On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







zondag 19 juni 2011

Klooster

Nieuwsgierig geworden door een van de kinderen, die met school een keer in een klooster was geweest, heb ik me opgegeven via de kerk om hier ook een keer aan deel te nemen. Zeker in deze hectische tijd leek me dat eens een goede stap. Een stukje rust en regelmaat kan geen kwaad. Mijn echtgenoot zei: Jij hebt lef!










Afgelopen weekend was het zover. Twee mensen, een uit de RKkerk en een uit onze eigen PKNkerk, reden met mij mee. Het weer was niet al te best, maar dat hoefde te pret niet te drukken.

Vrijdagmiddag kwamen we aan en werden wij door de begeleidende pastor geleid naar onze kamer. Een hoog raam, dat ik meteen even openzette, deed me wat benauwen, maar de lamp verlichtte de kamer goed. Even het bed opmaken en mezelf weer voegen bij de groep. Na wat te hebben gedronken schreden wij geruisloos door de kloostergang naar een dienst. Een rustige broodmaaltijd en een gezellige kennismaking maakte de eerste dag af.

Voor sommigen van de gasten was het 4.00u. al weer tijd om op tijd bij de Nachtwake van 4.30u. te zijn. Ik niet. Mijn slaap heb ik hard nodig, dus de eerste twee diensten, ook de lauden, sla ik over.

Een heerlijk warm bed zonder achtergrondgeluiden maakte dat de in duister gehulde kloosterkamer al snel gevuld werd met mijn zacht geronk(volgens mij snurk ik niet...). Zzzzz.

Na wat getik op de deur en het woord ontbijt te hebben opgevangen, schrok ik wakker. Oeps, verslapen. Dat begint al goed. Snel in mijn badjas schietend, loop ik - lekker op blote voeten - naar beneden. Eerst een bak koffie en gauw nog twee boterhammen met pindakaas naar binnen geschoven. De derde dienst van die dag heb ik ook overgeslagen. Wassen, aankleden en even van mijn boek en rust genieten. Om 9.00u. begon het ochtendprogramma en werden de hersencellen, maar ook de gevoelige snaren, flink aan het werk gezet. Nadenken over vriendschap en wat dit voor ons als aardse mensen betekent, maar vooral ook welke rol God ons daarin gegeven heeft of misschien wel daarin stuurt, zet een mens aan het denken. Diepzinnige teksten, maar ook zomaar een goed gesprek met een wildvreemde, zijn mooi. Naast de rust heerst er ook een vorm van vertrouwen, openheid en veiligheid en dat zijn ongrijpbare, maar heel belangrijke woorden om een goede sfeer te creeren.

Diensten waarin steeds weer gezongen werd door de broeders op eenzelfde monotone klank begonnen me wat te irriteren. Hoe komt dat nou? Ik denk dat het voor mij allemaal onbekend terrein, het is een hele andere manier van een dienst vieren dan in een PKNkerk. Maar, en misschien was dat nog wel vervelender: ik kon niet meezingen. Ik zing graag, maar hier was het niet te doen en misschien qua vrouwelijke klank ook niet gepast. Toch straalde zo'n dienst ook iets vredigs uit, dus neem ik dat mee, lopend terug door de kloostergang, in stilte.

De middagmaal was warm. Prima eten, maar weer die stilte. Durf ik niet tot rust te komen? Wil ik me zelf zo graag horen? Ik weet het niet. Ik voel het eten als een sociaal gebeuren, in gesprek gaan met mensen die je niet zo goed kent, ik wil graag die deuren openen. Misschien ben ik wel te aards en kan ik het hemelse gewoon niet toelaten?

Zaterdagmiddag was er een film ('Shadowlands')over een bijzondere vriendschap, die uiteindelijk in liefde uitmondde. Prachtige gevoelige film, waarbij iemand vanuit zijn onhandigheid toch de liefde liet overwinnen, ondanks dat dit leven van die geliefde eindig was. Een film, waarbij ik af en toe niet keek, om te zorgen dat hij niet te veel binnenkwam en me te veel zou ontroeren. "Het verdriet is een onderdeel van het geluk" is een zin die steeds weer in mijn gedachte langskomt. Ik snap het niet goed. Ik weet wel dat als je ellende hebt meegemaakt, dat je daarna meer geniet van de mooie dingen, het verzacht de pijn, maar is dat altijd zo? Als iemand zijn eigen kind verliest? Is dat deel dan een onderdeel van geluk? Dat iets intenser wordt, begrijp ik wel. Dat zie je ook als er een ziekte ontstaat bij een dierbare. Maar dat dit verdriet een onderdeel is van geluk? Dat lijkt niet altijd te kunnen? Of zie ik het niet? Moet ik nog heel veel leren?

De diensten gaan intussen door en ik probeer - buiten de vroege diensten - alle diensten van de dag te volgen. De communie in een besloten kring is dan een mooi voorbeeld van iets dat je echt samen doet. Je hoort erbij. Zij horen erbij, maar ik hoor er ook mij. Ik mag erbij horen. Ik ben onderdeel van die viering. Goed opletten hoe anderen zich bewegen en wanneer de hosti wordt gegeten. Een slok wijn stroomt door je lichaam alszijnde dat God bij je is.

Tussen de middag heb ik samen met een van de andere gasten heerlijk buiten gelopen. Eindelijk de buitenlucht in, bewegen, iets doen en in ieder geval pratend contact zoeken. We hebben fijn gepraat over haar zorgelijke gezinssituatie.

Is dit wat God heeft bedoeld? Er komt rust en daardoor is er meer ruimte om te praten.

's Avonds na de maaltijd is er een complete, de laatste dienst.

Na die dienst kwam een van de oudere broeders iets vertellen en wij mochten vragen stellen. Achteraf gezien was dit voor mij een van de hoogtepunten. Wat kon deze man zijn verhaal prachtig vertellen. Helemaal niet hoogdravend, maar gewoon puur zoals hij het zag en beleefde. Mooi hoe het huwelijk tussen twee mensen vergeleken werd met een broeder die het huwelijk aangaat met de kerk. Onbegrijpelijk, maar daardoor meer een plekje te geven. Waarom kiezen jonge mannen in deze tijd om bij een klooster aan te sluiten? Wat beweegt hen? Hoe denken ze over 10 jaar? Hoe wereldvreemd ben je dan? Als vrouw in deze wereld, waarin je allemaal idealen hebt, die je wilt bereiken, waarin je wilt studeren, werk zoeken, een gezin stichten en waarin je merkt dat dit allemaal zo vreselijk veel voldoening geeft, begrijp ik deze mensen hier helemaal niet. Ben ik te nuchter? Geloof ik niet goed genoeg in God? Kan ik eerst voor God kiezen en vervolgens voor mijn gezin? Kan ik alles achter me laten en Jezus volgen? Ik kan dat helemaal niet.

