On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







vrijdag 29 juni 2012

De laatste loodjes

Of de zomervakantie al is begonnen, of dat deze over drie weken begint, die laatste weken op school zijn vaak de zwaarste weken. Of je nu leerkracht bent, intern begeleider of directeur, dat maakt allemaal niet zo veel uit. Met elkaar moet het jaar worden afgerond en zo afgesloten, dat er in augustus weer kan worden gestart.

Elk jaar nemen we het ons voor. Goed plannen, vooraf bedenken, rapporten al klaarzetten, brieven maken, materiaal bestellen, lokalen indelen, zorgen dat er genoeg meubilair is, schoonmaak, afscheidsavond, bedankje voor ouders en tussendoor natuurlijk nog wel goed onderwijs leveren. Elk jaar zijn er onverwachte zaken. Collega's die ziek worden, collega's die hun baan opzeggen, nieuwe leerlingen, tegenvallende resultaten, iedere school heeft hiermee te maken. Juist die onverwachte zaken maken die laatste weken zo zwaar, het voelt als lood. Daarnaast begint het buiten warmer te worden, de vermoeidheid slaat toe en daarbij vaak ook de irritaties.
Dan is het natuurlijk de kunst om tussen de loodjes door aandacht te blijven houden voor die spontane reacties van kinderen, leuke activiteiten die door ouders of leerkrachten worden georganiseerd, het steunen van elkaar of die ene ouder, die ene collega of een bepaalde leerling. Het is ook zaak - en dat is vaak niet mijn sterkste kant - om ook in deze periode het werk even los te laten, even te laten bezinken, van een afstandje te bekijken en gewoon even lekker op adem te komen.
Blijf genieten, behoud de rust in jezelf. Alles komt uiteindelijk op zijn pootjes terecht. Voor alle dingen is een oplossing of compromis. Blijven communiceren, openheid blijven bieden, vertrouwen blijven geven en zie hoe alles goed komt.
Soms zit het tegen, dan voelt het loodzwaar, maar relativeer en kijk vooruit! Dan kun je vederlicht verder en lacht het leven je tegemoet.
Fijne vakantie.

vrijdag 15 juni 2012

Voetbal en keuzes

Het EK voetbal is weer van start gegaan. Oranje vlaggen wapperen vrolijk door de oranjegekleurde straten. Iedereen is in rep en roer en de winkels liggen vol oranje spullen: Lakens, bekers, oorbellen, boa's, zonnebrillen, zoutjes, vogeltjes, voetbalplaatjes, versiering en oranje tompoezen. Wat doe jij?

