On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







woensdag 4 april 2012

Lente en doorzetten

Deze keer loop ik niet naar de voordeur, maar naar de achterdeur. In de schuur staat mijn fiets klaar. Tas in de fietstas en karren maar.
Al fietsend komt de lente je tegemoet. Fluitende vogels, futen die baltsgedrag vertonen, een meerkoet met een stokje in zijn snavel op weg naar een nest, een laagscherende woerd, die eventjes verder in het water strijkt, de rij knotwilgen die al zijn uitgelopen en schapen die rechts van het fietspad lopen. Zo kun je rustig, figuurlijk stilstaan, maar in werkelijkheid langs fietsend, genieten van de natuur die weer op weg is naar de zomer. Het voorjaar laat de temperatuur stijgen, al had ik nog best koude handen vanmorgen en heb ik mijn handschoenen er toch maar even bij gepakt. De lucht opsnuivend en zo met je gedachte alvast eens vooruitkijkend naar de dag. Ganzen links in het weiland, heen en weer lopend op zoek naar wat voedsel. Koeien rechts, wachtend bij het hek, snuffelend en grazend aan het gras. Lentebloemen prijken links en rechts bij de boerderijen.
De bebouwde kom komt dichterbij en ik fiets rustig tussen de nieuwbouwhuizen van de groeigemeente. Steeds dichterbij bij de school waar ik uit moet komen.
He, lekker, we zijn er. Fris en vol goede moed kom ik aan.

Na deze drukke woensdag, ga ik half 5 richting de schuur. Het regent. Mmmm, dat is minder. Geen regenjas, geen cape, geen regenbroek, maar ja, thuis kan ik me wel weer omkleden. Ik gok erop dat ik zonder handschoenen terugkan, maar dat viel tegen. Even doorzetten, bijna thuis.
Slierten van mijn natte haar dwarrelen voor mijn gezicht en blijven plakken. Nog een klein stukje. De bocht om en een stukje wind tegen. Doortrappen. Mijn spijkerbroek is doorweekt en mijn dijbenen voelen steenkoud aan. Nog heel even.

Na een natte terugtocht kom ik, zij het doorweekt, veilig thuis. Twee zoons zitten gezellig binnen. En dan voel je je wangen gloeien, kun je warme droge kleren aantrekken, ruim je de was op en begin ik met eten koken, want er kijken een aantal hongerige ogen mijn kant op. En dat is dan weer een heerlijk gevoel om thuis te komen. Dat was niet voor niets.

Is het zo ook niet met ons werk in het onderwijs. Soms heb je heerlijke bevlogen dagen, vol inspiratie, vol mooie momenten, met een flinke portie motivatie en kracht en dagen om van te genieten. Andere dagen kunnen tegenzitten, moeizamer verlopen, strubbelingen veroorzaken en belemmeringen oproepen. Toch kom je altijd weer tot dat einddoel, waar je je op moet richten. Het kind en die leerkracht in die school, het gezin thuis. Wat heerlijk dat ik van beiden een onderdeel mag zijn.

vrijdag 30 maart 2012

Formateur

Het schooljaar vordert, wensen zijn ingediend, de groepen worden geformeerd en ook het personeel moet weer een plek krijgen. Als schoolleider ben je een formateur voor de school.


In januari mogen personeelsleden aangeven of ze meer of minder willen gaan werken, in februari gaan we in kaart brengen wie waar kan gaan "landen" of wie verplaatst wil of moet worden. In die tijd ga je als leiding van de school al kijken hoe de groepen moeten worden geformeerd. 
Het formeren van groepen is al een keus op zich, want als groeischool hebben wij onregelmatige aantallen leerlingen per groep, waardoor er gedwongen combinatiegroepen ontstaan.
Als dat station gepasseerd is komt de volgende fase. De wensen van het personeel wordt geinventariseerd en als formateur zoek je de beste plek voor de mensen zelf en de beste plek voor de organisatie. Dat is niet altijd makkelijk, want soms zijn er bepaalde groepen heel gewild of andere groepen juist niet. 


