe kinderen zich hebben ontwikkeld. 

donderdag 2 januari 2014

Voorkomen en voornemen

Heel veel woorden in de Nederlandse taal hebben meerdere betekenissen. Het is maar net in welke context je bepaalde woorden gebruikt. Voorkomen en voornemen zijn zulke woorden.

Nu er er weer heel wat mensen (of grote kinderen) zich hebben uitgeleefd met vuurwerk in de afgelopen dagen, is het woord "voorkomen" een mooi voorbeeld van een woord met verschillende betekenissen. 
Het kan voorkomen dat er in de straat vuurwerk wordt afgestoken. Kunnen we dat voorkomen? Nee, ik denk het niet. Maar ik hoop wel dat als het echt fout gaat, de afstekers moeten voorkomen. Of zijn mensen met een bepaald voorkomen daarvan uitgesloten? In ieder geval heeft het iets preventiefs.
1. Voorkomen, met het accent op vóór, in de betekenis van 'het kan gebeuren'
2. Voorkomen, met het accent op kó, ervoor zorgen dat iets niet gebeurt.
3. Voorkomen bij de rechter om wel of niet veroordeeld te worden.
4. Voorkomen als zelfstandig naamwoord. Jouw voorkomen, jouw gezicht of jouw aanzien.

Zo heeft ook het woord voornemen, wat in januari een hoge frequentie heeft in het gebruik ervan, een aantal betekenissen. Ik heb me voorgenomen om dit voornemen tot een goed einde te brengen. 
1. Voornemen als werkwoord betekent beogen, het plan hebben om iets te gaan doen.
2. Voornemen als zelfstandig betekent een besluit, een plan, een doel.

Natuurlijk moet je voorkomen dat je verzandt in goede voornemens die je niet waar kunt maken, misschien zelfs beter kunt voorkomen. Een goed voornemen: Voorkom met dit voorkomen dat het voornemen een slecht voornemen is. 
Ik ben benieuwd naar jouw voornemen of wil je dit zien te voorkomen?

woensdag 1 januari 2014

Stilte na de storm: tijd voor overdenkingen.

Wat is het stil buiten. De wind waait niet. Het regent (nog) niet. Het zonnetje heeft zijn stralen laten schijnen vandaag. Het is rustig buiten. Geen geknal (meer). Het is rustig binnen. We eten de laatste restjes.

Het is 1 januari 2014. Na een nacht vol explosief vuurwerk, mooie oplichtende gekleurde sterren, knetterende geluiden, gillende sirenes en prachtige beelden boven de stad is het rustig. Meestal hoor je nog wat knallen en geknetter van overgebleven vuurwerk. Vaak hoor je dat er ook op nieuwjaarsdag nog mensen het ziekenhuis binnenstrompelen, omdat er gevonden vuurwerk toch nog even moet worden afgestoken. Zouden we met z'n allen verstandiger worden?
Nu moet ik eerlijk toegeven, dat ik niet veel geef om vuurwerk. Grootgebracht met sterretjes en ik heb het ook nooit gestimuleerd bij de kinderen. Niet dat zij het niet hebben gedaan. Ze wilden erbij horen en ook vuurwerk kopen en afsteken. Prima, maar dan betaal je het zelf, ik doe daar niet aan mee. Maar ook zij zijn de kwajongens- en kwameidenstreken ontgroeid en hebben dit jaar niets gekocht. Immers: Zonde van het geld.
67 miljoen vuurwerk de lucht in. Denkt u zich eens in wat we daar niet voor mooie dingen mee hadden kunnen doen in bijvoorbeeld het onderwijs. Ook de zorg en andere beroepsgroepen of mensen zonder baan zouden dit geld goed kunnen gebruiken. 
Nee, neem dan de nieuwjaarsduik. Dat is een betere traditie. Bikkels die daaraan meedoen, ik heb het zelf ooit 1x gedaan in 2002 met de toen nog kleinere kinderen, de jongste misschien zelfs te klein. Een mooie doop of duik in het koele water om zo met een schone lei te kunnen beginnen. Tevens gaat het inschrijvingsgeld voor een groot deel naar een goed doel. Heel mooi. Twee jongens hebben het dit jaar mog eens gedaan. Ze zitten of liggen nog bij te komen na een nacht doorhalen en dan om 12.00u. de Noordzee in te zijn gerend.
Of de nieuwjaarsrecepties. Wat vinden we daarvan? Het is net als met verjaardagen. Het gaat niet om de reden van het feestvieren, maar om de ontmoeting. Het handjeschudden en 2 of 3x zoenen (meestal links rechts links) is het menselijke contact dat we niet willen missen. We spreken elkaar. We delen dingen met elkaar. We geven om elkaar. En daarom zijn we erbij. Mooie traditie.
Het vuurwerk kan me gestolen worden. Het kostte dit jaat 46 ogen, waarvan 8 ogen blindheid opleverden en 1 oog verwijderd moest worden. Brrr. Daar moet je toch niet aan denken. 
En toch... ik zou het geknal, het lawaai, het bekende hoge gegil en de mooie uiteenspattende lichtgevende sterretjes toch missen. Nodig is het niet, maar wat houden we ervan om bepaalde gewoontes vast te houden. Geeft ons dat een veilig gevoel?