Op woensdag 13 juni speelde Duitsland en Nederland tegen elkaar. Het was de tweede wedstrijd in dit EK, dat Nederland speelde. De eerste wedstrijd tegen Denemarken had Nederland al verloren. Om half 11 dacht ik: "Goh, wat zou Nederland gespeeld hebben?"
Wij keken, misschien als een van de weinigen in Nederland, niet naar voetbal. We hebben er nooit iets mee gehad. Dat geeft niks, ik ben er ook helemaal niet tegen ofzo. Het grappige is wel, dat er in je omgeving zo verschillend over gedacht en mee omgegaan wordt. Iedereen maakt hierin zijn eigen keuzes.
De een hangt zijn hele voortuin vol, een ander zit op het puntje van zijn stoel en een derde gaat verkleed met een groep vrienden een gezellige avond vieren. Of je het nu wel of niet interesseert, je kunt er verschillende keuzes in maken. Daar gaat het om, want keuzes maken doe je je hele leven.
De eerste keuze is wel of niet kijken. Is het voopr jou belangrijk? Levert het jou plezier op? Houd je van sport?  Dat is al een eerste afweging.
Mocht je gaan kijken volgen er al snel meerdere keuzes. Waar ga je kijken? Ga je iets kopen? Spaar je oranje vogeltjes? Spaar je kaartjes?
Mocht je niet gaan kijken, volgen er andere keuzes. Wil je de eindstand weten? Verdiep je je in namen van voetballers? Kijk je naar andere voetbalprogramma's of neem je het voor kennisgeving aan?
Het mooie aan deze keuzes is, dat er geen goede of foute keuzes zijn. Mensen kunnen wel een oordeel over andere mensen hebben. Soms kan dat wel een verkeerde keus zijn.
Zo werkt het ook in het onderwijs met keuzes maken. Er kunnen zich allerlei dingen voordoen:
Welke opleiding of cursus wil je volgen? Waar liggen jouw interesses? Hoe ga jij je eigen ontwikkeling verder stimuleren? Hoe ga je om met collega's? Durf je feedback te geven? Hoe deel jij je tijd in? Hoe ga je om met werkdruk? Met welke collega ga je het meeste om? Wat ga je maken tijdens de handvaardigheidsles? Hoeveel overuren wil je draaien? 
Het verschil met de voetbalkeuzes is, dat in het werken in het onderwijs ook weleens keuzes voor jou gemaakt moeten worden. Je hebt niet altijd de vrije keus in werkzaamheden. Soms krijg je een groep die je liever niet zou doen, soms is er een werkgroep, waar je liever niet in zit. Toch is het dan de kunst om de juiste keuze voor jezelf te maken, een keuze waar jij je het lekkerste bij voelt. De keuze van het werken op deze school, de keuze van meer of minder uren werken, de keuze om ervoor te gaan, ook al is dit niet helemaal wat je zou willen, de keuze om het bijltje erbij neer te gooien, de keuze om verder te kijken, omdat je nu juist een groep 8 zou willen draaien wat niet mogelijk is, en ga zo maar door. Je bepaalt namelijk voor een deel ook je eigen onderwijsloopbaan. Daarin maak je keuzes voor een studie of keuzes om thuis een gezin te hebben en het op school op een lager pitje te laten staan. Allemaal keuzes, die heel veel bepalen. Maar vooral bepalen hoe jij je voelt.
Natuurlijk maken we allemaal weleens de verkeerde keuze. Dat is geen probleem, als je dan maar verder kijkt hoe het anders kan. Wat wil je nog? Wat is mogelijk? Wat is haalbaar? Wat wil ik nog meer? Wat wil ik dat anders gaat? Vind ik mijn werk nog leuk? Vind ik de school nog leuk? Kan ik nog iets doen met mijn verkeerde keuze, is het oplosbaar of zijn er andere opties? Zijn er nieuwe uitdagingen?
In mijn eigen weg van het onderwijs zijn er verschillende keuzes geweest, maar er zijn ook verschillende mogelijkheden of onmogelijkheden langsgekomen. Soms is het gewoon de tijd nog niet, de ruimte nog niet. Anderzijds kun je enorm veel leren van keuzes, die achteraf niet de goede bleken te zijn.
Het allerbelangrijkste is dat je achter je eigen keuze staat. Natuurlijk kun je weleens reflecteren op bepaalde ontstane situaties en denken, dat dit misschien anders had gemoeten. Kijk dan met die kennis weer naar voren. Wat wil ik om mezelf werkplezier te geven? Wat heb ik daarvoor nodig en waar kan ik dat bereiken? Plezier in je werk, is net als bij kinderen de innerlijk drijfveer om verder te gaan en je zo goed mogelijk te ontwikkelen.
En ach, dan is zo'n voetbalwedstrijd jammer van het resultaat. Volgende beter! Misschien neem je dan wel de keuze om een spannend boek te lezen in die tijd.

zondag 10 juni 2012

Lekker in je vel!

Wij willen dat kinderen zich lekker in hun vel voelen, dan werken ze op z'n best en zijn ze het meest gemotiveerd. Dat geldt natuurlijk ook voor leerkrachten in een school. Daar doen we ons uiterste best voor, maar is niet altijd haalbaar. Wat dan?

