On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







vrijdag 21 juli 2017

Reactie op "leraren PO en VO zijn gelijk, maar ..."


Reactie op "Leraren PO en VO zijn gelijk, maar ..."
Omdat het in de pen klimmen een verouderde zegswijze is, kruip ik in mijn laptop om te reageren  op Wijnand Rietman, Trouw 20 juli jl. (zie onderaan dit artikel), waarin hij een aantal argumenten noemt, die gerechtvaardigd zijn om VOdocenten een hoger salaris te bieden. De meeste argumenten kan ik weerleggen. Meer waardering voor PO docenten is op zijn plaats.

Opleiding
De PABO is steviger dan buitenstaanders doen vermoeden. Minors, onderzoek, verslagen en de stageopdrachten. Een doorzetter van het MBO kan dit halen. De toelatingseis voor natuurkunde of wiskunde kan ik onderschrijven. Aanvullende masters zijn een kroon op het gevolgde HBO. Beste meneer Winand, weet u hoeveel POdocenten er tegenwoordig een Master volgen of hebben gevolgd? Zelf heb ik er zelfs twee op zak. Ik heb er nooit een cent meer voor gekregen. Lesgeven in de bovenbouw vergt meer door de exameneisen. Vergeet niet dat leerkrachten in het basisonderwijs ALLE vakken moeten bijhouden. Kijk alleen al naar topografie van Europa.
                Functie-eis
Functie-eisen zijn ingewikkeld. Vakdidactisch is er veel veranderd bij de individuele aandacht voor elk kind; differentiatie is  groter en ingewikkelder geworden.Pedagogisch bouwt een leerkracht een band op met een groep. Waar een VOdocent nog 4 dezelfde klassen in een week heeft, heeft de POleerkracht de hele week dezelfde leerlingen, waarbij alle lessen voorbereid moeten worden. Van klei snijden tot analyse van de laatste toetsgegevens en  voorbereiding voor de volgende rekenles. Leerlingen met ADHD, dyslexie, dyscalculie of hoogbegaafdheid vragen extra aandacht. Het VO heeft dit grotendeels uitgefilterd. Kun je niet meekomen of scoor je onvoldoende, pech gehad. Een leerkracht basisonderwijs bekijkt waar die leerling in die situatie het meeste baat bij heeft.
Capaciteiten
Capaciteiten worden jaarlijks verantwoord in hun functioneringsgesprek. Wat gaat goed, wat kan beter? Als schooldirecteur bezoek ik alle groepen minimaal 5x per jaar. Bevragen waarom ze een bepaalde keuze maken. Administratie is een onderdeel van het werk, de inhoud staat centraal. Bespreken hoe we lesgeven, welke methode moet worden aangeschaft en hoe we leerlingen zelf verantwoordelijk kunnen maken, dat is namelijk ons vak.
Ervaring
De basisschoolleerkracht neemt veel werk mee naar huis. Een nieuwe groep vergt meer voorbereiding, want dan is alles weer nieuw. Net als een nieuwe methode, die ook elk jaar voor een van de vakken aan de orde is. Een methode gaat acht jaar mee.
Normjaartaak 1659 uur: Uren en taken.
De normjaartaak is in het onderwijs 1659 uur per jaar. Door andere lestijden is dit voor VO gunstiger. Een fulltime docent VO draait 28 lesuren van 45 minuten, hetgeen betekent dat hij 21 klokuren aan lesuren maakt. De leerkracht PO maakt gemiddeld 24,75 lesuren. Er blijft minder tijd over. De taken van een POdocent zijn omvangrijker dan op VO, waar veel meer leraren lesgeven. Een fulltime docent moet naast zijn werk 192 taakuren maken. Denk aan commissies, Paasviering, medezeggenschapsraad en schoonmaken.  
Contacturen ouders
Contacturen met ouders op de basisschool is vele malen hoger door de differentiatie. Zorgleerlingen met een arrangement kosten extra tijd. De leerkracht moet de leerling zelf begeleiden. Het geld voor een arrangement gaat naar 5x extra begeleiding door een externe partij.
Differentiatie
Differentiatie is geen sinecure. Er wordt globaal in drie niveaus lesgegeven. Daarbij zijn er uitzonderingen die stagneren bij lezen of rekenen en hoogbegaafde leerlingen. Kortom, een leerkracht PO zal alle zeilen bij moeten zetten om de onderwijsbehoefte van leerlingen in kaart te brengen en daar dagelijks op te anticiperen.
Veranderingen in de maatschappij
Veranderingen in de maatschappij zien we terug in het basisonderwijs. De transparantie, de verantwoording, de digitalisering, de actualiteit die op leerlingen af komt en de verandering in bijvoorbeeld leesgedrag, wat een enorm effect heeft op de hele onderwijsloopbaan. Leerkrachten moeten hier iets mee in hun lessen. Wat te denken van tablets in het onderwijs?
Specialisaties
Specialisaties kennen we ook in het PO waar in plaats van de lage LA schaal een LB schaal voor gegeven kan worden, mits een HBO+ opleiding en een verantwoordelijke functie binnen de school. 
Liefde en passie
Liefde en passie kunnen niet ontbreken als je werkzaam bent in het onderwijs. Als je observeert, naar  luistert en probeert leerlingen te begrijpen wordt er een band opgebouwd.  Het belang van empatisch vermogen van de leerkracht. Ik denk dat een leerkracht in het PO hier veel moet investeren vanwege de leeftijd, de kwetsbaarheid en de verantwoordelijkheid als volwassenen naar deze jeugdige leerlingen. In het VO is die omgang er meer bij jong volwassenen en vergt andere invalshoeken en humor. Tegelijkertijd kan er afstandelijker worden gereageerd juist omdat men leerlingen maar enkele uren per week ziet. Het een is niet meer dan het ander. Docenten zullen moeten investeren.
Conclusie:
De bovenbouw VO verdient een hoger salaris. Hiervoor moet men meer in huis hebben. De POdocent verdient meer. Hij is een volleerde circusartiest die alle ballen hoog moet houden, balanceert op werk waar kinderen leren en resultaten omhoog moeten, als acrobaat slingert van lesgeven van verschillende vakken naar taken buiten de school en terugzwaait naar een oudergesprek, maar ook als clown de gezellige sfeer in een groep teweeg kan brengen en daardoor een vertrouwensrelatie kan opbouwen. Een circusartiest die ook nog eens buiten het circus door moet werken. Een leerkracht in het basisonderwijs heeft een geweldige, afwisselende, boeiende, maar ook een zeer verantwoordelijke en uitdagende baan. Een baan waarin de liefde en passie voor kinderen, voor de leerlingen voorop moet staan. Ga er maar aan staan!
Artikel Trouw 20 juli 2017 van Wijnand Rietman:
Opleiding en inhoud van het werk rechtvaardigen hogere salarissen in het voortgezet onderwijs dan op basisscholen, vindt Wijnand Rietman, oud-docent op het havo/vwo en oud-schooldecaan.

