On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







dinsdag 3 januari 2017

Lijstjes

We kennen ze allemaal: lijstjes. To-do-lijstjes, boodschappenlijstjes, wensenlijstjes, verlanglijstjes. Handig om een overzicht te krijgen. Er zijn zelfs kinderboeken geschreven over lijstjes. Met Lena Lijstje in de hoofdrol. Geschreven door Francine Oomen.
Maar wat te doen met de top 3 of 10 lijstjes van allerlei aard? De rangorde van lijstjes?

Oliebollenbakker
Ik werd getriggerd door het verhaal van een oliebollenbakker in den lande. Jaren geleden had hij de beste oliebollen van Nederland. Deze keer stond hij - ik dacht - op de 26ste plaats. Kon hij ineens niet meer bakken? Was er iets misgegaan? Welnee. Hij was nog steeds een hele goede oliebollenbakker. Misschien een andere jury, andere kijk of andere smaak. Je weet het niet. Tot zover niet erg. Wat ik wel erg vind is dat zo'n man daar behoorlijk van van slag was. Gewoon alleen door een ranglijst te maken en daar ineens niet zo hoog meer op staan.

Lijstjes algemeen
Waarom doen we dit eigenlijk? Lijstjes maken en de beste benoemen? Het gebeurt overal. De beste film, het beste boek, de sporter van het jaar en noem maar op. Het is prachtig als je wordt genoemd. Eervol. Prettig. Waardering misschien.
De keerzijde van de medaille is niet worden genoemd. En daar zit 'm nu juist de crux. Dan lijkt het op niet noemenswaardig, geen eervolle vermelding, dus niet worden gewaardeerd? Dát roept bij mij iets op wat niet goed voelt. Het schiet zijn doel voorbij.

Excellente scholen?
Precies hetzelfde gebeurt nu met de excellente scholen, excellente leraren en excellente schoolleiders. Niemand is 100% goed is alles, dat bestaat niet. Dan ben je een superschool, een superleraar of een superschoolleider. Als je in het één heel goed bent, moet je een andere competentie iets laten vieren. Neem nu bijvoorbeeld relationele kant en de zakelijke kant. Ben je goed in communicatie en relaties, zul je de zakelijke kant iets moeten loslaten. Andersom heeft een zakelijke schoolleider soms een blinde vlek voor de relaties van zijn personeel. 
Soms buig je iets meer naar de ene kant, soms buig je mee naar de andere kant.

Kracht en reflectie
Iedereen heeft zijn kwaliteiten. Iedereen heeft een kracht, iets waar hij of zij goed in is. De kunst is dat te zien en leren van elkaar.
Natuurlijk mag je trots zijn op iets wat je goed kan, maar durf ook naar jezelf te kijken, te reflecteren op zaken en niet achterover te leunen. Actie te ondernemen in wat beter kan. Door van elkaar te leren, open te staan en er met elkaar over in gesprek te gaan kom je veel verder dan jezelf alleen maar wel of niet op een lijstje te zien staan.

Leren van elkaar.
Vooral het niet op of onderaan een ranglijstje te zien staan doet de verkeerde dingen met mensen. De moed zakt in je schoenen, je voelt geen waardering, het vertrouwen zakt weg. 
Er moet juist ruimte zijn om te groeien. Vertrouwen. Verbinding. Leren van elkaar. Dat doe je doe iedere school, iedere schoolleider en iedere leraar te laten zien waar hij goed in is.
Het gaat immers niet om winnen of verliezen tijdens een sprotwedstrijd.
De oliebollenbakker heeft zijn goede oliebollen te danken aan bepaalde ingrediënten - kaneel onder andere - die goed zijn voor zijn speciale oliebol.

zaterdag 31 december 2016

Ik kijk (voor-)uit naar 2017.

Het is 31 december 2016. We nemen afscheid van dit jaar. Voor de één een goed jaar, voor de ander een ramp. Voor de één een jaar met nieuwe mogelijkheden en kansen, voor de ander een jaar vol bedreigingen en verdrietige gebeurtenissen. Houd de kansen en mogelijkheden vast. Kijk vooruit.

Gisteren was ik bij de dienst van het afscheid van een bekende. Triest en ook mooi. Naar om te zien dat er mensen zoveel verdriet hebben om geliefd iemand waarvan ze definitief afscheid moeten nemen. Ik hoop dat mijn aanwezigheid het verdriet een klein beetje kan verzachten. Het gemis is zo groot.
Het brengt jezelf met beide benen op de grond. Het leven. De kwetsbaarheid. De mooie momenten. De liefde. De warmte. Het afscheid.
Intussen luister ik met een half oor naar de Top2000, waar vele liedteksten mijn oren binnenstromen. Nummers met een emotionele waarde. Misschien maakt het zo'n oudejaarsdag wel extra bijzonder.
Afscheid nemen van fijne dingen is altijd moeilijk. Als je van baan wisselt (hoe gezond dit ook is), als je verhuist, afscheid nemen van een jaar, maar het lastigste is wel het afscheid nemen van een dierbare.
Met zo'n dienst als gisteren waar velen al afscheid hebben moeten nemen, denk je aan diegenen die je zelf al hebt weggebracht. Ook aan mensen die je nog kunnen ontvallen. Het gebeurt steeds opnieuw. Je weet niet wanneer.
Ook 2017 gaat ons dingen brengen, waarvan we nog niet weten wat. We plannen veel zaken, de agenda staat al vol. We willen een heleboel, maar uiteindelijk komen de dingen op je pad en moet je daarop anticiperen. Wat ga je ermee doen?
Zo ook met het onderwijs. Onderwijs 2032 is mooi om over te dromen. Wat hebben de leerlingen van nu nodig om straks goed te functioneren? Dat is een ambitieus streven, maar we weten het niet. De maatschappij en daarmee de digitalisering verandert razendsnel. Hoe weten we wat er straks nodig is.
De ombuiging is begonnen. Niet alleen kennis, ook vaardigheden worden steeds belangrijker. Niet te vergeten de sociale competenties. Daarom is de pedagogiek en de didactiek beiden even belangrijk. De nadruk heeft te veel gelegen op resultaten, het is zaak om de golfbeweging weer iets terug te laten veren.
Het is mooi om met elkaar af te tasten wat er wordt verlangd van de nieuwe generatie. Wat hebben zij nodig? Wat hebben wij nodig om dit te realiseren? Hoe kunnen we in verbinding met elkaar een goede weg inslaan? Wij kunnen leren van die supersnelle smartphone-generatie. Zij kunnen leren van de parate kennis, een basis die toch handig is om bepaalde keuzes te kunnen maken.
Is 2017 ver genoeg om het levenspad verder goed te kunnen bewandelen? Voor de korte termijn wel. Over de lange termijn is het goed om ambities (lees: doelen) te hebben, maar... stel ze tijdig bij als het anders blijkt te zijn. En dan komt er opnieuw afscheid van oude gebruiken, traditionele gewoontes waar we zo aan vast houden.
Kijk vooruit en denk buiten de gestelde kaders. Durf. Leef. Neem afscheid van mensen, zaken en dingen en start opnieuw. Ook ik moet dat steeds opnieuw leren.
Het afscheid is bijna daar. Ik kijk (voor-)uit naar 2017.