De parallel trekkend naar een kabinetsformatie, waar men deze keer veel mannelijke kandidaten in heeft betrokken, zijn er een aantal overeenkomst, maar zeker ook een aantal verschillen te ontdekken.
Overeenkomsten zijn te vinden in de goede mensen op de goede plekken. Professionals die hun eigen ruimte en identiteit kunnen creëren. Opereren en veranderingen teweeg brengen. Doelen uitstippelen. Procesgericht, maar uiteindelijk ook productgericht. Intermenselijke relaties. Normen en waarden. Verantwoordelijkheid. Hard werken. Allemaal op beide plekken te herkennen.
Verschillen zijn er ook. Salarisverschil. Het kabinet kan mensen voorstellen, die in het kabinet mogen komen, leerkrachten zitten veelal vast aan een werkplek binnen een bestuur. Leerkrachten moeten fit zijn en kunnen niet eventjes Twitteren in de klas. Leerkrachten moeten goed weten hoe ze iets zeggen en een veilig omgeving scheppen. Belangrijk dus: Leerkrachten hebben te maken kwetsbare beïnvloedbare kinderen. Ze leren kinderen kennis en vaardigheden aan en oefenen samen. Het sociale aspect is belangrijk, want kinderen moeten leren met elkaar om te gaan, leren samen spelen, leren ruzie maken, leren hoe lastige zaken kunnen oplossen. Kinderen moeten leren om zelfstandig te functioneren en de leerkracht legt hierin, samen met de ouders, een basis voor de rest van hun leven.
En verder? Zal een formateur van een kabinet, net als een schoolleider zijn clubje mensen in een goede vorm moeten gieten. Soms met een beetje kneden, wat gesprekjes,   mogelijkheden zoeken en mensen vooral het vertrouwen geven. Ze kunnen het!
Ministers staan voortdurend in de picture op televisie. Leerkrachten staan in de picture voor hun groep in hun school. Het gaat in beide gevallen om samenwerking, overleg en weleens meebewegen met de ander.


Waarom ben ik dan toch liever in de omgeving van een school aan het werk? Daar ligt mijn hart. Het kind moet centraal staan, kinderen moeten verder op weg geholpen worden. Kinderen geven plezier. Ze maken een ontwikkeling door. Je ziet ze groeien. Hun ongedwongen ontvankelijkheid. Kinderen willen leren. In een leerrijke omgeving ervaringen laten opdoen, vertrouwen en ruimte geven, enthousiast maken om straks in de maatschappij iets te doen, wat ze leuk vinden. Aan de basis staan van hun eigen carrière. Tja, misschien zelfs wel opleiden om uiteindelijk minister, formateur of minister president te worden.
Wat is het toch een heerlijk vak!

zondag 25 maart 2012

ZON

Met een lentedag in maart, zoals vandaag, waarop de zon volop schijnt en zijn eerste warme stralen als een energiebron door onze huid heen boren, een blog over de zon. Wat doet de zon met ons?

De zon is een ster, die relatief dicht bij de aarde staat, maar toch nog 150 miljoen kilometer van ons af staat. In een jaar tijd heeft de aarde een hele ronde rondom de zon afgelegd. Elke dag draait hij een keer rond zijn as. De stand van de aarde t.o.v. de zon bepaalt welk seizoen het op een bepaald gedeelte van de aarde is. Wij merken in de lente dat de zon langzaam warmer wordt en de dagen langer worden. Heerlijk!

Niets nieuws onder de zon tot dusver, maar niet getreurd, achter de wolken schijnt de zon. Zo zijn er een aantal spreekwoorden, die we kunnen betrekken bij de zon. Zo geel als de zon of voor niets gaat de zon op.

De zon zelf geeft energie. Letterlijk, want we kunnen het opvangen via zonnepanelen en omzetten naar stroom. Ook als mens kunnen we de zon op je huid voelen, het laat de energie door ons lijf stromen. Figuurlijk krijgen we van de zon gewoon meer energie. Het is lichter buiten, het voelt warmer en daardoor voelen we ons beter en energieker. De winterdip hebben we doorstaan en we gaan op weg naar een hernieuwde start. De lente geeft dat aan, maar het voelt ook zo tussen onze oren.

