On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







dinsdag 29 mei 2012

Krijt

Krijt. Bordkrijt in wit en zelfs in kleur. Weten we nog hoe veel dit werd gebruikt? Met alle digitale borden, verdwijnt het krijt uit de schoolklas. Of bestaat er een kans dat het misschien ooit terugkomt?


Dit weekend las ik in een van de bladen iets over krijt. Een mooi onderwerp om over te schrijven, want ermee schrijven doen we bijna niet meer. Veel krijtborden zijn vervangen door digitale schoolborden o.i.d. 
Natuurlijk zijn er legio voordelen te noemen om over te gaan op het digitale schoolbord. De lessen worden interactiever, we kunnen meer beeldmateriaal bij de wereldoriëntatie lessen voegen en ook veel uitgevers hebben een digitale tool bij hun methodes. Allemaal slim aangepakt en echt een enorme verrijking van het onderwijs.
Toch moeten we ook de andere kant van de medaille bekijken. Naast de techniek die ons weleens in de steek laat en vervolgens geen leerkracht meer uit de voeten kan zonder digibord, is er ook sprake van een enorme kostenpost. Hoe enthousiast ik ook ben voor deze ontwikkelingen, het baart mij ook zorgen dat de kosten van beamer, bord, computers, ict-service, licenties van uitgevers, koptelefoons  en ga zo maar door de pan uitrijzen. In een tijd van bezuinigingen zouden we toch eens moeten nadenken of het niet goedkoper kan.
Het tij van de digitale wereld is niet meer te keren, daar gaat het ook niet om. We moeten ons wel blijven realiseren of de kosten het waard zijn om dit in het onderwijs te blijven pompen. De kwaliteit wordt beter, maar resulteert dit ook in goede opbrengsten, mooie ontwikkelingen en onderwijsvernieuwingen? In hoeverre moeten wij toegeven aan deze digitale oneindige ontwikkelingen? Ipads in de klas lijkt mij echt geweldig! Maar dan moeten de licenties van de methodes niet jaarlijks als kostenpost op de begroting blijven drukken. Social Media op school inzetten om het onderwijs extra inhoud te geven, lijkt me zeker voor de middelbare school een uitdaging. Maar ... wegen de kosten op tegen de baten?
Is het nodig dat elke groep een digibord heeft? Wij gaan er nu wel vanuit. Groep 3 t/m 8 kan (bijna) niet meer zonder. Alle uitleg, beeldend materiaal bij de aardrijkskundeles, de klok die verzet kan worden, de filmpjes over de groei van bolgewassen, het is niet meer weg te denken. Het verrijkt, maar maakt een school financieel wel armer. Wat laat je weg? Kan het goedkoper?


Enkele oplossingen:
Misschien moeten we toch eens denken aan sponsoring. Als er tenminste bedrijven zijn, die hierin willen investeren. Dan zou je misschien nog een slag kunnen slaan.
We zouden de vrijwillige ouderbijdrage kunnen verhogen. Maar dit mag officieel niet. Bovendien krijgen we dan het verschil tussen scholen met goed bedeelde ouders en scholen met minder bedeelde ouders.
Aankloppen bij de minister? Hallo, wij willen niet bezuinigen, maar investeren.
Andere dingen weglaten? Zoals ... handvaardigheid en tekenen misschien, waarin wat materiaalkosten worden uitgespaard. Geen boeken meer, en alleen via het digibord lessen aanbieden en de leerlingen laten ontdekken wat ze willen leren?
WE zouden 2x per jaar een sponsorloop kunnen houden.
Het blijven surrogaatoplossingen. 


Als ik af en toe eens een groep overneem en ik kom bij zo'n digibord te staan, is het fantastisch wat je allemaal kunt met dit middel. Toch mis ik dat krijtje weleens. Het schrapend schrijven op het schoolbord, de bordtekeningen, die ik de hele week liet staan, ja zelfs de wisselrijtjes van groep 3 heb ik nog laten ontstaan op het krijtbord. Nostalgie alom. Maar ik moet zeggen, dat ik het stof op mijn kleren en de het schoonmaken van de bordranden echt niet zal missen. 
Leve de digitale wereld, maar we gaan morgen de huizen langs met een collectebus of wilt u liever digitaal storten?

zondag 20 mei 2012

Werkdruk

Het is weer een hot item in onderwijsland: WERKDRUK. Uit een recent onderzoek van DUO kwamen de volgende resultaten over het basisonderwijs naar voren: 84 procent ervaart een hoge of zeer hoge werkdruk en 41 procent vindt die niet acceptabel. Dat is fors! Er deden 655 leerkrachten uit het basisonderwijs mee aan dit onderzoek. Eén op de vier leraren zegt gezondheidsklachten te hebben die vermoedelijk aan het werk te wijten zijn. Eén op de drie leraren komt naar eigen zeggen 's ochtends niet uitgerust op zijn werk.