Reactie op een basisschooldirecteur van een basisschooldirecteur

Dit bericht is van 18 december, welke ik verstuurd heb aan Komensky Post. Komensky Post is een initiatief om geluiden uit het onderwijs te laten horen. Daar wilde ik graag een bijdrage aan leveren. Allereerst was er een reactie in Trouw van een basisschooldirecteur. Komensky Post heeft mij gevraagd hierop een reactie te geven. Dat heb ik met alle plezier en de nodige kritische noten gedaan. En die noten moet je wel even kraken.



Ik werk niet mee aan een afrekencultuur



JAAP AKKERMAN, DIRECTEUR BASISSCHOOL

Daisy Mertens vertelt waarom zij zo gek was, zich in te schrijven in het lerarenregister (Opinie, 1 december). Ze is trots op haar beroep. Ze heeft de drive om zich constant te verbeteren in haar vak.

Niet voor het register, maar voor de kinderen die door ouders aan haar toevertrouwd worden. Vanuit die gedachte wil zij de professionele dialoog aangaan. Voor inschrijven in het lerarenregister moet je aantonen dat je bevoegd je vak uitoefent. Voor herregistratie moet je aantonen dat je je bijschoolt.

Als schoolleider primair onderwijs moet ik mij aanmelden in het schoolleidersregister en moet ik voor 1 januari 2018 geregistreerd zijn. Dat ik alle vereiste diploma's heb, is niet voldoende voor registratie. Ik moet de schoolleidersopleiding opnieuw doen, want schoolleidersopleidingen die voor 1 augustus 2014 zijn afgerond, zijn niet meer geldig. 

Nu moet ik gaan aantonen dat ik capaciteiten heb om een school te leiden.

Ik mag ook een assessment doen om aan te tonen dat ik capaciteiten heb om een school te leiden.

Ik ben 24 jaar schoolleider, met ervaring op meer scholen. Ik heb twaalf jaar een samenwerkingsverband 'Weer samen naar school' van 30 basisscholen en een school voor speciaal basisonderwijs gecoördineerd.

Ik heb mij al die jaren geschoold door cursussen te volgen, congressen te bezoeken, vakliteratuur bij te houden, professionele dialogen te voeren. Ik leid momenteel een school waar ik trots op ben. Betrokken ouders, een geweldig team, 240 leerlingen die met plezier naar school gaan. Een school die een sterke groei doormaakt in een krimpregio en prachtige resultaten te zien geeft.

Nu moet ik gaan aantonen dat ik capaciteiten heb om een school te leiden. Wat een gebrek aan vertrouwen. Ik doe daar niet aan mee. Mijn werkgever is dan verplicht mij per 1 januari 2018 te ontslaan, want ik ben dan niet meer bevoegd een school te leiden. Zover laat ik het niet komen. Ik stop er volgend jaar zelf mee.

 Ik wens niet mee te werken aan een afrekencultuur, waarin het meetbare het enige is dat telt.  Hoe kunnen beleidsmakers zoiets bedenken? En dat in een tijd waarin het zeer moeilijk is om capabele schoolleiders te vinden. Wanneer komt de tijd dat wij niet meer lijdzaam alles laten gebeuren? Wanneer komt de tijd dat er in het onderwijs gewerkt gaat worden aan herstel van vertrouwen?



Beste Jan, Beste meelezende onderwijs geïnteresseerden,

Wat goed om dit signaal af te geven. Goed om de keerzijde van alle registraties, transparantie en verantwoording of we wel goed genoeg zijn naar buiten te gooien. Ook ik ben het oneens met het systeem schoolleidersregister. Binnen mijn bestuur heb ik dit ook te kennen gegeven. Ik heb gesproken met Marja Creemers(directeur schoolleidersregister), Michel Rog (Tweede Kamer) en Pien van Willegen(van de POraad). Wat jij ziet als wantrouwen, zie ik als demotiverend.

Ik wil iets recht zetten, wat jou misschien nog over de schreef kan trekken om juist wel die goede directeur van die goedlopende basisschool te blijven, zodat we kwaliteit kunnen behouden en dit niet met het badwater van een register laten wegspoelen. Zonde!. Je stelt dat jouw bestuur de verplichting heeft om je te ontslaan, als je niet meedoet. Dit is niet terecht. Zij mogen uiteindelijk wel beslissen of ze je ontslaan of niet. Dat staat los van dit register, ook al wordt dit genoemd in de CAO. Een bestuur zal toch wel gek zijn om een goede directeur te ontslaan? Ik hoop van harte dat je je nog bedenkt, want de kreet om te stoppen met alles vast te leggen hebben we in deze tijd hard nodig.

Wat beweegt mij om op jou te reageren? Allereerst werd het mij gevraagd door een lid van Komensky Post. Daarnaast intrigeert het onderwerp mij. Dat zal ik uitleggen. Ik ben van nature een nieuwsgierig, over het algemeen opgewekt mens met een sterk doorzettingsvermogen. Het brengt mij ook bij het halen en brengen van informatie over leiderschap, wat ik nodig heb om een school te leiden. De ene keer is dat wat meer, de andere keer is dat – om wat voor reden dan – wat minder. Die deskundigheidsbevordering zit – zoals je zelf ook terecht aangeeft – in allerlei zaken. In veranderingstrajecten op school, het bijhouden van je vakliteratuur, een korte of langere opleiding  of zelfs een master.