De zon zelf maakt blij en vrolijk. Het beeld van de zon alleen al, laat ons stralen. Het is dus zowel een lijfelijke aanwezigheid, als een gevoelige beleving. Bijzonder prettig.
In de lente en de zomer zien we ook de natuur veranderen. Knoppen die langzaam maar zeker open gaan, bolletjes die boven de grond komen, bomen die uitlopen en dieren die wakker worden, fluiten en aan de slag gaan om te nestelen.

De zon doet dus een heleboel in deze lenteperiode. Het geeft ons een geluksgevoel. Het levert letterlijk en figuurlijk energie aan mensen, dieren en planten.

Lang leve de zon! Maak er gebruik van: Met moet hooien als de zon schijnt.




zaterdag 24 maart 2012

Vasthouden

In de afgelopen week ben ik naar een cursusdag (een van de drie) en een tweedaagse training geweest. Het is goed om jezelf te blijven ontwikkelen, dus ook hieraan wil ik mijn steentje bijdrage. De cursus is er een voor leidinggevenden en omvat de naam "Bevlogen Leiderschap", ook wel "Bevlogenheid in het onderwijs" genoemd. De andere nascholing omvatte een training van Human Dynamics, waarin bekeken wordt welke dynamiek je zelf hebt en hoe ermee om te gaan met anderen. Wat doe je en hoe ga je ermee om?

Beide nascholingsmomenten hebben het element van zelfontwikkeling. Niet zozeer de kennis, maar de vaardigheden en attituden worden aangesproken. Je leert meer van jezelf, maar ook hoe je hiermee anderen kunt inspireren, motiveren, meenemen, maar ook begrijpen en respecteren.
Bevlogenheid is op zichzelf al een prachtig woord. Het veronderstelt plezier, maar eigenlijk meer dan dat. Het geeft aan, dat je er energie uithaalt en energie uitstraalt, waarmee je anderen kunt beinvloeden. Door vooral ook serieus naar je eigen invloeden en handelen te leren kijken, kom je verder. Het is een boeiend verhaal. Zeker Marc Lammers inspireerde met zijn verhaal over het dames hockeyteam. Ik hoop na de derde bijeenkomst er daadwereklijk mee aan de slag te kunnen met mijn eigen schoolteam.
Human Dynamics is een zelflerende ontdekkingsreis hoe je zelf in elkaar zit. Hoe handel je, wat zijn je drijfveren en hoe liggen die in jouw diepste zijn gecentreerd. Is het mentaal, emotioneel(=relationeel) of fysiek. Van daaruit kun je bekijken welke dynamiek je hebt. Door filmmateriaal, maar ook door voorbeelden en oefeningen maken we een soort reis naar de zoektocht van jezelf. Een mooie tocht, waarin je meer van jezelf begrijpt. Uiteindelijk kom je uit bij zes dynamieken: mentaal-fysiek, mentaal-emotioneel, fysiek-mentaal, fysiek-emotioneel, emotioneel-mentaal en emotioneel-fysiek.

Uiteindelijk heb je je eigen rugzakje met bagage verder gevuld, kun je ermee uit de voeten en ga je rijker terug naar de werkvloer. De kunst van nascholing is het vasthouden van deze kennis en vaardigheden en wellicht de nieuwe attitude. Maar, gelukkig zijn er vervolgcursussen en terugkomdagen om de weggezakte inhoud weer even op te halen, beet te pakken en opnieuw vast te houden. Van elke ervaring neem je weer iets mee op jouw eigen levensreis. Van elke nascholing houd je wel iets vast, dat jou weer beïnvloed in je vervolgstappen.

Met deze nieuwe bagage gaan we weer energiek aan de slag!

vrijdag 2 maart 2012

Erbij en eraf


In groep 3 van het basisonderwijs begin je er al mee. De sommen met + heten erbij, de sommen met - heten eraf. Via bussommen wordt dit inzichtelijk gemaakt. Instappen en uitstappen. Een prachtige manier om kinderen te leren wat erbij en eraf betekent.

