On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







donderdag 10 december 2009

Verwijzing en twijfel

Een verwijzing is een heel traject dat gevolgd wordt door bemoeienis van school, leerkrachten, remedial teacher, intern begeleider, preventief ambulant begeleider, ouders en natuurlijk het kind zelf. Een lange weg die uiteindelijk resulteert in een lijvig OKR (=onderwijskundig rapport) met allerlei bijlagen: onderzoeksgegevens, handelingsplannen, verslagen van het MPO/DPO (= meer- en drie partijen overleg), etc.
Gisteren kwam er een mail binnen van een ouder, waarvan we deze maand bericht krijgen of hij geplaatst kan worden op het SBO(speciaal basisonderwijs). Ze schrijft: "Ik twijfel. Hij haalt zulke goede cijfers, de leerkracht zegt dat het goed gaat."
Slik. Een heel traject, een lange weg en nu lijkt dit door een klein zinnetje bijna van tafel te worden geveegd.
Na overleg met de directeur heb ik deze moeder teruggemaild en geprobeerd om haar twijfel weg te nemen. Een uitnodiging om nog een keer op school te komen praten. Natuurlijk is het fijn, dat hij zich goed voelt. Maar zijn achterstand blijft en wordt zelfs groter. Hij zal zich straks veel beter kunnen ontwikkelen in een kleine groep, waar meer aandacht is voor hem.
En dan te bedenken dat de beschikking net binnen is...
Hij kan terecht op het SBO, en het zal voor hem veel beter worden om daar. Niet elke keer RT, niet steeds de zwakste, maar gewoon bij de rest horen. De beste plek voor dit kind!

maandag 7 december 2009

Sinterklaas eruit, kerstboom erin

Het is weer 6 december, nou ja, vandaag dus al 7 december! Ieder jaar is het weer hetzelfde gehaast en gehijg om te zorgen dat alle zwarte pieten op tijd van de ruiten worden gekrabd, mijter snel worden meegegeven naar huis en de geschilderde schoenen weer worden opgeborgen om de geimpregneerde kerstbomen tevoorschijn te toveren, lampjes weer uit de klit te halen en de kerstsfeer weer in de school te brengen. En elk jaar lukt het gewoon weer! Ondanks het feit dat iedereen roept dat het dit jaar zo kort is naar de kerst. Dat is elk jaar zo, al zal het misschien een paar dagen schelen, tussen 5 december en 25 december zit altijd maar 20 dagen, dat is nog geen drie weken. De kerstvakantie mag dan eens vroeg vallen, maar tussen het ene feest en het andere, wat op een christelijke school altijd weer een rood-wit contrast geeft, al zij het een voetbaltenue, zit altijd zo'n 2 weken.
Het is leuk om te zien dat er op deze school zo'n actieve ouderclub zit, die elke gelegenheid aangrijpt om de kastanjes op het raam te plakken, spongebob te veranderen van een herfstmannetje in een Sinterklaasfiguurtje en zo de school mede in een andere sfeer te brengen. Buiten het feit dat wij als leerkrachten het zo ongelooflijk druk hebben, mogen we wel erg blij zijn met deze actieve ouders(meestal moeders, wat is dat toch? Het sociale geslacht zullen we maar zeggen...) en genieten van de meeveranderende rol. Natuurlijk klagen we ook weleens over lastige ouders, maar we mogen ze ook weleens een pluim geven vanwege alles wat ze doen. En dat doet deze school dus ook, zoals de directeur al zei: "Ik neem elke week 12 pluimen mee en die deel ik weer uit." Blijven doen zou ik zeggen! Men vangt meer vliegen met stroop dan met een vat azijn! En dat is in een tijd van Sinterklaas en Kerst alleen maar prima, toch?