Nu stelt het schoolleidersregister – en dat strijkt tegen mijn haren in, en ik heb best een hele bos – dat de kwaliteit van een schoolleider/directeur omhoog gaat als hij aan bepaalde criteria voldoet, dit vastlegt, dit verantwoordt en die zich laat valideren. En daar gaat het fout. Waarom?

Ten eerste wordt iets dwangmatig opgelegd. Je moet ineens ergens aan voldoen, terwijl je hier al aan voldeed, anders was je geen schoolleider.

Ten tweede zijn er opleidingen en cursussen geaccrediteerd en anderen niet. De hele santekraam aan opleidingen zijn zich nu in allerlei bochten aan het wringen om maar aan bepaalde (en zijn dat de goede?) criteria te voldoen.

Ten derde moet je aan drie thema’s in vier jaar tijd hebben gewerkt en deze moeten zijn gevalideerd, anders verloopt je registratie. Je moet steeds opnieuw je capaciteiten en ontwikkelen verantwoorden. Nonsens natuurlijk. Alsof je de hele dag uit je neus zit te eten. Een school leiden vergt al ontwikkeling van je zelf, voortdurend anticiperen op de situatie, overzicht houden en de goede keuzes maken.

Ten vierde heb ik me laten vertellen dat 40% van de schoolleiders dit niet uit zichzelf doet en 60% wel. Waarom dan niet sturen op die 40 % en laat niet de andere 60%, waartoe ik mezelf reken, niet de dupe worden en letterlijk gedemotiveerd raken van deze dwangmatige keurslijf-strategie.

Ten vijfde kun je ook een master volgen. Let wel: Als 1 onderdeel van de drie thema’s. Met een master hoef je bij mij niet meer aan te komen. Ik heb er twee behaald, een hele klus, maar een derde volgen kost ook nog eens zo’n 15 euro, te duur dus voor een schoolbudget. Bovendien denk ik niet dat ik nu nog hele andere dingen ga leren met nog een master, een  onderzoek doen heb ik immers al twee keer gedaan.

Ten zesde zijn er altijd nog de besturen die moeten toezien op het functioneren van schoolleiders. Pak deze groep dan aan, als het daaraan schort.

Ten zevende is het vertrouwen in de schoolleider hierdoor geschaad. Hij werkt niet meer autonoom, moet zich richten tot een steeds terugkerend valideringssysteem, waarvan ik me afvraag of de “substantiële ontwikkeling” - waar het schoolleidersregister zo prat op gaat en de term mij doet gruwen - steeds in zo’n  grote mate aanwezig is. Hij moet zich voortdurend bewijzen.

Er zijn ongetwijfeld nog meer redenen te bedenken, waarom het hele verplichte karakter van een register geen goed plan is. Ik begrijp niet welke schoolleiders hiermee akkoord zijn gegaan. Toch heb ik een kleine ommekeer gemaakt, door toch in het hol van de leeuw te stappen en met het hele cirsus mee te doen.

Dat begon in 2014 met de registratie. Dat heeft al met al 9 maanden geduurd, voordat ik überhaupt geregistreerd kon worden. De opleiding die ik had genoten stond namelijk niet in het systeem en moest nog gecontroleerd worden. Uiteindelijk werd ik in november 2014 geregistreerd. Achteraf heb ik daar natuurlijk spijt van, van de verplichte registratie is pas vanaf 1 januari 2018, in dat jaar moet ik me alweer herregistreren en heb ik een extra cyclus doorlopen ten opzichte van veel collega’s. Daar moeten ze sowieso maar een coulance regeling voor treffen en dit rekken tot 2022.De starters blijven zich toch wel ontwikkelen, daar hoeven ze in Den Haag niet bang voor te zijn.

Omdat ik al wat opleidingen achter de rug had, besloot ik het traject “Informeel leren” te doorlopen. Dit heb ik nu twee keer gedaan. De tweede keer is een stuk beter bevallen dan de eerste keer. Er kon meer doorgevraagd worden. Het leuke van dit traject is het gesprek met twee collega-directeuren uit een heel andere regio in Nederland (wat de reistijd wel weer lang en duur maakt, maar dat terzijde), die met hele andere trajecten bezig zijn. Te luisteren naar het soort school, de dingen waar ze tegenaan lopen en de veranderingstrajecten waar ze mee bezig zijn, zijn mooie verhalen met een brok ervaring die je kunt meenemen naar je eigen school.  Ook de feedback die je krijgt van je collega’s, de vragen die je krijgt en je aan het denken zet, zijn waardevolle momenten.

Intussen doe ik zelf nog een coachingstraject om mijn eigen persoonlijkheid en rol als schoolleider te versterken, maar dit komt niet terug in mijn validering. Een cursus “Lead like a champion” (gaaf om te doen trouwens) leert mij om weer anders tegen data aan te kijken, maar ook dit is slechts een onderdeel van een nieuw thema, en ook deze moet weer worden uitgewerkt tot een validering. Misschien kan ik deze niet eens gebruiken, want het onderwerp “Persoonlijk leiderschap” heb ik al afgerond. We gaan het zien. Vakliteratuur komt nergens als losstaand iets terug, maar moet ook weer bij een ontwikkeling worden gevoegd. Wat heb je ermee gedaan? Verantwoording, wantrouwen misschien, maar vooral bereik je hiermee die 40% die niets doen? Ik geloof het niet. Die bedenken namelijk wel weer wat om hier gemakkelijk vanaf te komen. Het gaat mijns inziens om de intrinsieke motivatie waarom je een bepaalde cursus of een bepaalde ontwikkeling doorloopt. Wanneer ik intrinsiek gemotiveerd ergens mee aan de slag ga, ga ik ervoor, wil ik er dolgraag van leren, staan alle luiken open om informatie en feedback binnen te halen.