In het hele lagere onderwijs cq basisonderwijs is het niet anders. Het lagere onderwijs, dat enerzijds eerst sec lesgeven en kennisoverdracht behelste en anderzijds een pedagogische taak had, versmeltte tot een basisschool, waarin beiden belangrijk waren.
Vervolgens komen er allerlei uitspraken en ideeën, wat er nog meer moet komen op de basisschool. Erbij. Wat kwam er allemaal bij? Sociale redzaamheid (allerlei zeer belangrijke sociale vaardigheden, denk o.a. aan het kringgesprek), gezond gedrag, samenwerking, presenteren, burgerschap, verkeer, seksuele voorlichting, werkstukken maken en dan heb ik het nog niet eens over bijvoorbeeld klokkijken, dat je gewoon thuis van je vader en moeder kunt leren. Het is immers belangrijk om elk kind een goede basis mee te geven zodat het zich goed kan ontwikkelen. Helemaal eens.
Maar erbij, erbij en erbij leidt onvermijdelijk tot knelpunten. Ook al wilden we dit in eerste instantie allemaal niet zien. Kennen kinderen niet alle feiten meer uit hun hoofd, ze kunnen het wel opzoeken. Kunnen kinderen niet goed rekenen, ze kunnen het uitrekenen op de rekenmachine. Kunnen ze niet goed spellen, de spellingcontrole op de computer biedt uitkomst. Of toch niet?
De inspectie van het onderwijs controleert bepaalde toetsen in het basisonderwijs, die moeten leiden tot een oordeel. Daar is op zich niets mis mee. Maar laat diezelfde inspectie in opdracht van het ministerie van onderwijs de toetsen volgen op het gebied van lezen, rekenen en begrijpend lezen in bepaalde groepen. En wat blijkt nu? De resultaten gaan achteruit. Men vindt dit schokkend. Maar hebben zij er niet zelf voor gezorgd, dat er eerst van alles de basisschool in moet? Erbij erbij en erbij? Zonder er ook maar iets uit te halen. Dan kun je natuurlijk niet verwachten dat er nog steeds evenveel uren taal en rekenen wordt gegeven als pakweg 30 jaar geleden?
Wat mag eraf? Wat moet eraf? Die vrijheid krijgt elke basisschool zelf, maar er moet wel een toetsing zijn voor sociale vaardigheden, op het rooster moet burgerschap voorkomen, het pedagogische klimaat is enorm belangrijk, want als een kind niet lekker in zijn vel zit, kun je rekenen tot je een ons weegt, hij leert er niet beter op.
Dus terug naar de basis? Wat is dan de basis die kinderen van 4 - 12 jaar daadwerkelijk nodig hebben om zich goed te kunnen ontwikkelen? Mijns inziens zijn veiligheid, openheid, betrokkenheid, een goede sfeer en daarmee een fijn pedagogisch klimaat enerzijds en de kennisoverdracht en het maximale uit kinderen halen anderzijds nog steeds belangrijke items. En hierin schuilt het gevaar van het ministerie van onderwijs, dat nu ineens de kennis wil opschroeven. Noem het een golfbeweging. Ik denk, dat wanneer wij erbij hanteren, dat we dan ook eraf moeten hanteren. Er zal ergens ook iets vanaf moeten.

Terugkomend op het allereerste begin, kinderen van groep 3 zien ook dat die bus op een gegevende moment propvol zit. "Juf, nu moet je 'eruit' doen". Zij zien dat wel. Nu het ministerie van onderwijs en de inspectie nog. Want we willen allemaal goed onderwijs voor onze kinderen. De vraag is echter: Wat is goed onderwijs?
Goed onderwijs is een balans tussen een goede omgeving om te leren en de kennisoverdracht. Erbij en eraf. Laat die weegschaal niet te ver doorslaan.

zaterdag 25 februari 2012

Arm en rijk


In de media wordt het getoond. Om ons heen zijn ouderen met een mager AOW-tje en een klein pensioentje, die het zichtbaar moeilijk hebben om rond te komen. Wat is de grens van de armoe. Hoe rijk zijn we eigenlijk? En wat zijn de verschillen tussen arm en rijk. Wat is arm? Wat is rijk?