Ik las een merkwaardig pleidooi om de salarissen in het basisonderwijs en in het voortgezet onderwijs gelijk te schakelen. In veel bedrijfstakken (techniek, ICT, economie, recht) spelen opleiding, zwaarte van de functie, capaciteiten en ervaring een belangrijke rol bij de toekenning van functie en salaris. Voor het basisonderwijs is de pabo de vooropleiding, die veel leerlingen met een mbo-diploma trok. De uitval was groot. Daarom zijn de toelatingseisen aangescherpt. Mbo- en havo-leerlingen moeten nu aardrijkskunde, geschiedenis en biologie of natuurkunde in hun bagage hebben of daarover een toets maken (op niveau 3havo). Het leidde tot een scherpe daling in de aanmeldingen. Voor leerlingen met vwo-diploma zijn er geen toelatingseisen. Als schooldecaan hoorde ik van oud-leerlingen (havo en vwo) nooit over problemen op de pabo. Onze leerlingen vonden het een relatief eenvoudige opleiding, de stof niet moeilijk, maar wel veel. Van collega-decanen hoorde ik soortgelijke verhalen.
Stevige toelatingseis
Om leraar in het voortgezet onderwijs te worden is een lerarenopleiding (hbo of universitair) nodig, vrijwel altijd met een stevige toelatingseis. Om docent natuurkunde te worden (een van de vakken waar een tekort is aan bevoegde leraren), heb je een havo- of vwo-diploma nodig met natuurkunde en wiskunde-A of -B. Bij wiskunde zijn de eisen nog strakker. Voor mbo-leerlingen zijn de slaagkansen nihil als ze niet eerst een certificaat wiskunde-B halen. Na een hbo-lerarenopleiding heb je een tweedegraads bevoegdheid. Je mag lesgeven in de eerste drie klassen van havo en vwo, in het vmbo en in het mbo. Voor een eerstegraads bevoegdheid is een aanvullende master (hbo) nodig of een universitaire lerarenopleiding, een masterstudie.
Om les te kunnen geven, zeker in de bovenbouw van havo en vwo, is een stevige kennis van één of meer vakken nodig. Kijk maar naar de inhoud van de eindexamens. Dat vak moet je bijhouden vanwege nieuwe onderwerpen en veranderende exameneisen. Daar- naast zijn kennis en ervaring met vakdidactiek en pedagogiek onmisbaar.
Dan de praktijk van het werk. Een leraar basisonderwijs trekt de hele week met dezelfde groep leerlingen op. Dat biedt mogelijkheden voor afwisseling, bijvoorbeeld in inspanning en ontspanning. De klachten van leerkrachten op de basisschool gaan vooral over de grote hoeveelheid administratie en papierwerk, niet over de inhoud van het lesgeven. De verschillen tussen de leerlingen in één groep kunnen heel groot zijn, wat stevige eisen stelt aan de didactische vaardigheden van een leraar. Veel leraren slagen er echter in om overdag, tussen negen uur en vijf uur, het werk en de correctie rond te krijgen.
Daarentegen ziet een leraar in het voortgezet onderwijs per week soms wel tien of meer groepen, met grote verschillen in leeftijd en niveau. Op één dag zijn er soms wel zeven verschillende lessen. Dat betekent zeven keer een uur waarin alle aandacht en concentratie noodzakelijk zijn. Na afloop van die lessen ligt er vaak een flinke klus aan voorbereiding en correctie, die meestal mee naar huis gaat. Er zijn vrijwel al-tijd nog aanvullende taken, zoals een mentoraat en andere vormen van leerlingbegeleiding. Avondwerk is er eerder regel dan uitzondering.
Logisch
Conclusie? Gelet op het niveau en de zwaarte van de opleiding en de inhoud van het werk is het logisch dat vo-leraren in een hogere salarisschaal dan collega's in het basisonderwijs beginnen. Leerkrachten in het voortgezet onderwijs kunnen tevens doorgroeien naar een hogere salarisschaal, maar dan hebben ze wel extra verplichtingen, zoals in het schoolmanagement, het ontwikkelen van een specialisme of het leiden van een sectie of werkgroep.





donderdag 13 juli 2017

Een grijze duif

Een grijze duif, een prachtig dier. Een witte duif is misschien mooier. Een teken van vrede. Een vredesduif. Maar een grijze duif kan er ook mee door. Zeker als je in een grote stad de hele markt vol ziet met duiven. Mensen die er door gefascineerd raken. Duiven voeren.
Totdat iemand tegen je zegt dat je een grijze duif bent. Het overkwam me in de afgelopen week.