Conclusie:

Ik zie wel degelijk pluspunten in het schoolleidersregister, leren van elkaar, net als in een school, waarbij een team van elkaar moet leren. Het lijkt me ook leuk om op bezoek te gaan bij andere scholen dan die van mijn eigen bestuur. Kijken bij een school die in een bepaalde ontwikkeling al verder is. Mooi.

Wat niet goed is, is de dwang, het registreren, het valideren, het accrediteren van opleidingen, het moeten voldoen ergens aan. Laat dat gewoon aan het bestuur over. Pak de rotte appel aan bij de bron, waar het desnoods niet goed zit. Laat de schoolleiders die in alle vertrouwen en autonomie van zichzelf verder ontwikkelen lekker hun werk doen. Intrinsieke motivatie zorgt ervoor dat iemand veel verder komt dan dat iets van buitenaf wordt opgelegd. Zij kunnen dondersgoed reflecteren op zichzelf.



Hanneke de Frel

Schoolleider basisschool (van inmiddels 245 leerlingen) in de Randstad.



zaterdag 17 december 2016

Een leven lang leren.

Het weekend is voor onderwijsmensen een tijd van ontspanning, maar ook een tijd van bezinning. Heb ik de afgelopen tijd de goede dingen gedaan. Wat ging goed? Wat kan beter? Een terugblik en een vooruitblik. Nadenken over de toekomst. Wat willen we dat leerlingen leren? Die cyclus blijft zich herhalen en zo blijven ook volwassenen voortdurend leren. Zo ook met de Wet Werk en Zekerheid, die nu wat lucht heeft gebracht in het onderwijs, maar geen doekje voor het bloeden mag zijn. Waar is de structurele oplossing?

Afgelopen week kwam het semi-verlossende woord om toch de komende drie maanden, de maanden waarin de meeste griepverschijnselen zich openbaren - wij hebben de eerste griepgolf al gehad, maar goed -, de Wet Werk en Zekerheid op te schorten voor de griepgevallen van maximaal twee weken.
Moeten we hier blij mee zijn? In ieder geval wel even voor nu, maar hoe gaan we straks verder? Is dit een zoethoudertje voor nu? Is dit een ad hoc beslissing om de gemoederen te bedaren? En hoe straks verder?
Werkend in een krimpend bestuur met vijf personeelsleden in een tijdelijke schil die voortdurend worden ingezet voor invalwerkzaamheden, is het niet mogelijk dit aantal door deze nieuwe wet te vergroten. Niet wenselijk, wil je dit bestuur gezond houden. Met krimp-  en groeischolen en enkele scholen die stabiliseren is het goed inschatten wat wel en niet mogelijk is. Daarbij komt nog dat de ene invaller wel geschikt is voor een vaste baan binnen een team en de ander niet.
Natuurlijk is het goed om invallers een kans te geven. Toch denk ik dat een wet als deze juist averechts gaat werken. Waarom?
Een school belt vaak de vaste invallers die goed bevallen en die de school kent. Andersom is het voor de invallers fijn om op een school te werken waar zij al bekend zijn. Voor groepen is het fijn om te weten dat meester X of juf Y weer komt, want die is bekend. Juist deze mensen bouwen een band op met school en leerlingen. De school weet goed wat het in huis heeft.
Nu dat steeds iemand anders is, gaat dit ten koste van het onderwijs. Het worden steeds meer dagen van 'bezig houden' i.p.v. dat de lessen gewoon goed worden gegeven. En de vaste leraar mag na zijn/haar ziekte gaan 'puin ruimen' en de noodzakelijke dingen weer oppakken, die zijn blijven liggen, want die doet een invaller niet.
De Wet Werk en Zekerheid biedt kansen, maar nog meer bedreigingen. Het is niet goed voor het onderwijs. En de inspectie heeft er geen boodschap aan als een leerkracht vervangen moet worden of er zijn andere omstandigheden waarop bepaalde kwaliteit niet voldoet. Dus wat dan?
Ten eerste: Zorg allereerst voor het terugdraaien van deze wet voor het bijzonder onderwijs. Openbaar onderwijs heeft al geen probleem, want daarvoor geldt het niet. Op zich al vreemd.
Ten tweede zal er goed bekeken moeten worden wat echt bijdraagt aan goed onderwijs. En welke administratie is daar nu wel of niet precies voor nodig.
Ten derde zal er meer geïnvesteerd moeten worden in het vak leraar, als het lerarentekort gaat doorzetten. Investeren in
1. meer handen van onderwijsassistenten,
2. werkdrukvermindering*(1 ,
3. nog betere arbeidsomstandigheden (bijvoorbeeld geld voor deskundigheidsbevordering staat nu op 500 euro per jaar per fulltimer, is rijkelijk weinig; maar ook de aanschaf van materialen voor de groep, luchtkwaliteit, ...),
4. conciërges of ander personeel dat kan kopiëren, koffie zetten, etc.
5. gymnastiekbevoegdheid in het PABO-diploma, waardoor de druk minder is tijdens de eerste jaren,
6. ruimere financiële middelen om goed mee te kunnen ontwikkelen in een digitale maatschappij (scholen lopen vaak achter de feiten aan),
7. ruimere middelen voor het realiseren van verandering binnen de school (bijvoorbeeld een andere richting, nieuwe methodes,
8. ruimere middelen ten aanzien van meubilair (mag 1x per 20 jaar vervangen worden).
Ten vierde zal het vak zelf zijn aanzien meer terug moeten krijgen. De professional draagt aan, adviseert en bepaalt. De ouders zullen hierin een meer luisterende houding moeten aannemen. Een school zal altijd het beste voorhebben met de leerling en samen bereik je nu eenmaal meer.
9.Werkdrukvermindering door bijvoorbeeld het aantal lessentaken te verlagen en ook goed in te schalen hoe het met extra taken is geregeld.
10. gelijke salariëring van PO en VO.

Kortom, er is nog werk aan de winkel binnen het onderwijs en niet alleen met de wet werk en zekerheid, er staat nog meer op stapel. Welke minister en welke staatssecretaris durft de uitdaging aan na 15 maart 2017?