Om met het laatste te beginnen. Ik denk dat ik kan spreken van rijkdom. Niet alleen in een redelijke hoeveelheid geld en goederen, maar ook door een fijn gezin, een goede baan, een dak boven mijn hoofd, sociale contacten en lieve familieleden. Het leven is mooi. Het is goed zo. We kunnen een wintersportvakantie niet betalen, maar daarentegen veel andere dingen wel. En het is prettig om nog idealen hebben, wensen waar je naar uit kunt kijken, toekomstdromen.
Wat is arm? Als je bepaalde basisbehoeften niet kunt betalen of als je heel erg weinig overhoud na aftrek van vaste lasten? Of: als je alleen woont en weinig lol meer hebt van het leven. Er zijn geen uitdagingen meer. Je doet niet meer mee in de samenleving. Je hebt geen toekomstdromen meer.
Zo zie je bij ouderen vanaf een jaar of 65, dat ze geen werk meer hebben, hun sociale contacten dunnen uit en ze wonen ook nog alleen. Dan is de kans groot dat ze armoe erger ervaren. Niet alleen door de krapte aan geld en mogelijkheden, maar als je de hele dag alleen moet doorbrengen en je hebt niet eens geld voor een sportclub of andere sociale bezigheid, dan wordt het echt wel triest. Vaak hebben deze mensen al het een en ander achter de rug en zijn ze mensen uit hun omgeving kwijtgeraakt. Je ziet dat er weinig leuke dingen overblijven. Als je dan ook nog eens weinig geld hebt, kun je gewoon niet zo veel. Je toekomst valt in duigen. Je voelt je ongelukkig.
Zelf ben ik nog lang niet toe aan die fase, juist omdat je nog midden in een werksituatie zit, kinderen hebt thuiswonen en sociale contacten hebt. Verder is er geld om dingen te doen, ook al moet je daarin keuzes maken, dat geeft niet. Ik hoef niet perse op een cruiseschip om een leuke vakantie te hebben. Een kampeervakantie vind ik heerlijk.
Maar wat is nu precies armoe?
Zoals ik net al zei, is dit tweeledig. Weinig kunnen kopen of doen, maar minstens zo belangrijk of misschien wel belangrijker is het feit hoe je je kunt bewegen in de omgeving. Hoe kunnen mensen uit een sociaal isolement komen, zich daardoor beter en misschien zelfs rijker voelen. Hoe kun je mensen weer idealen geven?
Met z'n allen kunnen we wijzen naar de overheid die de zaken beter moet regelen en de werkende massa bijvoorbeeld moet laten doorwerken tot 67 of misschien nog wel langer. Prima. We kunnen ook kijken wat we aan het sociale aspect kunnen doen in deze individualistische maatschappij.
Is er niet iets wat kan zorgen voor meer contact met elkaar, voor zover mensen daar behoeften aan hebben natuurlijk. In veel flats en verzorgingstehuizen wordt dit wel geprobeerd en gerealiseerd. Van handwerkclubjes tot praatgroep. Van wandelingen tot bezoekjes. Toch bereiken we niet iedereen.
In december heeft onze school koekjes versierd en verpakt. Met de kinderen uit groep 1/2 zijn de koekjes weggebracht en hebben de kinderen gezongen in een bejaardentehuis. Dit is zomaar een initiatief dat bij kan dragen aan contacten tussen jong en oud in eenzelfde buurt. Maar er zijn misschien wel veel meer ideeën die kunnen stimuleren om ouderen bij de samenleving te betrekken. Zo was er tijdens onze projectweek over "beroepen" ook een oudere man, een opa van een van de kinderen, die zijn werk als huisarts zat te vertellen in de groep waar het onderwerp ziekenhuis en ambulance ter sprake kwam. Geweldig!
Kunnen ouderen een rol krijgen binnen een sportvereniging, een buurthuis, maatschappelijke voorzieningen, scouting, basis- en middelbare scholen en ga zo maar door? Om ouderen ook onze zorg te laten zijn, kunnen we hen vast op meerdere manieren betrekken bij ons dagelijks werk. Zij hebben immers een enorme levenservaring, waar velen nog iets van kunnen leren. Kunst is om hun kwaliteiten op een goede manier in te zetten. Wie biedt?

vrijdag 24 februari 2012

Positief denken


Positief denken maakt een mens gelukkiger en leert de dingen beter te relativeren. Een optimistisch karakter geeft ruimte, geluk, een happy gevoel en je staat gewoon gezelliger in het leven. Als er een stroming bestond t.a.v. optimisme of positivisme zouden we er allemaal lid van moeten moeten worden.

