Omdat het in de pen klimmen een verouderde zegswijze is, kruip ik in mijn
laptop om te reageren op Wijnand Rietman, Trouw 20 juli jl. (zie onderaan dit artikel), waarin hij
een aantal argumenten noemt, die gerechtvaardigd zijn om VOdocenten een hoger
salaris te bieden. De meeste argumenten kan ik weerleggen. Meer waardering voor
PO docenten is op zijn plaats.
Opleiding
De PABO is steviger dan buitenstaanders doen
vermoeden. Minors, onderzoek, verslagen en de stageopdrachten. Een doorzetter
van het MBO kan dit halen. De toelatingseis voor natuurkunde of wiskunde kan ik
onderschrijven. Aanvullende masters zijn een kroon op het gevolgde
HBO. Beste meneer Winand, weet u hoeveel POdocenten er tegenwoordig een Master
volgen of hebben gevolgd? Zelf heb ik er zelfs twee op zak. Ik heb er nooit een
cent meer voor gekregen. Lesgeven in de bovenbouw vergt meer door de
exameneisen. Vergeet niet dat leerkrachten in het basisonderwijs ALLE vakken moeten bijhouden. Kijk
alleen al naar topografie van Europa.
Functie-eis
Functie-eisen zijn ingewikkeld. Vakdidactisch is er
veel veranderd bij de individuele aandacht voor elk kind; differentiatie is
groter en ingewikkelder geworden.Pedagogisch bouwt een leerkracht een band op met een
groep. Waar een VOdocent nog 4 dezelfde klassen in een week heeft, heeft de
POleerkracht de hele week dezelfde leerlingen, waarbij alle lessen voorbereid
moeten worden. Van klei snijden tot analyse van de laatste toetsgegevens en
voorbereiding voor de volgende rekenles. Leerlingen met ADHD, dyslexie,
dyscalculie of hoogbegaafdheid vragen extra aandacht. Het VO heeft dit
grotendeels uitgefilterd. Kun je niet meekomen of scoor je onvoldoende, pech
gehad. Een leerkracht basisonderwijs bekijkt waar die leerling in die situatie
het meeste baat bij heeft.
Capaciteiten
Capaciteiten worden jaarlijks verantwoord in hun
functioneringsgesprek. Wat gaat goed, wat kan beter? Als schooldirecteur bezoek
ik alle groepen minimaal 5x per jaar. Bevragen waarom ze een bepaalde keuze
maken. Administratie is een onderdeel van het werk, de inhoud
staat centraal. Bespreken hoe we lesgeven, welke methode moet worden
aangeschaft en hoe we leerlingen zelf verantwoordelijk kunnen maken, dat is
namelijk ons vak.
Ervaring
De basisschoolleerkracht neemt veel werk mee naar
huis. Een nieuwe groep vergt meer voorbereiding, want dan is
alles weer nieuw. Net als een nieuwe methode, die ook elk jaar voor een van de
vakken aan de orde is. Een methode gaat acht jaar mee.
Normjaartaak 1659 uur: Uren en taken.
De normjaartaak is in het onderwijs 1659 uur per jaar.
Door andere lestijden is dit voor VO gunstiger. Een fulltime docent VO draait
28 lesuren van 45 minuten, hetgeen betekent dat hij 21 klokuren aan lesuren
maakt. De leerkracht PO maakt gemiddeld 24,75 lesuren. Er blijft minder tijd
over. De taken van een POdocent zijn omvangrijker dan op VO,
waar veel meer leraren lesgeven. Een fulltime docent moet naast zijn werk 192
taakuren maken. Denk aan commissies, Paasviering, medezeggenschapsraad en
schoonmaken.
Contacturen ouders
Contacturen met ouders op de basisschool is vele malen
hoger door de differentiatie. Zorgleerlingen met een arrangement kosten extra
tijd. De leerkracht moet de leerling zelf begeleiden. Het geld voor een
arrangement gaat naar 5x extra begeleiding door een externe partij.
Differentiatie
Differentiatie is geen sinecure. Er wordt globaal in
drie niveaus lesgegeven. Daarbij zijn er uitzonderingen die stagneren bij lezen
of rekenen en hoogbegaafde leerlingen. Kortom, een leerkracht PO zal alle
zeilen bij moeten zetten om de onderwijsbehoefte van leerlingen in kaart te
brengen en daar dagelijks op te anticiperen.
Veranderingen in de maatschappij
Veranderingen in de maatschappij zien we terug in het
basisonderwijs. De transparantie, de verantwoording, de digitalisering, de
actualiteit die op leerlingen af komt en de verandering in bijvoorbeeld
leesgedrag, wat een enorm effect heeft op de hele onderwijsloopbaan.
Leerkrachten moeten hier iets mee in hun lessen. Wat te denken van tablets in
het onderwijs?
Specialisaties
Specialisaties kennen we ook in het PO waar in plaats
van de lage LA schaal een LB schaal voor gegeven kan worden, mits een HBO+
opleiding en een verantwoordelijke functie binnen de school.
Liefde en passie
Liefde en passie kunnen niet ontbreken als je werkzaam
bent in het onderwijs. Als je observeert, naar luistert en probeert
leerlingen te begrijpen wordt er een band opgebouwd. Het belang van
empatisch vermogen van de leerkracht. Ik denk dat een leerkracht in het PO hier
veel moet investeren vanwege de leeftijd, de kwetsbaarheid en de
verantwoordelijkheid als volwassenen naar deze jeugdige leerlingen. In het VO
is die omgang er meer bij jong volwassenen en vergt andere invalshoeken en
humor. Tegelijkertijd kan er afstandelijker worden gereageerd juist omdat men
leerlingen maar enkele uren per week ziet. Het een is niet meer dan het ander.
