Het is een lastig en complex onderwerp om onderwijs van verschillende landen te vergelijken. Het begint al met de meetlat die je er langs legt. Welke meetlat wordt gehanteerd? Wat wordt er precies gemeten als landen met elkaar worden vergeleken. Is het de kennis? Het reken- en taalniveau? De creativiteit? De sociale vaardigheden? De zelfstandigheid? De zelfreflectie?
Dan heeft ieder land een andere bevolkingsopbouw. Hierbij speelt zowel de taal als de cultuur mee. Nederland heeft te kampen met veel immigranten, waarbij de taal niet goed wordt beheerst. Dit heeft gevolgen voor andere vakken, ook al hebben deze mensen en kinderen een goede intelligentie, het valt niet mee om het Nederlands goed te beheersen, als thuis altijd een andere taal wordt gesproken.
Een andere cultuur kan ook problemen geven op school. Als een vrouwelijke docent voor een klas met jongens staat en deze jongens vanuit hun cultuur niet hoeven te luisteren naar vrouwen is er wel degelijk een uitdaging. Ook andere situaties kunnen meespelen. Hoe wordt omgegaan met de aanwezigheid, het huiswerk, gedrag, ambitie, en zo zijn er meerdere dingen te noemen die anders zijn.
Naast taal en cultuur is elke situatie in landen anders. De werkgelegenheid, de bevolkingsopbouw en de groei en krimp van scholen, hoe ziet het land eruit, welke beroepen en werkzaamheden zijn gebruikelijk, en ga zo maar door.
Wat aangevoerd wordt om ons onderwijs te verbeteren is een beter opgeleide docent. Is een universitair geschoolde docent per definitie een betere leraar? Wat wordt dan verwacht van een universitair geschoolde docent? Meer kennis maakt niet altijd betere docenten, dus er moet meer zijn. Men zal ook iets moeten leren t.a.v. sociale contacten, het omgaan met verschillen, het flexibel kunnen zijn t.a.v. verschillende gedragingen en onderwijsbehoeften van kinderen. Misschien is het nodig om meerdere type docenten in huis te hebben, zowel een slimmerik, een handige creativeling, als een sociaal vaardige leerkracht. Ik denk dan met name aan de teamrollen van Belbin, die heeft uitgewerkt hoe verschillende mensen samen een team vormen en iedereen zijn eigen rol daarin heeft. Maar ook veranderingen realiseren vergt verschillende tactieken. Elke cultuurverandering is anders en vraagt om een andere veranderstrategie. Een handzaam denkraam van veranderstrategieën is ontwikkeld door Léon de Caluwé. Hij beschrijft het denken in kleuren met verschillende kwaliteiten. Leer jezelf kennen en zie hoe je bepaalde veranderen teweeg wilt brengen. Dat geldt zowel in een organisatie, een school, als in een klas.
Het gaat erom, dat er leerkrachten komen die de passie en energie hebben om dit vak uit te oefenen. Een intrinsieke motivatie om het allerbeste uit zichzelf en de leerlingen te halen. Soms gaat dat linksom en een andere keer gaat dat rechtsom.
De kunst is om te leren naar jezelf te kijken en te reflecteren. Heb ik het goede gedaan om het resultaat te bereiken wat ik wilde bereiken? Heb ik het uiterste gehaald uit mezelf en uit het kind? Heb ik daarbij meegenomen, dat een kind zich veilig moet voelen en ook durft te vragen aan de leerkracht? Heb ik andere kwaliteiten en invalshoeken meegenomen die bij dit kind horen.
Kortom, zijn wij bezig met Passen Onderwijs: Wat heeft dit kind nodig in deze school, met deze ouders, in deze klas, bij deze leerkracht?
Samen oplossingen zoeken met deskundigen, school, ouders en leerling. Samen verantwoordelijk. Samen verder.
De vergelijking met andere landen zegt mij dan niet zoveel. Het is een andere situatie, een ander land, andere mensen, andere systemen en dat geeft andere interventies en dus ander onderwijs. Is het onderwijs in Nederland slecht? Ik geloof het niet. Maar dat betekent niet dat we achterover moeten leunen. Kijk altijd hoe je verder kunt ontwikkelen. Beter worden in taal en rekenen is slechts een onderdeel. Het kind moet straks een zelfstandig mens kunnen zijn in de ingewikkelde maatschappij van nu.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Bedankt voor uw reactie!