Bovenstaand resultaat is ronduit verontrustend. In de grote steden schijnt het erger te zijn dan elders, maar toch blijft het aantal veel te groot. Dit moet wel veel geld kosten om allemaal te kunnen blijven bekostigen.
Als ik naar mijn eigen school kijk, merk ik ook aan de collega's, dat er een flinke werkdruk ervaren wordt. Let wel: Het wordt ERVAREN. De vraag is in hoeverre dit realistisch is.
Nu is het onderwijs geen 9 tot 5 baan. Er zijn tijden waarin je lange dagen maakt, flink moet voorbereiden, nakijken en administreren, vergaderingen en extra taken moet doen. Daar tegenover staat een flink aantal vakantieweken. Toch zie ik ook in de praktijk, dat leerkrachten een hoge werkdruk ervaren. We lossen het niet op met het bijhouden van elk uur dat je met onderwijs bezig bent.


Is de werkdruk hoger dan vroeger? Zo ja, hoe komt dat?
De eerste vraag is meteen al lastig. Het lijkt of er steeds meer moet in het onderwijs, maar sommige dingen worden ook steeds makkelijker en handiger. Gingen wij vroeger ook niet bij elk kind op huisbezoek, wat toch snel anderhalf uur per kind kostte? Reken maar uit, als je een groep hebt van 25 kinderen, dat ben je bijna 40 uur per jaar kwijt aan huisbezoeken. Rapporten die allemaal geschreven moesten worden en tegenwoordig digitaal verwerkt kunnen worden scheelt ook een hoop tijd.
Toch denk ik, dat we de eerste vraag uiteindelijk met ja moeten beantwoorden, juist omdat mensen het als werk ervaren. Van elk kind moet er genoeg geregistreerd zijn, een doel opgeschreven staan, een plan uitgewerkt, gesprekken met ouders worden gevoerd, intern begeleiders die tijd vragen voor de groepsbespreking, de voorbereidingen op een digibord, het e-mailverkeer dat dagelijks aangroeit en ga zo maar door. De inspectie vraagt om gegevens en wil ook nog dat de scores stijgen. Dat levert druk op, niet alleen voor de leerkrachten. Nascholing wordt steeds belangrijker, want stilstand is achteruitgang; maar dat moet wel ingepland worden.


Het maakt het er niet makkelijker op, maar misschien wel leuker? Het onderwijs wordt zoveel interessanter als je meer weet hoe het komt dat een kind niet scoort of als je een kind in de klas hebt met dyspraxie. Hoe kun je als leerkracht een kind helpen? Wat heeft dit kind nodig? Dat is een spannende en boeiende weg, ook al zal soms blijken dat een kind misschien beter af is op een andere school.


Wat het niet leuk maakt is dat de aandacht zo bovenop de scores ligt van de kennisgebieden, waardoor de sociale vaardigheden naar de achtergrond worden gedrukt. Dan heb ik het nog niet eens over de creatieve vakken of het bewegingsonderwijs. Dat is jammer, want we zijn en blijven een basisschool. Daar wordt de basis gelegd. Ik hoop dan ook dat dit een golfbeweging is, die straks weer de andere kant op zal bewegen.


Werkdruk en stress moeten ook weer in een golfbeweging naar achteren worden geschoven en leerkrachten moeten weer voldoening halen uit hun baan als juf of meester. Ze moeten weer kunnen genieten van het vak. Waarom wilde je ook alweer leerkracht worden? Wat kun jij kwijt in je vak? Wat zijn de krenten uit de pap die jouw werk zo leuk maken?


Werkdruk is een verkeerde balans. Je doet meer dingen die moeten en minder dingen die je leuk vindt. In elk werk zijn er dingen die moeten en die minder leuk zijn. Bekijk eens wat er vandaag moet en wat eventueel morgen kan. Zijn er dingen die jij vindt dat ze moeten of moeten ze ook echt?
Een voorbeeld is nakijken. Sommige leerkrachten vinden dat ze koste wat het kost, alles moeten nakijken. Is dat zo? Wat zou er gebeuren als je eens een keer niet nakijkt? Zit er dan een ontslag aan te komen?