Kinderen die zich veilig voelen leren het best. Ze pakken het meeste op en werken het meest effectief. Ze hebben zin in leren, voelen zich goed en dat komt de motivatie en de resultaten ten goede. Zo zien we dit al jaren gebeuren.
Dit geldt natuurlijk ook voor de medewerkers in de school. Als die een plek hebben waar ze zich thuisvoelen, gewaardeerd voelen, iets doen wat ze leuk vinden, dan komt de rest vanzelf. Natuurlijk zul je moeten blijven kijken wat de kwaliteiten zijn en waar iemand zich in kan versterken. Maar over het algemeen kan een leerkracht dat ook goed zelf. Totdat diezelfde leerkracht een plek toegewezen krijgt in de school, waar die niet zo blij mee is.
Het is mij zelf vier jaar geleden overkomen, toen ik als IB-er binnen een school werkte. De school begon te krimpen en ook het IB-werk. Ik moest weer terug voor de groep. Ook prima, want groep 5 is een leuke groep om te doen, maar mijn hart lag toen bij het IBwerk. Wat doe je?
In mijn geval ging ik rondkijken, niet met het idee, dat ik perse weg wilde of dat het zou lukken, maar ach, je weet maar nooit. Mocht het niet lukken, zou ik mijn ziel en zaligheid geven aan die groep samen met een ander. Ook prima. Komt tijd, komt raad. Binnen hetzelfde bestuur ging op een andere school een IB-er weg. Na een sollicitatiegesprek is het me gelukt om daar te gaan werken en toch mijn hart te kunnen volgen.
Nu sta ik aan de andere kant en ben ik degene die moet meedelen, dat een leerkracht een andere rol krijgt toebedeeld, dan deze had gewild. Die persoon kan een paar dingen doen:
1. zich vervelend blijven voelen met deze toebedeling
2. zich berusten en ervoor gaan
3. solliciteren
Eigenlijk kun je kortweg zeggen, dat deze leerkracht het wel of niet gaat doen, maar zal hierbij wel de consequenties moeten meenemen.
Dit lijkt heel simpel, maar dat is het niet. Ieder mens en iedere situatie is weer anders. Iedere school vraagt om bepaalde situaties. Het is de kunst om er al pratend uit te komen, hoe een en ander wordt opgelost. Dat kost tijd. Tijd is kostbaar. Tijd vliegt. Maar uiteindelijk komen we er altijd uit. Voor alles is een oplossing, ook voor deze leerkracht en voor deze school. We gaan ervoor. Straks weer een fris nieuw schooljaar met nieuwe uitdagingen. Een nieuwe tijd breekt aan.

zondag 3 juni 2012

Expertise behouden

Met de crisis nog in volle gang, zie je links en rechts mensen om je heen, die hun baan verliezen. Leek het aanvankelijk wel mee te vallen, zie je vooral mensen tussen de 50 en de 60 jaar ineens zonder werk zitten. Dat is jammer, want deze leeftijdsgroep heeft een berg ervaring!

In onderwijsland valt het misschien nog mee, al zijn er ook krimpregio's en verplichte mobiliteit. De vaste grond begint te trillen onder de voeten van menige leerkracht of andere mensen in het onderwijs. Iedereen zal het in meer of mindere mate voelen. De crisis. Als je je baan kunt behouden, merk je het wel in het budget, investeringen of anderszins.
Toch is onderwijs wel de plek om te investeren. Dit is de plek om mensen op te leiden tot volwaardige mensen, die mee kunnen denken en doen in de maatschappij. De plek waar de nieuwe ministers worden ontwikkeld.
Blij zijn we natuurlijk met het opschorten van de bezuinigingen op Passend Onderwijs. Maar dit is tijdelijk. Uitstel van executie. Als er bezuinigd moet worden, en dat zal moeten, doe dit dan bij iedereen. Laat alle salarissen bevriezen. Gelijke monniken, gelijke kappen. Pak niet een bepaalde groep, maar verdeel dit over iedereen. Zo kunnen we de pijn misschien voor anderen verzachten.
In elk beroep zal eens bekeken moeten worden welke dingen nu echt nodig zijn en welke zaken overbodig lijken en misschien later ook blijken. Niet een bepaalde groep beetpakken.
Het is belangrijk voor iedereen, dat de zingeving van het bestaan behouden blijft. Werkgelegenheid geeft een stuk zingeving. Hoe kunnen we het zover krijgen dat we de mensen met de meeste ervaring behouden in bijvoorbeeld onderwijs.
Het is algemeen bekend dat zo'n 85% van het budget van het onderwijs opgaat aan personeelskosten. Logisch dat men dan als eerste zal bezuinigen op personeel. Niet de meest slimmem keuze. Maar is er een oplossing?
Hoe kunnen we nu toch de expertise van het onderwijs, waarin is geinvesteerd vasthouden, opnieuw gebruiken en niet weggooien.
Misschien is er een mogelijkheid om gebruik te maken van een van de volgende aspecten:
- schoolbegeleidingsdiensten
- coaches
- stagebegeleiders
- contactpersonen van PABO's
- artikelschrijvers
- methodeschrijvers
- kwaliteitsverbeteraars
- onderzoeker op opbrengsten
En wellicht zijn er nog meer mogelijkheden. Zo kun je jouw expertise weer gebruiken. Zo heeft jouw invulling weer zin en zo houden we de kwaliteit vast. Menswaardig en zinvol. Misschien iets voor de volgende minister van onderwijs?

dinsdag 29 mei 2012

Krijt

Krijt. Bordkrijt in wit en zelfs in kleur. Weten we nog hoe veel dit werd gebruikt? Met alle digitale borden, verdwijnt het krijt uit de schoolklas. Of bestaat er een kans dat het misschien ooit terugkomt?