Dan heeft die grijze duif ineens een andere betekenis. Niet meer dat lieve aardige dier, maar gewoon 'ordinair' grijs worden. Grijze haren krijgen.
Lang heb ik mijn haar geverfd. Gewoon omdat ik dat mooi vond, niet omdat ik grijs werd. Vroeger was ik blonder en dat wilde ik vasthouden.
Nu ik in de middelbare leeftijd kom, heb ik de stoute schoenen aangetrokken en de verf laten uitgroeien. Ik wilde niet zo'n geverfd hoofd als ik de 70 gepasseerd zou zijn. Nu duurt dat nog even, maar toch. Anderzijds wil ik niet als een krakkemikkige oude vrouw of als een verschrompelde oma op mijn werk rondlopen. Ik heb toch een representatieve functie. Het basisonderwijs moet blijven bruisen. Leerlingen moeten hier fijn kunnen spelen en leren. Ouders moeten zich welkom voelen.
Eens kijken hoe grijs ik inmiddels ben. Mmm. Valt best mee. Beetje grijze lok aan de voorkant en hier en daar wat gemêleerd. Nee, nog geen peper en zout.
Omdat mijn haar vrij dik en droog is en ook nog wat krult, adviseerde de kapper haarolie. Dat geeft een mooie glans en maakt het een tikkeltje donkerder.
"Heb je je haar geverfd?" werd er gevraagd. Grappig. Juist niet. Maar met ook nog een bril en het haar wat korter had ik ineens een andere look. Het viel ook anderen op.
Thuis kreeg ik ook commentaar. Het haar was wel erg kort en inmiddels laat ik dat weer iets langer groeien. Voor elk wat wils.
Die grijze duif die me ineens werd toegeworpen deze week, zette mij wel even aan het denken. Grijze duif? Ik? Zo oud ben ik nog niet. Relativeren: volgens mijn kinderen stokoud, volgens mijn collega's kom ik uit een andere generatie, volgens mijn ouders nog piepjong, ik ben de jongste van het gezin. Oud voel ik me allerminst. Maar ach wat. Grijze haren zijn nu mode en laat ik daar dan ook eens aan meedoen, op een heel natuurlijke manier.
Om grijze haren van te krijgen? Helemaal niet. Dat krijg ik wel van andere dingen. Een kleine confrontatie met de term 'grijze duif', waar we ook wel weer overheen komen. Laat het maar gebeuren. Zo gaat dat met meer dingen in het leven. De tijd is rijp. Ouder en wijzer, zegt men. Daar houden we het op.
Ik heb tenminste nog een bos haar, dat kan ook niet iedereen zeggen. Haar met een tikkeltje grijze teint, waar ik trots op ben.

maandag 10 juli 2017

Vakantie- en andere stress

Nou ja. Vakantiestress. Je kunt overal wel stress van krijgen. Zijn we nog wel ergens tegen bestand? Of is de wereld vol ellende? Is alles onoverkomelijk? Is er niet zoiets als leren omgaan met tegenslag? Tja. wellicht is dat ook waar het curriculum.nu (het vervolg of de vervanging van Onderwijs 2032) zich mee moet bezig houden.

Vakantiestress is net als met veel andere zaken. We willen het allemaal te perfect en te mooi gemaakt hebben. Laat lekker de boel de boel en geniet van die vakantie. Wat geeft het als je de sokken bent vergeten? Wat geeft het als het iets anders loopt dan gepland? Geniet van die dingen die je wel ervaart: het samenzijn, dat ene uitstapje, de natuur, de beweging, de buitenlucht en vooral het niks doen.
Zo zie je in veel andere zaken ook de stress terugkeren. Een bezoekje aan het ziekenhuis, waar een uitslag moet komen. Natuurlijk is het spannend. Maar zorg ervoor dat je je goed laat informeren. Laat het even bezinken. Honderdduizenden gingen jou voor. Zoals een collega vroeger zei: "Het hele Chinese leger is zo ontstaan." n.a.v. iemand die stresste vanwege een bevalling.
Nu moet ik wel eerlijk zijn, ik kon vroeger meer gespannen zijn dan nu. Ook ik heb gestresste momenten gekend en soms overkomt me dat nog. Het herstel gaat alleen sneller, omdat je - misschien ook naarmate je ouder wordt - je minder over zaken drukt maakt. Je weet dat zaken goed komen. Je weet dat zaken bij het leven horen. De kunst is om hiermee te leren omgaan.

Hiervoor alvast 7 tips:
1. Laat iets niet te persoonlijk binnenkomen, maar overzie het gebeuren als een feit.
2. Bedenk of je er iets aan kunt doen. Kun je de situatie beïnvloeden? Zo niet. Laat het voor wat het is.
3. Als er iets is, waar je gespannen van wordt, geef het bedenktijd. Tijd heelt alle wonden.
4. Relativeer. Is het zo erg als je je op dat moment voorstelt. Slaap er nachtje over en bedenk dan opnieuw.
5. Leer je leerlingen en je eigen kinderen om te gaan met tegenslag.
6. Regelmatig pauze nemen en ontspannen. Dit is belangrijk voor de verwerking van energievretende dagen. 
7. Neem ontspanning serieus en doe een mindfullnesstraining en ga op yoga. Het heeft mij heel veel gebracht. En ja, ik ben ook erg rationeel en houd niet van zweverig gedoe.

Zomaar een paar tips, die kunnen helpen om de stress de baas te blijven en niet jouw leven te laten bepalen.
Ik denk dat we dit - behalve onszelf - ook onze leerlingen op school moeten leren. Naast zelfstandigheid, zelf oplossend vermogen, plannen en organiseren moeten leerlingen ook leren met tegenslag om te gaan. Zorg dus dat je niet alles voor ze oplost. Leer ze zelf na te denken, zelf te handelen en zelf actie te ondernemen en te leren van situaties. Dat zou nu ook moeten worden opgenomen in het nieuwe curriculum.nu, de opvolger (of vervanger?) van onderwijs2032.
Ondanks de kritiek die curriculum.nu krijgt is het altijd goed om na te denken wat er nodig is voor de leerlingen die nu op school zitten en straks onze maatschappij gaan versterken. Wie wil er nu allemaal van die watjes en prinsjes of prinsesjes op verantwoordelijke banen hebben? Niemand toch?



dinsdag 4 juli 2017

Lerarentekort

De tornado die lerarentekort heet is al langere tijd dreigend op ons af aan het stormen. Steeds minder mensen naar de PABO. Het beroep dat steeds onaantrekkelijker wordt. De werkdruk die ook niet alle credits heeft om nu vol passie voor de klas te willen. Kortom, wie wil er nu nog voor de klas staan?
Wat kunnen we op korte termijn doen om dit lerarentekort een halt toe te roepen? Of moeten we zeggen dat er een leerlingenoverschot is en de uitdaging van die kant benaderen?