zaterdag 5 december 2009

Onderzoek naar onderwijsproblemen

De Volkskrant is een onderzoek gestart naar de onderwijsproblemen. Zie http://www.deonderwijsagenda.nl/vraagstukken.php
Wat me hierin verbaast is het feit dat met uitgaat van de problemen, ofwel de belemmeringen die we in het onderwijs tegenkomen. We kunnen zeker ook eens kijken naar de protectieve factoren van het onderwijs: Wat gaat er allemaal wel goed? Zoveel mensen met liefde voor het vak, zoveel goede dingen die worden gerealiseerd, zoveel mensen die verder willen en mee willen in allerlei ontwikkelingen die positief uitpakken voor kind en leraar. Een positieve insteek houdt het vak leraar/leerkracht/docent ook voldoende gewaardeerd.
Dat het CDA ook de leraar wil toetsen, lijkt mij niet verkeerd. Je filtert dan meteen de leraar uit die beter is in het een, maar tegelijk kun je bekijken welke leraar meer kwaliteit biedt in een ander facet binnen de school. Iedereen heeft zo zijn kwaliteiten en daar moeten we gebruik van maken.
Dus uitgaan van de kwaliteiten die we in huis hebben en roeien met de riemen die we hebben. Ga uit van wat we hebben, van daaruit kun je bekijken wat we willen verbeteren en nog verder willen ontwikkelen. Passend Onderwijs voor de leraar. Zo blijft voor iedereen het vak leraar/leerkracht/docent leuk en uitdagend. En daar hebben onze kinderen veel meer aan: een leraar die het naar zijn zin heeft en die ook nog goed is in het onderdeel waarin hij/zij lesgeeft!

donderdag 3 december 2009

Samenwerking binnen het onderwijs

N.a.v. een blog "Afstemming in het kleuteronderwijs" van mijn goede vriendin Esmeralda, die een blog bijhoudt over de gezonde omstandigheden op het werk, wil ik even reageren op al die kleuterjuffen uit het artikel dat zij aanhaalt: "Kleuterjuf vindt werk niet leuk meer" (uit P&O Actueel).
Om met een paar opvallende kritische kanttekeningen te beginnen:
1. Het aantal kleuterjuffen dat ondervraagd is relatief laag (350).
2. De leeftijdscategorie van de ondervraagde kleuterjuffen is niet bekend, dat kan een scheef beeld opleveren.
3. De opmerkingen uit het artikel lijkt van oudere kleuterjuffen(van de Klos), wat een beeld oplevert, alsof het nu allemaal niet goed meer is.
4. De hele maatschappij ontwikkelt zich, zo ook het kleuteronderwijs.
Ik wil hiermee bewerkstelligen dat ik denk dat niet alle kleuterjuffen/leerkrachten van groep 1 en 2 denken zoals de ondervraagde personen. Je hoort de oudere generatie deze opmerkingen maken, maar ook lang niet alle!
Natuurlijk is de administratieve rompslomp in het hele onderwijs en vele andere beroepen iets wat extra werk oplevert, maar ook helderheid en duidelijkheid verschaft als het gaat om kinderen (of patienten bv.): als het iets mankeert of als er iets bijzonders is gebeurd. Goede registratie en dossiervorming is belangrijk bij het verdere volgen van ieder kind afzonderlijk. Ook de overdracht naar een nieuwe leerkracht is daarbij cruciaal!
Het nieuwe kleuteronderwijs is het onderwijs aan jonge kinderen dat in beweging is, waardoor er nieuwe inzichten komen. De letters die hierbij hun intrede hebben gedaan is niet "gewoon" maar aanleren van letters, maar het op een speelse wijze leren van mondelinge en schriftelijke taal en de klanken die daarbij horen, zodat de kinderen goed voorbereid zijn op hun taak in groep 3, maar vooral een goede basis krijgen in hun verdere leesontwikkeling.
In het (kleuter-)onderwijs kun je op drie verschillende manieren leren, al is een combinatievorm ook mogelijk:
1. ervaringsgericht
2. basisontwikkeling
3. programmagericht
In de groepen 3 t/m 8 zijn de meeste scholen meer programmagericht bezig, maar in kleutergroepen ofwel groep 1 en 2 kan op een ervaringsgerichte(vanuit de ervaringen van het kind) manier lesgegeven worden en eventueel vanuit de basisontwikkeling geleerd worden. Er zijn allerlei ontwikkelings- en leerlijnen, ook in de kleutergroepen. Met de basisontwikkeling in het achterhoofd worden hoeken zichtbaar, beperkte werkplekken, de kleine kring, de beer op de stoel, de observerende en stimulerende leerkracht met pen en papier, etc. Zo kan de kleuterjuf de kinderen volgen en stimuleren in hun sociale en cognitieve ontwikkeling.
Neemt niet weg, dat de afstemming, waar Esmeralda het over heeft, tussen kleuters en de rest van de basisschool soms toch niet soepel verloopt. Er moet een samenwerking zijn, een geven en nemen vanuit de kleutergroepen, maar ook vanuit de groepen 3 en 4 naar beneden. Hoe kunnen we de basisschool een veilige omgeving bieden waarin elk kind zijn eigen doorlopende ontwikkeling en leerlijn kan volgen.
Als Sharon Dijksma dit ook wil met peuters lijkt me dat prima, dan moet er samenwerking komen tussen peuterspeelzalen en kleuteronderwijs. En ik kan u hier al vertellen, dat die start is gemaakt.
Een breed opgezet gebouwencomplex met daarin peuteronderwijs, basisonderwijs en de mogelijkheid tot overblijven of opvang kan voor kinderen een rustige jeugd geven en een veilige plek bieden. Maar laten we vooral niet vergeten dat ze kennis moeten maken met de wereld daarbuiten.