Dit weekend las ik in een van de bladen iets over krijt. Een mooi onderwerp om over te schrijven, want ermee schrijven doen we bijna niet meer. Veel krijtborden zijn vervangen door digitale schoolborden o.i.d. 
Natuurlijk zijn er legio voordelen te noemen om over te gaan op het digitale schoolbord. De lessen worden interactiever, we kunnen meer beeldmateriaal bij de wereldoriëntatie lessen voegen en ook veel uitgevers hebben een digitale tool bij hun methodes. Allemaal slim aangepakt en echt een enorme verrijking van het onderwijs.
Toch moeten we ook de andere kant van de medaille bekijken. Naast de techniek die ons weleens in de steek laat en vervolgens geen leerkracht meer uit de voeten kan zonder digibord, is er ook sprake van een enorme kostenpost. Hoe enthousiast ik ook ben voor deze ontwikkelingen, het baart mij ook zorgen dat de kosten van beamer, bord, computers, ict-service, licenties van uitgevers, koptelefoons  en ga zo maar door de pan uitrijzen. In een tijd van bezuinigingen zouden we toch eens moeten nadenken of het niet goedkoper kan.
Het tij van de digitale wereld is niet meer te keren, daar gaat het ook niet om. We moeten ons wel blijven realiseren of de kosten het waard zijn om dit in het onderwijs te blijven pompen. De kwaliteit wordt beter, maar resulteert dit ook in goede opbrengsten, mooie ontwikkelingen en onderwijsvernieuwingen? In hoeverre moeten wij toegeven aan deze digitale oneindige ontwikkelingen? Ipads in de klas lijkt mij echt geweldig! Maar dan moeten de licenties van de methodes niet jaarlijks als kostenpost op de begroting blijven drukken. Social Media op school inzetten om het onderwijs extra inhoud te geven, lijkt me zeker voor de middelbare school een uitdaging. Maar ... wegen de kosten op tegen de baten?
Is het nodig dat elke groep een digibord heeft? Wij gaan er nu wel vanuit. Groep 3 t/m 8 kan (bijna) niet meer zonder. Alle uitleg, beeldend materiaal bij de aardrijkskundeles, de klok die verzet kan worden, de filmpjes over de groei van bolgewassen, het is niet meer weg te denken. Het verrijkt, maar maakt een school financieel wel armer. Wat laat je weg? Kan het goedkoper?


Enkele oplossingen:
Misschien moeten we toch eens denken aan sponsoring. Als er tenminste bedrijven zijn, die hierin willen investeren. Dan zou je misschien nog een slag kunnen slaan.
We zouden de vrijwillige ouderbijdrage kunnen verhogen. Maar dit mag officieel niet. Bovendien krijgen we dan het verschil tussen scholen met goed bedeelde ouders en scholen met minder bedeelde ouders.
Aankloppen bij de minister? Hallo, wij willen niet bezuinigen, maar investeren.
Andere dingen weglaten? Zoals ... handvaardigheid en tekenen misschien, waarin wat materiaalkosten worden uitgespaard. Geen boeken meer, en alleen via het digibord lessen aanbieden en de leerlingen laten ontdekken wat ze willen leren?
WE zouden 2x per jaar een sponsorloop kunnen houden.
Het blijven surrogaatoplossingen. 


Als ik af en toe eens een groep overneem en ik kom bij zo'n digibord te staan, is het fantastisch wat je allemaal kunt met dit middel. Toch mis ik dat krijtje weleens. Het schrapend schrijven op het schoolbord, de bordtekeningen, die ik de hele week liet staan, ja zelfs de wisselrijtjes van groep 3 heb ik nog laten ontstaan op het krijtbord. Nostalgie alom. Maar ik moet zeggen, dat ik het stof op mijn kleren en de het schoonmaken van de bordranden echt niet zal missen. 
Leve de digitale wereld, maar we gaan morgen de huizen langs met een collectebus of wilt u liever digitaal storten?

zondag 20 mei 2012

Werkdruk

Het is weer een hot item in onderwijsland: WERKDRUK. Uit een recent onderzoek van DUO kwamen de volgende resultaten over het basisonderwijs naar voren: 84 procent ervaart een hoge of zeer hoge werkdruk en 41 procent vindt die niet acceptabel. Dat is fors! Er deden 655 leerkrachten uit het basisonderwijs mee aan dit onderzoek. Eén op de vier leraren zegt gezondheidsklachten te hebben die vermoedelijk aan het werk te wijten zijn. Eén op de drie leraren komt naar eigen zeggen 's ochtends niet uitgerust op zijn werk.