Het lerarentekort is een onomkeerbaar probleem dat op ons af komt. Of toch niet? Natuurlijk zijn er mogelijkheden, maar dat betekent dat we ‘out of the box’ moeten denken. En met al die wettelijke regels valt dat natuurlijk niet mee. Want we willen wel dat het om kwalitatief goed onderwijs gaat.

Het aantal leraren aanzienlijk vergroten zodat het probleem is opgelost,  is een utopie. Wanneer we het probleem omdraaien en bekijken dat we dan dus met een leerlingenoverschot zitten, kunnen we de zaak van een andere kant bekijken. Maar ja. Je kunt moeilijk leerlingen eruit gooien. Elke leerling heeft immers recht op (passend) onderwijs.

Het woord ‘passend’ doelt natuurlijk op de onderwijsbehoefte van leerlingen. We kunnen het woord ‘passend’ ook gebruiken in tijd.

Met te veel leerlingen kunnen we dus niet veel. Maar die te veel aan leerlingen kosten dus te veel uren onderwijs. Daar zouden we wel aan kunnen sleutelen.

In het basisonderwijs wordt per week 23,5 tot 26 uur les gegeven.  Vergelijkbaar is dit in het middelbaar onderwijs, want daar zijn uren van 50 minuten – een volledige baan van 29 uur les is 29 x 50 = 1450 minuten = (afgerond) 24 uur. Gemiddeld wordt er in het basisonderwijs per jaar 940 lesuren gegeven. Als we deze uren nu eens terugbrengen naar 700 uur per jaar en daar meteen ook wat overtollige ballast van burgerschap, seksuele voorlichting,  e.d. wegnemen. Dan kunnen we leerkrachten meer ruimte geven, leerlingen genoeg leerkrachten geven en meteen de werkdruk verlagen. Met 700 : 39 weken = 18 uur per week les.

Dit vergt wat nadenkwerk over een verplicht curriculum. Het kan de nodige lucht geven aan alle partijen. Over partijen gesproken, die politieke partijen zitten nu toch om de tafel met Tjeenk Willink, laten ze dan meteen wat spijkers met koppen slaan en sla dit advies nu niet in deze stormachtige wind. Een tornado brengt een hoop schade met zich mee.



Vliegen

Daar staan ze dan. Leerlingen. Grote leerlingen. De tijd is omgevlogen. Het eind van de basisschool is daar. Leerlingen die alle groepen hebben doorlopen. Groep 8
Ik zie ze nog binnenkomen als kleuter van groep 2, sommigen heb ik zelfs nog in de groep gehad.
Ze hebben geleerd, ze hebben zich ontwikkeld, ze struikelden en stonden weer op. Ze kwamen dingen tegen die leuk waren en er gebeurden dingen minder leuk waren. En ze leren, ontwikkelen en struikelen nog steeds.

Zo is dat ook met de afscheidsavond. Het is feest. Het is gezellig. Het is spannend. Maar het is ook minder leuk, want deze bijzondere grote leerlingen gaan weg van de basisschool. Ze vliegen uit.


Ze trekken samen op met klasgenoten, jaren lang. Soms wisselt er wat. Er verhuist een leerling, of er komt een leerling bij door verhuizing. De basisschool is net een stukje van een vliegreis.
De vliegreis is een soort levensreis. Soms moeten ze bijtanken. Soms is er een tussenstop of een overstap. Nu staan ze allemaal op een vliegveld in de vertrekhal, waarbij het vervolg van de reis voor iedereen anders is. Een ander ticket. Een andere richting. Een andere vliegroute, maar allemaal met een bestemming waar zij heen willen en ze verder kunnen groeien in hun leven. Hun eigen vliegreis.
Misschien moeten ze tussendoor nog eens overstappen, geen probleem, als ze maar bij die eindbestemming komen. Dat willen hun ouders ook graag.
Ouders zien het vervolg van deze vliegreis ook veranderen. Sommige hebben hier al ervaring mee, voor anderen is het wennen. Er komt een nieuw reisschema, waarin je minder weet van de vliegreis, waarbij je steeds meer moet loslaten en vertrouwen in die goede reis. Je kijkt als het ware mee als iemand in een verkeerstoren. Je ziet de stipjes verplaatsen. Als ouder kun je niet altijd meer mee. 
Natuurlijk pakken ze weleens de verkeerde vlucht, kopen ze een verkeerd ticket of vergeten ze een koffer. Maar daar leren ze van en ouders uiteraard ook. Vallen en opstaan.
Deze leerlingen zullen best een beetje nerveus zijn voor de reis die komen gaat. Volwassenen wensen hen een hele goede reis verder, want vanaf hier gaan diezelfde volwassenen hen steeds meer loslaten met een rugzak vol bagage, die zij goed kunt gebruiken voor hun verdere reis. Uitvliegen. De reis vervolgt zich en zij vliegen verder. Dan mogen zij best eens een verkeerde vlucht pakken, als ze maar leren hoe ze terug kunnen vliegen of een andere vliegroute moeten kiezen. Er is sowieso een eindbestemming. 
Voor al die leerlingen: Een behouden vlucht!


zondag 23 april 2017

Wel of geen werkdruk?