De twijfel slaat toe, de bewondering neemt toe voor broeder Christian. Een man die in de wereld is begonnen als priester en nu zijn leven in het klooster afmaakt. Ik kan het niet!

Ook de zondag is geen vroegertje, hoewel, om half 8 aan de ontbijttafel, gewassen en aangekleed is voor een weekend toch erg vroeg. Na de afwas in gesprek met een van de gasten. Een open vrouw, wiensd leven ook niet altijd rozegeur en maneschijn is geweest, maar er wel een goed leven van heeft gemaakt. Wat knap! Ben ik wel tevreden genoeg? Ik heb het hartstikke goed op dit moment. Ben ik wel dankbaar genoeg?

De dienst daarna was er een die weer een dienst was van de broeders, ik voelde me een van de gasten, een buitenstaander. Het is mooi en gastvrij dat ik erbij mag zijn, maar ik maak er geen deel van uit. Dat is jammer. Daardoor raakt het je minder of soms helemaal niet. Het lijkt zelfs even een andere God, maar goed, dat kan natuurlijk niet. We geloven immers in dezelfde God.

Is God modern? Wil God dat we zo leven als de broeders? Heeft God het leven zo bedoeld? Ik geloof het niet.

Het ochtendprogramma werd gevuld met een wandeling buiten. Bijzonder als je eerst je eigen gedachte op de loop laat tijdens het luisteren naar de buitengeluiden.

Lopend langs de muur van het klooster rollen er gedachten door je hoofd. Door de muur denk ik aan de lagere school. Het soppige gras beweegt onder mijn schoenen, een kikker springt weg. Een gesprek met een leverancier van school komt binnen. Bloemen links en rechts van de weg. Ik denk aan de oudste zoon, die de lerarenopleiding biologie doet. Steentjes schieten af en toe in mijn sandaal. Wat is het heerlijk buiten! We kijken over de muur naar het kerkhof. Hoe zou het met mama zijn? Er volgen bordjes met ven/bos. We beginnen te praten over vriendschappen. Vriendschappen zijn toch bijzondere verbintenissen. Echte vrienden zijn er niet zo veel. Zijn de mensen, met wie je nu in het klooster zit ook vrienden? Nee, ze kunnen het wel worden. Voor mij zijn ze dat (nog) niet. Echte vrienden zijn langdurige relaties, bij wie je met vreugde en verdriet terecht kunt. Soms kunnen collega's ook vrienden worden, dat is weleens lastig.

De eucharistieviering is een wat vollere kerk. Bladerend door de liturgie denk ik "YES, eindelijk wat bekende liederen". Een hoog Latijngehalte, veel rook en toch nog veel onbekende liederen maakte deze dienst eigenlijk wat tegenvallend. Het lijkt wel of ik boven op het balkon sta en van een afstandje mee mag kijken. I.p.v. meebeleven, meevieren en meezingen.

Een warme maaltijd maakte het lijf weer gelukkig en voldaan bracht ik mijn tas naar de auto. Een laatste samenkomst in de zaal op de tweede verdieping. Terugkoppeling van de vriendschap, maar ook een terugkoppeling van het weekend. Wat heeft het me opgeleverd, wat was goed, wat heeft me geirriteerd, wat was bijzonder?

Eigenlijk heb ik dat hierboven in gedachtes al beschreven. Het was een ervaring, die me niet meer kan worden afgenomen.

Bij het afscheid merkte ik dat er een aantal mensen waren, tot wie ik dichterbij ben gekomen. Naast de rust was dat misschien wel het mooiste wat een mens op dat moment kan bereiken. Is dichterbij mensen ook dichterbij God? Wie weet krijgt dit ooit nog een vervolg, als ik zelf wat verder ben.

In ieder geval was ik blij dat ik weer thuis was, met beide benen op de grond, tussen man en kinderen, een huis waar ik me veilig voel. Een huis waar ik weer in mijn eigen rol kan meedoen.

woensdag 15 juni 2011

Inspannen en ontspannen

Na inspannen is het goed om te ontspannen. Inspanning kost aanspanning van de spieren, kan spanning in je hoofd opleveren en kan ook spannend zijn of alles wel goed gaat. Ontspannen is het loslaten van al die spanning, spannende momenten, gespannenheid. Dat loslaten begint met een stuk accepteren dat die spanning er is.


In het onderwijs hebben we altijd te maken met pieken. Zo'n piek heb je rond december, een projectweek, maar ook aan het eind van een schooljaar zoals nu. Dat is lastig, want er moeten nu eenmaal een aantal dingen gebeuren. Die rapporten moeten af. Die bestelling moet worden gedaan. Dat gesprek met ouders kun je niet laten schieten. En zo zijn er nog wel wat zaken die moeten.

Het is dan belangrijk om ook tussendoor, tussen spanning, tussen spannende momenten en tussen die enorme inspanning jezelf even rust te gunnen. Even een blokje om met de hond, een bezoekje aan de sportschool, een uitje met een vriendin of gewoon een avondje bankhangen. Dan kun je namelijk weer opladen voor een nieuwe dag.

Voelt u zich aan het einde van een jaar ook vaak zo moe? De spanningsboog wordt korter, het lontje is soms al kort en dan moet dat ook nog.

Na het accepteren en loslaten komt ook nog een stukje relativeren. Jouw gezondheid en jouw familie is veel belangrijker dan je werk. Zet het werk even aan de kant en geniet eens van gewone dingen. Wordt je bewust van je eigen ademhaling. Geniet van het zonnetje, de natuur, de vogels en ga zo maar door. Doe iets voor jezelf.

Zo moest ik vanmiddag naar de tandarts en was ik daardoor op tijd terug. Even lekker winkelen in het winkelcentrum in de buurt, gewoon omdat ik daar even zin in had. Dat uurtje was even voor mij en dat is dan zo heerlijk.

De computer op tijd uit en een gesprek met de kinderen. Hoe zijn de toetsen gegaan? Wat heb je morgen? Ga je nog werken vanavond. Allemaal dingen die belangrijker zijn dan het schoolplan dat ook nog afmoest en de jaargids die nog gecheckt moet worden. Hoewel, dat moet ook. Maar morgen is er weer een dag om ook daarin de inspanning en de ontspanning goed te verdelen. Beter voor de gezondheid, beter voor jezelf, beter voor jouw omgeving en uiteindelijk beter voor jouw werk. En nu nog proberen om hier daadwerkelijk aan toe te geven. Soms wint de gedrevenheid, soms wint het bankhangen.