Bovenstaand resultaat is ronduit verontrustend. In de grote steden schijnt het erger te zijn dan elders, maar toch blijft het aantal veel te groot. Dit moet wel veel geld kosten om allemaal te kunnen blijven bekostigen.
Als ik naar mijn eigen school kijk, merk ik ook aan de collega's, dat er een flinke werkdruk ervaren wordt. Let wel: Het wordt ERVAREN. De vraag is in hoeverre dit realistisch is.
Nu is het onderwijs geen 9 tot 5 baan. Er zijn tijden waarin je lange dagen maakt, flink moet voorbereiden, nakijken en administreren, vergaderingen en extra taken moet doen. Daar tegenover staat een flink aantal vakantieweken. Toch zie ik ook in de praktijk, dat leerkrachten een hoge werkdruk ervaren. We lossen het niet op met het bijhouden van elk uur dat je met onderwijs bezig bent.


Is de werkdruk hoger dan vroeger? Zo ja, hoe komt dat?
De eerste vraag is meteen al lastig. Het lijkt of er steeds meer moet in het onderwijs, maar sommige dingen worden ook steeds makkelijker en handiger. Gingen wij vroeger ook niet bij elk kind op huisbezoek, wat toch snel anderhalf uur per kind kostte? Reken maar uit, als je een groep hebt van 25 kinderen, dat ben je bijna 40 uur per jaar kwijt aan huisbezoeken. Rapporten die allemaal geschreven moesten worden en tegenwoordig digitaal verwerkt kunnen worden scheelt ook een hoop tijd.
Toch denk ik, dat we de eerste vraag uiteindelijk met ja moeten beantwoorden, juist omdat mensen het als werk ervaren. Van elk kind moet er genoeg geregistreerd zijn, een doel opgeschreven staan, een plan uitgewerkt, gesprekken met ouders worden gevoerd, intern begeleiders die tijd vragen voor de groepsbespreking, de voorbereidingen op een digibord, het e-mailverkeer dat dagelijks aangroeit en ga zo maar door. De inspectie vraagt om gegevens en wil ook nog dat de scores stijgen. Dat levert druk op, niet alleen voor de leerkrachten. Nascholing wordt steeds belangrijker, want stilstand is achteruitgang; maar dat moet wel ingepland worden.


Het maakt het er niet makkelijker op, maar misschien wel leuker? Het onderwijs wordt zoveel interessanter als je meer weet hoe het komt dat een kind niet scoort of als je een kind in de klas hebt met dyspraxie. Hoe kun je als leerkracht een kind helpen? Wat heeft dit kind nodig? Dat is een spannende en boeiende weg, ook al zal soms blijken dat een kind misschien beter af is op een andere school.


Wat het niet leuk maakt is dat de aandacht zo bovenop de scores ligt van de kennisgebieden, waardoor de sociale vaardigheden naar de achtergrond worden gedrukt. Dan heb ik het nog niet eens over de creatieve vakken of het bewegingsonderwijs. Dat is jammer, want we zijn en blijven een basisschool. Daar wordt de basis gelegd. Ik hoop dan ook dat dit een golfbeweging is, die straks weer de andere kant op zal bewegen.


Werkdruk en stress moeten ook weer in een golfbeweging naar achteren worden geschoven en leerkrachten moeten weer voldoening halen uit hun baan als juf of meester. Ze moeten weer kunnen genieten van het vak. Waarom wilde je ook alweer leerkracht worden? Wat kun jij kwijt in je vak? Wat zijn de krenten uit de pap die jouw werk zo leuk maken?


Werkdruk is een verkeerde balans. Je doet meer dingen die moeten en minder dingen die je leuk vindt. In elk werk zijn er dingen die moeten en die minder leuk zijn. Bekijk eens wat er vandaag moet en wat eventueel morgen kan. Zijn er dingen die jij vindt dat ze moeten of moeten ze ook echt?
Een voorbeeld is nakijken. Sommige leerkrachten vinden dat ze koste wat het kost, alles moeten nakijken. Is dat zo? Wat zou er gebeuren als je eens een keer niet nakijkt? Zit er dan een ontslag aan te komen?