"Ik vind het onzin om over werkdruk te praten. Zonde van de tijd. Hoe kunnen leerkrachten nu werkdruk ervaren? In de afgelopen drie maanden hebben ze al een maand vakantie." Dit vertelde een collega mij in de afgelopen week. Ik was perplex en zei "Ik ben het niet met je eens", waarop de collega zei: "Dat mag." En dat was dat. Of niet?

Actie.
"PO in actie" voor beter salaris en meer handen in de klas. Vele leraren, maar ook schoolleiders en besturen scharen zich hierachter. Maar toch niet allemaal. Zo las ik dat een schoolbestuurder het ook niet eens was met deze actie. Diegene zal ongetwijfeld een beter salaris krijgen, maar hoe komt het dat er toch schoolleiders en bestuurders zijn, die niet geloven in de hoge werkdruk van het onderwijs?

Doen zij iets wat ik nog niet zie?
Ik vraag me af of dit ligt aan het zich kunnen verplaatsen in het werk van de leerkracht of dat er toch zaken zijn die anders kunnen, anders moeten en die ik (nog) niet zie. Dan hoor ik dat uiteraard graag, want ik wil graag leren hoe we het beter kunnen doen.

Het werk van een leerkracht.
Leerkracht-zijn nu of 20, 30 jaar geleden is een groot verschil. Naar mate de tijd vorderde is het onderwijs kwalitief verbeterd. We weten meer hoe we onze plannen in doelen moeten omzetten en hoe de analyses achteraf wordt opgevolgd door nieuwe acties. Er is meer bekend over opbrengstgericht werken, handelingsgericht werken en we begrijpen beter hoe we leerlingen met opvallend gedrag verder kunnen helpen. Passend onderwijs laat steeds meer bijzondere zorg binnen de basisschool. Dit stelt hoge eisen aan een leerkracht. Daar komt bij dat er veel verantwoording moet worden afgelegd hoe je leerlingen volgt, wat je doet, wat werkt wel en wat werkt niet, analyses van de toetsen, bijhouden welk gedrag een leerling laat zien en wat het beste werkt, extra instructie voor een andere leerling, aangepast werk uitzoeken en ga zo maar door. Dit vergt veel van de leerkracht, die ook vaak na schooltijd gesprekken voert met bezorgde ouders, werk nakijkt en voorbereidingen treft en twee of drie keer per jaar rapporten maakt en ook daarover opnieuw gesprekken voert. 

CAO
Al dit werk zit natuurlijk in een prachtige CAO, waarin de uren die een leerkracht werkt, maar ook de invulling van die uren allemaal zijn uitgeschreven. De normjaartaak waarin precies staat wat jouw werktijdfactor is en wanneer je op studiedagen terug moet komen. Een mooi sluitend papieren document.
De werkzaamheden die in de vorige alinea zijn beschreven vallen onder de opslagfactor.  Ca. 40% van de lesgebonden tijd valt binnen de opslagfactor. Daarnaast zijn er taken c.q. commissies die elke leerkracht moet doen.

Passie en werkplezier
Naast al het werk is een intrinsieke motivatie waarom een leerkracht ooit het onderwijs is ingegaan de drijfveer om in het onderwijs te blijven werken. Hij geniet van het uitleggen, hij vindt het heerlijk om kinderen te zien groeien en ontwikkelen, hij wil leerlingen graag een stapje verder brengen en ze gelukkig zien. Hij bouwt relaties op met zijn leerlingen, ouders en met collega's, hij blijft leren en zichzelf ontwikkelen. De leerkracht gaat mee met zijn (digitale) tijd en zorgt voor rijke leeromgeving.  

Wel of geen werkdruk?
Werkdruk is een ervaring waarbij je werkdruk voelt en de werkstress groter is dan het werkplezier. De balans is zoek. Als er veel werk is, er hoge eisen worden gesteld, je voortdurend meer moet kunnen, gedifferentieerder moet werken, extra zorgleerlingen met arrangement in je groep hebt, grote groepen moet begeleiden, dan begrijp ik dat de rek er op een gegeven moment toch uit is. Wat zou die leerkracht dan anders moeten doen?
Ik kan wel wat tips bedenken:
Schoolwerk samen doen en zorgen delen.
Ontspannen tussen de middag.
Effectief werken voor en na schooltijd.
Tips delen hoe jij je werkplezier vast houdt.
Als team naar buiten treden.
Professionaliteit vergroten.
Verantwoordelijkheid dragen.
Elkaar helpen als iets moeilijk is of als er tijd tekort is.
Zomaar een paar mogelijkheden om te zorgen dat het werkplezier groter is dan de werkdruk die je ervaart. Is er dan geen werkdruk?

Uitdaging
Ik daag diegenen die zeggen dat er geen werkdruk is in het primair onderwijs, uit om een maand of zelfs een heel schooljaar een groep onder zijn of haar hoede te nemen. Het werk ervaren. Overvallen worden door onvoorziene omstandigheden. Gedegen instructie geven. Analyses doen. Differentiëren. Zorgen voor goed onderwijs met een pakkende inleiding. Coöperatieve werkvormen toepassen, zodat de betrokkenheid het grootst is. Extra instructie geven aan de opvallende leerlingen. Omgaan met moeilijk gedrag. Extra leerlingen opvangen als er geen invaller is bij ziekte. Overleggen met de intern begeleider. Registreren. Commissiewerk doen. Voel de verantwoordelijk van de leerkracht, waarbij elke dag, zelfs elk uur van de dag anders is. Een leerkracht staat voortdurend voor keuzes.
Laat diegenen die zegt dat er geen werkdruk is de leerkrachten en mij vertellen hoe zij de werkdruk en het werkplezier in een goede balans houden. Wat of wie hebben leerkrachten nodig om die balans goed te houden en toch uitstekend werk af te leveren? Hoe kunnen zij dit voor elkaar krijgen? Doe het eens voor. Ik ben benieuwd.







zondag 2 april 2017

Ontmoeten en ont-moeten

Het klinkt hetzelfde, maar de betekenis van beide varianten is heel verschillend. Het ligt dicht bij de wereld van het onderwijs. Mensen en regels.