maandag 30 november 2009

Jongens

Als moeder van 3 puberjongens zou ik me zorgen moeten maken om de jongens in het onderwijs. Volgens het artikel van Jan Jacob van Dijk uit de Trouw van vandaag lopen jongens wel degelijk achter. Hoe komt dat?
De prestaties van jongens lopen achter in vergelijking met meisjes. Ze lopen grotere risico’s op ontsporing. De oorzaak van de oplopende achterstand van jongens is ingewikkeld, maar het lijkt er op dat het ontbreken van meesters of mannelijke begeleiders in de eerste jaren van het leven van jongens daarop van invloed is. Veel juffen, bijna geen meesters, en die zijn ook bijna niet te krijgen.
In het basisonderwijs, maar ook al eerder op peuterspeelzalen en in de kinderopvang zijn vrijwel geen mannen te vinden, behalve als conciërge of directeur. Ze staan niet voor de klas en als oppas zien we ze al helemaal niet.
Jongens zijn slechter in de fijne motoriek en de talige kant. Plannen is ook niet hun sterkste kant.
Spelenderwijs iets leren, met het liefst nog een competitie-element, doet het goed bij jongens. Jongens zijn over het algemeen heerlijke buitenspelers en hebben goed door wat hun ruimtelijke orientatie is.
De drie jongens die hier thuis rondlopen, zijn jongens die zelfstandig zijn geworden, weten wat ze willen, boeken lezen met de paplepel ingegoten hebben gekregen en zich ontwikkelen tot leuke humoristische jongvolwassenen. Ondanks het feit dat school misschien vaker een lolletje is dan serieus, zie ik deze jongens met de bagage die ze hebben meegekregen, als goed voorbereid op de maatschappij van morgen. Mogen ze dan af en toe zichzelf zijn, anders dan meisjes? Dacht 't wel.

zaterdag 28 november 2009

Compensatieverlof

Compensatieverlof, ofwel CV, is de nieuwe vervanger voor de ADV.
Men krijgt als fulltimer geen 14 vrije dagen meer per jaar, tenzij er echt duidelijk gemaakt kan worden, dat je meer dan 1659 uur maakt.
Natuurlijk begrijp ik de achterliggende gedachte, maar ik heb hierover toch mijn twijfels.
1. Is dit landelijk, dat besturen dit zo gaan hanteren? Dan zou dit weleens een verschuiving teweeg kunnen brengen. Mensen die bij het ene bestuur wel 14 dagen per jaar vrij krijgen en bij het andere niet, zullen misschien verdwijnen. Verlies van goede krachten?
2. Hoe kun je als fulltimer bewijs aanleveren dat je inderdaad meer dan 1659 uur maakt, want ik heb het gevoel dat de meesten hier wel aankomen, maar leg het bewijs maar eens op tafel. Tijdregistratie? Wie vormt er een uitzondering? Hoe ga je dit in de praktijk brengen? Directeuren wel, leerkrachten niet?
3. Welke consequenties heeft dit voor parttimers? Kunnen parttimers teruggeroepen worden om nog uren in te vullen?
4. Welke gevolgen heeft dit voor het taakbeleid in de school, want daarvoor houdt men dan uiteindelijk minder uren voor over. Wie gaat die taken doen? Kost dit werkplezier en gaat de werkdruk omhoog?
Twijfels twijfels twijfels, waar gaat dit toe leiden?
Toch maar eens even de vakbond benaderen....