Ik heb makkelijk praten, want ik ervaar ook best werkdruk, maar ik vind het niet erg. Dat komt omdat ik mijn werk leuk vind. Ik haal er meer energie en voldoening uit, dan dat ik de stress ervaar. Ik hoop dat anderen dat ook weer gaan doen. Positief denken, voldoening, energie, tevredenheid, acceptatie en zo zijn er nog meer woorden en gevoelens die ervoor kunnen zorgen dat het fijn is om te mogen werken in het onderwijs. Het is zelfs een voorrecht!


Werkdruk? Maak je niet druk! 

zaterdag 19 mei 2012

Natuur

Natuurlijk is het leuk, mooi en heerlijk om het over de natuur te hebben, zeker als de zon zijn best doet om te gaan schijnen en het groen je tegemoet komt buiten. Maar de natuur is natuurlijk veel meer.


Professor Robbert Dijkgraaf vertelde op televisie in een spraakmakend college over de oerknal. Ook hierbij speelt de natuur, het heelal, het sterrenstelsel, de zon, de aarde en alles wat er omheen zweeft een grote rol. Is dit het enige wat wij denken bij het woord "Natuur"? Wat is eigenlijk "NATUUR"?


Het woord "natuur" is afkomstig uit het Latijn "natura", wat betekent "dat wat geboren zal worden" of wat "tot leven zal komen". 
Er zijn 4 betekenissen:
1. Het is iets wat nog niet is aangeroerd, zoals het van oorsprong eruit zag. 
2. De mens heeft dit nagemaakt en er zijn eigen natuurgebieden van gemaakt. 
3. Het is te zien zoals Robbert Dijkgraaf het ziet, als het heelal, het universum. 
4. Het is de aard van iemand.
(Bron: Wikepedia)


Er zijn vele woorden, die van het woord "natuur" zijn afgeleid. Denk maar aan: Natuurlijk, natuurkunde, naturisten, natuurterreinen, natuurbehoud, natuurpark, en ga zo maar door. Het ene woord heeft met de ene betekenis te maken, de andere met het andere. 
Waar denkt de gemiddelde mens aan bij het woord "natuur"? De meesten zullen denken aan de natuur buiten, de bomen, de zee, de ongerepte wereld in de bergen, de dieren met vaak hun jongen in deze tijd. 
Of het terecht is of niet, ik denk ook eerder aan het buitenleven, bossen, bergen, landerijen, natuurkampeerterreinen, Staatsbosbeheer, en dat soort termen. 
Op school is het vak biologie of natuur ook een vak dat bespreekt hoe bomen groeien, wat er gebeurt met zaadjes, het bestaan van de seizoenen, hoe appels ontstaan, hoe dieren leven en zelfs kunnen veranderen en wat er buiten "vanzelf" gebeurt onder invloed van de aarde, het licht, de lucht en het water. Een boeiend vak, wat eigenlijk veel breder is dan alleen de natuur waar wij aan denken. Het is veel meer biologie en natuurkunde en alles wat daar mee te maken heeft. Het is niet voor niets, dat er op de basisschool het vak "techniek" zijn intrede heeft gemaakt. Sommige methodes hebben het samengevoegd, zoals bijvoorbeeld "Natuniek". Laten we onze kinderen een brede opvoeding geven. Al zijn die kleine meerkoetjes en lammetjes nog zo leuk, de knoppen aan de bomen nog zo mooi, de wereld draait om veel meer natuurlijke materialen. Geniet van de natuur en al zijn facetten! 

vrijdag 11 mei 2012

Verdriet

Een van onze emoties is verdriet. Voor iedereen is dat anders. De aanleiding, de uiting en de verwerking is verschillend per mens. Iedereen moet er mee leren omgaan. 