Ik heb makkelijk praten, want ik ervaar ook best werkdruk, maar ik vind het niet erg. Dat komt omdat ik mijn werk leuk vind. Ik haal er meer energie en voldoening uit, dan dat ik de stress ervaar. Ik hoop dat anderen dat ook weer gaan doen. Positief denken, voldoening, energie, tevredenheid, acceptatie en zo zijn er nog meer woorden en gevoelens die ervoor kunnen zorgen dat het fijn is om te mogen werken in het onderwijs. Het is zelfs een voorrecht!


Werkdruk? Maak je niet druk! 

zaterdag 19 mei 2012

Natuur

Natuurlijk is het leuk, mooi en heerlijk om het over de natuur te hebben, zeker als de zon zijn best doet om te gaan schijnen en het groen je tegemoet komt buiten. Maar de natuur is natuurlijk veel meer.


Professor Robbert Dijkgraaf vertelde op televisie in een spraakmakend college over de oerknal. Ook hierbij speelt de natuur, het heelal, het sterrenstelsel, de zon, de aarde en alles wat er omheen zweeft een grote rol. Is dit het enige wat wij denken bij het woord "Natuur"? Wat is eigenlijk "NATUUR"?


Het woord "natuur" is afkomstig uit het Latijn "natura", wat betekent "dat wat geboren zal worden" of wat "tot leven zal komen". 
Er zijn 4 betekenissen:
1. Het is iets wat nog niet is aangeroerd, zoals het van oorsprong eruit zag. 
2. De mens heeft dit nagemaakt en er zijn eigen natuurgebieden van gemaakt. 
3. Het is te zien zoals Robbert Dijkgraaf het ziet, als het heelal, het universum. 
4. Het is de aard van iemand.
(Bron: Wikepedia)


Er zijn vele woorden, die van het woord "natuur" zijn afgeleid. Denk maar aan: Natuurlijk, natuurkunde, naturisten, natuurterreinen, natuurbehoud, natuurpark, en ga zo maar door. Het ene woord heeft met de ene betekenis te maken, de andere met het andere. 
Waar denkt de gemiddelde mens aan bij het woord "natuur"? De meesten zullen denken aan de natuur buiten, de bomen, de zee, de ongerepte wereld in de bergen, de dieren met vaak hun jongen in deze tijd. 
Of het terecht is of niet, ik denk ook eerder aan het buitenleven, bossen, bergen, landerijen, natuurkampeerterreinen, Staatsbosbeheer, en dat soort termen. 
Op school is het vak biologie of natuur ook een vak dat bespreekt hoe bomen groeien, wat er gebeurt met zaadjes, het bestaan van de seizoenen, hoe appels ontstaan, hoe dieren leven en zelfs kunnen veranderen en wat er buiten "vanzelf" gebeurt onder invloed van de aarde, het licht, de lucht en het water. Een boeiend vak, wat eigenlijk veel breder is dan alleen de natuur waar wij aan denken. Het is veel meer biologie en natuurkunde en alles wat daar mee te maken heeft. Het is niet voor niets, dat er op de basisschool het vak "techniek" zijn intrede heeft gemaakt. Sommige methodes hebben het samengevoegd, zoals bijvoorbeeld "Natuniek". Laten we onze kinderen een brede opvoeding geven. Al zijn die kleine meerkoetjes en lammetjes nog zo leuk, de knoppen aan de bomen nog zo mooi, de wereld draait om veel meer natuurlijke materialen. Geniet van de natuur en al zijn facetten! 

vrijdag 11 mei 2012

Verdriet

Een van onze emoties is verdriet. Voor iedereen is dat anders. De aanleiding, de uiting en de verwerking is verschillend per mens. Iedereen moet er mee leren omgaan. 