Ontmoeten is wat je de hele dag doet op school. Leerlingen ontmoeten leerlingen. Ze spelen en communiceren, daar leren ze van. Leerkracht ontmoet leerlingen, leerlingen ontmoeten leerkracht. Daar leren ze van. Ouders en anderen komen de school in. Leerkrachten ontmoeten elkaar (begint al 's morgens bij de koffie... pratend over het weekend...). Leerkrachten leren van elkaar door naar elkaar te luisteren, te onthouden wat er speelt, te reageren, te reflecteren en bespreken. Samen leren we van elkaar.
Ont-moeten is eigen een niet moeten. Dan hebben we het over alle regels die de school zijn in gefietst. Door allerlei ontmoetingen met ministerie, inspectie en mensen die vinden dat er van alles geregeld moet worden. Regels zijn goed, om te zorgen dat we met elkaar de goede dingen doen. Maar een overkill aan regels zorgt voor druk, overwerk en frustratie. Niet alles valt te regelen in vastgestelde regels.
De lat wat hoger leggen, ambitie stellen, doelen bepalen zijn zaken waardoor de onderwijskwaliteit beter wordt. Je werkt ergens naartoe. Afrekenen van mensen omdat de doelen niet zijn behaald, is afbreuk doen aan de hardwerkende leerkracht, intern begeleider, schoolleider en bestuur. Ruimte geven om het werk te kunnen doen, geeft diegene kracht om het maximale eruit te halen. Daarbij is coaching, ondersteuning, stimulering en/of begeleiding soms nodig. De werknemer moet daarvoor open staan. Houd de spiegel voor en kijk waar je staat. Elkaar feedback geven.
Ontmoeten en ont-moeten. Ontmoeten is van levensbelang, je kunt niet zonder die ander. Mensen hebben elkaar nodig. In een lerende organisatie heb je anderen nodig om te leren. Van elkaar, met elkaar en voor elkaar. Ont-moeten lijkt mij goed om aandacht aan te schenken. Maar moet het ook? Ja.
Samen bewegen in het verkeer is ontmoeten, daarin gelden ook regels. Maar dat zijn regels (afspraken) om het beter te laten zijn voor iedereen.
De regels in het onderwijs zijn er niet om voor iedereen beter te zijn. Hoe zouden die regels nu mooie nieuwe afspraken kunnen worden waar we allemaal mee verder kunnen? Waar iedereen beter van wordt?
Ik zou zeggen: Ontmoeten moet, ont-moeten ook. De vraag blijft echter: Maar hoe dan? Wat moet en wat hoeft niet?

dinsdag 28 maart 2017

HOOP

Een woord van 4 letters. Wat stelt het voor? In het woord hoop zit een heleboel. Maar wat dan?
Vorige week vierden we met de school de 'Week van de Hoop' samen met veel andere christelijke scholen in Nederland. Verus, de besturenraad had dit georganiseerd. 

Wat is sterker dan angst? Wat is sterker dan oorlog? Wat is sterker dan pesten? Kreten die op de posters stonden om hoop een beeld te geven.
In een tijd van terreur, van hongersnood, van vluchtelingen en ernstige ziekten is het voor veel mensen hopeloos. Goed om kinderen hoopvol vooruit te laten kijken. Zo konden de leerlingen filmpjes bekijken, spreken over wat zij bij hoop dachten en beschrijven wat zij het liefste in de wereld zouden veranderen.

Verus kwam op maandag 20 maart j.l. met een grote hoopvolle dubbeldekker op de Máximaschool. Een enthousiaste presentatrice met de naam Rinke kwam rozen uitdelen. Niet zomaar, want de leerlingen gingen vertellen aan wie ze een roos wilden geven. De een gaf hem aan zijn moeder, want die zorgde zo goed voor hem. Een ander kind wilde de roos aan een zieke tante geven, gewoon om haar een beetje hoop te geven. Er waren ook kinderen die gaven de roos aan een klasgenoot. Gewoon omdat die haar altijd helpt. Zo lief. Zo hoopvol. Zo mooi.

In groep 6 werden de onderwerpen ingewikkelder. Het ging over Nelson Mandela en wat hij voor de wereld had betekend. Maar ook over een meisje dat graag de premier van Nederland wilde worden. Kinderen vol hoop op de toekomst. Kinderen vol vertrouwen.

En dat is wat je op een basisschool wil meegeven. Niet alleen een moeilijke rekensom, de topografie van Drenthe, het onderwerp en de persoonsvorm of het verhaal van de Bremer stadsmuzikanten. Sociale vaardigheden en vaardigheden waarmee leerlingen kunnen communiceren zijn minstens zo belangrijk. Samenwerken, samenvatten, presenteren, onderzoekend leren en in hun eigen tempo de wereld ontdekken.
Met hoop, warmte en vooral de liefde die we kinderen willen geven, ontstaat een goed pedagogisch klimaat. We zien om naar elkaar. De leerlingen kunnen dit weer aan anderen doorgeven. Zo krijgen we een kleine samenleving op school waarin iedereen gezien mag worden. Zo krijgen we de grote samenleving buiten op straat, in de buurt, in Nederland en in de wereld, die omziet naar elkaar. Dan is er hoop.

dinsdag 28 februari 2017

Werkdruk bij schoolleiders


Dit is een reactie op het artikel “Werkdruk bij schoolleiders” uit Direct (van CNV Schoolleiders) van februari 2017.
Het is goed om data te verzamelen om zaken vast te stellen en vervolgens om te bekijken welke conclusies hieruit getrokken kunnen worden en welke acties nodig zijn. Tot zover geen probleem.