Ook dit schrijven is voor mij een vorm van ontspanning. Heerlijk even mijn gedachte laten gaan. Diep inademen, rustig uitademen. Genieten en glimlachen.

vrijdag 3 juni 2011

Kwetsbaarheid

Het leven van mensen is kwetsbaar. Dat begint al bij de geboorte van een kind. Of eigenlijk bij het ontstaan van de vrucht. De eerste cellen. Het is spannend en er kan zoveel misgaan. Maar gelukkig gaat het ook vaak goed. Hoe groter kinderen worden, hoe sterker ze zijn. Toch liggen er ook daarna veel positieve en negatieve gebeurtenissen te wachten.

Eten, bewegen, groeien en genieten. Zo willen we dat de kinderen die wij op de wereld zetten zich verder ontwikkelen. We zien graag vrolijkheid en enthousiasme terug. We zien graag dat onze kinderen verder leren, een sport beoefenen, een muziekinstrument bespelen en verder ontplooien tot gelukkige mensen.

Toch is het leven iets kostbaars. Het gaat soms ook een andere kant op, dan wij graag zouden willen zien. Vaak maakt ons dat sterker en kunnen we des te meer genieten van de dingen die goed gaan.

Terugkijkend naar de cellen, zien we dat die zich weleens anders ontwikkelen. Slechte cellen heten kanker. Als er dan een kind ziek wordt in de directe omgeving op school is dat moeilijk te verteren. Een kind met een levensbedreigende ziekte. Natuurlijk kan het genezen. Natuurlijk houd je de hoop dat het goed komt. Tegelijkertijd zit je er middenin, samen met de ouders en de school. Meeleven en meebeleven en toch het hoofd overeind houden. Je ziet een klein kind vechten tegen die cellen. Je ziet de ouders meevechten tegen de ziekte, voor het leven.

Wanneer dan ook in de directe familie een vorm van kanker wordt geconstateerd lijkt het allemaal even stil te staan. Zorg om mijn ouders. De een kan eigenlijk niet zonder de ander. Dus als de een geopereerd moet worden, moet ook naar de ander omgezien worden. Als kinderen van deze kwetsbare mensen staan we hen bij. Oude cellen, maar toch niet allemaal meer gezond.

Het leven is kwetsbaar, die cellen kun wat anders doen. Het leven is ook heel mooi. Het gaat voorbij. Je kunt terugkijken op mooie dingen en bijzondere herinneringen. Er zijn momenten waar je van kunt genieten. Neem nu zo'n prachtige zonnige dag als vandaag. Luister naar al die jonge koolmezen, die net hun ouderlijke nestjes hebben verlaten, het gekwetter klinkt als muziek in de oren. Het geeft kleur aan het leven.

Moeilijke momenten en afscheid horen bij het leven. Kennismaken in een nieuwe omgeving en met nieuw leven hoort ook bij het leven. God heeft ons de kracht gegeven om hiermee te leren leven. Hij helpt ons en woont in onze harten. Hij zorgt dat de bagage die je meekrijgt, te dragen is. Hij zorgt dat er weer andere mensen in je leven komen, die jou helpen dragen met de bagage. Hij geeft zin aan ons leven. Levensadem, levensvreugde, levensmoeheid, het eeuwige leven, het zijn allemaal onderdelen van onze levensreis.

Onderweg zijn er rustmomenten. Je kunt bezinnen, je kunt ontspannen, je kunt even wat anders doen en je uitrusten en slapen. Daarna is het weer tijd om te genieten van alle goede dingen.

Kwetsbaarheid verandert dan in levensvreugde, de schoonheid van het leven dat wij hier op aarde mogen leiden. Help elkaar. Steun de ander. Houd van jezelf. Geniet. In goede en slechte dagen. Leef! Laten we er wat moois van maken, begin vandaag!






donderdag 2 juni 2011

Tweet(y)

Als kind vond ik de filmpjes van Tweety altijd erg leuk. Het slimme vogeltje was de grote kat vaak te slim af.
Tegenwoordig zie ik Tweety niet meer zo vaak, dat heeft te maken met mijn leeftijd en die van onze kinderen, maar het komt ook niet zo vaak meer op TV. Handig als je dan toch zo een plaatje kunt vinden via Google. Wellicht zal Tweety ook via YouTube wel terug te vinden zijn. Ik heb het eerlijk gezegd nog nooit geprobeerd.
Pratend over de computer kom je dan ook automatisch bij alle andere digitale snufjes en mogelijkheden.
Geen Tweety meer, wel Tweets. Een Twitteraccount is de gewoonste zaak van de wereld. Menig computerminded persoon heeft er een en er komen er dagelijks velen bij. Discussies met bekende en onbekende personen vliegen door de lucht. Berichtjes waar je bent of wat je doet wordt bij een ander naar binnen gegooid. Bedrijven gebruiken het als reclame, personen vinden het gewoon leuk om op die manier met elkaar te communiceren.
Maar wat is het verschil tussen Tweety uit het tekenfilmpje en de Tweets die via allerlei Twitteraccount binnenvliegen?
Tweety heeft iets schattigs, iets vrolijks, een ontspannen verhaal, grappig, beetje humor, misschien meer voor kinderen, al is het als volwassenen vaak ook nog leuk om even zo'n tekenfilmpje tot je te nemen. Het is eenzijdige communicatie. Het beeld komt bij de ontvanger en je kunt er verder niet op reageren. Passief.
Tweets zijn interactief. Als de een iets oppert, reageert de volgende en een derde kan zich er ook weer in mengen. Tweets zijn net als msn of sms-jes meer een vorm van conversatie. Praten met elkaar. Discussieren. Elkaar prikkelen tot een reactie. Mededelingen doen. Het kan alle kanten op. Maar Tweets zijn ook vluchtiger. Je twittert even tussendoor iets en je reageert even op een ander. Het filmpje van Tweety kun je rustig een poosje gaan zitten bekijken. Het zijn meestal verhaaltjes en je geniet ervan.