Hoe lekker kan het soms zijn om even te klagen en te zeuren. Het lucht op en we kunnen weer verder. Hoe heerlijk is het om soms eventjes te roddelen over vervelende zaken, vervolgens stappen we weer in ons dagelijks ritme.
En toch... overheerst soms het negatieve geluid.
Sinds een poosje volg ik de Twitter "4positiviteit" (de avatar heeft een duim omhoog) en "Omdenken". Deze twee sturen dagelijks berichten via Twitter, die mij altijd even aan het denken zetten. Ze leren je relativeren, ze laten je vaak even glimlachen, zorgen dat je op andere gedachte wordt gebracht en laten het verder met rust, zodat het een weg bij jou gaat vinden (of niet).
Natuurlijk is het zo dat je geluk beter kunt ervaren, als je ook verdrietige, ongelukkige, lastige of anderszins moeilijke momenten hebt meegemaakt. Toch kun je voor jezelf het leed verzachten, door aan zaken een bepaalde draai te geven. Sommige dingen liggen buiten je eigen invloed en horen bij het leven. De kunst is om die dingen een plek te geven en verder te gaan. Te genieten van de dingen die er wel zijn. Te luisteren naar de vogels buiten. Te realiseren dat je het goed hebt met een dak boven je hoofd, verwarming, kleren, goede vrienden, familie, misschien werk, leuke hobby. Zonder de dingen die lastig zijn te verbergen, je moet ze de tijd geven om te verwerken.
Voor de een is dat makkelijker dan de ander, maar je kunt het leren om hier positiever mee om te gaan.
Wanneer de auto het niet doet, baal je enorm. Toch kun je ook dit relativeren. Je komt misschien mensen tegen in de trein. Je maakt buiten een wandeling, die eigenlijk gewoon best lekker is. Bedenk zelf nog eens iets.
Wanneer een goede vriend overlijdt, heb je veel verdriet. Dan is het fijn om zijn goede herinneringen boven te halen. Wat heeft deze vriend voor jou betekend? Welke nieuwe relaties ontstaan weer daarna? Denk eens aan fijne dingen.
Het leven kan soms raar lopen. Laten we niet te krampachtig vasthouden aan bepaalde verworvenheden. Een wending kan soms ook juist nieuwe inzichten geven en het leven verrijken.
Wat ik met het bovenstaande vooral wil zeggen is dat we soms best eens even mogen mopperen, maar laten we oppassen, dat we niet in het negatieve blijven hangen. Geniet van de mooie dingen, leer van de lastige. Bedenk dat het leven van morgen totaal anders kan zijn dan die van gisteren. Anders kan mooier zijn, minder mooi, maar probeer er mee om te gaan, zoals het op je pad komt en maak er wat van! Dan heb je een gelukkig leven.
Tip voor vandaag: Bedenk aan het eind van de dag eens drie leuke dingen die er zijn gepasseeerd en schrijf ze op. Probeer het gevoel vast te houden.

vrijdag 17 februari 2012

Social Media

Wat kunnen we met "social media" op een basisschool? Welke voordelen heeft social media op leerlingen van 4 - 12 jaar? Welke nadelen ondervinden wij en zij ervan? Zulke jonge kinderen kunnen toch nauwelijks nog iets met social media verrichten? Dit is toch meer iets voor middelbare scholieren? Of toch niet?