In het artikel mis ik de totale input om dit artikel te kunnen schrijven, laat staan om hieruit al conclusies te trekken over jongere en oudere directeuren PO, over werkdruk, over het werk van de directeuren, over het gebied waar men werkt, over de grootte van een school en over bijvoorbeeld de verschillende taken die bij elke directeur toch andere accenten zal hebben. Dat laatste heeft te maken met een bestuur waar een directeur aan verbonden kan zijn of is het een eenpitter, maar ook het gebied en welke problematiek daar speelt. Hoe groot is een school?

Het is prima om verschillende aspecten te benoemen, maar wees voorzichtig met conclusies ten aanzien procenten en belicht alle zaken die langskomen bij een directeur van een basisschool.

    Enquête
Allereerst is de enquête ingevuld door 142 directeuren. Dit is nog geen 2% van het totaal aantal directeuren PO(142 van 8500 is 1,67%). Natuurlijk hoeven niet alle directeuren een enquête te hebben ingevuld wil deze de doelgroep vertegenwoordigen, maar is er een doorsnee directeurengroep benaderd? De enquête zal zijn ingevuld door diegenen die hiervoor tijd hebben gevonden en genomen en die hiervan het nut hebben ingezien. Mijns inziens zullen jonge en/of ICT-vaardige directeuren dit sneller invullen dan anderen.

    Data
Er worden feiten genoemd, waarvan ik de data niet goed kan overzien. Er wordt gesteld dat jongere directeuren (directeuren met minder ervaring of ook daadwerkelijk jonger in leeftijd, ook nog interessant) minder last hebben van werkdruk dan oudere ervaren directeuren, omdat ze dit minder vaak noemen. Hoeveel van de 142 waren jongere directeur en hoeveel meer ervaren?
Is een directeur van 50, die minder ervaring heeft als directeur, maar weer meer ervaring als leerkracht of intern begeleider nu juist een ervaren directeur of niet?

    Onderwerpen uit de enquête
Dan zitten er mijns inziens vragen tussen die met de werkdruk van een schoolleider minder te maken hebben. Een grotere druk op kinderen en het toetsen wordt als werkdruk ervaren, maar dit heeft een indirect effect op een schoolleider, dit is meer ten laste van een leerkracht. Dat zelfde geldt voor de stelling “Ik zit nog meer vast aan methodes en heb weinig ruimte om zelf invulling te geven aan lessen” Dit zijn zaken die bij de leerkracht horen.

Wat zijn zaken waar een schoolleider mee te maken krijgt?

-        Onderwijskundige veranderingen (en deze lijken de laatste jaren sneller te gaan, neem alleen al het digitale tijdperk) en ontwikkelingen(21ste eeuwse vaardigheden)

-        Passend Onderwijs (de gesprekken die hierbij horen, regelen van personele bezetting hiervoor en het opvangen van leerkrachten waarbij dit gewoon echt niet lukt, de tekortkomingen van een reguliere basisschool waarbij vooral het gedrag een grote impact heeft op een groep)

-        Personeel (CAOregeling, zorgen voor je personeel, formatie, maar ook zorgen voor hun ontwikkeling en natuurlijk ziekte en vervanging wat echt een nijpend probleem is op dit moment),

-        Financiën(de verantwoordelijkheid van alle uitgaven, bestellingen, …)

-        Resultaten(en de manier waarop met data wordt omgegaan is gelukkig aan het veranderen)

-        Contact met ouders(ouders te woord staan als zij er niet uitkomen met de leerkracht, maar ook bij de MR)

-        Onderhoud gebouw,

-        Het voldoen aan vele regels (bijvoorbeeld schoolplan, schoolgids, brandbeveiliging, speeltoestellencontrole, …)en verantwoording afleggen aan inspectie en bestuur,

-        Veel zaken die tussendoor komen, zoals het opvangen van een groep, waarbij de leerkracht is ziek gemeld, de telefoontjes van ouders die later komen om hun kind te halen of een kind ziek te melden, nieuwsbrieven, website, leerplicht en ongeoorloofd verzuim, een boze ouder die het niet met je eens is, een vernieling waarbij aangifte en reparatie tijd kosten, de schoonmaak en alle perikelen daar omheen, contacten met de BSO en de buurschool, contacten met de gemeente, etc.

De meeste punten die hierboven genoemd worden, heb ik in de vragenlijst toch echt gemist. Dat is jammer. Het beroep schoolleider is veelomvattend en misschien ben ik zelfs wel iets vergeten.

    Werkdruk en werkstress
Het is goed om de werkdruk van schoolleiders aan de kaak te stellen. Het is wel belangrijk om dit onderzoek goed aan te pakken vanuit verschillende thema’s en daarbij de leeftijden en ervaringen mee te nemen en wellicht ook de grootte van een school en de streek waar men vandaan komt. Dan pas kun je daaruit de juiste conclusies trekken.
De conclusie van het artikel klinkt dan ook erg mager. Dat het een complex probleem is en dat de meningen verschillend zijn wat werkplezier en werkdruk oplevert, had zonder deze vragenlijst ook genomen kunnen worden. De actie die hierop volgt moet niet alleen liggen in het volgen van workshops of cursus die je zelf kunt doen, er ligt ook een taak bij het ministerie van onderwijs. Wat is nog haalbaar en waar slaat men de plank mis(neem bijvoorbeeld de cao en dan vooral de opslagfactor die niet toereikend is)?
Bovendien is er een verschil aan te geven tussen werkdruk (dat elke baan met zich mee brengt als je daar de inzet voor toont, lijkt mij) en werkstress. Bij werkstress is de balans niet goed. Dat moet worden aangepakt. Dan heb je het echt over de balans tussen privé en werk. Als deze structureel niet goed is, moet er iets veranderen.