Zijn er ook overeenkomsten? Tweety vliegt door de lucht, de tweets uiteindelijk ook. Geschikt voor degene die ernaar kijkt. Leuk en vol humor. Leuk voor diegenen die er naar kijken.
Waarom eigenlijk deze vergelijking? Om te laten zien hoe hard de wereld en al zijn technische en digitale snufjes zich heeft ontwikkeld en nog steeds verandert. Tegelijkertijd om te laten zien hoe wij als mensen daarin worden meegenomen, de een meer als de ander.
Is het een beter als het ander? Voor de tijd waarin het is gemaakt niet. Tweety was voor die tijd geweldig naast alle andere leuke tekenfilmpjes en verhaaltjes. Neem Donald Duck, Calimero, Mickey Mouse, maar ook de fabeltjeskrant, Ti Ta Tovenaar en Pipo de Clown. Sommige kinderverhalen hadden ook een achterliggende gedachte waar je als volwassene ook van kon genieten.
Tweets van een Twitteraccount hebben op dit moment ook z'n waarde naast alle andere digitale middelen, die wij kunnen benaderen. Het is de tijdgeest. Net zoals hyves, facebook, LinkedIn en noem maar op. Het wordt echter niet bewaard. Het zet mensen wel aan het denken.
Misschien kunnen we stripboeken en ook de verhalen van Tweety toch nog eens op een e-reader terugvinden. Wellicht verschijnt er nog eens een boek over een Twitterdiscussie. Door de computers kan er immers veel worden bewaard. We kunnen ons afvragen hoeveel waarde Tweety en Tweets hebben. Feit blijft dat we kunnen genietn van wat er is, van wat er kan en van hetgeen jij wilt zien en gebruiken. Dus geniet van alle mogelijkheden. Leve het digitale tijdperk!

zaterdag 28 mei 2011

Het klooster in met kinderen

Tijdens het schoolkamp in Odiliapeel (tot 3 maanden geleden wist ik ook niet waar dit lag) hebben we samen met groep 7 en 8 een uitstapje gemaakt naar het klooster "Heilig Bloed" in Aarle-Rixtel. Een klooster, landelijk gelegen aan de toepasselijke kloosterweg, waar ook een middelgrote varkensboerderij gevestigd was.
Toen de kinderen zagen dat wij het klooster in wilden, vertrokken er een paar gezichten en pruilden er een aantal monden. Ondanks het feit dat wij op een christelijke school zitten, is het niet eenvoudig om deze kinderen het geloofsleven mee te geven. Veel kinderen zien de kerk alleen van binnen als wij met de school een kerstdienst organiseren.
Opgewacht door zuster Theresa, die ons vriendelijk begroette, veranderden de gezichten in nieuwsgierige blikken. Een rondleiding door het hele gebouw gaf aan, dat wij gastvrij werden binnengelaten. Alles mochten we zien, overal zat een verhaal aan vast. Mooi om te zien, dat de kinderen zeer geinteresseerd luisterden en aandacht hadden voor zuster Theresa. Het onvermijdelijke kwam: de vragen. "Heeft u geen spijt?" "Vindt u het niet vervelend dat u niet bent getrouwd en geen kinderen heeft?" "Wat doet u hier de hele dag?" "Woont u hier ook?" "Mag je sieraden dragen?" "Welke kleren draagt u altijd?" "Mag u van het terrein af?" Zuster Theresa was een en al geduld en beantwoordde elke vraag heel open. Ze vertelde vermakelijk over alle dingen die hier plaatsvonden. Zij had deze keus gemaakt en gaat ervoor. Zij wilde trouw blijven aan haar keus. Dat is de mooiste les die kinderen van deze leeftijd, maar ook wij, kunnen meekrijgen. Een bijzondere belevenis!

zaterdag 21 mei 2011

Als een elastiekje

Een elastiekje is rekbaar. Je kunt vele malen trekken en loslaten. Het buigt mee en het voelt soepel aan. Een elastiekje is flexibel, het past zich goed aan aan zijn omgeving.
Een elastiekje dat vele malen is gebruikt begint slap te worden, te lubberen en soms zal het zelfs knappen.
Een oud elastiekje droogt uit en wordt minder flexibel.

In het onderwijs kunnen mensen veel hebben. Ze gaan ervoor. Het elastiekje veert mee en komt in de oorspronkelijke staat weer terug. Onderwijsmensen zijn flexibel, net als als een elastiekje veren ze mee, ze voegen zich overal naar toe en ze zijn vaak flexibel.
Toch kan ook dit elastisch vermogen van de mensen beginnen slap te hangen en te lubberen. Vooral bij de harde perfectionistische werkers zie je dat de rek er soms uit gaat, naarmate er veel dingen op hun pad komen. Het dreigt te knappen.
Op een basisschool gebeurt een hoop. Dit schooljaar is er op onze relatief kleine school een hoop gebeurd op het emotionele vlak. Dat raakt mensen. Flexibiliteit is dan soms niet meer genoeg, want het elastiek heeft geen kans om terug te veren naar de oorspronkelijke staat.
Als leidinggevende is het lastig te peilen waar voor mensen het elastiek strak of zelfs te strak staat. Het is zaak om daar goed mee om te gaan, maar vooral de voelsprieten te gebruiken. Ook een strak elastiekje kan weer terugveren, maar de persoon in kwestie moet daar ook in bijdragen. Ze moeten het zelf doen. Ze moeten het zelf aangeven. Je kunt als leidinggevende het gesprek aan, je kunt vragen waar de fijne momenten liggen en waar er knelpunten komen, je kunt positieve en negatieve energie van elkaar onderscheiden, je kunt eens kijken hoe gedachten op de loop gaat met mensen, je kunt hen realistisch laten denken(moet dit vandaag of kan het ook morgen of volgende week), maar... ik ben geen deskundige hierin.
Toch kunnen we met elkaar op een school wel oog hebben voor elkaar. Samen ben je een school. Wanneer het de een niet lukt, pakt een ander het op. Aandacht hebben voor elkaar. Met elkaar in gesprek gaan over je hobby's is leuk en je leert elkaar kennen. Iedereen is uniek, je mag zijn zoals je bent, is het motto van onze school.

Mocht jouw elastiekje nu eens strak komen te staan, ga in ieder geval in gesprek met iemand die je vertrouwt, met iemand bij wie jij jouw verhaal kwijt kunt en die ook nog met je meedenkt. Durf je kwetsbaar op te stellen. De ander zal dit waarderen en het ook bij jou durven doen. Dat elastiekje veert dan echt weer terug. En het mooie is, dat echte elastiekjes uiteindelijk gaan lubberen en uitdrogen, maar mensen bouwen levenservaring en levenswijsheid op en hun "elastisch vermogen" wordt daardoor sterker. Zo kun je anderen ook weer helpen.