Wanneer een kind valt, pijn heeft, zijn knie open haalt, zijn broek stuk is en is geschrokken zal het verdriet tonen. Veel kinderen huilen direct, maar vaak is het na troosten vrij snel over. Enkelen zullen zich verbijten, een trillende lip laten zien en verder gaan spelen. Ook zullen er een paar kinderen zijn, die in hun verdriet blijven hangen. Volwassenen zullen hen daarbij moeten helpen.
Zo is het ook met andere gebeurtenissen in ons leven. Verstandelijk gezien weten we dat dit soort dingen voorkomen, maar vaak hebben we onze emoties niet in de hand. Die komen ineens op.
Na een vervelende gebeurtenis kun je boos worden of verdrietig zijn. Toen er ingebroken was in onze auto in Zuid-Frankrijk was ik in eerste instantie boos, vervolgens heb je verdriet om wat er weg is. Later kun je dit relativeren en bedenken dat er ergere dingen zijn.
Als het om verlies van een mens of dier gaat is dit veel lastiger. Zeker de verwerking van een mens kan jaren duren, enigszins slijten, maar helemaal verdwijnen vaak niet. Er spelen dan hele andere factoren een rol. Je mist een persoon, waar je van hebt gehouden op welke manier dan ook. Zeker als dit een huisgenoot betreft, mis je deze persoon elke dag. Maar ook een familielid of een goede vriend gaat vaak dagelijks door je gedachte.
Toen ik 18 was moesten we onze hond laten inslapen. Hij was 12 jaar geworden. Tranen met tuiten heb ik gehuild. Gelukkig hebben we nog foto's. Maar het gemis van zo'n beestje dat je dagelijks om je heen hebt, is helemaal niet zo eenvoudig.
Nu is onze hond Spikkel ziek en het einde nadert. Dat doet zeer. Tussen het moment dat we dit hoorden en nu zit bijna 4 maanden. We hebben 4 extra maanden van haar kunnen genieten. Ik heb haar nog geschilderd, we hebben foto's en fijne herinneringen. Toch doet het zeer om die beslissing te moeten nemen. Menig traantje biggelt langs mijn gezicht. Sterk zijn is goed voor de kinderen, maar je mag dit ook best delen met elkaar. Gedeelde smart is halve smart, geldt ook hierbij.
Hoe onze kinderen dit nog gaan verwerken, weet ik niet, emoties laten zich niet altijd regelen. Maar ook hierna gaat het leven verder. Met herinneringen en mooie momenten. Zo kun je toch blijven genieten van andere dingen. Geef het verdriet de ruimte, maar laat je ook weer niet te diep zakken. Geniet dan weer van de dingen die er wel zijn. Ik hoop dat ik dat straks ook kan.

woensdag 9 mei 2012

Leve de Koningin!


Schaken is een mooi strategisch spel. Vooral leuk, maar voor kinderen ook heel nuttig voor hun denkontwikkeling. Ze leren plannen, verliezen en mogelijkheden overzien. Zelf kom ik uit een schaakfamilie en ben er dus letterlijk mee groot gebracht. Samen met mijn oudste (13 jaar oudere) broer zat ik vaak te schaken. 


Het schaakspel is al duizenden jaren oud, waarschijnlijk vanuit Perzie uit de zesde eeuw. Hierdoor is er niet zo veel bekend is over dit aloude strategische spel. Het woord schaak is afkomstig van het Perzische woord shāh, dat koning betekent. Ook het woord mat is Perzisch (maata), dat versteld raken betekent.
Een strategisch spel is een spel waarbij de spelers zoveel  speelmogelijkheden hebben dat het vaak onmogelijk is de consequentie van elke zet te overzien. Er is inzicht nodig, maar ook ervaring, planning en moed om elke zet bewust te maken.
Het is mooi om te zien, dat kinderen dit vrij makkelijk kunnen leren. Kinderen zijn flexibel in hun denkvermogen. Zo is het ook goed om een tweede taal te leren, als kinderen nog jong zijn. Schaken vergt een andere denkontwikkeling, waarbij kinderen leren hoe de stukken zich kunnen bewegen, welke consequenties ze kunnen hebben, hoe ze plannen kunnen maken, hoe ze vooruit kunnen denken. Het helpt hen in hun verdere leven.
Natuurlijk moeten ze eerst leren welke stukken er zijn, wat ze kunnen, hoe het bord eruit ziet en hoe de vakverdeling werkt. Zuinig zijn op de Koningin, de Koning beschermen, de toren, de paarden en de lopers het werk laten doen en de pionnen langzaam 1 of 2 vakjes vooruitschuiven. Kijk ook altijd waarom jouw tegenstander een zet doet en bedenk dan wat je wilt gaan doen, verdedigen of aanvallen.
Maar buiten dat is schaken gewoon een leuk spel, dat elke keer weer anders is. Een zet kan ineens hele andere gevolgen hebben voor de loop van het spel, dat maakt het nu juist zo boeiend.
Als jongste in een gezin van 6 kinderen wilde ik maar al te graag een spelletje doen met mijn oudste broer. Vooral het schaken, maar ik weet dat ik ook het spel "Go" regelmatig met hem heb gespeeld, was favoriet. Hoe ik dit vroeger leerde zonder boekjes, weet ik eigenlijk niet zo heel goed meer. Mijn oudste broer had erg veel geduld. En in het begin speelden we potjes waarbij ik een voorsprong kreeg.
Naast het feit dat schaken gezellig was in een tijd zonder computer, iPad en mobiele telefoon, was het ook een goed spel. 
Dat is de reden, dat we op school begonnen zijn met schaaklessen. Voor de slimmere kinderen, maar ook anderen kunnen hier dankbaar gebruik van maken. Fijn dat er een enthousiaste vader is, die dit wil doen. Wat zullen er veel kinderen lol en profijt hebben van dit prachtige strategische spel. Leve de Koningin, maar pas dat de Koning niet schaakmat staat!