    Fantastische intensieve baan
Tot slot wil ik als schoolleider van een hele leuke school in het westen van het land benadrukken dat ik een fantastische baan heb, waarbij het overzicht van de school en de ontwikkeling die deze school doormaakt enerzijds en het contact met leerlingen, leerkrachten, ouders maar ook met mijn bestuur en de mededirecteuren anderzijds een prachtig beroep met zich meebrengt. Een verbinding van mensen. Het is een intensieve afwisselende baan, die niet te omvatten is in 40 uur, en waarbij je niet om 17.00u. de deur achter je dicht trekt(denk maar aan een ziekmelding op zondag….). Dat vergt wat van een mens. Het is wel de basis die je kunt meegeven aan een gemeenschap van leerlingen, leerkrachten en ouders om te leren van het leven en ze daarin verder te kunnen helpen, maar waar ik ook dagelijks van leer om de school in goede banen te leiden en de goede dingen te doen.




dinsdag 7 februari 2017

Waar krijg ik energie van?

N.a.v. een onderzoek op school over werkstress, werkdruk en werkplezier ben ik in gesprek met het managementteam en een van de onderzoekers over een goede balans. Werkdruk is er gewoon in het onderwijs. Maar... hoe houd je een goede balans waardoor het werkplezier, de flow, het bruisende enthousiasme blijft of in ieder geval gestimuleerd wordt? Dat is een kunst apart. Een vraag die we willen stellen aan de teamleden is: Waar krijg ik energie van?

In elke baan, bij elk werk, maar ook in alle dagelijkse gebeurtenissen zijn er dagen van plezier en enthousiasme en momenten dat je er geen zin in hebt of gewoon een dag niet lekker in je vel zit. Dat is niet meer dan normaal.
   Werken
Wanneer de druk op het werk hoog is, hoeft dit nog helemaal niet te betekenen dat je dan werkstress hebt. Werkdruk zijn vaak de dingen die (af) moeten binnen een bepaalde tijd. Rapporten, toetsen nakijken, invoeren en analyseren, groepsplannen maken, beleidsplannen schrijven, leerlingen voor een bepaald tijdstip moeten inschrijven, vervanging regelen. Het is normaal. Dit is een part of the job als je in het onderwijs werkt. In andere beroepen is dit net zo. Medicatie moet op tijd worden uitgedeeld in de verpleging, operaties moeten secuur worden gedaan bij specialisten, de preek moet af als dominee, de inkomsten moeten worden ingeboekt voor de accountant bij winkelketens en ga zo maar door. Dit is werk en hier worden we als werknemer voor betaald.
   Werkdruk
Toch is er in het onderwijs een hoop te doen om de werkdruk. En dit is voor een groot deel waar, voor een kleiner deel hoort dit bij werken. In het onderwijs werken is namelijk niet exact van 8.00-17.00u. maar er is wel veel vakantie waarin veel uren worden gecompenseerd.
Daarbij is het werk in het onderwijs in de afgelopen 30 jaar sterk veranderd. Vernieuwingen, verbeteringen, meer rendement halen, maar dat betekent ook dat er grotere eisen worden gesteld aan het werk van een onderwijsgevende. Neem nu alleen al het digitale tijdperk. Mijn werkstukken van de toen nog Pedagogische Academie maakte ik op een typmachine. Een fout werd verbeterd met typex en als ik meer dan drie fouten op een vel papier had ritste ik het hele blaadje eruit en begon opnieuw.
Ook inzichten in het verwerken van data vergt meer van een leerkracht. Data verzamelen, maar ook leren analyseren. Wat betekent dit voor mij, voor de leerling, voor de groep en voor mijn lesgeven.
De kennis is niet onbelangrijk, maar vaardigheden gaan een grotere rol spelen.
   Werkplezier
Het is de kunst om te zorgen dat je door de bomen het bos blijft zien. Gefocust blijven op de dingen waar je energie van krijgt. Een gave les, een leerling die na veel inspanningen iets begrijpt, een leerling die de spreekbeurt geeft of zomaar een fijn gesprek met een ouder die dankbaar is voor wat jij doet. Het is een hele gave intensieve baan. Een baan waarin je veel van jezelf kwijt kunt en samen met een groep leerlingen optrekt om te leren. Jezelf kietelen door een cursus te volgen waarbij je nieuwe dingen leert en merkt dat het werkt. Blijven ontwikkelen. Blijven meedenken. Blijven reflecteren op jezelf.
   Nieuwe energie
Mocht het enthousiasme wat zijn getemperd, dan komt nu de vraag: Waar krijg jij energie van? Wanneer ik deze vraag aan mezelf stel: Waar krijg ik energie van? Dan komen er bij mij verschillende dingen boven.
1. Er zijn dingen gelukt.
Dat kan zijn een gesprek met een leerkracht of een document dat af moet.
2. Ik heb iets bereikt.
Bijvoorbeeld een groeiende school, hogere opbrengsten, een leuk team.
3. Genieten van een moment.
Door de school lopend word ik blij van een leuke les, van lerende en ontdekkende kinderen.
4. Ik heb iets geleerd.
Tijdens een cursus of in de praktijk. Daar groei ik van.
5. Positieve omgeving.
Er samen voor willen gaan. Samen op zoek naar oplossingen en verbeteringen. Samen met leerkrachten, leerlingen en ouders.
6. Lichamelijk gezond.
Dat spreekt voor zich. Uitgerust en gezond zijn geeft energie.
7. Goed in mijn vel en op de goede plek zitten.
Twee verschillende dingen die veel met elkaar te maken hebben. Ik moet mezelf goed voelen en betekenisvol kunnen werken met de nodige capaciteiten. 
8. Iets doen wat ik leuk vind.
Dat is bijvoorbeeld de website van de school, waar ik veel plezier aan beleef om daar iets gaafs van te maken.

Dan ga ik met een tevreden gevoel naar huis, heb ik zin in nieuwe ontdekkingen, maak ik graag stappen, wil ik dingen ondernemen en bruis ik van de energie. De batterij is opgeladen, laat de energie maar stromen. Kom maar op!