vrijdag 13 mei 2011

Associatief denken

Associaties maken kan heel handig zijn. Het verruimt je blik, je denkt aan meerdere dingen tegelijk, er schieten je dingen te binnen en het laat je de zaken van verschillende kanten bekijken.
Associatief denken heeft te maken met mindmapping. Een woordveld maken en bedenken wat daar allemaal nog meer bij komt kijken. Een verbreding en een verdieping volgt dan vaak automatisch.
Naast het logisch (analytische) denken en het creatieve denken, zijn er nog veel meer vormen, maar dit zijn wel de meest gebruikte vormen. Het creatieve denken kun je stimuleren door gebruik te maken van mindmapping en dan komen de associaties vanzelf op gang. Bij de een makkelijker als bij de ander.
Wanneer je, zoals ik, heel associatief bent van nature, kan dit weleens in de weg zitten. Om maar een voorbeeld te noemen: Ik loop regelmatig naar boven om iets te halen, kom onderweg iets anders tegen en bedenk dat ik daar ook nog iets mee moest en vervolgens ga ik daar mee aan de slag en dit kan zich herhalen tot nog een andere actie. Gevolg: Ik loop naar beneden, zonder het voorwerp dat ik in eerste instantie van plan was te halen. Intussen kunnen er wel degelijk nuttige dingen zijn gebeurd.
Je hoofd kan daardoor weleens een chaos worden. Zelf heb ik er baat bij om op een dag, zeker tijdens het werk, lijstjes te maken met de dingen die ik in ieder geval moet doen, en ook dingen die kunnen wachten tot morgen. Tussendoor gebeuren er altijd dingen die urgent zijn en direct moeten, zonder dat dit op je lijstje staat, maar als het goed is, houd je ruimte in de agenda om dit op te vangen.
Terugkoppelend naar de kinderen op school, is het belangrijk te weten en om te leren kennen hoe onze kinderen op school denken. Assocoatief denken geeft mogelijkheden, maar kan ook, door de hoeveelheid associaties afremmen. Het is dan zaak om als leerkracht te helpen met structureren van de dag, bijvoorbeeld door middel van een dagtaak of weektaak. Leer de onderwijsbehoefte van het kind kennen en ga ermee in gesprek.
Hetzelfde geldt natuurlijk voor een beelddenker of juist een wiskundig denker. Ieder kind pakt de dingen op zijn wijze aan. Ze hebben iets van nature aangeleerd of ze hebben aanleg voor een bepaalde werkwijze. Een leerkracht moet daar achter zien te komen, maar kan hen ook andere manieren laten zien en aanleren. Mindmappen is aan te leren. Maar ook analytisch denken is aan te leren. Probeer beiden en kijk wat je bij welke situatie of bij welk vak het beste kunt gebruiken.
Wanneer leerkrachten in gesprek gaan met kinderen kunnen ze hen erbij betrekken. Hoe leer jij? Wat vind jij prettig? Hoe komt het dat je op die manier beter leert. Hoe zou ik jou kunnen helpen om bij het vak rekenen betere resultaten te laten halen? Wat zou jou helpen? Een coachingsgesprek met kinderen is een geweldige uitdaging!
Kinderen voelen zich dan serieus genomen. En dan geeft het niet hoe een kind denkt, als het zich er maar bewust van wordt en er wat mee kan, als een andere manier van denken nodig is.
Probeer het eens uit. Begin met een voorwerp en bedenk welke associatie je daarbij hebt. Ga verder of doe dit met anderen, laat steeds iemand iets bedenken op de associatie van zijn buurman. Verrassend resultaat! En je leert elkaar meteen kennen.


maandag 9 mei 2011

Woorden en communicatie - duoblog



Esmeralda
 
Woorden en communicatie.

Dit is een duoblog van Hanneke de Frel (directeur Maximaschool) en Esmeralda de Vries (Organisatie Socioloog van Avafit, zie hiervoor ook http://www.avafit.com/). Deze uitdaging is bijzonder omdat zij samen - vanaf de zwangerschap van hun oudste zonen, geboren in januari en februari van het jaar1991 - in hun werk dagelijks maar op verschillende wijze bezig zijn met “Communicatie”.
Hanneke:
Laat ik eens beginnen met de volgende stelling: “Woorden zijn een vorm van communicatie, maar communicatie is een vorm die zich niet alleen in woorden laat uitdrukken.“
Wikepedia helpt me bij de uitleg van het woord communicatie: Communicatie is de product, uitwisseling en betekenisgeving van boodschappen tussen mensen, die plaats vindt binnen een context van informationele, relationele en situationele factoren met als doel elkaar te beïnvloeden. Communicatie kan plaatsvinden met tekensystemen en andere uitdrukkingsvormen. Vindt de communicatie plaats via beelden, dan heet deze vorm visualisatie.
Communicatie is een groot woord, het hele onderwijs draait erom. Toch moet ik bekennen dat het meestal om “woorden” gaat en er erg veel wordt gesproken. Veel lessen draaien om de uitleg, de instructie en hoe je het wendt of keert, veelal zal hierbij gesproken moeten worden
Natuurlijk zijn er lessen handvaardigheid en gymnastiek, waarbij voordoen en nadoen (het handelen) ook belangrijk is. Muzieklessen kunnen zonder woorden, maar er zullen - zeker op een basisschool - veel liedjes(met woorden) worden aangeleerd.
Andere lessen, zoals biologie, geschiedenis en aardrijkskunde worden gevisualiseerd, zeker met de mogelijkheden van een digibord in de klas.
Het hoofdvak rekenen laat zich meer met concrete materialen zien en voelen, al wordt dit naarmate de kinderen in hogere groepen komen toch een stuk minder. Het blijft echter wel belangrijk om het rekenen te begrijpen en het inzichtelijk te maken. Denk bijvoorbeeld maar eens aan de vierkante meter of breuken leren door middel van een appeltaart of een reep chocola, kinderen vergeten het dan nooit meer!
Bij het vak “sociale vaardigheden” wordt al meer gebruik gemaakt van onze mimiek en dat zul je natuurlijk terugzien bij het contact tussen leerling en leerkracht.
Bij de hoofdvakken taal en lezen gaat het vooral om de woorden, de woordenschat, de spelling, de manier waarop we ze gebruiken en kinderen kunnen mijns inziens absoluut niet zonder.
Toch zie ik bij ons in het basisonderwijs de communicatie voornamelijk via woorden geschieden, zelfs met de ouders: een nieuwsbrief, een website, de informatieborden in de hal en de gang. Maar ik moet erbij zeggen, dat ik alle manieren wel aangrijp om deze te voorzien van beeldmateriaal, om het bij zo veel mogelijk mensen te laten binnenkomen. Alle social media ten spijt, het blijft veelal woordelijke communicatie: Msn, Facebook, Hyves, Twitter, etc.
Doen wij het in deze tijd wel goed met de kinderen op de basisschool? Of moeten wij een andere weg inslaan?