Het wordt opnieuw weer maandag en gaan we vol enthousiasme naar de school waar het gebeurt, naar het onderwijs dat zo hard nodig is en naar een wereld voor lerende mensen: Van klein tot groot, van jong tot oud, van onervaren tot ervaren, van arm tot rijk, en in alle variëteiten van culturen. Wat een boeiende wereld.

zondag 4 december 2016

Dichten en rijmen in Sinterklaastijd

Sinterklaas. Een tijd van rijmen, gedichten schrijven en een zenuwslopende race om iets op papier te schrijven. Niet voor mij, want ik vier geen Sinterklaas. Het hoeft dus niet en toch kriebelt het. Dus wat doe je? Toch iets voor je collega's maken, mijn dochter helpen en heel subtiel meekijken en meeluisteren naar allerlei rijmelarijen en zuchtende mensen. Intussen ontstaat er een glimlach op mijn gezicht.

Het hoeft niet en toch doe ik mee.
Woorden zinnen, meer dan twee
Borrelen letterlijk en gedwee
Vanuit de computer op hier in beeld.
Het kabbelt, het krabbelt, het ontstaat
Het grabbelt, het knabbelt, het vergaat
Ik schnabbel en babbel, ze liggen op straat
Intussen heb ik me niet verveeld.

Woorden zinnen, zinnen woorden
Touwen binden tot lange koorden
Kunnen zinnen ook vermoorden?
Wat schrijf je in Sinterklaastijd?
Letters tot woorden en zinnen krijgen.
Zinnen tot gedichten en verhalen rijgen.
Verhalen tot poëzie laten dreigen?
Genieten van rijmende gezelligheid?

Het rijmpje of gedicht.
Krijgt een eigen gezicht
Soms rijmt het en soms niet

Dichten denken dansen doen
Draaien drammen dribbelen dromen
Woorden wensen wagen wiebelen
Zinnen zweven zwieren zuiveren
Letters lopen langs lijnen

Schrijven
van letters,
woorden en zinnen,
Verhalen en vele gedichten
Schrijf







zondag 6 november 2016

Spelen met blokken

Blok blok
Blok blok
T
O
R
E
N
Bouwen
H
O
O
G
Blok blok
Blok blok
M U U R


                          blok
                       blokblok
                    blokblokblok
                  blokblokblokblok
               blokblokblokblokblok
            blokblokblokblokblokblok
         blokblokblokblokblokblokblok
      blokblokblokblokblokblokblokblok
   blokblokblokblokblokblokblokblokblok
Blokblokblokblokblokblokblokblokblokblok

BL     BL      Blokkendoos      BL     BL     Touw
OK    OK                                OK    OK



B

L
O
K       v
K          a
E              l
N                 t

T
O                       o
R                           m

E
N
        T  O  L      E N       B  R  O  K  K  E  N







zaterdag 5 november 2016

Blokkenhoek

Dagelijks loop ik er langs. Kinderen genieten. Bij ons op school staan ze op de gang. Veel leerlingen uit groep 1/2 genieten ervan. Drie groepen 1/2 maken er gebruik van. Bouwen na of bouwen zelf. Op elke basisschool vind je wel zo'n hoek. Een van de hoeken in de groepen 1/2, voorheen de kleuters. Wat gebeurt er in zo'n hoek? Waarom is dit zo'n gewilde hoek? Wat is hier zo leerzaam?

De blokkenhoek heeft een bepaalde aantrekkingskracht. Misschien meer voor jongens dan voor meisjes, maar daar heb ik eigenlijk geen bewijs voor. Ik zie beiden vaak in deze hoek bouwen, nabouwen, zelf bouwen, tellen of sorteren. Kinderen genieten van de blokken en maken eerst rijen of torens en vervolgens muurtjes en gebouwen. Ze voelen aan de blokken, draaien en stapelen. Ze bouwen met de blanke ongekleurde blokken met hun eenvoudige vormen.
In onze bouwhoek op school spelen vaak twee of drie kinderen. Samen spelen, samen bouwen, overleggen wat ze gaan bouwen of gewoon naast elkaar spelen.
Waarom is die bouwhoek zo leuk? Concreet materiaal waarmee kinderen iets kunnen creëren. Samen iets maken. Alle blokken op de grond in een lange rij of juist boven op elkaar. Ze creëren iets in de ruimte, waar je omheen kunt lopen, tussen kunt zitten of op kunt staan. Kinderen ontdekken zichzelf ten opzichte van de blokken en andersom.
Soms bouwen ze na van een bouwtekening of een plattegrond. Dat zijn dan vaak de leerlingen van groep 2. Zij krijgen inzicht in het nabouwen van een tekening.
Wanneer het spel is afgelopen of er moet worden opgeruimd is het een kunst op zich om alle blokken weer in de dozen terug te krijgen. Dat moet precies passen. De lange blokken, de platte blokken, de vierkante en de driehoekige. Het is passen en meten.
Een blokkenhoek/bouwhoek is daarom enorm leerzaam. Samen spelen, blokvormen leren kennen, tellen, passen en meten, voelen, verschillende manieren bedenken wat je kunt bouwen en tenslotte op de goede manier weer opruimen.
Wanneer ik langsloop vraag ik vaak "Wat zijn jullie aan het bouwen?" Soms krijg je een antwoord als "een dierentuin", "een garage" of "een toren". Kinderen geven soms hetzelfde antwoord, maar soms ook verschillende antwoorden. Kinderen spelen samen of juist naast elkaar (vaak zijn ze dan nog wat jonger). Soms gebruiken ze poppetjes bij hun spel, soms gaat het alleen om het gebouw, de toren of het nabouwen van een bouwtekening.
De vier blokkendozen die bij ons op school staan worden vervolgens - met enige krachtsinspanning - op elkaar gestapeld en netjes tegen de muur gezet. Soms mogen ze hun bouwwerk laten staan. Soms maak ik een foto en staan er twee trotse kinderen naast.
En ... meisjes of jongens, ze sjouwen zich een bult. Toch krijgen ze de vier zware dozen altijd weer op elkaar, alleen of met z'n tweeën, netjes tegen de muur. Misschien is de grootste regelaar wel een toekomstige bouwcoördinator.

donderdag 21 juli 2016

Vakantie?