Invallen is bevallen

De titel kun je op twee manieren opvatten:

1. Het invallen was een heidense klus, te vergelijken met de bevalling van een kind.


2. Het invallen is goed bekomen, het ging goed.


Om het het eerste te beginnen: mijn bevallingen waren sowieso niet onoverkomelijk, dat ik daar slechte herinneringen aan heb. In dit geval was het invallen in een onbekende groep niet iets waar ik me zo zenuwachtig voor hoefde te maken. Dat laatste zit altijd wel een beetje in mijn aard, een soort van spanning, die wat adrenaline aanmaakt en waarbij je dus wat alert bent. Misschien is dat ook helemaal niet zo verkeerd. Dan kan het invallen alleen maar meevallen.
Het tweede was meer het geval. Ondanks de onbekendheid van de kinderen, als je nog maar zo kort rondloopt op een school, was dit eigenlijk best weer leuk. Grappig dat je dan ook meteen alle kinderen op je netvlies hebt en ik alle namen 's middags al kende. Nu was dat ook weer niet zo moeilijk, want er waren er 5 ziek!
Leuk om te merken, dat de vaste leerkracht van die groep, die er 4 dagen werkt, alles keurig heeft klaargelegd. Dus, tja, als ik daar na 1 januari voorlopig vast die groep mag draaien, geeft me dit wel een goede stimulans om er wat van te maken. Echt goed bevallen!

dinsdag 24 november 2009

Functioneringsgesprek

Waarom ben ik voor (en soms tijdens) een functioneringsgesprek altijd zo nerveus? Komt het omdat je het goed wil doen, beetje faalangst? Komt het door een vervelende ervaring uit het verleden? Komt het gewoon omdat dat bij mij hoort?
Toen ik het met mijn echtgenoot besprak, ging hij voor het laatste. Net zoals de zenuwen krijgen van toetsen, de spanning voelen als ik voor het eerst een vergadering moet leiden of zoals ik dit jaar voor het eerst een nieuwe school binnenstap. Altijd weer dat drempeltje over, waarbij je toch niet weet wat er achter dat drempeltje gaat gebeuren. De onzekerheid is vaak waar de nerveusiteit heen gaat, juist omdat het over mezelf gaat.
Vandaag was het weer zover en gisteren begonnen die zenuwen alweer vervelend te doen. Mmm. Toen ik het besprak met een enkele collega op school verbaasden zij zich over mijn zenuwen. Toch niet verwacht misschien?
Toch is zo'n functioneringsgesprek ook een leuk en goed gesprek om eens wat dingen aan te kaarten die ik wil bespreken, wat mij bezig houdt en wat ik in de school zie als nieuwkomer. Bovendien kan ik dat op zo'n open manier doen, dat de gesprekspartner zich ook open stelt en zich laat zien. Dan kun je ook je kwaliteiten en de punten waar je aan wilt werken bespreken. En dat is gelukkig wederzijds. Het mooiste is dan ook, dat je als gelijkwaardige partners uit elkaar gaat en elkaar wilt helpen om er iets van te maken in de school.
Dan is de nerveusiteit bijna verdwenen, alleen nog koppijn.