Esmeralda:
Wanneer jouw uitgangspunt is dat uitleg en instructie binnen veel onderwijsdisciplines vooral woorden nodig hebben, snap ik jouw vraag of het basisonderwijs wel goed bezig is. De basisvragen zijn eigenlijk: “Wat is de taak van het onderwijs? en “Waar ligt het belang van het kind?”. Meestal mondt het beantwoorden dan uit in koffiedik-kijken. Want wij weten - met de snelheid van de veranderingen in de omgeving - niet wat de jeugd van nu over 15 jaar nodig heeft, welke basisvaardigheden hij/zij moet beheersen en welke competenties hij/zij in de daarop volgende 40 tot 50 jaar nodig heeft. Ik waag me daarom niet aan een concreet antwoord op jouw vraag.
Toch denk ik dat onderwijs van crusiaal belang is bij de start op de arbeidsmarkt. Veel van mijn AVAfit blogs gaan hierover. Zoals jij weet zijn de kernwoorden in deze blogs ‘nieuwsgierigheid” en “inspiratie”. Een docent of leerkracht moet vooral de leerlingen nieuwsgierig maken en inspireren tot onderzoek. Volgens mij kan je dan rekenen, muziek, taal of gymnastiekles op verschillende manieren onderwijzen. Die appeltaart uit jouw voorbeeld bij het rekenen inspireert tot nader onderzoek en maakt ook nieuwsgierig of de taart lekker smaakt. (Is het trouwens wel een echte appeltaart en neemt niemand dan stiekem een hapje?) Dat maakt rekenen ineens leuk en interessant. Om de overstap van leerling naar leerkracht te maken zie ik wel een mogelijk probleem opduiken: Hoe vaak kom je het woord “nieuwsgierig(heid)” of “inspiratie” tegen in de functiebeschrijving van een leerkracht?


Hanneke:
Mensen die het onderwijs in willen, zijn vaak mensen met bepaalde ambities. Hierbij horen mijns inziens ook nieuwsgierigheid en inspiratie. Dat staat wel niet letterlijk in een functieomschrijving van een leerkracht, maar via een sollicitatiegesprek kun je al vrij snel de ”echte”(tja wat is echt?) gedreven onderwijsmensen eruit halen.
De taak van het onderwijs is om van de kinderen zelfstandige mensen te maken, die kennis hebben opgedaan en met die kennis nieuwsgierig naar de wereld te gaan kijken en te ontdekken en er uiteindelijk wat mee gaan doen: ervaren. Dit doen ze door middel van samenwerken, onderzoeken, leren van elkaar, maar ook door lezen, luisteren, zien, proeven, ruiken, voelen. Een leerkracht kan die leerling prikkelen en stimuleren om verder te gaan vanuit het punt waar het kind is gebleven. Dat is een uitdaging, want ieder kind zit ergens anders, elk kind heeft een eigen startpunt, het is dan ook juist boeiend om een groep kinderen op een hoger plan te krijgen, allemaal! De minder goeie en de slimmeriken.
Maar ik wijk af. Wat moet het onderwijs(lees: de leerkrachten) bieden om straks goede werknemers te krijgen? Onderwijzers, leerkrachten en docenten zullen zelf moeten meegaan met deze tijd, zeker de tijd van de snelle social media. Je kunt niet meer achterblijven, want dan spreek je de taal van de jeugd niet meer. Die bewuste belevingswereld van kinderen, waar wij vroeger mee werden doodgegooid, is helemaal geen achterhaalde opmerking.
Ook een leerkracht moet blijven leren en meedeinen op de actualiteit, de vooruitgang en de ontwikkelingen. Zo ben je er voor je leerlingen, maar ook met je leerlingen, want dan kun je samen die weg inslaan en samen ontdekken en zoeken naar oplossingen. Zo wordt leren leuk!
Als leidinggevende is het voor mij een kunst om al die leerkrachten gemotiveerd, geïnspireerd, geboeid, geprikkeld en enthousiast te houden en ze steeds te laten zien(weer visueel), maar ook te laten voelen(andere vorm van een vergadering) hoe we samen van het onderwijs iets goeds(inderdaad betere resultaten), iets veiligs(goed pedagogisch klimaat)maar ook iets moois (waar kinderen het later nog over hebben) kunnen maken. Dat laatste is lang niet altijd makkelijk, gezien de term “werkdruk” en het gevaar van ondersneeuwen, zeker van jonge leerkrachten.
Hoe houd ik het voor iedereen aantrekkelijk om hier te blijven werken? In ieder geval een goede communicatie naar leerling en, leerkrachten en ouders, en verder?


Esmeralda:
Om mijn nieuwsgierig naar jouw selectiemethode naar leerkrachten met de juiste competenties even te laten voor wat het is, wil ik even ingaan op jouw vraag hoe je die goede docenten kan behouden. Weet je dat er niet alleen sprake is van een persoon-job fit (Is de docent geschikt voor de baan?) maar ook van een persoon-organisatie fit (Past de docent bij de organisatie?)?
Indien de Maximaschool bovenstaande taken - inspireren, prikkelen, enthousiasmeren en ontdekken - heeft zal de docent deze taken moeten willen invullen. Als het doel is dat de kinderen betere resultaten bereiken door in een veilige omgeving nieuwe mooie dingen kunnen leren, zal ook de gekozen methode gedragen moeten worden door de docent. Die docent moet zelf ook geïnspireerd, geprikkeld, geënthousiasmeerd willen worden en het verlangen hebben om iets nieuws en moois te ontdekken. Pas als er sprake is van een P-J fit én een P-O fit kan je pas spreken over de juiste leerkracht.
Vervolgens is er een mooie taak voor jouw als directeur weggelegd om het interne beleid af te stemmen voor meer fits met de omgeving, de strategie de organisatievorm. Communicatie is een onderdeel van het interne beleid, maar verdiept zich meer naar de relatie en beperkt zich niet tot “woorden”. Het leuke van onderwijs is dat er niet alleen sprake is van een relatie tussen school en leerkracht, maar ook tussen school en leerling (+ ouders) alsmede leerkracht en leerling. Er is dus sprake van 6 soorten relaties met over-en-weer verwachtingen. We spreken hier van het pyscologisch contract. De directie van de school, de leerkracht en de ouders van de leerlingen zetten hun handtekening onder het contract, maar bezegelen hun afspraken met een handdruk. Die laatste bevestiging is het accoord binnen het psychologisch contract en daardoor van veel grotere waarde. Maar... heeft directe invloed op de (dis)satisfiërs van de geschapen verwachting.
Mijn vraag is dan ook: Welke vorm van communicatie binnen de 6 relaties sluit aan bij de strategie van de Maximaschool? En hoe vertalen jullie dit naar de praktijk?