Allereerst is het goed om als basisschool bewust te zijn van de mogelijkheden die social media met zich meebrengen, want naast de leerlingen, hebben wij te maken met jonge ouders, die wel allemaal actief zijn op de digitale snelweg. Zij racen via hun mobiele telefoon of tablet van Facebook naar Twitter. Hyves is misschien wel weer wat "uit". 
Door de bewegingen van ouders kun je social media goed gebruiken als extra informatiebron, welke telkens verwijst naar een vaste plek: de website van de school.
Naast het feit dat ouders actief kunnen zijn, zijn ook de kinderen in de hoge groepen al aan het experimenteren met Facebook en Hyves. 
Samen met de ouders is het als basisschool belangrijk dat je deze jonge beïnvloedbare kinderen leert om te gaan met alles wat op het internet verschijnt, maar zeker ook wat je er zelf op achterlaat.
Naast de kinderen hebben we ook te maken met leerkrachten, die het leuk vinden om actief te zijn op Facebook, LinkedIn, Youtube, Twitter en andere mogelijkheden van social media. Leerkrachten zijn volwassen genoeg om zelf te kunnen bedenken wat er wel en niet op het internet kan worden gezet. Of is het toch belangrijk om hierover in gesprek te blijven? Te zorgen voor waarden en normen? Te zorgen voor "op eigen titel spreken" en "vanuit de school" spreken. Om ook hen bewust te maken, dat wat je op internet zet, altijd weer kan worden teruggevonden door anderen.
Ik denk, dat het zeker ook op de basisschool zijn intrede heeft gedaan. In de bovenbouw hebben veel kinderen een Hyves-account. Steeds jonger komen kinderen in aanraking met msn en hotmailaccounts. Steeds meer is het goed om hen bewust te maken dat er er weleens heel iemand anders achter die chat kan zitten.
Dan is de vraag of je op een basisschool bepaalde sites moet afsluiten. Zelf heb ik op verschillende basisscholen gewerkt. De een had een protocol, de ander sloot bepaalde websites af. Het is goed om kinderen de verantwoording te geven, ze te leren melden, als ze op een rare site stuiten. Als er niet altijd genoeg toezicht is, kun je bepaalde chatrooms misschien afsluiten. Toch lijkt mij het beste om kinderen te leren hiermee om te gaan, hen de verantwoording te geven en zelf de consequenties te aanvaarden als zij zich niet aan de regels houden. Betekent dat er wel toezicht moet zijn. Alleen dan krijg je eigenaarschap bij de leerlingen. Zij kunnen leren wat wel en niet kan.
Laten we er niet voor weglopen. Zorg dat je als volwassenen weet wat kinderen doen, maar zorg ook dat je weet hoe het werkt. Handig is om zelf ook een Hyves-account te maken en je eigen kind op te zoeken, dan weet je wat ze doet. Alleen dan kun je ze op een juiste wijze helpen en waarschuwen. Alleen dan kunnen we de kinderen van 4 - 12 jaar goed op weg helpen in deze grote digitale wereld. Dan kunnen we er ook plezier uithalen en bijvoorbeeld chatten met een Engelse school of kinderen uit Spanje. Dan zie je ineens ook de voordelen van alle mogelijkheden.
Veel plezier! Dan Twitter ik deze blog ook weer even door.