zaterdag 28 december 2013

Een nieuwe tijd

De tijd verstrijkt en straks begint weer een nieuw jaar. Het jaar 2014. Tijden veranderen. Het lijkt zelfs steeds vlugger te gaan. Zo stond er vanmorgen in de krant hoe gewoon dingen over 5 jaar zijn. En toegegeven, het zou best kunnen.

De digitale wereld breidt zich steeds verder uit. Hoe precies kunnen we de kinderen straks volgen die middels invitrovertilisatie ter wereld komen. Laat staan dat we er iets mee kunnen. Maar ook het papieren boek en de papieren krant blijven dingen die misschien toch steeds meer op de achtergrond verdwijnen.
Hoe zal het straks dan zijn op scholen, in de politiek, in de stadscentra, met de post en in bejaardencentra? Het is niet te voorspellen wat er allemaal verandert. Wel leuk om erover te fantaseren en erin mee te groeien en te ontwikkelen. 
Wat zou het betekenen voor een basisschool? Uitgeprogrammeerde groepsplannen? Begeleiders in plaats van leerkrachten? Ipads in plaats van schriften? Samenwerkingsverbanden, die met 1 druk op de knop een kind op de goede school kunnen plaatsen. Of is dit allemaal nog veel te dichtbij?
Moeten we het breder zoeken en de kinderen veel meer buiten Nederland laten leren? Het schoolreisje in Afrika en het afscheid van groep 8 op de maan? 
Hoe gaan we om met al die specifieke kindkenmerken en leerkrachten of begeleiders die hierin bijgeschoold moeten worden?
Het is moeilijk voor te stellen. Toch denk ik dat er een aantal dingen hard zullen veranderen, maar ook een aantal dingen niet. Kleuters moeten immers ervarend leren en spelen met water, zand en blokken. Naast af en toe een spelletje op de Ipad zijn dit onmisbare leerzame ontwikkelingen die een mensenkind moet doormaken. Zo leren ze van de concrete wereld om zich heen. Dat geldt ook voor het leren van rekenen, wat volgens een principe van concretiseren, verbaliseren, handelen en uitleggen uiteindelijk eigen gemaakt wordt. 
Het leren van klanken in de kleutergroepen gaat spelenderwijs door gebruik te maken van hun hele lijf. Maak de vormen van de letters met je handen. Voel houten letters. 
Hoe nieuw wordt dan de nieuwe wereld en het nieuwe leren? De tijd verandert en wij veranderen mee. 
We zullen het allemaal meemaken en kijken de toekomst met grote nieuwsgierigheid tegemoet. Op weg naar een nieuwe tijd.

zaterdag 21 december 2013

Het Groot Dictee voor een handje vol mensen

Het Groot Dictee der Nederlandse taal wordt elk jaar in december gehouden op TV. Prominenten en liefhebbers, Nederlanders en Vlamingen, mannen en vrouwen, jong en ouder, ze mogen het allemaal tegen elkaar opnemen.

Ook dit jaar, 2013, is het weer zover. De bekende Kees van Kooten heeft zich gebogen over het maken van een stevig dictee. Daarbij was nog een extra taalkundige moeilijkheid ingebouwd, die de gedicteerden dienden te onderstrepen.
Met een gemiddelde van 30-40 fouten bij de prominenten en slechts 27-28 bij de liefhebbers lijkt het eind echt zoek. Gaat het om wie de meest ingewikkelde tekst kan schrijven? Gaat het om wie de moeilijkste niet gebruikte woorden der Nederlandse taal kan vinden en verstoppen in een onbeschrijflijk stuk tekst, welke niet eens goed kan worden voorgelezen, laat staan begrepen?
Ik vraag me af wat het doel is van zo'n samengeraapt stuk Nederlandse tekst die de gemiddelde Nederlander nooit foutloos zou kunnen maken. Dit moeten wij in het basisonderwijs met onze kinderen niet proberen. Op zijn minst moeten zij de instructie hebben genoten en de nodige oefening hebben gehad. Vervolgens moet voor een deel in de groep de nodige herhalingsstof zijn gedoceerd. Tenslotte is een proeftoets handig om de angsthazen alvast te laten wennen aan de stress van de test. Ook de bollebozen moeten aan hun trekken komen door wat uitdaging en verdieping te krijgen, maar ook daar geldt: ze moeten wel instructie krijgen hoe ze bepaalde woorden moeten schrijven of kunnen herleiden.
O wacht, misschien speelt Cito hierin een rol om te laten zien hoe we de landelijke spellingsnorm kunnen bepalen van de gemiddelde Nederlander of de gemiddelde Belg. Wat een mooi middel om dit te meten. Daar zal ook staatssecretaris Dekker heel blij mee zijn. Nu kan hij immers meten hoe het gesteld is met de spelling in Nederland en hoe we daarin nog kunnen schaven of wellicht bijspijkeren.