Hanneke:
Helemaal eens, je wilt een goede docent en eentje die binnen jouw organisatie past. Dat is ook hoe je intuïtief naar mensen kijkt. Het is leuk dat we dit jaar bezig zijn geweest met onze visie/missie neer te zetten. Zo weet iedereen waar we voor staan. Betekent wel, dat - op een groeischool als de onze - de mensen die je binnenhaalt achter jouw concept moeten staan. Daar wordt altijd uitgebreid over gesproken. Waar sta je voor, waar ga je voor en hoe sta je daar zelf in. Zo bemerk je al gauw wat voor vlees je in de kuip hebt, om het even plastisch uit te drukken.
Dan merk je ook, dat niet alleen woorden, maar de algehele communicatie (gezichtsuitdrukking, lichaamstaal, gedrevenheid, enthousiasme, etc.) belangrijk zijn.
Terugkoppelend naar de kinderen zijn zij het beste af met leerkrachten, die naast goede woorden ook mooie daden kunnen verrichten. (“Geen woorden, maar daden”) Het is dan de kunst om de werkdruk om te buigen in werkplezier, jouw daden doen ertoe en je kunt er zelf van genieten door dit mee te beleven. Het onderwijs is echt een fantastisch werkterrein, maar je moet leren omgaan met de pieken en de dalen, genieten van een geweldige projectweek, het heerlijk vinden als kinderen voor de derde keer aan jou iets durven vragen, dat ene kind zo ver hebt weten te krijgen dat ze zelf kan zien dat het goed gaat.
Ook de verschillende relaties zijn van essentieel belang binnen het onderwijs, dat merk je des te meer, naar mate je langer meeloopt. Ik ben van mening dat openheid heel belangrijk is. Leg de zaken duidelijk neer en bespreek samen hoe je het wilt hebben. Iedereen weet waar die aan toe is. Dat is niet altijd de gemakkelijkste weg, maar schept duidelijkheid en geen stiekem gedoe. Zowel naar ouders, als naar leerkrachten als naar leerlingen is dit de fijnste manier van werken. “Eerlijk duurt het langst”.
Dus de vorm van communicatie is open, duidelijk en veilig. Met het team hebben we zelfs geoefende met het geven van feedback naar elkaar. Maar dat zal zeker herhaald moeten worden, want dat blijkt niet voor iedereen vanzelfsprekend, al voelt iedereen zich er wel goed bij
Daarnaast is het belangrijk om je kwetsbaar te kunnen opstellen, dat betekent dat je ook je fouten moet kunnen toegeven. En maken we die niet allemaal?
Heb jij nog tips voor een overkill aan informatie, welke meer gestroomlijnd zouden moeten worden naar buiten(lees:ouders)? Wat is goede informatie? Wat is goede communicatie? Niet te veel woorden, maar zeker ook niet weinig.


Esmeralda:
Volgens mij is het centrale woord in jullie communicatie “Veiligheid”. Dus om terug te komen op jouw startvraag “Doen wij het goed?” kan je met gebruik van de bekende Maslov en Herzberg theorie al een aardig eindje komen. Zoals je weet zegt Maslov dat je pas kan stijgen in de 5 stappen-piramide naar zelfontplooiing als je de vorige stap hebt in gevuld. De behoefte aan veiligheid en zekerheid staat in de tweede stap van de piramide ná de lichamelijke behoefte zoals eten en drinken en nog vóór de behoefte naar sociale contact. Dus eerst veiligheid voordat je aan de relatie toe kan komen. Herzberg voegt hier aan toe dat de onderste 2,5 fase tot de dissatisfiërs behoren en de bovenste 2,5 tot de satisfiërs. Mensen - dus ook leerlingen en leerkrachten - worden ontevreden als de dissatisfiërs wegvallen, maar zullen excellereren als je hen satisfiërs aanbiedt. Vrij toegepast in onze dialoog over communicatie in het onderwijs: Met veiligheid als voorwaarde kan de relatie tot bloei komen waarmee mensen kunnen presteren en waardering en erkenning ontvangen. Dan pas komen ze toe aan stap 5: Zelfontplooiing.
Wat is goede communicatie? Als organisatie socioloog zeg ik: Goede communicatie is het stap voor stap opbouwen van een (werk)relatie in afstemming met de organisatiedoelen. Een docent kan volstaan met een uur vol passie en enthousiasme te vertellen en tenslotte zal de leerling slechts een beeld of aantal woorden vasthouden. Dit stukje “herinnering”’is ingekleurd door zijn/haar interesse. Mocht later deze informatie nodig zijn, dan popt meestal dat plaatje of die bundeling van woorden op in ons brein en passen we deze kennis toe in de situatie waarin we ons begeven. Die docent zal dit moment waarschijnlijk niet meemaken, dat is jammer. Maar de docent zaait en de leerling oogst. Je kan misschien nooit zonder woorden in het onderwijs, maar een “beeld zegt meer dan 1000 woorden”. Wel snel en effectief.
Mijn laatste vraag is dan ook: “Hoe effectief is jullie communicatie?”


Hanneke:
Communicatie is een groot omvattend woord, hebben we kunnen lezen in al het bovenstaande. Een woord met, als je het goed wilt doen, een aantal voorwaarden. De piramide van Maslov is een mooi beeld om hierbij te gebruiken. Hierin zie je inderdaad het stuk veiligheid, wat bij ons hoog in het vaandel staat, maar waarbij ook de volgende twee fasen belangrijk zijn. De vriendschap, de relatie met de leerling en de leerkracht is essentieel. Dan volgt automatisch in het onderwijs ook die erkenning. Wanneer je laat zien, dat wat een kind doet goed is, krijgt hij waardering. Niet te veel rode strepen, maar groene cirkels om de goede dingen werkt vaak veel beter. Positieve benadering! Geef complimenten bij de dingen die goed gaan en wat ze goed kunnen. Maar ook zomaar eens opmerken dat ze er mooi uitzien geeft een mens(enkind) erkenning en waardering. Ook dit kun je doen door een duim op te steken of een stralend gezicht te laten zien.
Die zelfontplooiing is dan toch nog niet zomaar bereikt. Ook daarvoor heb je de prikkeling, de stimulering en het enthousiasme nodig van een goede begeleidende leerkracht.Toch denk ik, dat we het in het onderwijs van vandaag niet slecht doen. Naast al die woorden gebeurt er zo ontzettend veel binnen de muren van onze basisschool. Enkele voorbeelden: het vieren van feesten en verjaardagen, optredens middels een Open Podium, projectweken, leuke acties en ga zo maar door. Ook het leren van elkaar is goed en mag nog verder worden uitgebouwd door regelmatig bij elkaar te gaan kijken (maar ja, hoe organiseer je dat?) en elkaar daarin te complimenteren en te benadrukken wat het talent is van de ander.
Omdat onze externe communicatie verbeterd kan worden hebben wij een Commissie “Communicatie-PR” opgericht, waarin we gaan uitzoeken hoe we het beste naar buiten kunnen treden. Maar ook wat de beste manier is om in deze digitale wereld (e-mail, Twitter, website) en de wereld vol papier(brieven, die meegaan met de kinderen) de ouders en de buitenwereld kunnen bereiken.Twee klankbordouders gaven hierin tips, door o.a. een centraal punt op de website te maken, waar alles is terug te vinden. Alle info-borden en nieuwsbrieven ten spijt, er glipt altijd wel eens iets tussendoor. Ook het toegeven dát er weleens wat verkeerd gaat of niet goed gecommuniceerd is, geeft diezelfde communicatie openheid, duidelijkheid en eerlijkheid en kunnen wij er weer van leren hoe het beter kan. Blijf in gesprek! We blijven immers ons hele leven leren door middel van zoveel woorden maar vooral door middel van een goede communicatie.



