Deze keer loop ik niet naar de voordeur, maar naar de achterdeur. In de schuur staat mijn fiets klaar. Tas in de fietstas en karren maar.Al fietsend komt de lente je tegemoet. Fluitende vogels, futen die baltsgedrag vertonen, een meerkoet met een stokje in zijn snavel op weg naar een nest, een laagscherende woerd, die eventjes verder in het water strijkt, de rij knotwilgen die al zijn uitgelopen en schapen die rechts van het fietspad lopen. Zo kun je rustig, figuurlijk stilstaan, maar in werkelijkheid langs fietsend, genieten van de natuur die weer op weg is naar de zomer. Het voorjaar laat de temperatuur stijgen, al had ik nog best koude handen vanmorgen en heb ik mijn handschoenen er toch maar even bij gepakt. De lucht opsnuivend en zo met je gedachte alvast eens vooruitkijkend naar de dag. Ganzen links in het weiland, heen en weer lopend op zoek naar wat voedsel. Koeien rechts, wachtend bij het hek, snuffelend en grazend aan het gras. Lentebloemen prijken links en rechts bij de boerderijen.
De bebouwde kom komt dichterbij en ik fiets rustig tussen de nieuwbouwhuizen van de groeigemeente. Steeds dichterbij bij de school waar ik uit moet komen.
He, lekker, we zijn er. Fris en vol goede moed kom ik aan.
Na deze drukke woensdag, ga ik half 5 richting de schuur. Het regent. Mmmm, dat is minder. Geen regenjas, geen cape, geen regenbroek, maar ja, thuis kan ik me wel weer omkleden. Ik gok erop dat ik zonder handschoenen terugkan, maar dat viel tegen. Even doorzetten, bijna thuis.
Slierten van mijn natte haar dwarrelen voor mijn gezicht en blijven plakken. Nog een klein stukje. De bocht om en een stukje wind tegen. Doortrappen. Mijn spijkerbroek is doorweekt en mijn dijbenen voelen steenkoud aan. Nog heel even.
Na een natte terugtocht kom ik, zij het doorweekt, veilig thuis. Twee zoons zitten gezellig binnen. En dan voel je je wangen gloeien, kun je warme droge kleren aantrekken, ruim je de was op en begin ik met eten koken, want er kijken een aantal hongerige ogen mijn kant op. En dat is dan weer een heerlijk gevoel om thuis te komen. Dat was niet voor niets.
Is het zo ook niet met ons werk in het onderwijs. Soms heb je heerlijke bevlogen dagen, vol inspiratie, vol mooie momenten, met een flinke portie motivatie en kracht en dagen om van te genieten. Andere dagen kunnen tegenzitten, moeizamer verlopen, strubbelingen veroorzaken en belemmeringen oproepen. Toch kom je altijd weer tot dat einddoel, waar je je op moet richten. Het kind en die leerkracht in die school, het gezin thuis. Wat heerlijk dat ik van beiden een onderdeel mag zijn.