Ook schoolleiders hebben vakantie. Je zou het soms niet zeggen, maar toch is het zo. Zonder CAO. Toch nog vrije uren. En mocht het niet lukken, dan plak je er gewoon wat avonduren aan vast. Geen probleem, toch.... of wel?
Nee, schoolleiders hebben geen klas en kunnen hun tijd zelf indelen. Het lijkt alleen altijd een race tegen de klok. Wat doe ik toch fout? Of wil ik het allemaal te goed doen?

Heb je de geplande activiteiten af, komen er nog onverwachte incidenten. Zo rolde de laatste schoolweek in een actieve week rondom enkele leerlingen, de schoonmaak, de deskundigheidsbevordering inzake informeel leren van het schoolleider register, het internet op de tweede nieuwe locatie en het loskoppelen van computers die moesten worden vervangen. Gelukkig was er niemand ziek.
In de eerste week van de vakantie zet je geen wekker. Dat is tenminste alvast een vakantie gevoel.

Toch is het die maandag al raak. De telefoon gaat. Reggefiber aan de lijn om een afspraak te maken. Zou het dan toch gaan lukken met het internet op de tweede locatie? Het heeft pas 4 maanden geduurd.
Meteen even wat mail wegwerken. Doorsturen van aanvragen info-pakketen voor de school. Verder ga ik die dag als mantelzorger naar mijn ouders, die de 9 al zijn gepasseerd. O.a. mijn spieren trainen bij het gras rollen.
Dinsdag op tijd op, zodat ik nog wat aan de dag heb. Op stap met mijn dochter.
Weer thuis gaat de telefoon. Een ouder van een school wil overstappen. Oei. Lastig verhaal. Hoop zorg. Afspraak gemaakt voor in augustus.
Woensdag lekker fietsen. Onderweg word ik gebeld door de netwerkbeheerder. De switchkast is op slot. Mmmm. Even langsrijden dan maar. Meteen tweede locatie laten zien. Mooi. Ook weer geregeld.
Mail over een adres van een leerling op de BSO. Helaas. Geen bereik op de adresgegevens. Zullen moeten wachten.
Donderdag heb ik de gemeente aan de telefoon over de sleutel van de brievenbus en de sloten van de deuren van de tweede locatie. Als het goed is, is het gelukt. Nog een mailtje over een verslag en nog een aanvraag voor een info-pakket. Dat kan wachten.
Vrijdag rustig aan, of wacht. Ik moet nog een certificaat uploaden in het schoolleidersregister. Mooi gedaan of niet dan?
In het weekend kunnen we weg. De hielen nog niet gelicht of... om op maandag een mail langs te zien komen van de brievenbussleutel van de BSO op de tweede locatie. Het is gelukkig geregeld. Men had de stofzuiger gebruikt, haha, da's een goeie en levert mij een grote glimlach.
Dinsdag krijg ik een telefoontje dat de glasvezel naar de tweede locatie kan worden aangesloten. Hè? Daar had ik toch al een afspraak voor? Nee, dat was Reggefiber zelf. Prima. Ook maar op 15 augustus dan. Weet ik in ieder geval wanneer ik terug moet zijn.
Donderdag nog een telefoontje over een OKR. Hè? Deze school had nog geen vakantie, staat nog in de werkmodus. Even geduld hebben. Een gemiste oproep van een collega. Mmm. Even de app bekijken bij het wifi-punt. Kopieerapparaat werkt niet. Alke aanwijzigingen doorgegeven en gemeld waar de telefoonnummers te vinden zijnvan Sharp en netwerkbeheerder. Ook weer geregeld. Nu echt vakantie?

Zo. Nu de stekker eruit. De afwezigheidsmelder aan. Vakantie. Even niks. Onthaasten.
O ja, toch nog iets leuks. Een stukje schrijven over de vakantie. Komenskypost.

Nu ja, te lezen hierboven. De rest volgt nog. Helemaal loslaten is lastig. Om op te laden is het wel nodig. Soms word je geleefd of ik laat dat gebeuren. De waarheid ligt in het midden.

De 15de ben ik er weer. Dan moet de tweede locatie worden ingericht. Veel werk. Meubilair, internet, .... De school start de 22ste.
We komen eraan, maar eerst even niet...

donderdag 14 juli 2016

Verplicht professionaliseren? Niet doen.

Iedereen leert elke dag weer nieuwe dingen. Soms doe je dit door nieuwe ervaringen, door wat anderen ervan zeggen of aan jou laten zien, soms door gespreksgroepen of andere besprekingen. Een andere keer door les te krijgen van een expert: een professor, een docent, een leerkracht. Je volgt dan les op school of via een opleiding of college. Belangrijk hierbij is, dat je het zelf wilt.

Professionaliseren.
Professionaliseren is 'hot'. Iedereen moet blijven leren om zichzelf te ontwikkelen. Voor een deel gebeurt dit door ervaringen, leren van fouten, kijken en luisteren naar anderen, reflecteren op je eigen handelen. Een ander deel wordt geleerd door het lezen van artikelen en boeken. Een derde deel wordt geleerd door opleiding, college of gewoon op school. Dat laatste wordt gegeven door docenten, professoren en leraren die zelf een opleiding of studie hebben genoten.  
De kunst is om te leren vanuit een intrinsieke motivatie. Geprikkeld worden door nieuwsgierigheid en een onderzoekende houding aannemen en zelf leren erachter te komen. Dan is het rendement het grootst. Door oefenen, erover praten, interesse tonen, erover lezen of anderszins kom je steeds een stapje verder.

Verschillende mensen, verschillende manieren van leren.
Iedereen leert anders. De een leert door te luisteren, een ander door te zien en/of te lezen, een derde door ervaringen op te doen en te oefenen. We zien dit al bij jonge kinderen. Een van onze kinderen ging 20 keer stoepje op en stoepje af en leerde door vallen en opstaan. Onze derde zoon heeft een jaar lang het basketbalspel geobserveerd terwijl hij midden in het veld stond. Toen snapte hij het spel en speelde de sterren van de hemel.