maandag 6 februari 2012

CITO stress


Het is maandag 6 februari. Iedereen is druk in de weer met allerlei zaken, die de dag vullen. In de loop van de dag vraagt de leerkracht van groep 6/7/8 of er al een pakketje is binnen gekomen. Nee, nog niet. Navragend bij de IB-er, die ook nog op een andere school werkt, hoorde de leerkracht, dat de andere school de spullen van de CITO eindtoets van groep 8 al lang binnen heeft.
Dat is gek. De betreffende leerkracht komt weer bij mij en we gaan eens goed rondkijken hoe het zit. Niets. Navragen bij de school, die in hetzelfde gebouw is gehuisvest levert niets op. Navraag bij de BSO levert niets op. Hoe kan dat nou? Bellen met CITO lukt niet, helpdesk gesloten. Mailen met CITO, levert de volgende zin op "u krijgt binnen 3 werkdagen bericht". Niets niets niets. De adrenaline begint wat harder te stromen. Wat moeten we tegen de kinderen zeggen morgen. Ze zijn al zo zenuwwachtig. Wat moeten we tegen de ouders zeggen? Uitstellen? Later op de bus doen? Via de computer de CITO laten maken?
We lopen nog een keer door de school om te zoeken naar een doosje of dikke envelop. Niets. Niet op de kapstokken, niet op de kasten, niet bij de verschillende deuren, die het gebouw kent.
We komen de schoonmaker tegen en vragen of hij misschien een pakje heeft gezien, dat vorige week is bezorgd, waarin de CITO van groep 8 zit. Ja, zegt de schoonmaker, ik heb vrijdag een pakje bij de post gezien en hier op de tafel in de gang gelegd.
Maar dan moet het in de school zijn.
We lopen samen nog een rondje door de school. De leerkracht belt intussen het thuisfront om te zeggen, dat we iets later zijn. We lopen via de aula naar de andere ingang. Niets. We lopen naar boven en kijken op de gang. Niets. We lopen naar de teamkamer en zien... een doos staan, hoog in de vensterbank, een beetje verstopt. Zou dat...? We scheuren het pakje samen open. Dit is... dit is... DIT IS HET! We vliegen elkaar even om de nek en halen opgelucht adem. Pffffft, de kinderen hoeven geen stress meer te hebben, die hebben wij wel even voor ze gehad.
Alleen nog even regelen, dat er iemand bij groep 8 gaat zitten, want de leerkracht die dat zou doen was ziek geworden. Als ook dat is geregeld kunnen we opgelucht ademhalen en rond half 7 naar huis.
En dan maar denken dat kinderen CITOstress ervaren.

zaterdag 4 februari 2012

Een koude wereld?


Men zegt dat het goed is om midden in de natuur te zijn. Groene omgeving, gras, planten, bomen en allerlei gekleurde bloemen. Echt heerlijk. In de winter zal het allemaal iets minder groen zijn, maar toch genieten we van bos, strand en de natuur in de vorm van bijvoorbeeld vogels, die nog een plekje weten te vinden of nog aan een pindasnoer hangen. Er heerst rust. Er is ruimte. We ruiken de frisse buitenlucht en snuiven de koude lucht op.
Hoe geweldig is het dan, als de wereld plotseling onder een witte deken ligt. Prachtig hoe de sneeuw blijft liggen op die kale takken, die nu ineens een ander aangezicht krijgen. Hoe mooi is een halve bevroren sloot, met in een klein gedeelte van water een hele familie met eenden, meeuwen en meerkoeten. Hoe wonderlijk liggen de belopen grasvelden erbij vol met voetstappen, hondenpootjes en vogelafdrukken. Hoe geweldig ingepakt zitten kinderen op sleetjes, proberen grote jongens hoe hard het ijs is en heeft iedereen pret, gewoon ijspret.
Weg met die sombere winter en die grauwe sluier. Op naar naar vrolijke rode neuzen, knalrode wangen, gekleurde sjaals, mutsen en handschoenen, spelend van plezier.
Schaatsen uit het vet, de Elfstedenkoorts gaat weer beginnen. Nederland bruist!
Dan is de winter toch weer eventjes de moeite waard om van te genieten.
Als het buiten koud is, wordt binnen de verwarming aangezet, eten we erwtensoep met rookworst of allerlei overheerlijke stamppotten. Lekkere dikke gebreide truien en met een paar met bont gevulde sloffen koesteren wij ons op de bank.
Op Facebook verschijnen allerlei met grandioos gevulde sneeuwfoto's.
En toch...
Geef mij maar weer de eerste sneeuwklokjes, narcissen en krokussen, die uit de grond komen, het warme zonnetje, dat straks weer energie geeft op mijn gezicht, langer naar buiten en genieten van de langere dagen. Gelukkig is het al februari. De dagen worden lichter. Als de voorjaarsvakantie geweest is, worden de zonnestralen warmer en warmer. Die witte wereld zien we dan weer terug op plaatjes. Ons lijf kan dan weer volop genieten van de aankomende zomer. Want we houden te veel van Nederland om de koude witte wereld te ontvluchten.
Straks zitten we weer midden in die groene natuur. Heerlijk! Ik krijg het al warm van binnen.