Nee, ik geloof dat we hier - net als de toetsing en de Citostress, de afrekencultuur op puur cijfermatige gegevens - op de verkeerde weg zijn.
Als we het Groot Dictee der Nederlandse taal een succes willen laten zijn trek het dan breder. Zorg voor een veilig pedagogisch klimaat. De voorlezer en de controleur moeten zich richten op de dicteebehoefte van elke deelnemer. Er moet aan elke deelnemer instructie in minimaal drie niveaus gegeven zijn. Een enkeling heeft meer hulp nodig, dit zal duidelijk beschreven moeten zijn in een handelingsplan. Bollebozen moeten meer uitdaging krijgen, maar daarover wel eerst geinformeerd zijn. En niet geheel onbelangrijk: De succeservaring. Laat de jury vervolgens niet oplezen wat de betekenis of de uitleg van een spelwijze is, maar vertellen, dat komt beter over bij kijkers en deelnemers. Een goede voorbereiding met concreet materiaal doet wonderen.
Ik ben benieuwd naar het dictee van 2014.

zondag 20 oktober 2013

Onderwijsbehoefte

In het kader van handelingsgericht werken(HGW), maar vooral de gedachte om vanuit het kind te denken, is het goed om na te denken over wat dit kind nodig heeft. Daar hangt een heleboel vanaf. Belangrijk hierbij is, dat het het kind centraal staat.

Onderwijsbehoefte van het kind betekent: Wat heeft dit kind nodig, in deze groep, bij deze leerkracht, bij deze medeleerlingen, bij deze ouders , in deze school, in deze omgeving(buurt/vriendjes/club)?

Wat heeft een kind nodig? Welke kindkenmerken heeft dit kind? Is het visueel of auditief sterker? Is het snel afgeleid of kan het juist goed concentreren? Heeft het hele hoge capiciteiten of juist wat lager? Is het snel of minder snel? Allemaal kenmerken waarmee de omgeving rekening kan houden en daardoor kan afstemmen op het leervermogen van het kind. Zo ontwikkelt het kind zich het beste.
De groep is van belang om te zien hoe een kind zich daarin beweegt. Voelt het zich prettig in deze groep? Heeft het misschien meer stimulans nodig om uit de tent te worden gelokt? Is het populair of juist niet? Wat zijn de kwaliteiten van het kind in de groep en wat belemmert hem?
De leerkracht doer ertoe. Dat weten we allemaal. Voor het kind is het belangrijk of de leerkracht hem begrijpt? Of de leerkracht zijn verhaal kent. Kent de leerkracht zijn kindkenmerken. Maar andersom is het voor dit kind noodzakelijk dat die leerkracht weet hoe hij bij dit kind moet reageren. Moet ik even een apart praatje met deze leerling maken? Of moet ik hem juist even op weg helpen met rekenen? Heeft dit kind een schouderklopje nodig? Of kan dit kind heel goed zelfstandig werken en is het goed dat de leerkracht hem niet vergeet bij zijn ronde door de klas. De leerkracht gaat hier bedenken wat dit kind nodig heeft en bekijkt zelf of hij dit kan bieden. We moeten natuurlijk wel realistisch blijven. 
Medeleerlingen en hun relaties zijn van belang bij het werken, het leren, het samen spelen en de gym. Welk kind zet je bij het andere kind? Wie zet je naast elkaar bij rekenen, welk groepje wordt gemaakt bij de gym. Rekening houdend met de stimulerende factoren van het kind.Kan een kind misschien een maatje gebruiken bij een ander vak? Allemaal zaken om goed over na te denken. Zo kun je het doel bereiken wat je met dit kind voor ogen hebt.
Ook ouders spelen een rol bij de onderwijsbehoefte. Zijn dit ouders die het goede voorbeeld geven wat betreft het )voor-)lezen? Kunnen deze ouders helpen bij een stukje huiswerk? En kunnen deze ouders het kind begeleiden bij het maken van een spreekbeurt? Ook deze facetten zijn van belang om te weten wat stimulerend is en wat niet? Zo weten we hoe we dit kind verder kunnen helpen.
De school kent een bepaalt systeem. Sommige scholen zetten in op structuur en rust, andere scholen benadrukken de eigen keuzes, ontdekkend leren of meer coöperatief. Wat past bij dit kind? Goed om als ouders al te bedenken waar jouw kind het beste past. Daarnaast moet er natuurlijk een klik zijn met de school en de leerkrachten. Ga vooral kijken voordat je een kind opgeeft bij een school.
De buurt kan medebepalend zijn voor de onderwijsbehoefte van het kind. Zijn er meer kinderen die naar een sportclub gaan en elkaar daar ook weer zien, dan kan dit bevorderend zijn. Anderzijds kan het ook voorkomen, dat als het in de buurt niet prettig is om te spellen, dat dit zijn weerslag heeft op school.