Motivatie.
Nu is de vraag in het onderwijs hoe we leerkrachten, docenten, schoolleiders en alle andere medewerkers zo ver krijgen dat ze zich professionaliseren. Dan wordt het onderwijs beter en krijgen we betere resultaten bij onze leerlingen. 
Maar ja, hoe doe je dat en hoe zorg je voor de een goede (liefst intrinsieke) motivatie bij volwassenen?
Nu is er in den lande een verplicht schoolleidersregister en een (ook bijna verplicht) lerarenregister in het leven geroepen. Registreren is verplicht en het herregistreren na zoveel jaar ook. Ik heb mijn bedenkingen of dit de goede weg is om het onderwijs beter te maken. Een pilot is gestart met het schoolleidersregister. Aanvankelijk was ik enthousiast en nieuwsgierig genoeg om hier in te duiken en te ervaren hoe dit in zijn werk gaat. Herregistreren kan op drie manieren:
1. Een Master volgen
2. Formeel leren met 3 thema's in drie geaccrediteerde opleidingen
3. Informeel leren met 3 thema's en een check door twee andere schoolleiders en een goedkeuring van het schoolleidersregister.

Waarom vind ik dit geen goede manier?
- Alles wordt weer in hokjes geduwd en in lijsten gezet om zaken dicht te timmeren. Hiermee bereik je niet het uiteindelijke doel: beter onderwijs.
- Wie niet gemotiveerd is, gaat gewoon die lijstjes afwerken en zorgt dat hij/zij z'n punten/diploma's/of anderszins heeft om te herregistreren.
- Registreren heeft veel tijd gekost (bij mij duurde dit 9 maanden, omdat de opleiding die ik had genoten niet in het register stond) en nu moet je ineens binnen 4 jaar geherregistreerd zijn. Dat gaat een groot deel van de schoolleiders niet lukken. Wat gaat daarmee gebeuren? Ontslaan is geen optie, want zoveel directeuren/schoollleiders zijn er niet. Behoud de goede! Er stoppen er al genoeg. Het werk van een schoolleider is echt een intensieve.
- Met regels en lijstjes werk je fraude in de hand. Mensen zorgen dat het achter de rug is en kunnen zich weer bekwamen in het beroep zelf.
- Een Master volgen is leuk en leerzaam, maar zelf heb ik er al twee gedaan. Dan ga je dit niet snel nog een keer doen, het is behoorlijk intensief naast een fulltime aan. Bovendien is een derde Master volgen heel duur en dan is de 3000 euro niet toereikend. Geen optie dus.
- Geaccrediteerde opleidingen? Waarom is de ene wel en de andere opleiding niet geaccrediteerd. Wie bepaalt dat? Bovendien wordt gevraagd als ze niet op de lijst staan om deze aan te vragen. Maximaal 7 opleidingen kost dan 495 euro om dit te laten checken. Moet het niet zo zijn dat de opleiding die een bepaalde schoolleider past, dat die waardevol en zinvol is, omdat hij/zij bekijkt wat hij nodig heeft? Zelf wil ik graag een cursus 'flitsbezoeken', maar dit zal ongetwijfeld niet geaccrediteerd kunnen worden. Voor mij is het wel zinvol, omdat hier mijn leerpunt ligt.
- Informeel leren leek mij een goede optie, omdat veel in de praktijk wordt geleerd. Een ervaring rijker en een illusie armer door het falende systeem noem ik de volgende punten:
= te weinig interactie binnen de platforms Birdy en Curatr
= te weinig reactie vanuit schoolleidersregister op stellingen, discussies, themascan e.d.
= te weinig mogelijkheden om een fout te herstellen
= te lang wachten op een afspraak (het heeft bij mij 5 maanden geduurd)
= te weinig aanmeldingen (juni 2016 waren wij nr. 10, 11 en 12, terwijl vanaf 2013 het schoolleidersregister al in de lucht is)
= te veel focus op een methode: 'de ladder der gevolgtrekking', waarbij er meer naar de methode dan naar het geleerde gekeken werd, dit werkt heel frusterend
= veel te lange sessie van 5 uur op een plek die ver weg was (uur reistijd)
= te veel voorbereiding om ook te moeten verdiepen in alle documenten van twee andere schoolleiders
= direct de volgende dag een beoordeling schrijven en wanneer dit niet goed "navolgbaar" was en er niet goed te lezen was dat de betreffende schoolleider een "substantiële ontwikkeling" had doorgemaakt, werd deze afgekeurd. Beide termen zijn nietszeggend, maar ik kreeg het wel terug.
Kortom: De informele route is voor mij geen aangename inspirerende weg geweest om mezelf verder te ontwikkelen, het remt af en het frustreert. Dat is volgens mij niet de bedoeling.

Mijn conclusie:
Dit is niet de goede manier om te zorgen dat schoolleiders en straks ook leraren zich gaan professionaliseren. Wij zijn al gekwalificeerd. Houd het enthousiasme van die schoolleider vast. Elke schoolleider en elke leerkracht heeft andere dingen nodig en leert op andere manieren. Dat je moet bijblijven en moet blijven ontwikkelen, reflecteren op eigen handelen, doelen stellen en evalueren lijkt me niet meer dan logisch. De vraag is hoe en of we dit in een keurslijf moet gieten.
Schoolleiders beoordelen leraren. Bestuurders beoordelen schoolleiders. Laten we daar de ontwikkelingen in meenemen. Bereken dit niet door het aantal uren, aantal thema's of aantal masters, maar bekijk per persoon wat iemand nodig heeft en ga daarmee aan de slag. De een zal dit doen door een cursus op locatie, de ander via een platform en een derde door ervaringen te delen in directieberaad. Ook worden er door veel scholen en directies gezamenlijke onderwerpen aangepakt. Is dit niet gewoon genoeg?
Laten we stoppen met elkaar te blijven controleren en pak zelf je eigen verantwoording. Zo niet, dan wacht er een gesprek met je meerdere.