Wanneer een kind valt, pijn heeft, zijn knie open haalt, zijn broek stuk is en is geschrokken zal het verdriet tonen. Veel kinderen huilen direct, maar vaak is het na troosten vrij snel over. Enkelen zullen zich verbijten, een trillende lip laten zien en verder gaan spelen. Ook zullen er een paar kinderen zijn, die in hun verdriet blijven hangen. Volwassenen zullen hen daarbij moeten helpen.
Zo is het ook met andere gebeurtenissen in ons leven. Verstandelijk gezien weten we dat dit soort dingen voorkomen, maar vaak hebben we onze emoties niet in de hand. Die komen ineens op.
Na een vervelende gebeurtenis kun je boos worden of verdrietig zijn. Toen er ingebroken was in onze auto in Zuid-Frankrijk was ik in eerste instantie boos, vervolgens heb je verdriet om wat er weg is. Later kun je dit relativeren en bedenken dat er ergere dingen zijn.
Als het om verlies van een mens of dier gaat is dit veel lastiger. Zeker de verwerking van een mens kan jaren duren, enigszins slijten, maar helemaal verdwijnen vaak niet. Er spelen dan hele andere factoren een rol. Je mist een persoon, waar je van hebt gehouden op welke manier dan ook. Zeker als dit een huisgenoot betreft, mis je deze persoon elke dag. Maar ook een familielid of een goede vriend gaat vaak dagelijks door je gedachte.
Toen ik 18 was moesten we onze hond laten inslapen. Hij was 12 jaar geworden. Tranen met tuiten heb ik gehuild. Gelukkig hebben we nog foto's. Maar het gemis van zo'n beestje dat je dagelijks om je heen hebt, is helemaal niet zo eenvoudig.
Nu is onze hond Spikkel ziek en het einde nadert. Dat doet zeer. Tussen het moment dat we dit hoorden en nu zit bijna 4 maanden. We hebben 4 extra maanden van haar kunnen genieten. Ik heb haar nog geschilderd, we hebben foto's en fijne herinneringen. Toch doet het zeer om die beslissing te moeten nemen. Menig traantje biggelt langs mijn gezicht. Sterk zijn is goed voor de kinderen, maar je mag dit ook best delen met elkaar. Gedeelde smart is halve smart, geldt ook hierbij.
Hoe onze kinderen dit nog gaan verwerken, weet ik niet, emoties laten zich niet altijd regelen. Maar ook hierna gaat het leven verder. Met herinneringen en mooie momenten. Zo kun je toch blijven genieten van andere dingen. Geef het verdriet de ruimte, maar laat je ook weer niet te diep zakken. Geniet dan weer van de dingen die er wel zijn. Ik hoop dat ik dat straks ook kan.

woensdag 9 mei 2012

Leve de Koningin!


Schaken is een mooi strategisch spel. Vooral leuk, maar voor kinderen ook heel nuttig voor hun denkontwikkeling. Ze leren plannen, verliezen en mogelijkheden overzien. Zelf kom ik uit een schaakfamilie en ben er dus letterlijk mee groot gebracht. Samen met mijn oudste (13 jaar oudere) broer zat ik vaak te schaken. 


Het schaakspel is al duizenden jaren oud, waarschijnlijk vanuit Perzie uit de zesde eeuw. Hierdoor is er niet zo veel bekend is over dit aloude strategische spel. Het woord schaak is afkomstig van het Perzische woord shāh, dat koning betekent. Ook het woord mat is Perzisch (maata), dat versteld raken betekent.
Een strategisch spel is een spel waarbij de spelers zoveel  speelmogelijkheden hebben dat het vaak onmogelijk is de consequentie van elke zet te overzien. Er is inzicht nodig, maar ook ervaring, planning en moed om elke zet bewust te maken.
Het is mooi om te zien, dat kinderen dit vrij makkelijk kunnen leren. Kinderen zijn flexibel in hun denkvermogen. Zo is het ook goed om een tweede taal te leren, als kinderen nog jong zijn. Schaken vergt een andere denkontwikkeling, waarbij kinderen leren hoe de stukken zich kunnen bewegen, welke consequenties ze kunnen hebben, hoe ze plannen kunnen maken, hoe ze vooruit kunnen denken. Het helpt hen in hun verdere leven.
Natuurlijk moeten ze eerst leren welke stukken er zijn, wat ze kunnen, hoe het bord eruit ziet en hoe de vakverdeling werkt. Zuinig zijn op de Koningin, de Koning beschermen, de toren, de paarden en de lopers het werk laten doen en de pionnen langzaam 1 of 2 vakjes vooruitschuiven. Kijk ook altijd waarom jouw tegenstander een zet doet en bedenk dan wat je wilt gaan doen, verdedigen of aanvallen.
Maar buiten dat is schaken gewoon een leuk spel, dat elke keer weer anders is. Een zet kan ineens hele andere gevolgen hebben voor de loop van het spel, dat maakt het nu juist zo boeiend.
Als jongste in een gezin van 6 kinderen wilde ik maar al te graag een spelletje doen met mijn oudste broer. Vooral het schaken, maar ik weet dat ik ook het spel "Go" regelmatig met hem heb gespeeld, was favoriet. Hoe ik dit vroeger leerde zonder boekjes, weet ik eigenlijk niet zo heel goed meer. Mijn oudste broer had erg veel geduld. En in het begin speelden we potjes waarbij ik een voorsprong kreeg.
Naast het feit dat schaken gezellig was in een tijd zonder computer, iPad en mobiele telefoon, was het ook een goed spel. 
Dat is de reden, dat we op school begonnen zijn met schaaklessen. Voor de slimmere kinderen, maar ook anderen kunnen hier dankbaar gebruik van maken. Fijn dat er een enthousiaste vader is, die dit wil doen. Wat zullen er veel kinderen lol en profijt hebben van dit prachtige strategische spel. Leve de Koningin, maar pas dat de Koning niet schaakmat staat!