Kortom het gaat om waarnemen en begrijpen van alles rondom het kind. Van daaruit gaat men plannen en handelen om zo het leerdoel te bereiken. Alle factoren waar het kind mee in aanraking komt doen ertoe. De leerkracht is een grote stimulerende factor, die het kind nodig heeft om verder te komen.
Het kind blijft hierin centraal staan in al zijn stimulerende en belemmerende factoren. Als leerkracht begeleid je deze leerling naar onderwijsbehoefte. Dat is handelingsgericht werken.

zaterdag 19 oktober 2013

Onderwijs = leerling x (leerkracht + omgeving + leerstof)

Hoe belangrijk is het onderwijs voor het kind? Welke rol speelt een leerkracht? Hoe belangrijk is de omgeving? Het hangt nauw met elkaar samen.

Het kind staat centraal. Daar draait het om. Het kind ontwikkelt zich op school door middel van relaties met de leerkracht en medeleerlingen. Thuis ontwikkelt het zich in relatie tot zijn ouders, eventueel broertjes en zusjes en de omgeving, zoals de buurt, vriendjes en vriendinnetjes.
Die leerkracht doet er toe op school. Net als thuis ouders er toe doen. Ze zijn een belangrijk rolmodel voor het kind. Het biedt hen geborgenheid, liefde, het leert spelenderwijs omgaan met sociale vaardigheden, het leert omgaan met geluk, verdriet, teleurstellingen en mooie ervaringen. De leerkracht en de ouder kunnen kinderen ook stimuleren door gerichte uitleg, voorlezen, aanbieden van leerstof, afstemmen op het niveau van het kind en het helpen waar het nodig is. Thuis voelen ouders het haarfijn aan. Leerkrachten kijken naar de onderwijsbehoeften van kinderen. Wat heeft dit kind, in deze klas, op deze school, bij deze ouders en bij deze leerkracht nodig? Dat kunnen eenvoudige dingen zijn: vooraan zitten, een leerkracht die helpt bij het opstarten, een stappenplannetje, extra uitleg bij rekenen, een medeklasgenoot die helpt bij het voorlezen of gewoon af en toe een knikje van de juf dat hij/zij het goed doet en hem/haar ziet.
Het is daarom ook van belang om te praten met kinderen. Stel open vragen en luister wat dit kind te vertellen heeft. Waar is het mee bezig? Wat heeft het meegemaakt? Wat heeft het nodig op school? Wanneer kan het rustig slapen thuis? Een kind kan dit goed aangeven. De kunst om als volwassenen te luisteren en te kijken naar kinderen. Wat willen ze ons vertellen?
Daarnaast is belangrijk waar het kind mee in aanraking komt. Welke middelen heeft het tot zijn beschikking? Boeken lezen, bouwen met blokken of lego, vormen en kleuren ontdekken, muziek maken en buiten spelen. Het speelt allemaal mee. Soms in combinatie met een volwassenne, soms ook zelf ontdekkend. Door het juiste materiaal aan te dragen daag je het kind uit tot leren en ontdekken. Het ontwikkelt zich dan vanzelf.
In het onderwijs bestaat er een relatie tot leerling en leerkracht, leerling en omgeving en leerling en leerstof. Vandaar de formulie: Onderwijs = leerling x (leerkracht + omgeving + leerstof). Hierbij staat de leerkracht vooraan in de rij. De leerkracht doet ertoe. Verdiept zich in een leerling en leert het te begrijpen. De leerkracht gebruikt daarbij ook de omgeving en de leerstof. Door het stimuleren, doelgericht handelen, plannen en acties uit te voeren ontwikkelt het kind zich. De leerkracht is daarbij cruciaal.
Daarom is onderwijs zo belangrijk voor kinderen. Ieder kind heeft er recht op.