zondag 22 november 2009

RTrooster

Het maken van een RTrooster op school is een hele klus. Tenminste... op de ene school wel, de andere niet.
Op de 'bekende' school is er slechts 1 RT-er, die 2 ochtenden op school werkt. Dat is gemakkelijk te overzien. In de RT-IB-overleggen komen de leerlingen ter sprake en gaan er leerlingen af of bij, of het blijft hetzelfde. Daarnaast is er nog een onderwijsassistent die 2 andere ochtenden enkele kinderen helpt.
Op de 'nieuwe' veel grotere school zijn er twee onderwijsassistenten, waarvan de een 2 ochtenden werkt, de ander een dag en een ochtend, daarnaast zijn er vier verschillende RT-ers, waarvan 1 een ochtend werkt(naast haar IB-tijd), 1 werkt er dinsdagmorgen, woensdagmorgen en donderdag de hele dag, 1 werkt alleen dinsdagmorgen en valt weleens in bij kleuters, de laatste is een RT-er van buitenaf die twee ochtenden voor haar rekening neemt, maar ook elk overleg in rekening brengt. Naast het feit dat de school wat groter is, zijn er ook veel meer rugzakleerlingen, die de extra hulp hard nodig hebben en hiervoor krijgt de school natuurlijk ook extra geld.
Dit neemt niet weg, dat het een hele klus is om dit in goede banen te leiden. De afspraak om het rooster te maken lag klaar, maar... de andere IB-er werd ziek. Tja, wat doe je? Deze school moet verder. De eerste RTperiode liep af en er werd wel verwacht dat er een nieuw rooster klaar zou liggen. Mede omdat er ook nog een RT-OA-IB-overleg zou plaatsvinden om een en ander kort te sluiten. Aan de slag dus maar.
Nadat we (als IB-ers) middels een briefje de collega's hebben benaderd of er kinderen dringend RT-hulp nodig zouden hebben, heb ik alle informatie verzameld, de oude lijst erbij gepakt, alle RT/OA-momenten van iedereen opgeteld en de boel herverdeeld, waarbij iedere RT-er/OA-ent zoveel mogelijk dezelfde kinderen zou behouden en een enkele nieuwe zou krijgen.
Tot zover is alles nog goed gelopen.
Nadat alles was gecontroleerd op klas, vakgebied en de goede koppeling van leerling met de goede RT-er of OA-ent heb ik in overleg met de directeur het rooster verstuurd naar de collega's met de mededeling dat er maandag in de teamvergadering een korte toelichting volgt.
Dan is het toch wel heel vervelend als er toch nog twee reacties van twee collega's (met heel goede redenen), die door omstandigheden 'vergeten' zijn om hun kind(eren) aan te melden. Wat doe je dan? Vervelend voor die leerkracht, sneu voor het kind/de kinderen en vervelend voor de roostermaker. Maar goed, met een beetje mazzel kunnen er misschien in januari open plekken worden opgevuld als er kinderen zijn die de school gaan verlaten. En anders, hoe vervelend ook ... een geval van jammer.

vrijdag 20 november 2009

Mensenkennis

Hoe boeiend is het om mensen in hun doen en laten, in hun krachten en minpunten, in hun enthousiasme en werkdruk, in hoogte- en dieptepunten te leren kennen. Zo ervaar ik vele relaties met de 'bekende' collega's van de ene school en de 'nieuwe' collega's van de andere school.
In die relaties met collega's denk ik mensen die ik al langer ken toch aardig te kennen. Ik voel me daar vertrouwd, ik kan mezelf zijn, ik weet hoe een en ander in elkaar steekt, ik ken achtergronden. De relaties met de 'nieuwere' collega's zijn zich nog in de opbouwfase, waardoor ik in positieve en negatieve zin voor verrassingen kom te staan. Maar niet vergetend dat deze 'nieuwere' collega's ook aan mij moeten wennen, want die 'bekende' collega's weten natuurlijk ook al redelijk goed, wat ze aan mij hebben.
Dan heb je daarnaast bij zowel de 'bekende' als bij de 'nieuwere' collega's ook nog het feit dat het bij de een makkelijker klikt als bij de ander en merk ik dat het bij sommige collega's ook moet groeien. Ook dit worden in de regel toch positieve contacten. Elkaar leren kennen is immers ook elkaar respecteren zoals iemand is. Een kind mag zijn zoals het is, maar dat zelfde geldt voor collega's in een team, mits zij zich aan bepaalde - vaak ongeschreven - regels houden.
Waarom schrijf ik dit stukje nu juist vandaag? Vandaag is het vrijdag en blik ik even terug op de afgelopen week, waarbij ik heel veel leuke contacten en relaties hebben opgebouwd en versterkt(waarin de humor vooral een grote rol speelt!), maar waarin ik ook - op beide scholen - een wat negatieve ervaring heb gehad in contact met een collega. Dit minder positieve contact is niet schokkend, maar leert mij die bewuste collega's kennen en leert mij ook weer hoe ik zelf om zou moeten of kunnen gaan met die ander. Het leert mij ook grenzen te stellen. Het is een leerproces, een groeiproces en een verder proces om mensen op hun waarde te schatten. Juist dat is zo boeiend aan het werken met mensen binnen het vak van leerkracht.