Bloknoot en pen in de aanslag, klaarzitten voor het Groot Dictee der Nederlandse taal. Zwoegend voor de televisie, even in de huid kruipen van kinderen die op school een dictee moeten maken. Maar met als voordeel dat je er geen beoordeling voor krijgt, hooguit wordt uitgelachen of niet. En daarin kun je denken "lekker belangrijk" of je toch een beetje schamen voor het aantal fouten.Of je sommige woorden nu wel of niet aaneen moet schrijven, is voor mij af en toe een raadsel, laat staan of ik weet welke losse woorden nu wel of geen streepje moeten krijgen. Zo was het eau-de-cologneflesje helaas fout. Zo begint de twijfel ook bij wel of geen hoofdletter bij de balkenendenorm en de kop-van-jut. De makkelijkste waren de woorden, zoals we deze aanleren op de basisschool: braderieën, eurootje en mistte/miste. Niet te traceren was het woord Bommelskonten, maar dat vergeten we nu niet meer. Misschien wordt het wel weer een gewoonte om dit woord te gebruiken.
En dan te bedenken dat ik rond het gemiddelde aantal fouten scoorde met 31 fouten, dat is wel veel, maar het kon erger. Tja, als je ook twee fouten kan maken in één woord, gaat het natuurlijk hard. Toch is het nog eens een wens om daar te mogen zitten en meedoen met al die zwoegende mensen van Nederlandse en Belgische afkomst.
Goed om eens te voelen hoe een zwakke speller zich kan voelen tijdens het afnemen van een dictee op school. Stel nu eens dat ik 26 woorden opnieuw zou moeten opschrijven om ze in te prenten, omdat ik het fout had gedaan. En dan ook nog drie keer! Zijn wij als leerkrachten dan niet een beetje barbaars?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Bedankt voor uw reactie!