Tot slot:
Ik heb een hoop energie en enthousiasme in me om van de school een fijne plek voor leerlingen te maken en leerkrachten een prettige werkplek te geven. Leren van elkaar. Doelen stellen en zorgen dat we ons blijven ontwikkelen. Dit gaat samen met vele andere zaken die belangrijk zijn binnen het basisonderwijs. Denk breed en focus op bepaalde ambities. Dan houd je jezelf en de hele organisatie in een flow. We gaan ervoor, ik heb daar echt geen schoolleidersregister voor nodig.

zondag 19 juni 2016

Grenzen verleggen als je 100 wordt?

Baby's die nu worden geboren hebben grote kans om 100 jaar te halen of misschien wel ouder worden. Dat is onderzocht en bewezen. We worden steeds ouder. Wat heeft de leerling van nu nodig om oud te worden? De vraag is ook of we gezond oud worden, kunnen we de snelheid van wat we leren wel bijhouden, hoe is het met de werkdruk gesteld en hoe kunnen we dit opvangen met het werkende deel van Nederland? We kunnen de pensioenleeftijd niet blijven opschuiven.


Wat moeten we op de basisschool aan leerlingen meegeven om zich later in de maatschappij goed te kunnen handhaven, gelukkig te worden en zichzelf te kunnen redden? Het is al een uitdaging op zichzelf om te bekijken wat leerlingen op de basisschool moeten leren. Naast basisstof zoals lezen, rekenen, spellen, begrijpend lezen is het goed om leerlingen kennis van de wereld mee te geven. Een basis.
De vraag die nu ook steeds meer leeft, is of leerlingen zelf kunnen (mee-) bepalen wat ze moeten leren. Dat kan voor een deel wel, maar lezen en rekenen zijn vakken die elke leerling gewoon goed moet worden onderwezen. Je kunt immers niet zonder.
Wat voor de leerling wel meer speelt dan een x aantal jaren geleden is plannen, ordenen, opzoeken, samenwerken, presenteren en andere vaardigheden om de inhoud van de leerstof een doel te geven en te gebruiken. Het draait niet alleen om kennisfeiten uit de geschiedenis, maar meer om wat je hiermee kunt doen. Zo is onderzoeken een belangrijke vaardigheid geworden, die leerlingen, maar ook volwassenen steeds meer in hun werkende leven moeten gaan toepassen om verder te komen en beter te ontwikkelen en te kunnen doorgroeien.
Nieuwsgierigheid is een eigenschap die we op de basisschool al moeten blijven stimuleren. Zeg ook gerust dat je iets niet weet als docent. Kom erop terug. Zoek iets uit. Dat geeft ook een verbinding tussen leerling en docent.
Hoe kunnen we dan gezond oud worden? Mensen hebben hiervoor kennis nodig om zich bewust te worden wat goed is. Gezond eten en bewegen, maar ook ontspannen en niet voortdurend in die 24-uur-maatschappij bereikbaar zijn. Het zijn zomaar zaken van een razendsnelle maatschappij die snel verandert. Nieuwsgierigheid en een onderzoekende houding is goed. Maar de tegenhanger van bijvoorbeeld mindfulness en yoga of mogelijke andere varianten leren ons ook om de rust te vinden en familie en vrienden belangrijker te vinden dan ons werk. Dat laatste geeft aan dat de verhouding privé - werk niet altijd een goede balans heeft. Ik maak me daar zelf ook schuldig aan.
De steeds snellere maatschappij sluit sommige mensen buiten. Er gebeurt veel op social media, binnen alle mogelijkheden van de digitale snelweg en ook op het gebied van devices. Benieuwd wanneer de googlebril beschikbaar wordt, of er straks auto's zelf van A naar B kunnen rijden en of we inderdaad een reisje naar een andere planeet kunnen maken. Het lijkt wel science fiction. De grenzen worden voortdurend verlegd.

Kunnen we dit allemaal wel (blijven) bolwerken? Een steeds snellere maatschappij, waarbij niet iedereen kan meedoen omdat ze simpelweg het geld er niet voor hebben, de snelheid niet aankunnen of gewoon minder affiniteit hebben met de digitale wereld? Je kunt niet meer zonder, al heeft mijn eigen moeder (geboren 1925) nog nooit een computer aangeraakt. Werk gaat sneller. Nieuws gaat sneller. Veranderingen worden sneller doorgevoerd. Er wordt meer verwacht. Er is veel transparantie (waarvan ik zelf denk dat dit ook niet altijd bevordelijk is), waarbij data worden vergeleken. Alles moet effectief en efficiënt, maar het 'praatje' tussendoor mag niet meer worden gezien als werk, terwijl het stukje relatie zo belangrijk is. Of het nu gaat om netwerken of even die aandacht voor elkaar. We zijn toch geen machines?
Als we steeds ouder worden, moet het werkende deel van Nederland de pensioenen van het de ouder wordende mensen opvangen. Dit is niet eindeloos. Een werknemer van 64 heeft meestal een ander energielevel en zal qua digitale kennis toch op een ander niveau zitten. Wat voor een 25-jarige vanzelfsprekend is, moet een 60-jarige echt worden aangeleerd. De rollen worden omgedraaid.
Kan iemand straks doorwerken tot 70? Haalt iedereen de 70? Het is nog niet zo eenvoudig om hier uitsluitsel over te geven.
Als ik het allemaal mag halen, wil ik best langer doorwerken, mits ik gezond ben en de energie nog kan opbrengen. Toch is het niet eindeloos oprekbaar. Wat is de kwaliteit van het leven van mensen tussen de 60 en de 70? Wat kun je allemaal nog aan? Kun je de snelheid van de maatschappij echt wel bijhouden en meedraaien in je werk? Moeten er aangepaste banen worden gecreëerd?
Ik weet niet of we blij moeten zijn met al die 100-jarigen. Mooi als het lukt, zorgelijk als het allemaal niet blijkt te lukken. Dat vergt aanpassingen voor iedereen die nu werkt en straks een pensioen wil genieten.
Genoeg zorgen voor nu, morgen weer lekker aan het werk, en bezien hoe lang we dit kunnen doen. De tijd zal het leren. En die tijd vliegt. Geniet dus van hetgeen je hebt: liefde, warmte, eten, leven, vrienden, natuur, bewegen, gezondheid, etc. of je nu 100 wordt of niet.