zondag 6 mei 2012

Kwetsbaarheid

Kwetsbaar opstellen, je bloot durven geven, iets van jezelf laten zien, jezelf durven geven aan anderen, dat is iets dat niet voor iedereen vanzelfsprekend is.


Eerder schreef ik al eens over de kwetsbaarheid van het leven. Als ziekte of pech jouw leven beschadigd, kun je daar vaak niet zo veel aan doen.
De kwetsbaarheid van onszelf is misschien veel lastiger. Hier kunnen we namelijk wel invloed op uitoefenen. Het is iets dat we in het onderwijs goed kunnen gebruiken om kinderen dingen te leren. Wanneer je iets over jezelf vertelt in de klas, merk je dat er meer verbondenheid ontstaat met de kinderen. Zij gaan ook iets over zichzelf vertellen en er ontstaat een relatie, een verbinding. Er worden ervaringen gedeeld.
Toch is jezelf kwetsbaar opstellen helemaal nog niet zo eenvoudig. Je laat daarmee iets zien, wat je misschien helemaal niet wilt, dat een ander het ziet. Je schaamt je ervoor. 
In het dagelijks leven gedragen wij ons vaak zo, omdat de omgeving daarom vraagt. We kleden ons daarnaar. We reageren zoals het hoort.
In dat opzicht kunnen we nog iets leren van kinderen. Zij zijn vaak puur en eerlijk als het gaat om reacties, gedragingen, ideeën en verhalen. Zij maken van hun hart geen moordkuil. Is dat de reden waarom kinderen sprankelend en onbezorgder door het leven gaan?
Als volwassenen kunnen we daar wel iets van leren. Het heeft ook zijn keerzijde. Als volwassenen hebben wij geleerd om ons te gedragen, te beheersen en aan te passen. Je kunt niet zomaar "he dikke" over straat roepen. Het is beleefd om voor een ander op te staan in de bus. Sommigen dingen doe je niet en andere dingen weer wel. Er zijn ons waarden en normen aangeleerd. 
Hoe kunnen we ons dan toch kwetsbaar opstellen?
Het gaat erom iets te laten zien van jezelf, waar je misschien niet zo goed in bent. Om bij mezelf te beginnen: Ik was vroeger niet zo'n fanatieke lezer, ik kon het ook niet zo goed. Tot op de dag van vandaag, merk ik dat nog. Omdat ik nu veel moet lezen en veel informatie tot me moet nemen, heb ik het mezelf wel aangeleerd. Maar ik kan niet snel lezen, heb daar nog altijd de tijd voor nodig. Dat geeft verder niet, ik heb dat geaccepteerd.
Een aantal jaren geleden vertelde ik in een klas, dat ik een broer heb met Asperger en een broer die is overleden. Kinderen luisteren ernaar, kijken hoe jij reageert, letten op jou en reageren daar weer op. Een meisje kon zich heel goed inleven. Die zei meteen: "Dan hebben uw ouders ook veel meegemaakt." 
Zo heeft iedereen dingen, die je niet zo vaak vertelt, dingen die je moeilijk vindt, dingen waar die niet trots op is, misschien zelfs wel voor schaamt.
Om kinderen de ruimte en de gelegenheid te geven om over zichzelf te praten, maar ook om als leerkracht iets van jezelf te laten zien schep je een band. Die verbinding geeft het onderwijs een diepere dimensie. Samen delen waar je over in zit. Gevoelens uiten. Zorgen bespreken. Moeilijke dingen proberen op te lossen. Het maakt het onderwijs boeiend.

woensdag 2 mei 2012

Als je begrijpt wat ik bedoel.

Precies 100 jaar geleden werd Marten Toonder geboren, de schrijver en tekenaar van Olivier B Bommel en Tompoes. Een speciale serie boeken, die nu hier bij ons in de kast staan. En niet omdat ik ze aangeschaft.


