Erg leuk om op de eerste verdieping te zitten met groep 6c en de kinderen te vragen hoeveel bomen er in een straal van 100 meter rondom de school staan. Meteen staan alle kinderen voor de twee raamkanten driftig te tellen en komen er antwoorden tussen de 50 en 60, die we hebben gemiddeld tot 55.
Een andere opdracht was voor groep 6 was moeilijker, maar ze konden natuurlijk wel even vragen aan groep 8: Hoeveel procent van de leerlingen van groep 8 dragen een spijkerbroek? Met twee groepen 8, had de ene groep 21 van de 26, de andere groep 18 van de 26. Opgeteld dus 39 van de 52. Dat kwam natuurlijk bijzonder goed uit. Samen met de kinderen van groep 8 gezien dat dit deelbaar is door 13 en zo dus 3 van de 4 kinderen waren. 3/4 deel = 75%. Weer een opdracht opgelost.
De opdracht van de hoogste toren van de gemeente waar de school staat, moest even bezinken en leverde wat problemen op. Hoe konden we daar achter komen? Op een gegeven moment noemde iemand het internet en mocht samen met een ander gaan zoeken. Ze kwamen uit bij d
e watertoren van Boskoop, die 32,5 meter hoog is. Maar is dit nu daadwerkelijk de hoogste? We gaan nog verder zoeken.
Tenslotte moest ook de omtrek van de school worden gemeten. Er kwam iemand op het idee om meester Cees in te schakelen om te vragen naar een platte grond. Met een tip om 1x de lengte en 1x de breedte te meten kwamen ze terug. Vervolgens gingen ze met twee meetlatten van een meter naar buiten en kwamen ze met kladpapier en denkrimpels terug met een mooi antwoord.Hoe enthousiast kunnen kinderen worden voor een rekenles? Hoe krijgt rekenen betekenis? Hoe kunnen kinderen al samenwerkend bezig zijn met rekenopdrachten? Geweldig!