zondag 6 mei 2012

Kwetsbaarheid

Kwetsbaar opstellen, je bloot durven geven, iets van jezelf laten zien, jezelf durven geven aan anderen, dat is iets dat niet voor iedereen vanzelfsprekend is.


Eerder schreef ik al eens over de kwetsbaarheid van het leven. Als ziekte of pech jouw leven beschadigd, kun je daar vaak niet zo veel aan doen.
De kwetsbaarheid van onszelf is misschien veel lastiger. Hier kunnen we namelijk wel invloed op uitoefenen. Het is iets dat we in het onderwijs goed kunnen gebruiken om kinderen dingen te leren. Wanneer je iets over jezelf vertelt in de klas, merk je dat er meer verbondenheid ontstaat met de kinderen. Zij gaan ook iets over zichzelf vertellen en er ontstaat een relatie, een verbinding. Er worden ervaringen gedeeld.
Toch is jezelf kwetsbaar opstellen helemaal nog niet zo eenvoudig. Je laat daarmee iets zien, wat je misschien helemaal niet wilt, dat een ander het ziet. Je schaamt je ervoor. 
In het dagelijks leven gedragen wij ons vaak zo, omdat de omgeving daarom vraagt. We kleden ons daarnaar. We reageren zoals het hoort.
In dat opzicht kunnen we nog iets leren van kinderen. Zij zijn vaak puur en eerlijk als het gaat om reacties, gedragingen, ideeën en verhalen. Zij maken van hun hart geen moordkuil. Is dat de reden waarom kinderen sprankelend en onbezorgder door het leven gaan?
Als volwassenen kunnen we daar wel iets van leren. Het heeft ook zijn keerzijde. Als volwassenen hebben wij geleerd om ons te gedragen, te beheersen en aan te passen. Je kunt niet zomaar "he dikke" over straat roepen. Het is beleefd om voor een ander op te staan in de bus. Sommigen dingen doe je niet en andere dingen weer wel. Er zijn ons waarden en normen aangeleerd. 
Hoe kunnen we ons dan toch kwetsbaar opstellen?
Het gaat erom iets te laten zien van jezelf, waar je misschien niet zo goed in bent. Om bij mezelf te beginnen: Ik was vroeger niet zo'n fanatieke lezer, ik kon het ook niet zo goed. Tot op de dag van vandaag, merk ik dat nog. Omdat ik nu veel moet lezen en veel informatie tot me moet nemen, heb ik het mezelf wel aangeleerd. Maar ik kan niet snel lezen, heb daar nog altijd de tijd voor nodig. Dat geeft verder niet, ik heb dat geaccepteerd.
Een aantal jaren geleden vertelde ik in een klas, dat ik een broer heb met Asperger en een broer die is overleden. Kinderen luisteren ernaar, kijken hoe jij reageert, letten op jou en reageren daar weer op. Een meisje kon zich heel goed inleven. Die zei meteen: "Dan hebben uw ouders ook veel meegemaakt." 
Zo heeft iedereen dingen, die je niet zo vaak vertelt, dingen die je moeilijk vindt, dingen waar die niet trots op is, misschien zelfs wel voor schaamt.
Om kinderen de ruimte en de gelegenheid te geven om over zichzelf te praten, maar ook om als leerkracht iets van jezelf te laten zien schep je een band. Die verbinding geeft het onderwijs een diepere dimensie. Samen delen waar je over in zit. Gevoelens uiten. Zorgen bespreken. Moeilijke dingen proberen op te lossen. Het maakt het onderwijs boeiend.