De maand mei is een bijzondere maand. Het is een maand waarin vogels weer eieren leggen, volgens een bepaalde zegswijze. Een maand met nieuwe dingen, ontluikend voorjaar, op weg naar de zomer.
De maand mei betekende bij ons ook een verkeringsdatum van jaaaaaaaaaaaaaren geleden. Grappig om daar aan terug te denken. Spijbelend van de les wiskunde lagen we te rollebollen in  het zwembad. Mooie tijd.
Mei is ook een maand waarin afscheid genomen werd. 10 jaar gelden namen we afscheid van mijn oudste lichamelijk gehandicapte zeer pientere broer. Na zijn gymnasium ging hij geschiedenis studeren, maar studeren was niet helemaal zijn ding. Hij was een bijzonder vriendelijk belezen mens. Hij kende zoveel boeken, was geinteresseerd in o.a. science fiction en geschiedenis en had een uitgelezen baantje bij de universiteitsbiblitoheek van Leiden. Als jongste zusje met een leeftijdsverschil van 13 jaar schaakten wij veel. Allereerst met een voorsprong en later gewoon gelijkwaardig. Of ik nu echt een keer van hem heb gewonnen, weet ik niet eens meer, maar soms zij hij "zooo" en begon dan hard na te denken. Ik wist dan dat ik een goede zet had gedaan.
De boekjes van Marten Toonder, waar mijn broer dol op was en regelmatig stukjes uit voorlas, staan nu bij ons in de boekenkast. Het herinnert ons aan zijn verhalen, zijn manier van het vasthouden van de boeken, waarbij zijn hand onder het boek door ging en zo het boek vasthield. Vaak zijn bril in de andere hand en een pootje van diezelfde bril in zijn mond. Het was typerend en het laat mij glimlachen om zo aan hem terug te denken.
De meest bekende titel "Als je begrijpt wat ik bedoel", waarvan hij ook nog een speciale grote uitgave had - die waarschijnlijk bij mijn ouders in huis is -  is een bijzondere titel, een zinnetje dat nu weer actueel is. Toch wilde ik alleen maar zeggen, dat het bij mij herinneringen oproept. Mooie herinneringen van mijn oudste broer. Schaakpartijtjes, stukjes lezen, gesprekken met mijn ouders. Het was er en het herinnert me op deze dag extra aan hem. Als u begrijpt wat ik bedoel....

maandag 30 april 2012

Stralend oranje, stralende zoon.

Op de eerste vakantiedag van de meivakantie, Koninginnedag 2012, breekt de zon door. De tuin in. Koffie erbij, krantje op schoot, blaadje naast me en genieten. Mmmmm, wat heerlijk die warmte van het zonnetje.
Een tweetje meldt: "Zonnig weer vandaag, hoe krijgt koningin Beatrix het elk jaar toch weer voor elkaar." 
Op het bord in de keuken staat een bericht van de oudste zoon, wat enigszins onleesbaar is. 's Morgens om 6 uur geschreven. Wat staat er? Zoon nummer 3 helpt mee met de ontcijfering. We kunnen eruit halen dat hij niet mee wil eten en Spikkel heeft uitgelaten.
Menigeen reist af naar Amsterdam, Leiden, Rotterdam of een andere grote plaats. Wij pakken de fiets en duiken even Zoetermeer in. Door een filevorming in de Dorpsstraat wandelen we naar het Stadshart. We zien bekenden, veel oranje, nog meer bekenden en struinen langs alle kleedjes. Bij een stel gezellige meiden stuitten we op iets voor onze oudste zoon. Een telefoontje, sms-je, mailtje of whatsapp lijkt geen reactie op te leveren. We besluiten het dan maar te kopen.
Wringend en zoekend tussen de mensen en de spullen door, proberen we de terugtocht in te zetten. De fietsen worden losgekoppeld en we trappen rustig weer terug naar huis.
Thuisgekomen komt er een whatsapp-bericht binnen: "Nice" De oudste zoon heeft gereageerd en lijkt het wel wat te vinden. Nou, da's mooi, dan hoeven we volgend jaar zelf niet op een kleedje te zitten om het weer te verkopen.
Eenmaal thuisgekomen worden de goede stoelen neergezet, kussens erbij gepakt, parasol van zolder gehaald door zoon nummer 3 en strijken we weer neer in de tuin.
Nog later komt de bewuste oudste zoon thuis en vindt de meegebrachte waar echt een succes. Stralend pakt hij de tas uit en bekijkt de inhoud. Opent de dozen. Leuk! Hij vraagt meteen wat het kost, maar daar wilden we natuurlijk niets van weten. Het is een eerste begin voor zijn uitzet: drie mooie koffertjes, waarin munten verzameld kunnen worden. Heerlijk om dat gezicht te zien.

zondag 29 april 2012

Een nieuw gezicht

We doen het dagelijks. Mensen doen het, bedrijven doen het en ook scholen doen er aan mee. Een nieuwe look, een andere kleur, een moderne uitstraling, nieuwe inrichting, een ander kapsel, verzin het maar. Waarom doen we het? Welke beweegredenen zijn er? Wat is het effect?