Docenten zullen moeten investeren.
Conclusie:
De bovenbouw VO verdient een hoger salaris. Hiervoor
moet men meer in huis hebben. De POdocent verdient meer. Hij is een volleerde
circusartiest die alle ballen hoog moet houden, balanceert op werk waar
kinderen leren en resultaten omhoog moeten, als acrobaat slingert van lesgeven
van verschillende vakken naar taken buiten de school en terugzwaait naar een oudergesprek,
maar ook als clown de gezellige sfeer in een groep teweeg kan brengen en
daardoor een vertrouwensrelatie kan opbouwen. Een circusartiest die ook nog
eens buiten het circus door moet werken. Een leerkracht in het basisonderwijs heeft een geweldige,
afwisselende, boeiende, maar ook een zeer verantwoordelijke en uitdagende baan.
Een baan waarin de liefde en passie voor kinderen, voor de leerlingen voorop
moet staan. Ga er maar aan staan!
Artikel Trouw 20 juli 2017 van Wijnand
Rietman:
Opleiding en inhoud van het werk
rechtvaardigen hogere salarissen in het voortgezet onderwijs dan op
basisscholen, vindt Wijnand Rietman, oud-docent op het havo/vwo en
oud-schooldecaan.
Ik las een merkwaardig pleidooi om de
salarissen in het basisonderwijs en in het voortgezet onderwijs gelijk te
schakelen. In veel bedrijfstakken (techniek, ICT, economie, recht) spelen
opleiding, zwaarte van de functie, capaciteiten en ervaring een belangrijke rol
bij de toekenning van functie en salaris. Voor het basisonderwijs is de pabo de
vooropleiding, die veel leerlingen met een mbo-diploma trok. De uitval was
groot. Daarom zijn de toelatingseisen aangescherpt. Mbo- en havo-leerlingen
moeten nu aardrijkskunde, geschiedenis en biologie of natuurkunde in hun bagage
hebben of daarover een toets maken (op niveau 3havo). Het leidde tot een
scherpe daling in de aanmeldingen. Voor leerlingen met vwo-diploma zijn er geen
toelatingseisen. Als schooldecaan hoorde ik van oud-leerlingen (havo en vwo)
nooit over problemen op de pabo. Onze leerlingen vonden het een relatief
eenvoudige opleiding, de stof niet moeilijk, maar wel veel. Van collega-decanen
hoorde ik soortgelijke verhalen.
Stevige toelatingseis
Om leraar in het voortgezet onderwijs te
worden is een lerarenopleiding (hbo of universitair) nodig, vrijwel altijd met
een stevige toelatingseis. Om docent natuurkunde te worden (een van de vakken
waar een tekort is aan bevoegde leraren), heb je een havo- of vwo-diploma nodig
met natuurkunde en wiskunde-A of -B. Bij wiskunde zijn de eisen nog strakker.
Voor mbo-leerlingen zijn de slaagkansen nihil als ze niet eerst een certificaat
wiskunde-B halen. Na een hbo-lerarenopleiding heb je een
tweedegraads bevoegdheid. Je mag lesgeven in de eerste drie klassen van havo en
vwo, in het vmbo en in het mbo. Voor een eerstegraads bevoegdheid is een
aanvullende master (hbo) nodig of een universitaire lerarenopleiding, een
masterstudie.
Om les te kunnen geven, zeker in de
bovenbouw van havo en vwo, is een stevige kennis van één of meer vakken nodig.
Kijk maar naar de inhoud van de eindexamens. Dat vak moet je bijhouden vanwege
nieuwe onderwerpen en veranderende exameneisen. Daar- naast zijn kennis en
ervaring met vakdidactiek en pedagogiek onmisbaar.
Dan de praktijk van het werk.
Een leraar basisonderwijs trekt de hele week met dezelfde groep leerlingen op.
Dat biedt mogelijkheden voor afwisseling, bijvoorbeeld in inspanning en
ontspanning. De klachten van leerkrachten op de basisschool gaan vooral over de
grote hoeveelheid administratie en papierwerk, niet over de inhoud van het
lesgeven. De verschillen tussen de leerlingen in één groep kunnen heel groot
zijn, wat stevige eisen stelt aan de didactische vaardigheden van een leraar.
Veel leraren slagen er echter in om overdag, tussen negen uur en vijf uur, het
werk en de correctie rond te krijgen.
Daarentegen ziet een leraar in het
voortgezet onderwijs per week soms wel tien of meer groepen, met grote
verschillen in leeftijd en niveau. Op één dag zijn er soms wel zeven
verschillende lessen. Dat betekent zeven keer een uur waarin alle aandacht en
concentratie noodzakelijk zijn. Na afloop van die lessen ligt er vaak een
flinke klus aan voorbereiding en correctie, die meestal mee naar huis gaat. Er
zijn vrijwel al-tijd nog aanvullende taken, zoals een mentoraat en andere
vormen van leerlingbegeleiding. Avondwerk is er eerder regel dan uitzondering.
Logisch
Conclusie? Gelet
op het niveau en de zwaarte van de opleiding en de inhoud van het werk is het
logisch dat vo-leraren in een hogere salarisschaal dan collega's in het
basisonderwijs beginnen. Leerkrachten in het voortgezet onderwijs kunnen tevens
doorgroeien naar een hogere salarisschaal, maar dan hebben ze wel extra
verplichtingen, zoals in het schoolmanagement, het ontwikkelen van een
specialisme of het leiden van een sectie of werkgroep.