dinsdag 3 mei 2011

Beelddenken

Beelddenkers zijn mensen die in beelden denken. Zij gebruiken daarbij geen of weinig woorden. Beelddenken plaatst zichzelf tegenover taaldenken, begripsdenken of abstractie. Als je een beelddenker bent, ben je visueel ingesteld, het heeft te maken met ruimtelijk inzicht. Beelddenkers zijn  mensen, van wie wordt verondersteld, dat zij voornamelijk en primair in beelden denken. Dat wil zeggen dat nieuwe informatie in beeld wordt opgeslagen en verwerkt. Beelddenkers gaan vanzelf meerdere zintuigen gebruiken om te lezen.
Wat kunnen we hiermee op school?
Doordat we de lesstof op de juiste visuele manier aanbieden aan de beelddenkende leerling, kan hij of zij visueel veel beter leren. Het onthouden, opslaan en verwerken van leerstof vindt plaats in beelden. Wanneer we overschakelen naar het juiste informatiesysteem (visueel) wordt de lesstof direct begrepen en onthouden.
Zo zijn de digitale borden natuurlijk een ideaal leerstofmiddel.
Toch denk ik dat we d.m.v. beelden niet alle kinderen kunnen bereiken.
Er zijn kinderen die op andere manieren leren. Waarom beiden we leerstof dan niet brder aan. Zowel door horen(auditief), voelen(kinetisch), ruiken, proeven en zien(visueel) kunnen we dingen beter onthouden.
Het is immers niet voor niets, dat wij vroeger al leerden om de dingen eerst concreet aan te leren (drie blokjes en twee blokjes is samen vijf blokjes), door het te doen, te voelen, te zien, hardop te zeggen en erbij na te denken.
Het proeven en ruiken zal minder aandacht krijgen op school, maar dat zien we wel terug bij peuters, die de blokjes nog in hun mond stoppen.
Een brede aanpak dus. Maar we kunnen dit nog breder bekijken door ook onze emotionele intelligentie erbij te betrekken.
Emotionele intelligentie uit zich in:
1. Zelfkennis.
2. Optimisme.
3. Kunnen afzien.

4. Empathie. (verplaatsen in de gevoelens van anderen)
5. Sociale vaardigheden.
Hiermee wordt de omgeving waarin we leren, de klas, meegenomen in het vermogen om te kunnen relativeren, samenwerken, reflecteren, verplaatsen en ga zo maar door. Dat maakt noet alleen dat je weet hoe je zaken moet oplossen, maar ook op welke manier, met wie en denk je na wie ervoor nodig hebt en wie niet.
Gaan we nog een stapje verder, om kinderen echt breed te laten ontwikkelen, komen we uit bij de acht competenties van de meervoudige intelligentie.
Onder elke intelligentie staan kenmerkende interesses van personen die de betreffende intelligentie sterker ontwikkeld hebben. Vandaaruit kun je jouw sterke kanten gebruiken om beter te leren. We denken dan niet vanuit de belemmerende factoren, wat al zo vaak wordt gedaan, maar juist vanuit de dingen die we goed kunnen.
1. Verbaal-Linguïstische intelligentie (Taal)
2. Logisch-Mathematische intelligentie (logisch denken, cijfers) 
3. Visueel-Ruimtelijke intelligentie (tekenen, schilderen, vormgeven)
4. Muzikaal-Ritmische intelligentie (muziek luisteren, maken)
5. Lichamelijk-Kinesthetische intelligentie (lichamelijke inspanning)
6. Naturalistische intelligentie (dieren, planten, natuurverschijnselen)
7. Interpersoonlijke intelligentie (zorgen voor mensen, vrienden, leiding geven)
8. Intrapersoonlijke intelligentie (eigen gevoelens, dromen)
Ook hier zien we het fenomeen beelddenken (nummer 3 bij de visueel-ruimtelijke intelligentie) weer terug. En dan zien we dat beeldenken slechts een onderdeel is van het grotere geheel.
Toch is beelddenken, visueel georienteerd zijn, een item dat we zeker goed kunnen benutten in het onderwijs. Het heeft voordelen, als wij kunnen herkennen dat er kinderen zijn, die echte beelddenkers zijn. We kunnen er - natuurlijk visueel - op inspelen. Maar laten we dan vooral ook niet alle andere mogelijkheden vergeten.
Dat betekent dat de lessen in het onderwijs vooral gevarieerd moeten zijn. Laat kinderen ontdekken door dingen te laten zien, proeven, ruiken, horen, voelen, maar laat ze het vooral zelf doen. Als ze het zelf kunnen doen, ja zelfs ervaren en aan een ander kunnen vertellen hoe het moet, hebben ze het pas echt geleerd!

zondag 1 mei 2011

Patat

Waar kun je kinderen een groter plezier mee doen dan met een P-woord, zoals wij vroeger altijd zeiden waar de kinderen bijstonden? De reclame zegt het al met een speciaal soort olie, wat wij nooit gebruiken. Het P-woord kunnen pannenkoeken, poffertjes, pizza of patat zijn. Vandaag was het tijd voor het laatste.
Ook grotere kinderen met aanhang en vrienden komen graag bij ons patat met alle bijbehorende snacks eten. Een grote friteuse zorgt voor een grote capaciteit. Inventarisering van de benodigde hoeveeldheid leverde een enorme berg junkfood op. Daar moest natuurlijk ook een beetje verplicht groenvoer bij.
Drie-en-een-half kilo patat, veertien frikandellen, zeven kroketten, tien kipkorns en vijf kaassouffles verder waren er negen buiken gevuld. Ach en dan maakt een eter meer of minder niet uit. Er is genoeg.
Nog ijs toe? Heel even wachten. Volgens mij moest er even iets zakken om plek vrij te maken voor deze koude delicatesse toe.
Wat een schandalig heerlijk (vr)eetfestijn. Maar af en toe moet dit met nodiging van een paar extra gasten wel kunnen. Eet smakelijk!