Toen ik weer op Blogger.com terecht kwam viel het meteen op. Er was iets veranderd. Natuurlijk even zoeken. Het werkt anders. Knoppen toegevoegd of weggelaten. Een andere inrichting. Nieuw lettertype. Een andere uitstraling.

Op school zijn we er ook mee bezig. Het vormgeven van een nieuw logo, uitstraling naar buiten verbeteren, communiceren naar en met ouders, duidelijkheid en openheid bieden, ontwikkelingen binnen de school zoals het lezen centraal centraal stellen, het Engels voor iedereen(leerlingen 1 t/m 8 en leerkrachten krijgen les!), excellentie, zelfstandig werken en presenteren. Je wilt uitstralen wat je hebt te bieden. Maar je wilt vooral laten zien, dat wat je doet, daar ook achter staat.
De redenen om te veranderen zijn heel divers.

1. De wil om te veranderen 
Je wilt verder, je wilt iets nieuws, je wilt iets anders. Daarachter zit een motivatie. Wil je beter worden? Wil je zichtbaarder worden? Wil je versterken? Wil je meer leerlingen. Er zijn allerlei redenen om te bedenken. Welke redenen zijn er?
2. Inspelen op marktveranderingen

In een nieuwbouwwijk zul je je als school moeten profileren. Hoe wordt de school herkenbaar. Wat zijn de werkwijzen, die je zichtbaar wilt maken?
3. Maatschappelijke ontwikkelingen vergen aanpassingen
Als we nu naar de maatschappij kijken, zien we een toeloop van social media. Ook daarmee kun je iets. Het hoeft niet, maar er zijn wel mogelijkheden. Een vriendin van me zij ooit "je kunt beter DIMmen dan DIPpen". Ze bedoelde Denken in Mogelijkheden levert meer op dan Denken In Problemen. 
4. Kennis is macht

De school moet genoeg is huis hebben om aan allerlei wettelijke eisen en professionaliteit te kunnen voldoen. Het betekent dat de school goed op de hoogte moet zijn van alle dingen die voor een school belangrijk zijn. Het betekent ook, dat leerkrachten bij moeten blijven met alle ontwikkelingen. De school moet blijven meebewegen en voortborduren op nieuwe kennis en inzichten die van belang zijn voor de kinderen.
5. Het motiveert uw personeel

Veranderingen en verbeteringen geeft plezier aan het personeel. Er ontstaat beweging. Mensen worden enthousiast. Mensen hebben zin om ook iets te betekenen. Dit geeft weer zelfvertrouwen.
6. Uw organisatie groeit door interne doorstroom

Een groeischool krijgt steeds weer nieuwe mensen met nieuwe en andere ideeen. De kunst is om hier een geheel van te maken. Een school groeit (letterlijk en figuurlijk), maar ook het team van mensen groeit door groter te worden, maar ook steeds meer te kunnen bereiken.
Ook het leren van medewerkers individudeel levert een bepaalde onderstroom op. Zij willen het geleerde in de praktijk brengen en zijn een prachtige meerwaarde voor de school. Deze mensen verdienen een LBfunctie.
7. Het bevordert de onderlinge samenwerking

Vooral samen willen werken en leren van elkaar. Ieder mens leert dagelijks van wat hij doet. Leren van elkaar is heel mooi zichtbaar te maken door klassenconsultaties te realiseren, waardoor mensen bij elkaar kunnen kijken. Hoe doe jij het? Hoe pak jij iets aan? Wat doe jij met dit gedrag? Samen cursussen volgen levert gespreksstof op. Het is een meerwaarde voor een school.
8. U houdt goede medewerkers langer vast

Motivatie is belangrijk, maar medewerkers willen een bijdrage leveren aan de school. Wat kunnen ze zelf realiseren? Dat geeft vertrouwen.
9. Ontwikkelen is goed voor uw reputatie
Een school die laat zien wat hij doet, krijgt een betere reputatie. Mensen gaan erover praten. Het wordt zichtbaar waar we voor staan.
10. Ontwikkelen verhogen de productiviteit

Een school die zich ontwikkelt en zorgt dat elk kind tot zijn recht komt, levert uiteindelijke betere prestaties en levert betere resultaten.

Tja, vernieuwingen, veranderingen en verbeteringen zijn nodig om de school, de medewerkers, maar ook de ouders en de leerlingen alert te houden. Wat doen we goed en wat kan nog beter. Samen leren en samen verder ontwikkelen. Een school is een boeiend bedrijf, maar het draait om de kinderen!


zondag 15 april 2012

Grijs gebied

Een kijkje nemen in de hersenen, een grijze massa onder onze schedel. Misschien zelfs iets daarmee kunnen aantonen. Misschien iets kunnen aflezen uit de hersenen. Het lijkt allemaal een abracadabra of zelfs een beetje science fiction, maar er kan tegenwoordig steeds meer.


Prikkels vanuit je hersenen worden via zenuwbanen naar allerlei delen van je lichaam gezonden. Dat was al bekend. Als een miljardair 300 miljoen schenkt aan hersenonderzoek en er komen berichten dat je er meer aan kunt zien, ga ik even op het puntje van mijn stoel zitten en werken mijn grijze hersencellen op volle toeren.
N.a.v. een open dag in Nijmegen schreef een journalist in de krant over het kijken in de hersenen. Magnetische stimulatie van de hersenen schijnt een positief effect te kunnen hebben op depressiviteit. Neurofeedback is een methode waarbij een beloning (positieve feedback) wordt gegeven op gewenste hersenactiviteit. Allemaal wonderlijke wetenschappelijke ontdekkingen, maar wat kunnen we ermee?
Hersenen zijn ingewikkelde organen met allerlei verschillende gebieden. De een heeft een sterker ontwikkeld taalgebied, de ander is wiskundig veel beter. De een heeft zijn emoties meer ontwikkeld, de ander is het gezichtsvermogen kwijt door een hersenaandoening. 
Maar stel nou, dat er inderdaad in de hersenen gekeken kan worden hoe mensen reageren en wat mensen denken. Dat stond immers ook in de krant gisteren. Wat als je dan een verhoor afneemt bij een verdachte, en kunt zien wat hij denkt? Wat als je iemand kunt onderzoeken door in zijn hersenen te kijken?
Interessanter voor het onderwijs vind ik dat je als leerkracht kunt zien wat kinderen denken. Wat houdt ze bezig? Maar meer nog: Waar kan ik dit kind, in dit vak, in deze klas en met deze ouders, op deze school mee helpen? Dan zijn we ineens een stuk verder met handelings gericht werken en passend onderwijs. Dan wordt het ineens transparanter en hoeven we niet allerlei papieren te verzamelen om te bewijzen dat een kind hulp nodig heeft. Iedereen kan zien of aflezen op de hersenscanner wat dit kind nodigt heeft of juist niet. Wat zijn de stimulerende en belemmerende factoren? Het zou een stuk duidelijker worden en scheelt een hoop onderzoek, wat uiteraard weer uitgespaard kan worden. Gewoon even "meten" wat het IQ is, eenvoudig bekijken welk centrum goed en minder goed is ontwikkeld, en natuurlijk bekijken in welk deel van de hersenen het kind verder en beter gestimuleerd kan worden. Het zou prachtig zijn. Of toch niet?  Blijft dan geen privacy over? Zou je dan ook kunnen zien of een kind koekjes heeft gepikt thuis, of nog erger? Zou je ook kunnen weten wat kinderen in de vakantie hebben gedaan? Hoever kun je gaan en hoever mag je gaan? Kom je ook dingen te weten, die je eigenlijk helemaal niet wilt weten? Kun je bijvoorbeeld zien of een kind een dodelijke ziekte heeft? Kun je al zien of iemand slim is of niet door bepaalde afmetingen? Griezelig grijs.


Zo ver is het natuurlijk nog lang niet. En dit heeft toch iets weg van science fiction. Mocht het ooit zo ver komen, is het zaak hier weer goede afspraken over te maken, wat er door wie gezien mag worden. Wie er iets mee mag doen? Wie er toestemming mag geven om dit te bekijken? Kunnen de onderzoekers toch nog omscholen naar ander werk en hun grijze cellen ergens anders voor gebruiken. Komt er van bezuinigen weinig terecht, want er komen weer nieuwe uitdagingen, die de nodige energie vergen en hersenen gepijnigd zullen worden. Laten we het nog maar even houden bij stimuleren van kinderen, het omgaan met echte mensen, het koesteren van verschillen in alle leeftijden, dan te diep duiken in iets wat voor ons letterlijk en figuurlijk nog een grijs gebied is.